Weeseilandje

Afgelopen maandag zat ik in een verscholen uithoekje van het overvolle ABNAMRO-kantoor aan de Foppingadreef twee werkstations gebruikersklaar te maken, met het plan om daar vervolgens mijn opvolger te gaan inwerken. Het is mijn favoriete plek in het gebouw: een onverlicht, weesachtig kantooreilandje dat op de 1 of andere manier nooit aan een specifieke afdeling is toegewezen.
Het ontbeert een werkende printer, het ontbeert een nabij gelegen toiletunit, maar het biedt daarentegen een functionerende koffieautomaat en bovenal een oase van rust.

Ik heb in het verleden twee jaar lang op het weeseilandje gebivakkeerd. Het was ideaal. Ik had 5 computers tot mijn beschikking. Ik werkte er op 2 tegelijk (terwijl op de ene bijvoorbeeld een conversiescript werd uitgevoerd, programmeerde ik op de andere alweer het volgende), en op een derde draaide ik afentoe een youtube filmpje en/of muziek. King of the world, was ik. En nuttig op de koop toe. Ik runde inmiddels in mijn eentje een applicatie voor 400 medewerkers, waar jaarlijks 70 miljoen euro in om ging. Nooit zijn er problemen mee geweest, wat een wonder is in de ICT. Alles ging al 6 jaar lang alleen maar goed, totdat mijn toenmalige toegewezen leidinggevende op een slechte dag ontdekte waar ik uithing, en me sommeerde om per direct te verkassen naar de kantoortuin van zijn eigen afdeling.
“Maar daar is geen plaats!” wierp ik tegen.
“Wel als je vroeger begint”, zei mijn leidinggevende, “als je er voor half 9 bent, is er meestal nog wel een flexplek”.

Die was er inderdaad, pal naast de continu ratelende afdelingsprinter en midden tussen de nonstop kwekkende campagnemanagesters die, als ze niet praatten over hun babybesognes, wel klaagden over hun werkrooster. Uren waren ze kwijt met het aan elkaar vertellen hoe druk ze het wel niet hadden.
Dat is niet prettig als je zelf wel echt wil/moet werken.
“Volgens mij werk ik efficienter op mijn oude plek”, zei ik na een paar dagen tegen mijn toegewezen leidinggevende.
“Dat kan ik me voorstellen”, zei hij.
“Mooi”, zei ik, “dus..”
“Dus jij blijft gewoon hier op de afdeling zitten.”
“?”
“En ik wil dat je voortaan exact opschrijft wat je nu allemaal precies uitvoert, en dat wekelijks aan mij rapporteert.”
“Maar..”
“Niks maar.”

Een autoritaire man. Okay. Ik ben de beroerdste niet. Ik bleef op de kutste flexplek van die afdeling zitten en maakte wekelijks een activiteitenrapport.
In mijn werk zelf had ik niet al te gek veel zin meer, en ik deed nog slechts het hoogst noodzakelijke. Wat overigens nog steeds ruim voldoende was om over te rapporteren.
“En?” vroeg ik na een paar weken, “ben je tevreden over de activiteitenrapporten?”
Mijn leidinggevende keek me wazig aan.
“Die ik je wekelijks mail”, verduidelijkte ik.
“Euh, ja, Sem, of hoe heet je ook alweer, ja, daar ben ik inderdaad zeer tevreden over, ga zo door, maar nu moet ik naar een vergadering.”

Ik geloof niet dat hij ze ooit daadwerkelijk heeft gelezen, mijn activiteitenrapporten. Ooit heb ik met de gedachte gespeeld om er ‘Blauwe M&M’s sorteren: 2 uur’ op te zetten, als knipoog naar de bekende anekdote uit de popfestivalwereld, gewoon als check. Maar ik heb het niet gedurfd.

