Wat zou je doen met een miljoen?

1980 was een belangrijk jaar voor mij, wat betreft volwassen worden. Het was namelijk de eerste keer dat ik door mijn vader betrokken werd in een gewichtige financiele beslissing voor ons gezin.
Onze oude rode Renault 4 liep op zijn laatste beentjes, en mijn vader wilde graag een nieuwe auto kopen, zodat we veilig op zomervakantie konden naar Frankrijk.
“Frankrijk, dat halen we toch nog wel met deze oude auto?” had mijn moeder die week daarvoor geopperd, terwijl ze met een diepe frons het bankafschriftenmapje van de ABN doorbladerde.
“Niks ervan”, had mijn vader gezegd, “ik ga mijn gezin niet blootstellen aan het risico dat we midden op de Peage met bagage en al door een verroeste bodem heen zakken, wij kopen een nieuwe, en volgende week beslissen we wat voor een auto.”
“Sven”, zei mijn vader, “misschien kun jij volgende week ook een beetje met ons meedenken, want jij bent gek op auto’s, en weet er veel van.”

Dat laatste was waar. Ik was in mijn jeugd weg van auto’s, ik kende elk merk, en daarvan elk model, wat in die tijd een stuk makkelijker was dan in 2017, nu alle auto’s op elkaar lijken.

Een week later was het zover. Met mijn vader en moeder zat ik aan de eettafel (in ons geval een gemetselde bar tussen de woonkamer en de keuken, zoals in vele huizen begin jaren 80).
“Zeg het maar Sven”, begon mijn vader het gesprek, “wat vind jij de mooiste en beste auto.”
“Een Rols rols”, antwoordde ik naar waarheid, “Silvercloud”, voegde ik er volledigheidshalve aan toe.
Mijn vader sloeg zijn blik ten hemel, met zichtbare spijt in zijn ogen dat hij mij, kind, in dit gesprek betrokken had.
“Een Rolls Royce is natuurlijk geen optie”, zei hij, “zoals Joop den Uyl altijd zegt: 2 dingen. Punt 1: die zijn veel te duur in aanschaf, bijna een miljoen gulden, en punt 2: die zuipen veel te veel benzine, namelijk 1 op 1; 1 liter per kilometer.”

Ik wist natuurlijk dat hij dat zou gaan zeggen. Ik was een veelbelovend jeugdschaaktalent, en als ik iets had geleerd van schaken is dat je vooruit moest denken.
“Dus je wilt een auto die goedkoop is in aanschaf, en die niet te veel benzine verbruikt?” vroeg ik quasi-naief.
“Precies”, zei mijn vader, “zoals een Renault 4 dus”, voegde hij eraan toe. Mijn vader had zijn hele leven nooit andere auto’s gekocht dan Renaultjes 4, 3 stuks tot dan toe, 2 witte en een rode.
Ik schaamde me dood voor die Renaults 4. Mijn vriendjes lachten me erom uit. Hun vaders hadden allemaal grotere auto’s.
“Mag ie er ook een beetje mooi uitzien?” vroeg ik aan mijn vader.
“Waarom niet”, zei mijn vader.
“Een Citroen GSA”, zei ik kordaat. Ik wist waarover ik het had. Ik had in die week bij diverse automerkdealers foldertjes opgehaald met specificaties. “Die rijdt ook 1 op 18 bij 90 km/uur”, doceerde ik, “en hij is net zo goedkoop in aanschaf als een Renault 4. Alleen is ie wel een stuk groter! En mooier! Vooral een blauwe!”
Game, set en match, dacht ik, en leunde voldaan achterover. Wij zouden zo’n mooie langwerpige Citroen GSA krijgen, nog langer dan de Renault 16 van de vader van mijn buurjongens, hier zou mijn vader zich niet meer uit weten te lullen, ik had mijn ouwe op rationaliteit schaakmat gezet.

“Wacht”, zei mijn moeder, “over de kleur ga ik!”
Dat was waar. Mijn moeder mocht altijd beslissen over de kleur.

“Een Citroen GSA”, peinsde mijn vader hardop.
“Precies”, zei ik.
“Dat zal niet gaan”, zei mijn vader.
Wat gingen we nu beleven? “Maar… Waarom niet!” stamelde ik.
“Ik moet een Renault hebben”, zei mijn vader, “anders zit ik met mijn inruil. Bij de Citroendealer krijg ik veel minder inruil voor onze oude rode Renault 4, dan bij de Renaultdealer. Dus een Citroen is geen optie. Laat ik dan de knoop maar weer doorhakken: Het wordt een Renault 4! Lien, wat wordt de kleur?” vroeg ie aan mijn moeder.

“Donkerblauw?” opperde mijn moeder voorzichtig.
Wederom sloeg mijn vader zijn blik ten hemel, “donkerblauw!? Dat is levensgevaarlijk, die kleur ziet niemand in het donker, dus dan zit ie binnen de korste keren onder de deuken! We moeten een lichte kleur hebben, of desnoods een signaalkleur, wit of rood dus, of zoiets. Ik zat zelf te denken aan geel, voor de verandering.”

Een paar maanden later stond er een knalgele Renault 4 voor onze deur.

