Helden

Sorry lieve lezers, dat ik een tijdje niet heb geschreven. Maar mijn hoofd stond er niet naar. Vlak na de mooie dag op de tjalk is een goeie vriend van mij dodelijk verongelukt. 41 jaren jong.
Ik ben er kapot van.
Graag zou ik nu een mooi requiem voor hem schrijven, maar ik kan nog steeds de woorden niet vinden die hij verdient. Daarvoor is het allemaal nog te vers.
En onwerkelijk vooral.

Enfin. Iets geheel anders dan maar. Uit mijn actuele leven geplukt.
Samen met een andere goede vriend, B., ben ik gisteren naar het Dasmag-literatuur-festival geweest. Dasmag staat voor Das Magazin, een literatuurtijdschrift, waarvan de redactie regelmatig intieme bijeenkomsten organiseert tussen een schrijver en een stuk of 20 lezers van zijn/haar recentste boek. Dit vindt doorgaans plaats in een afgescheiden gedeelte van een cafe, waarbij het idee is dat je de desbetreffende schrijver alles kunt vragen wat je wilt weten.
Het grote verschil met een doorsnee literair avondje met een schrijver in een willekeurige bibliotheek/boekhandel/evenementencentrum is die intieme setting. De schrijver zit niet als een halfgod op een podium met een slijmerige interviewer aan zijn zijde, maar gewoon op een stoeltje in de kring van lezers. Er wordt een voorstelrondje gedaan, en vervolgens is het vragen en babbelen maar, met een hoop drank en gezelligheid.

Zelf heb ik pakweg een half jaar geleden zo’n avondje meegemaakt in het bovengedeelte van cafe Cox met 1 van mijn favoriete hedendaagse Nederlandse schrijvers, Alex Boogers.
Vantevoren had ik zo’n 23 vragen verzonnen, en verdomd, ik heb ze allemaal kunnen stellen. En hij heeft ze nog allemaal beantwoord op de koop toe. Bovendien heeft ie na afloop zijn complete oeuvre voor me gesigneerd, en in de eerste die ik ooit van ‘m kocht, ‘Het sterkste meisje van de wereld’ een paginalange toevoeging geschreven achter de standaardopening “Voor Sven, die…”
Het was geweldig.

Het Dasmag-festival van gisteren was iets uitgebreider van opzet. Namelijk dat soort avondjes x 30 (schrijvers/locaties). Met een aansluitende gemeenschappelijke afterparty in de Melkweg.

Er was ook een hoofdgast van het festival. Namelijk de Vlaamse schrijver Herman Brusselmans.
Herman Brusselmans. Welke jongen van mijn generatie is er niet volwassen mee geworden, zou ik bijna zeggen. Het eerste boek dat ik ooit van ‘m las (“Heden ben ik nuchter”) kreeg ik van eerdergenoemde (studie)vriend B. Dezelfde jongen die mij bekend maakte met het werk van Charles Bukowski en Hunter S. Thompson. Een jongen met een goeie smaak kortom, en na die eerste Brusselmans was ik direct verkocht. Ik kocht jarenlang elk boek dat van ‘m uitkwam en op een gegeven ogenblik was het zelfs zo erg dat ik net als Brusselmans het liefste Jupilerbier dronk en enkel nog maar sigaretten rookte van het merk L&M.
In die jaren kon je me gerust een groupie noemen. Ik weet niet of vriend B. zichzelf zo kwalificeerde, maar feit is wel dat er op B.’s studentenkamer een enorme foto van de man op de schouw stond, en dat hij ooit is afgetogen naar Gent om Herman uitgebreid aan een persoonlijk interview te onderwerpen.

Dus toen ik een paar maanden geleden de aankondiging zag voor het Dasmag-festival, met HB als hoofdgast, dacht ik direct: Vriend B. mailen.