We zijn nu een paar jaar verder. De toenmalige leidinggevende is inmiddels weggedegradeerd naar de kloterigste mini-afdeling die er binnen de hele bank bestaat.
Ikzelf koop daar niets voor.
De lol is er af voor mij, bij de ABNAMRO.
Al een tijdje.

Dus ik ga wat anders doen. Wat weet ik nog niet precies. Wel dat het spannende tijden zijn. Aanstaande dinsdag heb ik een intakegesprek bij de Rabo. De concurrent.
Heftig.
Ik bedoel, ik ben nog van de oude stempel. Uit de tijd van dat mensen nog hart hadden voor de zaak. Loyaal waren. Ik weet dat zulks tegenwoordig zwaar achterhaald is, maar desalniettemin voel ik me toch een beetje als Johan Cruijff in 1983.
Feijenoord.
Die gek pakte nog de dubbel ook, dat seizoen.
Terwijl zijn hart bij Ajax lag.
En daarom juist. Teleurstelling over gebrek aan waardering. Dus wat doe je dan, “als je dus in wezen in principe de kwaliteiten daarvoor heb?” Precies! Wraak!

Zelf geloof ik niet in wraak, hoe zoet die ook kan zijn.
Dus werk ik mijn vervanger bij de ABNAMRO zo goed mogelijk in. En waar kan dat beter dan op het weeseilandje.

Nadat ik afgelopen maandag eindelijk alle netwerkkabels in de juiste poortjes had geplugd, en muizen, toetsenborden, etc had aangesloten, kwam er een man het weeseilandje opgelopen.
Het was LV. LV zit ook wel eens op het weeseilandje. Net als sommige andere veteranen.
LV is een ras-Amsterdammer van bijna 65 die al bijna zijn hele leven bij de bank werkt. Daarnaast rommelt ie prive nog wat aan met tweedehands auto’s en vastgoed, maar bovenal is het een man die het klappen van de zweep kent. Hij is 1 van de weinigen die alle reorganisaties heeft overleefd. Voorwaar een prestatie op zijn leeftijd.

“Hey gozer, zit je weer eens hier?” vroeg LV, “Haha, ik dacht dat je voorgoed verbannen was naar de vleugel van die druiloor, hoe heet ie ook alweer?”
“*****”, zei ik.
“Ja, *****! Maar die hebben ze gedumpt, heb ik vernomen, dus jij dacht natuurlijk: Kaasie! Ik ga weer mooi naar mijn ouwe stekkie!”
“Nou…”, zei ik.
“Je heb groot gelijk gozer! As ik, persoonlijk dan he, met die *****..”
“Ik vertrek binnenkort” onderbrak ik LV
“Je watte?”
“Ik ga weg bij de bank.”
“Maar dat ken toch helegaar niet? Wie moet dan..”
“Een vervanger”, zei ik, “er komt een vervanger.”
“Niemand ken jou vervangen.”
“Niemand is onmisbaar”, zei ik, organisatietheorieboekjes oplepelend.
LV haalde zijn schouders op; “als je het niet erg vindt dat de hele zaak naar de klote gaat misschien niet, nee.”
Ik zweeg.
“Je hebt het evengoed nog lang volgehouden”, zei LV.
“Jij anders ook”, zei ik.
Nu was het de beurt aan LV om even te zwijgen.

“Rook je nog steeds?” vroeg LV, terwijl ie zijn pakje Marlboro uit zijn colbert viste.
Ik knikte en we liepen naar buiten.

Daar wisten we niets meer te zeggen.
Dat hoefde ook niet.
We wisten genoeg.

Toen ik mijn peuk uitdrukte en aanstalten maakte om weer naarbinnen te lopen zei LV: “Het is zonde dat je weggaat”.
“Ik weet het”, zei ik.

Even later ging mijn mobiele telefoon. Het was mijn vervanger.
Ik haalde hem op bij de receptie, nam hem mee naar het weeseilandje en werkte hem in.
“Mooie locatie”, zei ie.
Aardige jongen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s