Vliegende Hollander

Om maar eens met een Cruyffiaanse stelling in huis te vallen: “Hoe minder je moet doen, hoe drukker je het hebt.” Hij zal bij veel managers een belletje doen rinkelen. En ook mijn lieve moeder, die sinds haar pensioen nauwelijks een dag meer is thuis geweest, zal ie bekend voorkomen. Maar bovenal is de stelling van toepassing op mijzelve.

Laat mij dit verduidelijken.

Ik verlang niet veel van het leven. Echt niet. Ik ben in het bezit van een gezond gebrek aan ambitie en zou er totaal geen bezwaar tegen hebben om de rest van mijn jaren te slijten in bijvoorbeeld een trailerpark. Sta-caravannetje inrichten, satellietschoteltje erbij, schommelstoeltje onder de luifel, elektrische koelbox ernaast en kom maar op met die etmalen. Kopje koffie drinken, een paar push-ups doen, boekje lezen, een konijn vangen, beetje sleutelen aan de auto, konijn in de marinade zetten, pilsje opentrekken, stukje schrijven aan de roman, konijn op de BBQ, flesje wijn ontkurken, konijn oppeuzelen, zonsondergang bekijken, babbelen met het meisje, en dergelijke, en vervolgens pitten.

Ik ken beroerdere daginvullingen. Zoals: Kut! de wekker! Kut! File! Kut! Alle goeie flexplekken op! Kut! Tien minuten lopen om buiten in de regen een sigaretje te roken! Kut! Wat is dit eigenlijk voor een zinloze kutbaan! Kut! Weer file! Kut! Geen parkeerplek meer in de straat! Kut! De vegetarische hamburgers op bij de Albert Heijn! Kut! En ook al geen brood meer! Kut! “Wat doe je chagerijnig”, “ik ben niet chagerijnig, ik ben moe”, “Nou, volgens mij..”- ruzie met het meisje. Kut! vergeten bier te kopen! Kut! Ik mag sowieso niet drinken van mijn werk doordeweek! Kut! Ik kan niet slapen! Ik sta bol van de spanning! Kut! Kut! Kut! Driewerf kut! En ja hoor: Kut! De wekker!

Waarom? is de vraag die zich opwerpt. Waarom heb ik gekozen voor een leven volgens vorige alinea, en niet voor die daar boven staat? Waarom heb ik gekozen voor het kutverhaal?

Goeie vraag. Ik heb er geen antwoord op. Behalve een twijfelend verweer in termen van wetten en praktische bezwaren.
1. Hypotheek.
2. Pensioen.
3. Je mag niet zomaar konijnen vangen.

Vooral die laatste houdt me tegen. Geef mij een boerderij met een akker waarop ik per jaar genoeg druiven, tabaksplanten en graan kan kweken voor 400 flessen wijn, evenzoveel pakjes sigaretten en een dagelijks brood, en je hebt van mij geen last meer. Paar koeien erbij voor de cafe Latte, en een biefstukje op zijn tijd, paar kipjes voor wat eieren, een paar varkentjes en geitjes voor de tostis hamkaas, wat tuiltjes in een moestuin voor de vitaminen, plus een fruitboom en ik ben klaar.
 
En ik zou gelukkig zijn. Denk ik. Maar ik weet het niet zeker. Ik bedoel, ik ben inmiddels financieel in staat om in een 3e wereldland een goedkoop stuk grond te kopen om mijn ideaal te verwezenlijken, maar ik durf het niet. Heeft te maken met de taal niet spreken, plaatselijk oorlogsgeweld, en andere complicerende factoren. Daar komt bij dat ik bang ben voor spinnen. Slangen, okay, daar kan ik eventueel met veel fantasie nog wel iets snoezeligs in zien. Slangen zijn bovendien blind en als de dood voor mensen. Maar bij harige vogelspinnen (30 km/u, springcapaciteit: 1,5 m hoog – dat is in je nek) trek ik de grens. Fuckers.

En daarom doe ik nog steeds dit kutwerk. Dan weet ik tenminste waar ik aan toe ben. Namelijk de invulling van een ouderwets calvenistisch beroerd bestaan, dat je in het weekend kunt opluisteren met een pils.

