Gebrouwen door Vrouwen

Een van mijn beste vrienden is metaalarbeider. En een goeie. Hij verdient met zijn LTS-opleiding meer dan ik met mijn universitaire. Toch vindt hij zijn werk niet meer leuk.
Niet dat ik dagelijks van de daken schreeuw hoe geweldig ik het vind om nutteloze financiele rapportages te faciliteren voor het bancaire grootkapitaal middels een van spagethicode inelkaar geklont ICT-gedrocht, maar mijn goede vriend gaat echt met de pest in zijn lijf naar zijn arbeid.
“Sven”, zei ie, “Sven, ik moet ander werk doen, anders trek ik het niet meer.”
“Dat hebben we allemaal wel eens”, antwoordde ik met al mijn wijsheid, “hier, neem nog een pils, dan gaat het vanzelf weer over.”
“Ik meen het, Sven.”
“Wat wou je gaan doen, dan?” vroeg ik.
“Iets leuks”, zei mijn vriend.
“Dat zouden we allemaal wel willen”, zei ik, “maar dat zit er niet in, kan ik je verzekeren. Drink die pils nou eens op, man!”
Hij nam eindelijk een slok. En vroeg: “Vind jij je werk leuk?”
“Nee, natuurlijk niet!”
“Waarom doe je daar dan niks aan? Jij kan alles, met jouw opleiding!”
“Behalve metaal frasen”, zei ik, “maar dat kun jij dan weer heel erg goed, en daarom verdien je ook zo veel geld!”
“Even serieus Sven”, zei mijn vriend, en dronk in 1 teug de rest van zijn pils leeg: “het leven is te kort. We moeten iets doen wat we leuk vinden. Anders heeft het geen zin.”

Kijk, nu zitten we weer op niveau, constateerde ik tevreden. Grote woorden, weinig andere daden dan troostdrinken, en morgen weer over tot de orde van de dag.
Toch kon ik het niet laten om even te vragen: “Wat zou jij nou echt leuk vinden, dan? Behalve drinken en neuken?”
Om niet aan totale zelfprojectie te doen voegde ik er snel aan toe: “en pizza eten?”
“Weetikveel”, zei mijn vriend.
“Drummen?” vroeg ik, mijn vriend is een goeie drummer. Een van de besten van Tiel.
“Bierbrouwen”, zei mijn vriend.

Haha, dacht ik, we zijn weer thuis. Maar mijn vriend trok er een serieus gezicht bij. En als hij een serieus gezicht trekt, dan is ie serieus.
“Serieus?” vroeg ik.
“Serieus.”
“Dat is toch kansloos”, zei ik, “nog voordat jij een vat hebt gebrouwen, hebben I. en ik de helft al opgezopen. En jij de andere helft!”

We zijn nu een jaar verder. Mijn vriend heeft buiten zijn woning om, een pand gehuurd in Tiel, waar hij de verkoop doet. Hij komt om in de opdrachten, en staat op het punt om zijn metaalbaan op te kunnen zeggen.

En hier zit ik. Op een zondagavond. Een jongen die er altijd van heeft gedroomd om voor zijn levensonderhoud te kunnen schrijven. Of gitaar te kunnen spelen. Of te zingen.
Morgen moet ik weer werken. Dan ga ik dat ICT-gedrocht weer een zwengel geven, en er nog iets meer spagethicode aan toevoegen.
Ik vind het niet erg, maak ik mezelf wijs.
Ik maak lijstjes. Van positieve punten.
– Ik kan op de fiets naar mijn werk.
– Ik kan stiekem aan mijn e-sigaretten lurken op de WC.
– Aanstaande week is mijn leidinggevende op vakantie. Misschien kan ik op donderdag stiekem een kwartiertje eerder naar huis!

Ik maak ook lijstjes van negatieve punten.
– MIJN WERK IS ZINLOOS! Dat van onze hele afdeling trouwens. En het grootste gedeelte van de tijd van mijn collega’s gaat op aan het geestdriftig ontkennen daarvan, opdat we onze banen kunnen behouden.
– Mijn collega’s doen tijdens de lunchpauze niets anders dan vanaf hun mobieltjes Teletekst voorlezen. Vooral pagina 818, de voetbaluitslagen. Duiding en uitweiding is daarbij niet de bedoeling.
– Iedereen veinst smetvrees. Iedere ochtend gaan ze allemaal met keyboardspray over hun toetsenbord en swifferen ze hun bureau tot de schaafsels erbij hangen. Iedereen is als de dood om voor de viezerik versleten te worden. Doe het 1 keertje niet grondig genoeg, en je bent hem. De viezerik. Dat ben ik dus geworden. IEDEREEN VINDT ME EEN VIEZERIK!

Aan dat laatste lijstje kan ik nog een oneindige reeks punten toevoegen. Doe ik vanavond niet. Ik wil mezelf niet demotiveren. Ik moet morgen weer aan de arbeid.
Maar jaloers op mijn vriend was ik vanmiddag wel.
Bierbrouwen.
Dat zouden we allemaal wel willen.
Herdacht ik op een terras in Overveen.
Het was zo’n terras, niet ver van de kust, waar op een zonnige lentemiddag aan de lopende band cabriolet sportauto’s voorbij cruisen, met kale veertigers achter het stuur en een jonge blonde troffeevriendin ernaast geplant.
Ik ben ook veertiger. Ook kalend. Maar ik heb geen sportauto.
Die heb ik gelukkig niet, dacht ik, en bestelde een pils bij de serveerster.
“Wat voor pils?” vroeg de serveerster.
Ik stak mijn neus in de kaart.
“Doe maar een Gebrouwen door Vrouwen”, zei ik.
“Een Tricky Triple voor meneer”, zei de serveerster, “uitstekende keuze.”

Dit was ‘m:

Gebrouwen_door_vrouwen_crop

En hij was lekker. Meer dan.
“Hij smaakt een beetje naar perzik”, zei k tegen L., “slokje proeven?”
Ze nam een slok.
Een vloek volgde.
Een vloek van weldaad.

Ik las de tekst op het achterplat. Dit was ‘m:

Gebrouwen_door_vrouwen_uitleg.jpg

Mijn vader zei vroeger: “Waarom neem jij altijd de gemakkelijke weg?”
Ik concludeerde daaruit dat zulks niet de bedoeling was.
Misschien was dat een verkeerde interpretatie.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s