Second chance

Op vakantie, wilde ik schrijven.

Want dat ga ik. Net als ieder jaar. De 4 gedichten zijn nog niet klaar. Dus die zal in Frankrijk moeten schrijven. Zodat je ze stomdronken vanuit Parijs naar Tiel kan faxen, zou mijn beste vriend kunnen zeggen.
Mijn beste vriend zit op dit moment in Bedoin.
In een vrijstaand huis met zwembad en uitzicht op de Ventoux.
Ik heb de foto’s gezien.
Hij heeft het niet slecht.

Ik zit vanaf maandag in een tent aan een rivier. Met uitzicht op heuvels zonder naam.
Daar hou ik van, heuvels zonder naam. Op een daarvan zal ik wellicht ooit sterven.
Zoals 2 jaar geleden bijna, toen ik tenauwernood niet te grazen werd genomen door een wild moederzwijn met jongen.

Een paar stukjes geleden heb ik geschreven over de Dood. En hoe dichtbij ik er ben geweest, vooral in mijn jonge jaren.
Dat van dat wilde zwijn heb ik toen niet verteld.
Terwijl dat eigenlijk de naderste ontmoeting is geweest.
Closest encounter klinkt mooier, bedenk ik net, maar dat heb je al snel met Engels.

Anyway. Ik schreef toen over de vader (94) van een andere vriend. Twee stukjes daarvoor schreef ik over Pieter (58). Hartaanval.
Klaar.
Over.
Voorbij.
Wat ik toen niet wist, was dat er een andere vriend van 58 ook bezig was een hartaanval te krijgen.
Hij heeft het overleefd.
Mag nooit meer drinken, nooit meer roken, maar: overleefd.
Goddank.
Second chance.

Ik ben nu 48, hoop ooit 130 te worden, of het liefst nog ouder, omdat ik nieuwsgierig ben naar de toekomst, en hoe het verder gaat op de wereld en in de rest van het heelal.
Maar als ik ooit, bijvoorbeeld op mijn 58e, gevaarlijke leeftijd, een hartaanval krijg, dan hoop ik ook een second chance te krijgen.
Ik heb er al heel veel gehad, bijna zoveel als een kat, dus eigenlijk heb ik er geen recht meer op.
Maar toch hoop ik het.
Al was het maar om een beter boek te schrijven dan Hendrik Groen (ik weet trouwens wie het is!) over ouderdom. Dat bedoel ik niet heel kritisch, want ik lees ‘m graag, maar toch denk ik dat het een stuk beter kan.

Enfin. Qua vroeger alles beter de volgende clip.
Fatal Flowers, mijn favoriete band in mijn jonge jaren, de tachtigerjaren.
Natuurlijk, het zijn gewoon 4 Nederlandse gozers die in de VS rocksterretje spelen.
Obligate opnames van gitaarrifjes en gutsend mannenzweet achter de drumkit, tegen een decor van gele chevvys en neonreclames.
En de teksten stellen niet veel voor.
Maar daar gaat het me niet om.
Het gaat me om Richard Janssen.
De man die Fatal Flowers op het hoogtepunt van hun roem, op het moment dat ze internationaal doorbraken, liet kapseizen en de stekker eruit trok.
Opgegeven reden: hij wilde niet beroemd worden.

Kom daar nog maar eens om.
Mooiste Fatal Flowersnummer? Someday. “Someday the wind will call your name, and things will never be the same.”
Ik heb die tekst altijd opgevat als alle roddels die je ten deel vallen als je beroemd bent. Dat er over je gepraat wordt, terwijl je er niet bij bent, maar er toch vaag iets van mee krijgt.
En dat je dan zelden iets goeds krijgt te verstouwen.

Richard had daar geen zin in.
En kapte ermee.
Ging daarna oa nog even solo.
Maakte mooie dingen.
Maar schopte het weinig verder dan Paaspop, waar ie in een bruine pantalon, en ook voor de rest een zo lullig mogelijk kantooruniform, in de voormiddag werd geprogrammeerd voordat de ‘Band zonder Banaan’ het dak eraf mocht blazen.

Even zag ik nog iets van zijn glorie toen ie op een John Lennon tribute (25 jaar dood) in de Melkweg MindGames coverde.
Hij droeg een mannenjurk, iets nieuws toen.
Had van mij niet per se gehoeven, maar goed.
Deed er niet toe, ik had Mind Games altijd een kutnummer gevonden, maar nu hoorde ik in 1 keer hoe geweldig het eigenlijk was.
En de rest van tributanten was sowieso fake/phoney/lijkenpikker en hadden niks van Lennon begrepen.
Richard wel.
Alleen begreep, behalve ik, niemand hem, had ik het gevoel.

Op een gegeven moment, vele uitgerangeerde jaren later, kwam ie naar Festina.
“Wie is dat?” vroeg L.
Ik dook weg achter een stoel, “dat is de beste zanger uit mijn jeugd”, zei ik.
Een uurtje later zei L: “Kom nou maar achter die stoel vandaan, hij is er nog steeds en zal waarschijnlijk ook nog wel even blijven.”

We raakten aan de praat.
“Wat doe jij hier?” vroeg ik quasi achteloos.
“Ik hou van dichters”, zei ie.
Ik vroeg wat ie tegenwoordig deed.
Hij deed het decor van Toneelgroep Amsterdam.

Ik was dronken.
Ik zei: “Waarom zing je niet meer? Zo zonde!”
Ik meende het.
Richard voerde zijn mysterieuze bescheiden glimlach ten tonele.
Waarop ik niet anders kon dan begrijpend knikken.

Maar ik begreep het eigenlijk niet.

Die stem man, zo jammer dat die niet meer te horen is.
Nou ja, hier nog even:

Hou vol, zeg ik tegen hij die weet wie ik bedoel.
Hou vol.
Ik vind het knap als je het volhoudt.
Hou vol.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s