Daarin heeft mijn vader gereden tot ik op mijn 18e het huis uitging en vertrok naar Amsterdam. Renaults 4 werden toen niet meer gemaakt. Waardoor ie is overgestapt naar de Citroen Visa. En toen die niet meer werden gemaakt, naar de Citroen Picasso.

Ik rij nu zelf trouwens ook in een Citroen Picasso. Maar zou liever een tweede- of desnoods honderdste-hands Renault 4 hebben, alleen zijn die nu te duur.

Maar daar wilde ik het niet over hebben. Ik wilde het hebben over wat je zou doen met een miljoen.
Ik heb namelijk 2 gratis staatsloten. En hoewel het statistisch gezien nergens op slaat, is mijn fantasie wel aan het slaan. Op hol welteverstaan.

Vorige week heb ik het er al even over gehad. Ik heb een huis op het oog, in Zuid-Frankrijk. Het ligt in een verschrikkelijk saaie streek, er is werkelijk geen hol te beleven, maar dat is alleen maar goed, maak ik mezelf wijs. Dan kom ik eindelijk toe aan schrijven.

En het huis is mooi. Het is verschrikkelijk mooi. Dit is ‘m:

huis2

En dit is het zwembad met uitzicht:

zwembad

Er is een voetbalveld aan landbouwgrond, een honderdenmeterslange oprijlaan, 230 vierkante meter woonoppervlak, er ligt een schitterende houten vloer in (zeldzaam in Franse huizen), en het geheel is piekfijn afgewerkt.
Het huis kost evenveel als dat mijn etage van 50 vierkante meter op 4 hoog in Amsterdam Oud-West momenteel op de woningmarkt doet.

Ik weet wel wat ik met een miljoen zou doen. Ik heb er de laatste weken veel over nagedacht. Serieus een plan uitgewerkt.

– Ik zou mijn hypotheek op mijn Amsterdamse woning afbetalen, en de woning verhuren voor 1200 euro per maand aan expats.
– Ik zou dit huis in Zuid-Frankrijk erbij kopen, en er gaan wonen. In het hoogseizoen verhuur ik het voor 1000 euro per week aan toeristen en ga ik zelf op vakantie met een camperbusje dat ik koop.
– Ik zou nog een pand in Amsterdam erbij kopen van ca 250.000 euro, en dat verhuren voor 1000 euro per maand aan expats.

Dit alles levert genoeg inkomsten om te kunnen stoppen met werken. Genoeg om de vermogensbelasting te kunnen betalen en te kunnen leven op de voet die ik nu leef.

En dan hou ik nog 150.000 van dat miljoen over. Daarmee kan ik leuke dingen doen.

– 50.000 besteed ik aan zonnepanelen, een kas, geitjes, kippen, fruitbomen, en andere landbouwdingen om zelfvoorzienend te kunnen zijn.

En dan hou ik nog 100.000 over.

“Wat zou jij erbij willen hebben?” vroeg ik aan L.
“Dat huis is genoeg”, zei L., “als ik daarin een atelier krijg.”
“Zeker weten? Wil je echt niets anders erbij?”
“Jawel”, zei L.
“Wat?” vroeg ik.
“Dit”, zei L. :

Roze Vespa

Wat een ontzettend goed idee! dacht ik. Ik zag meteen een businesscase. Die roze Vespa kost 2100 euro. Kan goedkoper, maar doet er niet toe. Groot denken, Sven, als een miljonair. Je koopt 4 van die dingen, stalt ze in je garage van 44 vierkante meter, en hoppakee, je kunt ze aan je huurders meeverhuren in de zomer, waarin je toch al 1000 euro per week aan ze verdient.

Maar goed, dan hou ik dus ruim 90.000 euro over. Niet dat die ophoeven, maar potverdorie, ik zou het wel weten. Voor 89.500 is deze te koop:

https://www.autotrack.nl/tweedehands/rolls-royce/corniche/34645203

Een Rolls Royce. Ok, geen Silvercloud. Maar wel convertible. Cabriolet. Voor wie te moe was om op de link te klikken, even in your face:

Rolls cabrio

Rolls Royce Convertible

Die bied je ook te huur aan, aan je toeristen. Optioneel een geeltje per dag voor de auto. Volgens mij is dan dat huis geen dag onverhuurd in de zomer.
En het levert mij genoeg extra inkomsten op om er de rest van het jaar lekker zelf in te kunnen rondtoeren. Ook al zuipt ie een liter per kilometer.

Je hoort altijd van mensen die de lotto of de staatsloterij hebben gewonnen dat ze er een jaar later alleen maar ongelukkiger op zijn geworden.
Ik snap dat niet.
Ok, ik moet toegeven dat L.en ik ook wel enige discussies hadden over wat voor hond we zouden nemen om het geheel te bewaken.
“Een Huskie!”
“Ja, maar die kunnen niet blaffen.”
“Zo’n whiskyhondje, dan”
“Van Black and White, zo’n Boomer-achtig-iets?”
“Ja!”
“Daar lachen inbrekers om!”
“Ja, maar ik ben bang voor herdershonden.”
Uiteindelijk kwamen we uit op de onvermijdelijke Golden Retriever.

En ook de discussie over een Chesterfieldbank of Deens Design voor bij de houtkachel wisten we tot een goed einde te brengen.

Wij zijn er kortom klaar voor. Kom maar op met dat miljoen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s