Relmuis

Om met Wim T. Schippers te spreken: “We zijn weer thuis”. Een tijdje al in feite, maar van schrijven was tot nu toe nog niet zoveel gekomen. Lowlands. Werk. Of zoals vandaag bijvoorbeeld Appelpopvrijwilligersmeeting. Wat ik wil zeggen: het leven heeft sinds mijn terugkeer weer algeheel bezit van me genomen, hangt met zijn klapharken volop in mijn nekvel, en zuigt alle energie er weer even gretig uit, als ik hem tijdens mijn vakantie heb opgedaan.
Wat dat betreft verandert er nooit iets.

De eerste de beste werkdag, het was 30 graden celcius, ik liep vrolijk in mijn vakantiehemdje de werkvloer op. Lowlands-artist-bandje nog om mijn pols, rasta-kraaltjesketting om mijn nek, de complimenten van de ex van Anouk, rapper Dox, nog in mijn binnenzak. Ik ben daar gevoelig voor, dat laatste, sorry. Ik straalde. En ik dacht over mijn collega’s en unitmanager: Yo motherfuckers, wat zijn jullie een stelletje pathetic cocksucking.., en toen was mijn Engels op, maar gewoon, you know, like…
Anyway.
“Hoe was je vakantie?” vroeg mijn unitmanager.
“Ja goed”, zei ik.
Er volgde een gesprek.
Over werk.
Dat eindigde met een “Ja, nee, dat ga ik uiteraard meteen oppakken”, mijnerzijds.
Althans, daar leek het mee te eindigen.
Maar mijn unitmanager had nog een Columbo-achtig slot in petto. Terwijl ik naar de deur liep om zijn kamer te verlaten, zei ie: “O ja, nog 1 dingetje.”
Ik streek liefkozend mijn Lowlands-artist-polsbandje nog maar eens glad en keek vragend achterom.
Mijn unitmanager zei: “Ik weet dat het warm is, maar zou je voortaan een overhemd willen aandoen als je naar kantoor komt. Dat is wel zo netjes.”

Hij had gelijk natuurlijk. En toch kon ik hem op dat moment wel wurgen. Het was een opmerking waardoor ik weer helemaal terug was in de realiteit.
En ik hou niet van de realiteit. Sterker nog, volgens mij houdt niemand van de realiteit. In veel landen met echte problemen ontkennen ze ‘m dan ook, uit zelfbescherming en overige cognitieve overwegingen, maar in het ontwikkelde deel van de wereld hebben ze kantoren uitgevonden om mensen met de neus op de feiten te drukken. A la Wiegel. Zo van: De realiteit bestaat wel degelijk; En hij zit daar!”

Daar sta je dan met je rastakraaltjes. En je zin in een pils. Geen pils. Je mag de hele week geen pils. Althans geen stevige. Laat staan een hemdje aan bij 30 graden. Kutzooi.
Kantoor.
Je denkt terug aan de eekhoorn. Die overigens achteraf (lang leve facebook) geen eekhoorn bleek te zijn. Maar een relmuis. Een ontzettend schuw nachtdiertje, bijgenaamd de Zevenslaper. Omdat ie het kloterigste deel van het jaar (oktober t/m april, 7 maanden, hence de nickname) sowieso volledig ligt te pitten.
De zeldzame relmuis die op het hoogtepunt van je vakantie, terwijl je aan je favoriete riviertje (de Roanne) bivakkeert, en het beste boek sinds jaren zit te lezen (A million little pieces – James Frey), uit zijn hol komt omdat je een oranje meloen zit te ontleden, en relmuizen in hun vruchtbare periode toevallig gek zijn op oranje meloenen.
 
Dus daar zit je met je lepel. Klaar voor de aanval op de vitaminebom. De volgende dag ga je een tocht fietsen met 5 cols in het parcours. Je hebt ze nodig, die vitaminen, en je hebt er nog zin in ook.
En dan dat beest.
“WHAAA! een RAT!”, panikeerde iemand. Ik denk dat ik het was.
“Volgens mij is het een eekhoorn”, zei L.
Ik ging weer zitten.
“Ja, misschien heb je gelijk”, zei ik, “hij ziet eruit als een eekhoorn. Met z’n pluimstaart. Een grijze eekhoorn. Die bestaan.”
We keken naar de eekhoorn. En hoe ie onze meloen opat.

Hij had er lol in.
“Je hebt er lol in”, zei ik.
Hij zei niks terug.
Ik wilde een grap maken over de taalbarriere, maar dat was te flauw, dus ik maakte ‘m niet. Of misschien wel, maar dat heb ik dan verdrongen.
Ik weet wel dat we de volgende dag, nadat ik 5 cols op 1 ochtend had bedwongen, teruggingen. Met opnieuw een meloen. Extra vers, extra groot. Maar Monsieur Horne du Eek liet zich niet meer zien.

Daar dacht ik aan toen mijn unitmanager het had over een overhemd aantrekken.
30 graden.
Een overhemd.
Een overhemd!

Ik had hem het verhaal willen vertellen van natuurlijke behoeftes. Ik had hem een verhaal willen vertellen over angst en overwinning. Ik had hem het verhaal willen vertellen van de achteraf zeldzaam dappere relmuis.

Maar ik ben niet de relmuis. Ik ben geen held. We zijn 14 dagen verder. En ik ben al lang weer gecapituleerd.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s