Iglootje

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: ik doe vandaag een Iglootje.

Ik zal iets meer toelichting geven dan 12 jaar geleden

Aan het eind van de vorige eeuw had ik een emailvriendin. Een watte? Ja, het zal maar een heel korte periode in de geschiedenis zijn geweest dat je een emailvriend(in) kon hebben. Ik ken tenminste haast niemand meer die nog actief mailt. De penvriend(in) was in de eeuwen daarvoor wat dat betreft een langer leven beschoren.
Maar goed, een emailvriendin dus. We waren ex-collega’s bij Robeco, en we mailden elkaar iedere nacht. Vele A4tjes lang, besloegen die emails. Onze totale ziel en zaligheid zat erin. Ik denk niet dat er in 1999 iemand meer wist van mij dan zij, en vice versa.

Stiekem was ik natuurlijk een beetje verliefd op haar. Ze was pakweg 10 jaar ouder dan ik, ik was 29, en ik bewonderde de vrouw van de wereld, de bloedmooie vrouw die alles al had meegemaakt, van een ellendige jeugd in pleeggezinnen in Australie, haar annorexiaperiode in een tijd dat ze samenwoonde met een rijke vent in Amsterdam toen ze 14 was, en haar toenmalige huidige geluk dat ze vond in tassen van Yves Saint Laurent, parfum van Coco Channel en het spelen van de game Civilization II.
Ze schreef hoe ze weleens alleenstaande mannen verrastte door louter gekleed in een lakrode regenjas met niets eronder, bij zo’n man aan te bellen.
“Maar jij hebt een vrouw toch?” schreef ze er dan achteraan.
Godverdomme, ja, inderdaad.
En ik ben een trouw type. Dus ik deed niets. Ik mailde. Ik mailde braaf het verloop van mijn eigen leven.

Hele nachten lang, tot 5 uur ‘s ochtends, waarbij ik dan een liter vodka dronk, want daarover had ik gelezen dat ze het de volgende dag op je werk niet konden ruiken.
“Maak je geen illusies, snoes”, schreef de femme fatale, “jij rook altijd naar drank. Geeft niet hoor. Ik hou daar wel van.”

Anyway, om een lang verhaal kort te maken: op een dag schreef de Femme Fatale dat ze vandaag even ‘een Iglootje’ deed. Zonder verdere toelichting.
Dat was haar mail, die normaal nog een paar honderd zinnen doorging.

Nu niet dus.
Iglo was in die tijd nog een groot merk in diepvriesprodukten. Onbetwiste marktleider. Zei je diepvriesprodukt, dan zei je Iglo. Pizza? Iglo. Spinazie? Iglo. Geen tijd, en iets snels? Iglo.

Ik snapte ‘m.

Ze had het druk. Waarschijnlijk met alleenstaande mannen verrassen. Haar eigen echtgenoot sloeg haar, dus wie was ik om te oordelen.
Ik moest eigenlijk blij voor haar zijn, besefte ik, met haar Iglootje. Ze was aan het leven.
Ik zal destijds waarschijnlijk nog een teug van mijn vodka hebben genomen, en gemompeld hebben: ‘snol’.
Erg blij was ik in ieder geval niet met de Iglootjes, destijds, dat weet ik nog.

Sorry dus.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s