I’ll be back

Yo,

De afgelopen 2 jaar zijn me niet in de kouwe kleren gaan zitten. Sterker nog, ze hebben me bijna genekt.
Het doet er niet toe. Ik heb vakantie. Eindelijk. 4 weken vrij. 4 weken mezelf. Sinds ik vrij ben heb ik een hoop ruzie gemaakt, maar dat is altijd in het begin. Het is een reactie. Een slechte reactie. Ik weet niet waar die vandaan komt. Of eigenlijk weet ik het wel, maar het voert te ver om dat uit te leggen.
Hou ‘t maar gewoon even op drank, dat is het gemakkelijkst.

Toch is dat niet waar. Het zit ‘m meer in ongebrip. Frustratie zo je wilt. Ik snap veel dingen niet, en begrijp voor geen meter waarom iedereen ze laat gebeuren.

Maar vergeet dat. Het doet er niet toe. Het is vakantie.
“Vous etes tranquille”, zegt de campingbaas altijd, als ie ons wijn bijschenkt.
“Oui”, antwoord ik dan, “nous sommes tranquille.”

Rust.
Belangrijk.

Ik fiets, ik lees, ik zwem, ik kano een record door de gorge, ik kets een belangrijke bal weg tijdens het jeu de boules-tournooi, ik vermaak me wel.

Dus maak je geen zorgen.
Laat die aan mij.
Sowieso, volgende maand spring ik er weer om.

Zou ik kunnen zeggen. En het is nog waar ook. Maar ook weer niet.
Fuck it. 44. Bijna op de helft.
En de helft is kort. Veel te kort. Niks aan de hand hoor, maar bij de helft ga je denken.

Sommigen nemen een jongere vrouw, anderen een moter.
Ik, ik ga op vakantie.
Want dat vind ik leuk.

Advertisements

Donderdagavond, een momentopname

Comrads,

Het is donderdag. Morgen is het vrijdag, en ben ik zoals het de naam betaamt, vrij. En het weekend erbij. Net zoals iedere week.
3 dagen vrij om te doen en te laten wat ik wil. 3 dagen om weer uit de toneelrol te stappen die de arbeid van mij verlangt, en opnieuw mezelf te worden.

Het werkt niet meer. Ik kan het niet langer, het is te zwaar, het offer te groot.

Denk ik elke donderdagavond. Na een paar pils.

De pils doet goed. Veel te goed. De pils brengt te veel goede herinneringen naar boven aan vroeger, toen de tijdgeest het nog toestond dat je doordeweek enigszins naar drank riekend om half 8 op kantoor verscheen.
Dat je zelfs werd toegejuicht omdat je invulling gaf aan het destijds hooggewaarde gezegde “‘s Avonds een vent, ‘s ochtends..”, etc.

Ik durf het niet meer. Ik durf niet meer te drinken als ik de volgende dag moet werken. Ik durf het niet meer omdat ik 2 jaar geleden 1 keertje op mijn vingers ben getikt door mijn toenmalige leidinggevende.
Overigens van een heel ander bedrijf dan waar ik nu zit.

Ik kan niet spelen met een gele kaart. Ook al is ie verjaard. Ik ben bang. Sindsdien. Chronisch, structureel, permanent.
Voor alles.
Stukjes op zondagavond zitten er niet meer in, sorry, maar dat terzijde.

Ik ben te bang.
Behalve op donderdagavond. Als ik na 4 avonden zonder drank, ongestoord een enorme batterij blikken mag opentrekken.

Die helpen.
Wat op donderdagavond ook helpt is dat ik dan inmiddels een dusdanig slaaptekort (zonder fust geen nachtrust) heb opgebouwd (echt, ik vat de slaap zondagnacht nooit, en op de overige pre-werkdagen hooguit 3 uurtjes), dat ze er op z’n stevigst inhakken.

Kortom, ik voel me nu goed. Ik durf iets te schrijven.

Het enige nadeel is dat ik op dit moment geen hersencel meer over heb, die nog goed genoeg functioneert om iets intelligents in te tikken.

Dus dan weten jullie een beetje hoe het zit.

Ciao en tot snel.