Goed. Ik ben weer eens helemaal afgedwaald van de oorspronkelijke stelling. “Hoe minder je moet doen, hoe drukker je het hebt.”
Wat ik eigenlijk wilde zeggen is: ik heb een kutbaan, en omdat ik zo’n kutbaan heb, ben ik minder gaan werken, en doordat ik minder ben gaan werken had ik meer vrije tijd over, en in plaats van die te besteden aan waar ie eigenlijk voor bedoeld was (het schrijven van een roman, danwel een betere invulling geven aan mijn leven), heb ik mezelf in die vrije tijd allerlei nevenactiviteiten op de hals gehaald, waardoor ik het nog drukker heb dan ooit.

Saai verhaal verder, en ik zal jullie verder niet vermoeien met wat ik dan allemaal wel niet doe.

Behalve dit. Afgelopen vrijdag ben ik naar de Efteling geweest. Met mijn zusje. Trip down memory lane. We waren er beiden al ruim 20 jaar niet meer geweest.
We deden de gebruikelijke dingen. Om te beginnen het sprookjesbos, en het oldskool spookhuis. Daarna de Fata Morgana, destijds de nieuwste attractie waar rijen voor stonden van meer dan 2.5 uur, nu kon je gewoon direct in een bootje plaatsnemen. In ons schuitje kabbelden we vrolijk langs de opgezette Arabische poppen die waarschuwden: “go back, no further, danger!” Wij zagen het glimlachend aan. Het bootje voerde ons langs de sultan en zijn harem, een gevangene die aan het verzuipen was, en een vervallen trap met gemeen grijnzende ratten, maar veel spannender werd het niet.
“Waar zullen we hierna naartoe gaan?” vroeg mijn zusje.
Ik keek op de roadmap die we bij de ingang hadden gekregen.
“Laten we de Vliegende Hollander doen”, zei ik, “die is nieuw, die kennen we nog niet.”
“Wat is dat?” vroeg mijn zusje.
“Een duistere rit met een spookschip”, las ik voor.
“Staat er een tekentje bij met handjes in de lucht?” vroeg mijn zusje.
Dat was het symbool dat in de legenda vermeldde: ‘voor durfals’
Ik concentreerde me op de roadmap. Er stonden allerlei ingewikkelde tekentjes bij de attractie. Ik zag zo snel geen handjes.
“Nee”, zei ik.
“Okay”, zei mijn zusje.

Dus wij naar de Vliegende Hollander. Er stond een rij. We werden via dranghekken en met op de achtergrond Bach-gepingel door een VOC-huis geloodst, en namen na 20 minuten plaats in een scheepje. We moesten een safety-balk naar onze schoot trekken, daar was de gezagvoerster vrij streng in.
Amerikaanse toestanden, dacht ik, overprotectionistische veiligheidsmaatregelen, om schadeclaims te voorkomen.

Het begon zoals verwacht. Met ons bootje kabbelden we weer vrolijk door de openende en sluitende poortjes. Net als bij de Fata Morgana. Alleen was het nu pikdonker, en voeren we langs onheilspellende mistwolken en werd de lucht boven ons gevuld door geensceneerde donder en bliksem.
“Mooi gedaan”, zei ik tegen mijn zusje.
“Zeker”, repliceerde ze.

Ik dacht: we zullen zodadelijk wel een piratenschip tegenkomen. En dat er dan een gevecht wordt uitgebeeld. Ik leunde relaí achterover en wachtte op wat komen ging.
Totdat ik het geluid hoorde: Tak-tak-tak-tak-tak–tak–tak–tak—-tak—–tak
Ik voelde hoe we stegen. En het geluid, het geluid ging steeds langzamer: Tak——–tak————tak
Ik keek naar mijn zusje, maar zag niks, want het was nog steeds pikdonker.
“Volgens mij…”, zei ik.
“Gaan we naar beneden”, vulde mijn zusje aan.
En inderdaad.
“Aaarghhhhhhhh!” gilde ik.
“Aaaaaaaarghhh!”schreeuwde mijn zusje.

