Hinderlaag

Anderhalve maand geleden kreeg ik een mail van het detacheringsbedrijf waar ik voor werk. Het was geen dwingende mail. Of eigenlijk toch wel. Er zou een weekend worden georganiseerd voor onze nieuwe businessunit, die bestond uit een fusie van 4 oude, waarin we werden uitgenodigd om handen en voeten te geven aan ons transformatieproces.
“Het wordt heel gaaf!” schreef ons opperhoofd, “De codenaam van deze bijeenkomst is ‘PUSUHIM’. Het zou me enorm teleurstellen als je er niet bij bent.”

“Ja, kut”, zei ik tegen L., “ik moet zonder vergoeding een vrij weekend opofferen om samen te zijn met collega’s, en we moeten nog werk gaan verrichten ook.”
“Denk je dat je gaat?” vroeg L.
“Alleen als het in een kasteel is”, zei ik.

Een week later kwam de vervolgmail van ons opperhoofd: “De PUSUHIM-bijeenkomst zal plaatsvinden in kasteel Spelderholt te Beekbergen.”
Ik klikte op ‘aanmelden’.
Daarna probeerde ik te googlen wat PUSUHIM betekende. Het was zoiets als ‘hinderlaag’ in het Japans.
“Ja, kut”, zei ik tegen L., “ik ben de lul.”
“Wat?”
“Ik moet volgende maand zonder vergoeding een vrij weekend opofferen om samen te zijn met collega’s, en we moeten nog werk gaan verrichten ook.”
“Dat wordt vast heel leuk”, zei L.
“Ongetwijfeld”, zei ik.

Dit weekend was het zover.
Vrijdagmiddag ging ik met de trein naar Apeldoorn, waarna ik bus 91 nam richting Beekbergen. Vanaf bushalte de Smittenberg moest ik volgens 9292.nl nog 19 minuten lopen.
Het miezerde. Er was in de verste verte geen kasteel te zien.
Ik twijfelde. Aan de overkant ging over 5 minuten een bus 91 terug naar Apeldoorn.
Er stopte een auto.
Het was een meisje in een rode Mitsubishi. Ik herkende haar vaag.
“wil je meerijden”, vroeg ze
Huh? dacht ik
“Ik herkende je van de fabriekssluiting toen we samen in Vianen zaten”, verduidelijkte ze.
Het was een collega.
“Moet je ook naar kasteel Spelderholt”?”
“Nee, ik ga vissen, wat denk je zelf?” overwoog ik als antwoord, maar liet die gedachte snel varen en stapte in.

Samen met Bianca/Sophie/Geraldine, geen flauw idee hoe ze ook alweer heette, liep ik kasteel Spelderholt binnen waar we werden ontvangen door een stelletje debielen.
Letterlijk.
Het was een project, “je kent ons misschien wel van ‘Down met Johnny’, vertelde de manager van het kasteel, “wij werken hier met geestelijk gehandicapten.”
“Wat goed”, zei ik, terwijl naast ons een down-meisje met mijn jas in een oneindige loop was beland, omdat de kapstok vol was, en hij er niet meer bijpaste. Ze bleef maar om de kapstok heen drentelen.
“Leg hem anders maar op de grond”, zei ik.
“Dat is zonde”, zei het down-meisje, “het is een mooie jas, wilt u hem niet liever aanhouden?”
“Goed idee”, zei ik, en trok mijn jas weer aan. Toen het down-meisje wegliep, moffelde ik hem weg op de grond onder de andere jassen.
Nadat ik daarmee klaar was en opkeek, staarde ik recht in de snufferd van datzelfde meisje.
“Champagne?” vroeg ze.
“Wat een ontzettend goed idee”, zei ik.

Het was een zwaar weekend.
Mijn IT-collega’s waren voorspelbaar als altijd, en enkel geinteresseerd in wat voor lease-auto je uit het aanbodpalet had gekozen, en wat er te eten zou zijn.
Een buffet. Het is altijd een buffet. En altijd met veel vlees, wat groente voor het idee, en verder friet.
Zo ook nu.
Tevreden schepten mijn collega’s tot 5 maal toe hun borden vol. Ze dronken er cola bij.
Ze wilden fris blijven, want straks kwam er nog een avondlezing van een bedrijfseconomist met guru-status.

Ikzelf zat inmiddels stevig aan de rode wijn, die niet slecht was, en het downmeisje vulde me telkens gretig bij. Ik stelde mijn collega’s diepe levensvragen. Die neiging heb ik als ik drink. Die neiging heb ik altijd.

