The Amsterdam Experience 2017

In 1987 kwam ik in Amsterdam wonen om econometrie te studeren. Dat was een compromis, gesloten tussen mij en mijn ouders. Die laatsten wilden per se dat ik de allermoeilijkste studie ging doen die er te vinden was. En dat was econometrie.
“Prima”, zei ik, “maar alleen als ik dat kan doen in Amsterdam.”
“Niks ervan”, zei mijn vader die naast zijn baan als leraar Nederlands ook decaan op een middelbare school was, “Jij gaat naar Rotterdam, de Erasmusuniversiteit staat veel beter aangeschreven als het gaat om economie-vakken.”
“Rotterdam is de allerlelijkste stad op aarde”, snoof ik, “en de ongezelligste!”
“Omdat ze er hard werken en geen drugs gebruiken?” vroeg mijn vader.
“Nee”, zei ik, “omdat het in de oorlog totaal is platgebombardeerd, met ziel en al. Heb je weleens over de Lijnbaan gelopen?” vroeg ik, “dat is nog erger dan Tiel. En Feijenoord komt trouwens uit Rotterdam.”
“Tsja”, zei mijn vader, overtuigd Ajacied, “daar heb je een punt.”
“Mooi”, zei ik, “dan wordt het dus econometrie aan de UvA!”
“Niks ervan”, zei mijn vader, “het wordt econometrie aan de VU.”

Ik vond het wel best. UvA, VU, whatever, als het maar Amsterdam was.
Het ging niet om de studie, het ging om de stad.

Ik begon zoals gezegd in 1987. Het eerste jaar haalde ik zo ongeveer nul tentamens. Dat mocht toen nog. Elke maand kreeg ik gratis ruim 600 gulden op mijn rekening gestort van de Overheid, en die gaf ik uit bij de MacDonalds (die had je toen nog niet in Tiel) op de Ferdinand Bol, in studentencafe de Gieter in de Lange Leidse Dwarsstraat, en de rest verbraste ik (sorry, dat vond mijn ex-vrouw altijd een grappige grap).
Mooie tijden.

En als al het geld op was, geen probleem:
Ik woonde op het Roelof Hartplein, op 100 meter lopen van het Concertgebouw. Daar kon je iedere woensdagochtend gratis gaan kijken naar de repetitie van het Concertgebouworkest. En dan kreeg je op vertoon van je collegekaart gratis koffie.
Mooie tijden.

Tijdens een van die Concertgebouw-uitjes, kwam studievriend W. uit ons buitenbeentjesclubje van 6 met het voorstel om de Heineken Brouwerij eens van een bezoekje te voorzien.
“Ik heb gehoord van Ralf uit mijn beleggingsclubje dat die gratis rondleidingen geven, en dat je na afloop zoveel mag drinken als je wilt”, zei hij met sprankelende ogen.
Die sprankelende ogen kregen we op slag alle zes.
Dus wij nog diezelfde middag naar de Stadhouderskade.

We belden aan. En werden binnengelaten door een aardige mevrouw.
“Klopt het dat jullie rondleidingen geven” vroeg W.
“Jazeker”, zei de mevrouw, “wat leuk dat jullie jongeren interesse willen tonen in ons metier! Koffie?”
“Nou”, zei ik, “als het niet uitmaakt, dan zou ik wel een b…” W. stootte me aan en onderbrak me, “Koffie! Heerlijk, mevrouw!”
We kregen er een Pennywafel bij.
Daarna leidde een kale vent met een bril ons langs de lopende banden met (toen nog) bruine flesjes.
En we kregen een aantal grote ketels te zien.
“Interessant!”, zeiden we, “verdomde interessant!”
Ten slotte werden we geplant in een soort kantine, aan een rechthoekige tafel met zes stoelen.
“Zouden de heren misschien een echte vers gebrouwen Heineken willen savoureren?” vroeg de kale knakker.
“Ach, waarom ook niet?” zei W., die ik verdomde goed het woord vond doen.
“En blieven de heren daar wellicht een bitterballetje bij?”
“Op die vraagstelling zouden wij graag positief willen responderen, vermoed ik”, zei W., terwijl hij glunderend onze gezichten monsterde.
Toen de kale wegliep om een zilveren schaal bitterballen te halen, zei W.: “Zei ik het niet, zei ik het niet!?”