3 vallende seconden later kwamen we na een opwaartse beweging weer tot stilstand.
Vlak onder een monster. Een spin die brulde als een leeuw.
“What da fuck was dat!” riep ik.
“Een attractie met handjes in de lucht”, concludeerde mijn zusje.

Ik moet een bril, zoveel is zeker.
Maar het was nog niet voorbij.
Want daar was het geluid opnieuw.
Het ‘tak—–tak——tak——–tak—————–tak’
En deze keer duurde het eindeloos.
“We zijn de lul”, zei ik tegen mijn zusje.
“We zijn ontzettend de lul”, beaamde ze.

En daar gingen we. In vrije val. Hatsaflats de diepte in vanuit het donker. Het gegil moet op Pluto te horen zijn geweest; we vielen met 200 km/u vanuit de duisternis plotseling het daglicht binnen, gingen driedubbele kurketrekkers door en eindigden na katapultering met spectaculaire splash in het water.

Pfoeh.

Om een lang verhaal kort te maken: Het was mijn hoogtepunt van de dag.
Want om het bruggetje te leggen: zo is mijn leven ook. Mijn leven is ook heel langzaam maar zeker stiekem toch tot onverwachte achtbaan verworden.

Zoals bij velen.
Ik vermoed dat het juist de kunst is om dat niet te doen.
Dat niet te laten gebeuren.

But fuck it. Lang leve de Vliegende Hollander.

 

 

 

 

Advertisements

Onbewoond Eiland

Gisteren was het weer eens de “Nacht van de Popmuziek” op Nederland 3. Een programma waarin officieel de muziekgeschiedenis van de jaren 70 t/m nu wordt gerepresenteerd, maar waar in de praktijk de jonge vijftigers Matthijs van Nieuwkerk en Leo Blokhuis gewoon de favoriete acts uit hun eigen jeugd voorbij laten komen.
En gelukkig maar, wil ik daarbij opmerken, want na de jaren 70 is er inderdaad, op een paar uitzonderingen na, weinig bijzonders meer gebeurd in de popmuziek. Of eigenlijk moet ik zeggen: rockmuziek. Want tot die definitie van popmuziek beperkten Matthijs en Leo zich. Pop = Rock. Hiphop telt niet, laat staan dance, en raar genoeg zowaar popmuziek zelve niet. Er werd gisteren althans geen enkele clip vertoond van danwel de King of pop (Micheal Jackson), danwel de Queen (Madonna).
Best bijzonder. Maar nogmaals: mij hoor je niet klagen. Er is niks mis mee om te laten zien hoe goed het vroeger allemaal wel niet was.

En laat ik eerlijk zijn. Ik ben zelf ook van vroeger. Op de valreep nog van voor de maanlanding, die ik getuige oude zwartwitfoto’s vanuit een wipstoeltje (die mogen tegenwoordig niet meer, geloof ik, maar mijn moeder vindt dat gelul en heeft er gewoon weer eentje van stal gehaald voor haar kleinzoon) heb mogen aanschouwen.

Enfin. Veel te lange inleiding weer. Wat ik wilde zeggen is het volgende. In het Parool staat elke woensdag in de kunstbijlage een rubriek met de titel “Onbewoond Eiland”. En in die rubriek wordt een BA(Bekende Amsterdammer)-er gevraagd welke 5 LP’s/CD’s hij/zij mee zou nemen naar een onbewoond eiland. Tevens wordt er gevraagd om een korte motivatie.

Zelf ben ik (nog) geen BA-er. Maar omdat ik vandaag (nog steeds) ziek ben, en niks orgineels weet te schrijven, permitteer ik me vanavond op deze plek een simpel invulstukje. Oftewel mijn top 5-keuze voor een onbewoond eiland. Dat zulks overigens nog allesbehalve simpel is, zet Nick Hornby pijnlijk treffend uiteen in zijn roman ‘High Fidelity’ (ook al oud trouwens), maar dat terzijde.