En meteen erachteraan dacht ik: of toch maar niet? Want, en dat gebiedt de eerlijkheid te zeggen, vriend B. en ik waren ons op een gegeven moment, na het zoveelste boek van Brusselmans, achter de oren gaan krabbelen. De boeken uit zijn Brusselse periode waren geweldig geweest, de Ex-trilogie ook niet slecht, en toegegeven, de Guggenheimerboeken ergens nog wel geinig, maar veel van wat daarna kwam was te flauw voor woorden. Zijn boeken leken steeds onoperechter (voorheen een van zijn sterkste punten), gemakzuchtiger en ongeinspireerder te lijken.
We kochten ze ook niet meer. Laat staan dat we ze nog lazen.
En we waren niet de enigen. Ik hoorde het meer bij generatiegenoten. Toen dichter E.T. uit Eindhoven bij mij logeerde en mijn boekenkast bekeek, zag ie de halve meter Brusselmansen. Met zijn wijsvinger ging ie langs de ruggen.
“Ah”, zei ie, “je bent op precies hetzelfde moment gestopt als ik. Toen Brusselmans is gekapt met drinken.”

Toch deed ik het mailtje naar vriend B. de deur uit. Ik ben gek op nostalgie. En los daarvan, zijn boeken mogen dan misschien tegenwoordig kut zijn, Herman Brusselmans is in het openbaar nog altijd ontegenzeggelijk geestig.

En vriend B. wilde for ol’ time sake wel mee. Dus kregen we een maand geleden de nieuwste Brusselmans (“Mogelijke memoires”) thuisgezonden.
Het boek had een flink aantal sterren in de boekenbijlage van het Parool gekregen, dus ik had goede hoop dat HB zich herpakt had.
Het bleek niet het geval.
350 pagina’s, waarvan verspreid zo’n 60 sterk, en de resterende 290 om heel erg snel over te slaan en zo snel mogelijk te vergeten, wegens zouteloze onzinnigheid, die te gemakzuchtig was om grappig te worden.

Een week geleden kregen we van de redactie van Dasmag een mailtje om een vraag door te sturen voor HB. Omdat HB de hoofdgast was, zouden er in de zaal niet 20, doch welliefst zo’n 100 mensen zitten. De beste ingezonden vragen zouden worden geselecteerd.

“Weet jij een goeie vraag?”mailde B., en erachteraan schreef ie “Zou de vraag ‘waarom schrijf je tegenwoordig zulke matige boeken?’ geschikt zijn? ;-)”.

Nee, natuurlijk was dat geen geschikte vraag. Dat snapten we allebei.
En toch heb ik hem met mijn dronken kop gemaild. Niet in die directe bewoordingen, maar in verkapte vorm. Ik mailde naar Dasmag de volgende vraag aan HB: “Zou je er, literair gezien, niet beter aan doen om weer te gaan drinken?”

Pure projectie uiteraard. Maar dat terzijde. Ik dacht: die vraag wordt toch niet geselecteerd.

Gisteren zat ik met B. in een volle bovenzaal van de Melkweg. Op het podium zat Herman Brusselmans. Met een slijmerige interviewer aan zijn zijde.
Er was gekozen voor een Zomergastenachtige opzet. Herman Brusselmans had fragmenten uitgekozen en die werden op een scherm vertoond. Aan de hand van de fragmenten voerde de interviewer het gesprek. Tussendoor was er afentoe tijd voor een geselecteerde vraag uit het publiek, die min of meer verband hield met het vertoonde fragment.

Voorbij kwamen o.a. fragmenten van Gerard Reve bij Adriaan van Dis (HB is erg beinvloed door Gerard Reve, en gebruikt bijvoorbeeld nog altijd consequent het woord ‘weder’ in plaats van ‘weer’) en Hans Teeuwen (over dat ie de koningin in haar reet neukt – HB heeft het niet zo op koningshuizen).
De geselecteerde vragen uit het publiek waren schaars.
Toch kreeg plotseling vriend B. een microfoon in zijn klauwen gedouwd. Zijn vraag was geselecteerd, en het was de bedoeling dat ie dan persoonlijk zou stellen. B. had een vraag ingezonden over de oorzaak van de angsten van HB. En iets van dat dat ‘het leven zelf’ is natuurlijk, maar waarom die angst bij HB zo groot was dat ze alleen met behulp van pillen te bedwingen waren.
Het was een beschaafde vraag. Waarop een beschaafd antwoord volgde.

Ik zat ‘m ondertussen te knijpen. Ik realiseerde me ineens dat ik ook wel eens een microfoon in mijn poten geduwd zou kunnen krijgen.
The horror.

In de pauze bestelde ik een dubbele pils.

