Veenhuizen (1)

Veenhuizen toegang

Vorige week heb ik voor het eerst in mijn leven een midweek in een schrijvershuis mogen zitten. Over wat ik er dan precies geschreven heb ga ik niet te veel zeggen. Maar los daarvan heb ik in de nachtelijke uren een soort van logboekje bijgehouden over mijn/ons verblijf in de villa, die in zijn geheel tot onze beschikking stond.

Pastorie voor

Vandaag deel 1 in dezen. De maandag en de dinsdag.

Maandag 27 mei 2013 23.57

Vanmiddag, toen L. en ik bij de voordeur een terrasje hadden geimproviseerd van de schaarse meubelen die de voormalige pastorie biedt, vloog er een hommel naar binnen.
“We moeten de deuren dicht houden”, zei L.
“Te laat”, zei ik en liep terug het kapitale pand in.
De achtervolging was kansloos. Waarschijnlijk was ie naar de zolder gevlogen, 2 verdiepingen hoger, of erger nog, de vliering daarvan.
Of de kelder, dat kon ook.

Ik zit in een groot huis. Een heel groot huis. En dat is wennen voor een Amsterdammer. De keuken en de WC zitten nog om de hoek, maar voor de route naar de douche heb je bijna een landkaart nodig.
Googlemaps, hoor ik je zeggen. Forget it. Geen internet hier. Geen wifi, en zelfs 3G heeft er moeite mee.

Maar ik had het over de hommel. Hommels zijn mijn vrienden. Ze doen op zich niemand kwaad, van mij mocht ie ook gerust logeren. Een van de 8 leegstaande kamers betrekken en zijn ding doen. Wat doen hommels eigenlijk? Doen die ook iets met bloemetjes en honing? Of is dat louter en alleen voorbehouden aan bijen?.

Het lijkt mij in ieder geval niet dat hun voornaamste bezigheid is: 10 keer achter elkaar blind keihard tegen het raam aanvliegen, even uitpuffen, en dat dan nog 100 keer doen.

Want dat doet ie nu.

In een poging te ontdekken wat hommels nu eigenlijk van zinnens zijn in het leven, heb ik getracht het raam open te schuiven, zoals je dat doet in Amsterdam. Maar dat gaat niet. Alles zit hier strak dichtgekit.
Waarschijnlijk uit zelfbescherming. Veenhuizen bestaat voornamelijk uit gevangenissen. Altijd al zo geweest. Sterker nog, voor 1984 mocht je hier niet eens wonen als je niet werkzaam was in een justitiele inrichting. Of een inrichting tout court. Want gekken zaten hier ook.
Dolle boel.

De hommel is intussen voor de 10.000e keer met zijn kop tegen de achterruit gevlogen. Hij wil naar de rododendrons, ik snap ‘m wel.
Maar het zit er niet in, vriend. Verkeerde tijd, verkeerde plaats. En ik kan je niet helpen.

De Rode Pannen

Bitter en Zoet

Dinsdag 28 mei 21.59

Het mooiste aan Veenhuizen vind ik de totaalademing van de goeie ouderwetse overheid.
Ik realiseer me dat in het huidige tijdsgewricht de gezaghebbende overheid een hoop aan populariteit heeft ingeboet. Iedereen lijkt zich bij de minste geringste publieke onderneming achter de oren te krabbelen en te denken: “moet ik daar nu werkelijk belastinggeld voor betalen?”
Ergens snap ik dat (de perikelen rond de invoering van de OV-chipkaart, het gedonder met de Fyra, het plaatsen van nutteloze rotondes, etc)
En toch. Toch word ik enorm gelukkig als ik hier in Veenhuizen de grandeur zie van de gebouwen die bijna Oostblok-achtig in het gelid staan. Als op een kazerne. In robuuste zwarte letters binnen eerlijke witte rechthoeken prijken namen als “Levenslust”, “Bitter en Zoet” en “Kennis en Macht”.
Dit alles ten midden van een overdaad aan groen, zodat de plaatselijke gedetineerden ook wat hebben te doen.

Gevangenisbus

Bushokje

De bushokjes zijn hier nog van graniet in plaats van plexiglas, en de eiken lijken zo oud als de geschiedenis. De straten zijn breed en leeg, de horeca beperkt, maar stijlvol, het voelt alsof je bijna een eeuw bent teruggeworpen. Wim Sonneveld zou hier met zijn aanklacht tegen de moderne tijd, “Tuinpad van mijn vader”, vierkant worden uitgelachen.
Kortom, Veenhuizen is het Mekka voor nostalgici zoals ik.

Ik zit zelf in de voormalige pastorie. Vlak naast de Rooms Katholieke kerk. Het is de bedoeling dat ik hier enorm ga schrijven. Het is namelijk inmiddels een schrijvershuis. En dankzij Esther D., de schrijfster die hier eigenlijk deze maand zit, maar hier niet altijd kan zijn, mag ik gratis een midweek bivakkeren.
Waarvoor enorm veel dank Esther, je weet niet half hoe gelukkig je me hiermee maakt.
Maar goed, schrijven dus.

Schrijven is een raar vak. Je kunt het niet plannen. Ik althans niet. Ik kan wel braaf een paar uur lang gaan zitten achter een laptop, en wat letters intikken, maar of ik ze goed genoeg vind om te laten staan is een tweede.
Soms wel, voor stukjes althans, of voor dagboek desnoods, maar vaak ook niet.
Van een roman is het in ieder geval totnutoe nooit gekomen.

Ik weet niet waar dat aan ligt. Misschien omdat ik het nooit belangrijk genoeg vind. Wat ik te melden heb, bedoel ik. Of wellicht vanwege wat Marsman ooit schreef in 1 van zijn ‘Drie autobiografische stukken’: Om ‘Naamloos en ongekend’ te blijven. Voor hem destijds een ideaal, maar onomkeerbaar gepasseerd station. Hij had er spijt van dat ie uberhaupt iets had gepubliceerd. “Ik had vrij kunnen zijn, een stil en opmerkelijk vreemdeling, naamloos en ongekend’, ik had los kunnen zijn van mijn verleden, onversteend, vloeiend. Ik had mezelf kunnen zijn.”

Terwijl ik deze letters intik, komt er buiten een kat op de vensterbank staan. Een zwart-wit-gevlekte. Ze mauwt.
Ik mauw terug.
Ze mauwt opnieuw, ter bevestiging van het contact.
Ik zeg: “ik kom zo”, en loop snel naar de keuken om een schoteltje melk klaar te maken. Deze onbekende kat wil ik graag aan me binden voor de midweek, want dit is een teken.

Ik denk aan gisteren. Toen ik voor het eerst de laptop openklapte om te gaan schrijven in de pastorie. Ik zat in de keuken en wist niks om in te tikken. Ik dacht aan Zorg/Philippe Dijan, de schrijver van Betty Blue (38.2 dans le matin). Die schreef ook alleen maar dagboek. Totdat ie Betty (briljant gespeeld door Beatrice Dalle, inmiddels gevallen actrice en vooral bekend vanwege haar kleptomanische neigingen) ontmoette.
Wat volgt is een heftige romance die een boek/film opleverde die alle bezoekersrecords onder studenten verpulverde (langstdraaiende film in Kriterion ooit; meer dan 100 weken geloof ik).
De film eindigt met Zorg die in de keuken zit boven een wit vel papier.
Er komt een kat voor het raam staan.
Die haalt ie aan.
Daarna schrijft ie het boek.

Dat vond ik mooi.

De kat heeft haar melk niet opgedronken. Maar ze zit er nog wel. Ze gluurt om de hoek.
Wordt vervolgd.

Keuken

Advertisements

2 thoughts on “Veenhuizen (1)

  1. Pingback: Veenhuizen (2/Slot) | Plukdenacht

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s