Komt ie:

1. The Beatles – White Album
Ja natuurlijk. Uiteraard. Behalve voor mijn huis (hypotheek van 250.000 euro) heb ik nooit voor enerlei mijner bezittingen harder moeten werken dan voor deze LP. 27 gulden kostte ie destijds. Oftewel als 14-jarige een hele week aardeienplukken. Met bebloede knieen en gestriemde vingers leverde ik aan het einde van de werkweek mijn plukbonnen in voor cash, om linea recta 15 kilometer terug te fietsen van de aarbeientuilen in Est naar de platenzaak in Tiel. The White Album. Om ‘m smetteloos wit te houden kocht ik daar bovenop voor 1 gulden een plastic beschermhoes. Op mijn jongenskamer hing ik de foto’s aan de muur die er als extra feature bij waren geleverd, en legde vervolgens kant 1 onder de naald. De vliegtuigen uit ‘Back in the USSR’ klonken van links naar rechts door de ruimte, en ik was gelukkig. Van de tekst snapte ik geen zak, maar omdat er zo op het eerste gehoor erg vrolijk werd gezongen over Rusland besloot ik als kersverse arbeider standtepede communist te worden. En niet veel later prijkte er tot schrik van mijn ouders een CPN-poster op mijn raam. Proletariers aller landen verenigt u. Hell yeah! Yeah yeah yeah!

2. Jimi Hendrix – Electric Ladyland
Goes without saying. Beste gitarist allertijden. Gaat ook nooit meer overtroffen worden. Het hogere stierenvechten met het instrument. Uitdagen, temmen, boos maken, temmen, furieus maken, temmen, over de rooie laten gaan en dan plotseling meedoen en tenslotte toch de genadeklap verkopen. Voodoo Chile. De wahwah in Voodoo Chile begint nog beheerst, maar gaat uiteindelijk in de solo door alle krochten, viezer dan de onderwereld, goorder dan de hel. Smerig lekker. Tip: smokkel een paar papaverzaadjes mee in de hoes, voor zover niet aanwezig op het eiland. O.a. ook voor de optimale beleving van het terugkerende thema van 1983. En nog veel meer natuurlijk. Dubbel-LP, net als the White Album. Dus wel zo economisch, voor op een onbewoond eiland.

3. David Bowie – Hunky Dory
De hippie-LP van the thin white duke. Ik twijfelde even over eventeel weer een dubbel-LP, maar bij Bowie betreft het dan enkel ‘Best-ofs’, en die concessie wil ik niet doen. Op zich misschien jammer, want hierdoor mis ik op het onbewoonde eiland oa mijn favoriete Bowie-nummer ‘Station to Station’, maar Hunky Dory bevat verder alles wat Bowie geweldig maakt, met als bonus dat ie op deze LP ook nog eens stiekem eerlijk is. Hunky Dory is de ware kleur van de kameleon. En dat is uiteindelijk toch zijn mooiste.   

En dan op 4…

BBMMMMMEEEEEEPPPPP

Wij wijzen u erop dat u reeds 5 CD’s hebt gekozen. For English: press 1. Voor Nederlands: toets 2.

2.
 
Voor het bevestigen van uw keuze: toets 1. Voor het wijzigen van uw keuze: toets 2. Voor overige vragen: toets 3.

3.

Voor het bestellen van vrachtwagenonderdelen: toets 1. Wilt u een medewerker aan de lijn krijgen: toets 2.

2.

Wij danken u voor uw keuze. Al onze medewerkers zijn helaas in gesprek. De wachttijd bedraagt momenteel meer dan [pauze; computerstem]: vier-..en-..tachtig.. minuten. Wij adviseren u om het later nog eens te proberen. Deze verbinding wordt nu automatisch verbroken.

Okay. Fair enough. Deze 5 LP’s dus.
Scheelt mij weer de keuze tussen de Fatal Flowers, Doors, Cream, Stripes, Velvet, Zeppelin, Janis, Dylan, Young en Hazes.

Kandersteg 2012

Sinds 1999 ga ik met mijn familie elk jaar in oktober een weekje naar Zwitserland. Hoe we daar ooit op gekomen zijn, ik weet het niet meer, en het doet er ook niet toe. Wel weet ik dat ik gek ben op tradities, en het liefst geen moment onbenut laat om mijn leven te herhalen.

Ik geloof in herhaling. Herhaling is prettig, comfortabel, maar tevens uitermate leerzaam. Dat weet een kind, maar ook een wetenschappelijk onderzoeker. Voor experimenten zijn gelijkblijvende omgevingsvariabelen onontbeerlijk, om het gedrag van de onderzochte entiteit zo zuiver mogelijk te kunnen duiden. Wat ik bedoel te zeggen: Als je elk jaar naar Zwitserland gaat met precies dezelfde mensen, en je voelt je het ene jaar geweldig, en het andere jaar iets minder, dan weet je tenminste dat dat aan jezelf ligt.
Dus dan hoef je je daar verder niet druk om te maken. Of juist wel. Maar dat is dan meer iets voor de psychologie, of filosofie, als je er goed over nadenkt, maar daar had ik het niet over.

Hell. Sorry, ik ben een beetje grieperig. En het is al laat, en dat komt dan weer doordat ik veel te lang heb zitten Wordfeuden met mijn beste vriend. En bovendien heb ik veel te veel gedronken en heb ik te schaften met een insectenplaag op de benedenverdieping, en moet ik morgen weer werken, mijn hoofd loopt kortom om, en mijn god, wat verlang ik terug naar Kandersteg.

Elke dag om 7.00 op. Douchen, ontbijten, en wandelen maar. Tochten van 8 uur lang. Niet te zuinig.
Ik ga jullie een paar plaatjes laten zien.

Hier is de eerste:

Kijk, dan voel je dat je leeft. Met de eigen voetjes boven de wolken geklommen. Fuck de nevel die boven de dalen hangt. Uitzicht, daar gaat het om.

Dit is de tweede:

 

Ik zag ‘m ontstaan met mijn eigen ogen. De regenboog. Hij eindigde vlak voor mijn voeten. Tegen beter weten in scande ik de omgeving op een pot met goud. Nog nooit zo dichtbij geweest. Maar niet gevonden.

De derde:

Dit is er eentje van de testosterontocht die ik met mijn broertje heb gemaakt. Naar de Blumlisalphutte op bijna 3000 meter.  Het is dat gebouw daar links, gefotografeerd vanuit 400m onder de top. Tijdsaanduiding vanuit het dal: 4h30. Wij liepen hem in 2h57. Inclusief lunchpauze onderweg. Midlifecrisis? Vast wel. Maar niet dat ik er erg in heb. 2h57, suckers!

En dit is de laatste:

Dit is een 50 meters tellende, praktisch loodrechte rotswand met staalkabels. De figuur die jullie zien is mijn geboorteprovider. Ze telt de dubbele Christusleeftijd, en klautert naar boven.
Dit hier, is mijn dappere moeder. 
Ze weet wat er zich onder haar begeeft:

De ijs- en ijskoude Oeschinensee

Zwitserland. Het was weer een geweldige week. Met al zijn herhalingen die nog meer anders waren dan ooit.
Niets blijft hetzelfde. En daar hoef je niets voor te doen. Dat gaat vanzelf. De tijd. Water is krachtiger dan de steen, tijd is krachtiger dan het water. Sterker nog: water is krachtiger dan de steen dankzij de tijd. Zonder tijd is water vies de lul, maar dat terzijde.

Normaal gesproken lees ik tijdens Zwitserland altijd een boek van Alex Boogers. Zoals gezegd, ik hou van tradities en herhaling. Maar de Alex Boogers-boeken waren op. De nieuwe komt pas uit in november, dus ik moest dit jaar iets anders lezen. De keuze was moeilijk, maar uiteindelijk heb ik geopteerd voor de volgende roman: ‘Supertriest, waargebeurd liefdesverhaal’. Van ene Gary S., een 39-jarige jood uit New York. Het is een science fiction-boek. Een boek waarin de huidige tijdgeest wordt geextrapoleerd naar pakweg het jaar 2020.
Hence de titel. Die qua verkooppotentieel moeilijk te verbeteren valt.

Ik vond het een goed boek. En dankzij dat boek verlang ik nu alweer naar Zwitserland 2013.
Opdat ik de dagelijkse gang van zaken, en vooral de bijbehorende tijdgeest, weer ouderwets enorm kan ontvluchten.