“Vind jij je werk nou echt leuk?” vroeg ik aan mijn buurman.
Hij antwoordde niet. En ook weer wel. Op de geijkte manier. “Ik zit bij Tennet en doe business-analyse, en ze hebben daar de scrum-methodiek op correcte wijze geimplementeerd, en verder hebben ze een goeie kantine, vooral de broodjes kip zijn lekker, en ik rij een Audi (hoop getallen, letters en overige specificaties erachteraan), en wat rij jij?”
“Een grote gele met chauffeur”, zei ik.
“Geel? Geel is niet goed voor je inruil, hoor! Daar vind je niemand voor. Ik zeg altijd maar zo: grijs. Met grijs..”
“De trein”, zei ik, “ik ben met de trein.”
“Je hebt geen lease!? Je gaat met de trein!?”
Ik lachte om zijn verbouwereerde gezicht.
“Nee, ja”, zei ik. En lachte nogmaals. Daarna herhaalde ik mijn vraag.
Mijn buurman antwoordde niet. Hij stortte zich op zijn kipkluifjes. En zijn frieten die hij tot het laatst had bewaard.

De lezing van de guru was vrij obligaat. Met een hoop vergelijkingen die iedere guru-ganger al duizend keer heeft gehoord. Zo liet hij een filmpje van een jazz-orkest zien, en vertelde hoe iedereen kon excelleren in zijn eigen rol, als de rest de soldide basis vormde.
Het publiek gaapte. Een enkeling liet een cola-boertje vliegen.
Ikzelf verheugde me op een verse rode wijn van het downmeisje.
Op een gegeven ogenblik riep de guru op tot herkenning van creativiteit.
“Zoals ze bij Google zeggen”, begon hij, waarop iedereen zijn oren spitste, “creativiteit is een product.”
Hij liet hem even inzinken.
“en dan niet alleen een product in de zin van een verkoopbare eenheid, maar vooral in de zin van wiskunde. Het is een vermenigvuldiging. Om creatieve personen te herkennen moet je volgens Google letten op 2 zaken.
Hij liet weer een stilte vallen.
Ja wat dan, wat dan, smachtte het publiek.
“Ten eerste: Stelt iemand diepe vragen. En dan bedoel ik echt diep. Vragen die gaan over het Leven.”
Ok.
“En ten tweede: Lacht iemand veel.”

Ik dacht: ik kan naar huis, ik ben klaar. Ik wenkte het downmeisje voor nog een rode wijn.
Van de rest van de avond weet ik weinig meer. Behalve dat ik op een gegeven moment nog piano heb gespeeld, wat ik vrij slecht kan, maar goed genoeg om niet totaal voor lul te staan, en verder dat ik aan een grote ronde statafel allemaal vrienden heb gemaakt, die ik me de volgende dag niet herinnerde. En dat ik nog meer diepe vragen heb gesteld en enorm heb gelachen om de antwoorden van mijn collega’s.
Wat ben ik toch creatief, dacht ik vergenoegd toen ik als 1 van de allerlaatsten in het allerlaatste taxibusje naar ons hotel stapte.

In het hotel moest ik slapen op een kamer met ‘mijn slapie’, zoals mijn unitmanager het eufimistisch had genoemd.
In een tweepersoonsbed met een collega.
Een man.
Een man van 2 meter lang met rugharen die groter en langer waren dan tarantula’s.
Zo zei mijn unitmanager het niet, maar zo stelde ik het me wel voor.
Maar ik had gedronken, ik was dapper, wat kon mij het schelen. Vol goede moed stapte ik de hotelkamer binnen. Daar stond het tweepersoonsbed.
Boven het dekbed piepte een bril uit, waarachter twee doodangstige oogjes, die zichtbaar daarvoor net in slaap waren geweest.
“Jij bent Stefan?” vroeg ik, want zo heette mijn slapie, had ik van mijn unitmanager begrepen.
“En jij bent Sven?” vroeg ie.
“Ja joh”, zei ik, “geen zorgen, “ik pak een pils uit mijn rugzak en ga gewoon even in het trappenhuis zitten roken enzo.”
Ik gaf hem een joviale knipoog.
“o.. ok-k-kay”, stotterde Stefan.
Ik was blij dat ik niet had gezegd: “Maak je geen zorgen, ik ga je niet in je hol naaien ofzo.”
Totaal onder controle, deze situatie, besefte ik, dat kwam natuurlijk doordat ik zo creatief was.

De volgende ochtend werd ik wakker.
Maar daarover een andere keer.
Nog 1 vraagje. Een diepe levensvraag. Het gaat over zo’n ding dat in iedere betere hotelkamer staat. En het zal vast onmisbaar zijn om in het Leven te kunnen functioneren, maar ik weet tot op de dag van vandaag niet waar het toe dient.

Ding

 

Iemand?

Advertisements

2 thoughts on “Hinderlaag

    • Ah, het is voor je koffer, en/of je bagage! Ik kan me niet voorstellen dat iemand het ooit gebruikt. Maar ja, dat dacht ik wel van meer dingen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s