Pinkpop 2012

Het leven is zolangzamerhand een duur geintje aan het worden, maar dat weerhield mij er niet van om afgelopen februari een kaartje te kopen voor een Pinkpopfestivaldag.
Ik hou van het kopen van festivalkaartjes in de winter. Festivalkaartjes zorgen voor het verheugen op de toekomst tijdens de koude grauwe dagen. Ze bieden hoop. En hoop doet leven. Gratis en voor niets. Dus vroegtijdig instappen waar het festivalkaartjes betreft, betekent in feite een optimale investering in je persoonlijke geluk en geeft derhalve een enorme boost aan de graadmeter van je bestaan. Of zoiets. Ik heb er hele theorien over (iets met ‘de integraal van het welzijn’), maar als ik die uiteen probeer te zetten dan haken doorgaans zelfs de mij meest dierbare personen af, dus daar zal ik jullie verder niet mee vermoeien.

Ik had het over mijn Pinkpopkaartje. Voor de zaterdag. Want dat leek me de beste dag. Vanwege: Nul hippe bands. Behalve dan misschien de gehypete singer/songwriter Ben Howard (Bruce Springsteen wannabee die volstrekt voldoet aan de tijdgeest met z’n nietszeggende harses en binnen de lijntjesliedjes), maar die stond toch op het kloterigste podium (in de tent), dus daar zou ik verder geen last van hebben.
Ik ging voor nostalgie. The Cure. Jeugdheld. