Dilemma

Ik zit met een dilemma. En wel het volgende: De vader van een oude studievriend is overleden, dinsdag is de begrafenis en de vraag is: Wel of niet gaan?
De omstandigheden zijn lastig, want ik zit net in een nieuwe detacheringsopdracht bij Rabobank International, en dinsdag is het de eerste werkdag van de maand, en laat dat nou net de allerdrukste werkdag wezen (vanwege de maandafsluitingen). Ik ga kortom geen punten scoren als ik juist op die dag verstek laat gaan. Aan de andere kant: Een begrafenis is een begrafenis, en die kun je nu eenmaal niet weken vantevoren inplannen.

De begrafenis van de vader (82) van een oude studievriend. Is het een goede vriend? zul je waarschijnlijk willen weten, om meer inzicht te krijgen in het dilemma.
Welnu, ik heb hem al een paar jaar niet meer gesproken, laat staan gezien.
Ik hoor jullie nu op het rode knopje drukken om een zoemer te laten weerklinken: “Phèèp”: Niet gaan.

Ja, ho, wacht even. Tijd zegt niets over vriendschap. Althans niet de hoeveelheid, of hoe lang het geleden is. Wel de inhoud. Wàt je met elkaar heb meegemaakt. Dat is in dit geval best veel. Zoals dat gaat in een studietijd, de vormendste periode uit een gemiddeld hoger opgeleid leven. Vriend W., die zo rechts was als de pokken, lid van het Amsterdams Studenten Corps, jongste zoontje van een neuroloog met tweede, derde en vierde huizen in heel Europa, bezorgde mij mijn eerste baantje in Amsterdam. Bij de Albert Heijn Overtoom, waar ie zelf ook op dinsdag- en donderdagavond vakken vulde. We stonden beiden in pad 1, het visitekaartje van de supermartk. Hij deed graag de koffie, want die was datumgevoelig en moest je ‘op code’ zetten (de nieuwe achter de oude). Verantwoordelijk werk. “Begin jij maar met de blikgroenten” (die had je toen nog), zei ie, “daar kun je weinig verkeerd aan doen.”
Nadat ik die had gedaan monsterde hij de schappen en zei: “Puik werk, volgens mij ben jij toe aan een stapje hoger”, en hij schoof de dolly (karretje vol kartonnen dozen) met Inex (gepasteuriseerde, zeer smerige, maar behoorlijk lang houdbare melk) naar me door.
Een week later was ik zover dat ik van hem het banket mocht vullen. Gevulde koeken, Gangmakers en chocoladecake. “Zorg dat je er per ongeluk eentje open scheurt”, zei ie met een knipoog, “verloren goederen mogen we namelijk in de pauze bij de koffie.”
Hij was een van de pakweg 100 fatherfigures uit die periode in mijn leven, vriend W. Ik was een domme Tielse boer, die weliswaar niet schroomde om af en toe zijn bek open te trekken, maar die ondertussen verdomd weinig kennis van zaken had.
Vriend W. had overal verstand van. Politiek, klassieke muziek en, heel imponerend, Amsterdamse geografie. In de weken nadat W. zijn kamer in het door zijn ouders gesponsorde pand in Oud-Zuid had betrokken, was hij met een plattegrond op zijn fiets gestapt en had alle straten verkend en, belangrijker nog, uit zijn hoofd geleerd. Met de tram- en buslijnen plus postcodes erbij.
Inderdaad, een autist. Maar niettemin verdomd handig, in die tijd van voor ov9292.nl. En opgelicht worden in een taxi was er ook niet bij als vriend W. voorin zat. Eigenlijk was dat zijn droomberoep, taxichauffeur. Maar dat kon niet. Het was in zijn familie traditie om voor je 25e minimaal 1 ton per jaar te verdienen. Dus is hij de verzekeringswereld ingegaan. Waar dat hem met zijn cum laude econometrie en wiskunde is gelukt.
En daar zit hij nog steeds.

3 kinderen, een huisarts als vrouw, zijn leven is geslaagd.
Maar nu is zijn vader dood.
Dat is heftig. Of althans een belangrijk punt in het leven van een man. Zo voelde het tenminste voor mij.
Want okay, je hoeft in 1 keer niet meer aan allerlei verwachtingen te voldoen, maar aan wat dan wel?
Lastig.
Als je vader dood is voel je je pas echt aan je eigen pootjes overgeleverd. Dan is er niemand meer om de schuld aan te geven. Dan ben je het zelf. Je eigen vader. Dat is niet altijd prettig. En soms is het ronduit kut.

Maar laat ik niet te diep ingaan op mijn eigen issues.
Vriend W., daar gaat het om. Hij was er wel, op de begrafenis van mijn vader. En daar was ik blij mee. Nou is het sowieso een traditie binnen ons oude studentenvriendenclubje om zulks te doen. Al was het maar omdat je elkaar dan tenminste weer eens ziet. Ik bedoel, veel meer kansen zijn er niet. Het stadium van die andere verplichtende aanwezigheid, bruiloften, hebben we inmiddels wel zo’n beetje achter de rug.
Etentjes, hoor ik je denken. Ja, etentjes. Het is een optie. En natuurlijk zullen we elkaar dinsdag weer vertellen dat we dat binnenkort moeten doen.
Maar we doen het niet.
Begrafenissen. Van onze vaders. Dat is ons ding.
Geloof ik.

Vlak na de rouwkaart kreeg ik een mailtje van een andere oude studievriend. J.
Ook al jaren niet gezien, laat staan gesproken. Na 3 jaar stilzwijgen, schreef ie:
“Ha, hoe is het? Ga jij dinsdag? Ik ben van plan te gaan.”

Vriend J. Over vriend J. kan ik een boek, wat zeg ik? een trilogie schrijven.
Maar daarover een andere keer misschien meer.

Ondertussen zit ik nog steeds met dat dilemma. Ik heb die hele vader van W. misschien 1 keer in mijn leven gesproken, maar hoe meer ik drink, en dat mag ik nu, want het is Pasen, hoe meer ik denk: Ja. Ik ga.

Advertisements

2 thoughts on “Dilemma

  1. Hey Pluk. Het bijwonen van de plechtigheid zegt niets over de waarde van de vriendschap.
    Echter wel, het overbrengen van je medeleven aan je vriend ! Een welgemeende, schriftelijke boodschap is even zo, en zo niet meer, treffend dan het lijfelijk verschijnen op deze dag.
    Suc6 en Grz Mq

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s