Stadsdichter

Mijn beste vriend stuurde me afgelopen week een bericht met een stripje:

Poezie

“Nou weet jij het ook”, texte ik terug.
Omdat het niet, nou ja, je zegt nu eenmaal niet dat er uiteraard meer bij komt kijken. Bij mij in ieder geval wel, doorgaans. Mijn beste vriend weet dat ook wel. Daarom stuurt hij dat soort stripjes.
Zodat we samen kunnen lachen.
Lekker als een Tielse boer quasi-verontwaardigd stereotype cliche’s aanhalen, daar houden wij van.

Ondertussen maakte ik me wel zorgen om mijn poezie. Ik moet namelijk als Tielse stadsdichter binnen nu en 4 weken, maar liefst 4 verse Tielse stadsgedichten produceren.
En die komen dan te hangen op de liftdeuren van een parkeergarage.
Romantisch, nietwaar?
Maar toch wel. Het zijn namelijk de liftdeuren van de parkeergarage bij het nieuw te openen cultuurcentrum in de binnenstad van Tiel. Een megalomaan ambitieus project van de gemeente dat een gouden(!) gebouw heeft opgeleverd op zo’n beetje de mooiste locatie die je kunt verzinnen: tussen de Waal en de historische binnenstad in.
Het heeft een hoop geld gekost. Zoveel dat het nodig was om een verdienmodel te organiseren, waarbij alle gratis parkeerplekken in het centrum van Tiel zijn geschrapt en er vanaf nu gedokt moet gaan worden door de burgerij, het liefst natuurlijk in die nieuw te openen parkeergarage bij het nieuwe cultuurcentrum.
Er is een hoop protest en gemopper. Een charme-offensief in de vorm van enige kunst kan nooit kwaad, zal de gemeente wellicht hebben gedacht, toen ze mij belden.

Ze zullen dat stripje nooit gezien hebben. Ze zullen uberhaupt niet weten hoe de gewone Tielenaar over Kunst denkt. En in welke verhouding die staat tot gratis parkeerplaatsen.
Enfin.
Er komen foto’s te hangen op de liftdeuren van 4 prominente Tielenaren; Khalid Boudou, Fedja van Huet, etc. En ik mag er gedichten bij schrijven.

Bon. De komende 4 weken zit ik elk weekend vol, doordeweek moet ik 9 uur per dag werken bij de ING, het wordt, wat zal ik zeggen, een probleem. Uitdaging, corrigeren positievelingen dan, maar ik blijf gewoon probleem zeggen. Je kunt de dingen maar het best bij de toepasselijkste definitie noemen.
Problemen zijn niet erg. Problemen kun je namelijk oplossen. In tegenstelling tot uitdagingen. Die moet je omarmen, aangaan, en weetikveelwat, invullen. Veel vermoeiender. Geef mij maar gewoon problemen.

Afgelopen zaterdag, gisteren, moest ik naar Tiel. Voor een open dag van de brouwerij van mijn andere beste vriend. De jongen van het ‘Ruwe Teckel’-bier (zie een paar blogjes terug).
Ik had een plan: ik dacht: ik ga een aanzet tot die gedichten schrijven in de trein naar Tiel. En dan doe ik in Tiel nog wat extra inspiratie op, en dan schrijf ik ze op de terugweg in de trein misschien wel af. Of in ieder geval 1 van de 4, dan lig ik op schema.

Het plan was goed. Maar de NS zat tegen. Op Station Amsterdam Zuid verscheen een gedecimeerde trein ten tonele, waardoor 100 man op het perron in 1 wagon werden gedwongen.
Staande, met in de ene hand het kladblok dat ik geleend had van mijn vriendin, en de andere hand steunzoekend aan de leuning van een vierzitter, ontdekte ik dat ik een hand tekort kwam voor een pen.
Daar ging mijn plan. Ik verving het kladblok door een halve liter Albert Heijn Basic-pils, en dacht: ik schrijf op de terugweg die gedichten wel, dan is het vast rustiger.

Aangekomen op Tiel Centraal liep ik naar de Kijkuit (is een straat, geen wachttoren of zoiets, Tiels zit niet meer totaal in de Middeleeuwen, mocht je dat denken), waar de brouwerij gevestigd was.
Het was niet moeilijk te ontdekken op welk huisnummer precies. Op de stoep stonden 5 jongens van elk 2 meter lang, von kopf bis fuss getatoeeerd, ingewikkelde biertjes te hijsen.
Ici, alors.
Het waren collega-Appelpoppers. Ze schudden me de hand en vervolgden hun gesprek.
Ze hadden het over fistfucken.
“Geen gat te nauw voor mijn klauw”, zei de grootste van het stel.
Ik ben niet zo goed in dat soort gesprekken.
Maar weglopen durfde ik ook niet zomaar, uit angst arrogant over te komen.
Ik vond een gulden middenweg. “Ik ga bier halen”, zei ik. Want dat mag in Tiel altijd. En ik ging.
Kijk, zo makkelijk is dat, problemen oplossen.

Ik liep naar mijn andere beste vriend, de brouwer.

Bruusk.jpg

A. heet ie, en hij is een perfectionist, wil alleen maar het beste van het beste, de beste spullen, de beste ingeredienten, de beste ruimte, alles, zolang het maar het beste is. En als het niet goed genoeg is dan werkt ie gewoon nog 10 x zo hard als ie normaal al doet, om dat te compenseren. Wat uit zijn handen komt heeft altijd kwaliteit, daar kun je je ballen onder verwedden, geloof mij.
Bruusk heet hun VOF. Onthoud die naam. Goed bier.

Ik heb er aardig wat van gedronken. Daarna mengde ik me weer onder de Appelpopper-collega’s, en plantte verse pilsen onder hun giechel.
Ze hadden het over de PK’s van de auto die zojuist voorbij reed.
Ook in dat soort gesprekken ben ik niet zo goed.
Maar bleef toch een uurtje staan.
Af en toe zei ik voorzichtig iets.
Meepraterij.
Net genoeg om niet buitengesloten te worden.

Tot de Open Dag beeindigd werd, rond 17.00.
Voor mij geen seconde te vroeg.
Ik hielp even mee opruimen en trok een trekker (geen tractor, hoor) over de vloer.
Jatte 1 eigen Bruuskbrouwsel uit de koelkast mee voor thuis.
Deed iedereen de groeten.
Liep naar het station en pakte de trein terug naar Amsterdam.

In de trein dacht ik: O ja, ik moet nog gedichten schrijven. En pakte mijn kladblok.
Wat een wit vel.
Ik trok de Bruuskpils open.
En begon te schrijven over Khalid Boudou, de Marrokaanse romancier uit Tiel. Van het Schnitzelparadijs.
Het werd een autobiografische aanzet:

Mijn ex vroeg me ooit
om voor haar een date te regelen
Met hem
Hem die ik ooit sprak
In de Engelenbak
In Amsterdam
“Jij komt ook uit Tiel”
zei ik,
“met je dikke pik”
“Dikke piel“,
corrigeerde Khalid,
“we komen uit Tiel.”

In Geldermalsen las ik het velletje op mijn kladblok nog eens goed over.
“Dat wordt niks”, besefte ik.

Daarna nam ik nog een slok van mijn Bruusk.
“Goed bier”, vond ik.

Toen ik aankwam in Amsterdam, trilde mijn telefoon.
Het was mijn beste vriend. Hij texte weer een soort van stripje:

Stadsdichter

Ik kon niet anders dan replyen met “Herkenbaar”.

 

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s