Na de pauze werd er een fragment vertoond van Bukowski. Waarin ie tijdens de opnames van de film ‘Barfly’ eventjes enorm agressief doet tegen zijn vrouw. Voor HB was Bukowski daarmee van zijn voetstuk gevallen.
“Zo zie je maar weer wat drank kan doen”, zei HB.
“Precies”, zei de presentator, “en dan komt er nu weer een geselecteerde vraag uit het publiek. Sven A., waar zit je?”
Godverdomme, dacht ik, op een ongelukkiger moment kan dit niet gebeuren.
Toch moest ik ‘m stellen. Die op dat ogenblik zwaar misplaatste, enigszins achterhaalde kutvraag.
Ik accepteerde de microfoon van de blonde Dasmag-assistente die 4 tribunerijen naar boven was gesneld, en zei in het ding tegen de presentator: “Ja fuck, ik snap waarom je nu mijn vraag wilt horen, qua fragment, maar hij is daarmee eigenlijk al beantwoord, dus laat ik ‘m reframen.”
Zowel de presentator als HB fronsten hun wenkbrauwen. En het aanwezige publiek waarschijnlijk ook.
Ik stelde mijn oorspronkelijke vraag: “Zou je er, literair gezien, niet beter aan doen om weer te gaan drinken?” en zei er achteraan: “wat ik bedoel, ik lees je al vanaf het begin af aan, en het valt me op dat je in je vroegere boeken 80% oprecht bent, en 20% onzin verkoopt, maar dat dat sinds je bent gestopt met drinken andersom is.”

Er viel voor een kort moment een ongemakkelijke stilte.

“Dat ben ik niet met je eens”, zei HB vervolgens, “weet jij wanneer ik ben gestopt met drinken?”
“Dat weet iedereen”, antwoordde ik, “dat is sinds 1992, toen je moeder is overleden.”
Fuck dacht ik, dit is niet de bedoeling, ik wil niet dat HB zich ongemakkelijk gaat voelen, niet door mij.
Daarvoor vind ik hem te aardig.
Gelukkig heb ik daarna mijn bek gehouden.
En HB lulde er zich goddank min of meer uit.

Na afloop stond ik buiten te roken.
Er kwamen een paar jongere jongens naast me staan.
Ook rokers.
“Goed dat je die vraag stelde”, zei er eentje tegen me.
“Vind je?” vroeg ik.
“Ja man, je was de enige met een kritische vraag, man. Dat had ik meer willen horen.”
“Ja?”
“Ja man, die interviewer, wat een slijmgast was dat, man!
“Ken je het werk van HB goed?” vroeg ik.
“Niet zo, maar een beetje, ik heb er wel 2 of 3 gelezen ofzo, man.”

Ik weet niet wat er toen precies gebeurde. Maar het komt er op neer dat ik enorm spijt had van mijn kritische vraag.
Ik moest denken aan het einde van het interview.
Herman Brusselmans had het daarin over levensdrang. Die was bij hem, ondanks zijn impotentie (oprechtheid!) en verzwakte longen enorm. Sterker nog, hij verklaarde dat als hij moest kiezen tussen in alle gezondheid op je 60e sterven, of op je 90e na 20 jaar ellendig ziekbed de pijp uitgaan, zou opteren voor het laatste. En nooit, hij herhaalde nooit, zou hij zelfmoord plegen.
Zelfmoord vond ie iets voor de jeugd. Hij nam het ze allemaal wel kwalijk, o.a. die hele club van 27 (Amy, Kurt, Jim, Jimi en Janis et al), want zo zonde, maar hij begreep het op zich wel. Dat als je jong bent en je voelt jezelf kut en je ziet een touw, dat je dan denkt: laat ik daar mijn kop insteken. “Ik hang mezelf op, en dan zien we daarna wel weer verder.”

Briljante oneliner. Raker en poetischer kun je de puberteit niet verwoorden.

Niks gevallen held.

Gewoon nog: Held.

Advertisements

One thought on “Helden

  1. Hè, fijn… Eindelijk weer eens een blogje… en gecondoleerd met je vriend.
    Ik heb van Brusselmans alleen de Guggenheimer-boeken gelezen, waar ik doorlopend om moest gniffelen. Wel jammer voor hem dat ie impotent is, maar gelukkig heeft ie z’n neus nog.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s