We kregen in totaal 4 gratis bier en 7 bitterballen per persoon. Dat weet ik nog, want het staat in mijn dagboek. In heel duidelijk handschrift opgeschreven heb ik het niet, want ik was toen nog geen 4 bier gewend, althans niet in de middag.
Wij alle zes trouwens niet. Terwijl we op de terugweg fietsten naar mijn kamer op het Roelof Hartplein om te gaan dineren met met stroopwafels en thee, remden de eerste twee voor een rood stoplicht, wat de rest niet had verwacht, waardoor we in een gezamenlijke kettingbotsing verzeild raakten en alle zes tegen het asfalt klapten.
Dat vonden we erg grappig.
“Ach ja, je weet wat ze zeggen”, zei iemand van ons zessen, terwijl we weer overeind probeerden te krabbelen, “alcohol haalt de remmingen weg.”
Moesten we nog harder lachen.
“Studententuig!” blafte een oudere man, die langs liep met zijn hond, ons toe, “stelletje lapzwansen, dronken torren! En daar betaal ik belasting voor!? Schaamt jullie!”
Het hielp allemaal niet om ons geluk te smoren.
‘Een van de mooiste dagen van mijn leven’, schreef ik later die avond in mijn dagboek.

Ik weet niet of er nou echt heel veel veranderd is in Amsterdam.
De Heineken Brouwerij geeft nog steeds rondleidingen. Ze hebben het een nieuwe naam gegeven, het heet nou de Heineken Experience. Gratis zal het wel niet meer zijn, en ik betwijfel of je er (7!) bitterballen (op een zilveren schaal!) bij krijgt. Spontaan aanbellen kan waarschijnlijk sowieso niet meer, het ziet er nu ter plekke zo uit:

Heineken Experience

Waanzin natuurlijk. Wat voor soort mensen is dat, die zichzelf dat aandoen?

Maar het kan nog veel gekker.
Ken je de Heisteeg? Dat is dat pietepeuterige straatje tussen het Spui en het Singel, naast cafe de Zwart. Ik loop of fiets daar regelmatig doorheen. Twee jaar geleden extra vaak, want toen had de een of andere koekjeswinkel het idee opgevat om aan de lopende band gratis koekjes uit te delen aan voorbijgangers.
Toen ik voor het eerst mijn snavel zette in een van hun chocoladekoekjes was ik verkocht. Krokante chocola van de buitenkant en warme gesmolten chocolade vanbinnen. Hemels.
“Lekker?” vroeg het bakkersmeisje waarvan ik het koekje had gekregen.
“Subliem”, antwoordde ik naar waarheid.
“Wilt u een zakje kopen?”
“Duur zeker?” vroeg ik.
Het meisje glimlachte verlegen.
Ik wist genoeg.

Is Amsterdam veranderd? Die koekjes in de Heisteeg zijn nog steeds enorm duur. Erg lekker, daar niet van, maar duur. En ze delen ze ook niet meer gratis uit. Integendeel. Daar ziet het er nu zo uit:

Wachttijd1

Een koekjesbakkerij met een wachtrijtijdbordje! Als ware het de Heineken Experience, het Rijksmuseum, of het Anne Frankhuis. En de wachtrij was bepaald een stuk langer dan dit point of no return van 45 minuten. Er stond voor minstens 3 uur in gelid aan volk te trappelen. Eat that Efteling!

Van Stapele heet de zaak. Je kunt hem googlen.
Ik heb een foto genomen van een meisje dat net aan de beurt was geweest. Ze kocht 1 koekje. En heeft er een foto van genomen. Die heeft ze op deze foto waarschijnlijk zojuist gedeeld op de een of andere social mediasite.

Van_Stapele1.jpg

Ik weet niet of Amsterdam veranderd is.
De tijden wel, denk ik.

Advertisements

One thought on “The Amsterdam Experience 2017

  1. Mijn oma wist me te vertellen dat ze in haar jeugd uren in de rij stond voor een ijsje van bakker van der Linde, op de Nieuwendijk.. Ach, en nu doen mensen dat voor koekjes en donuts. Niks veranderd.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s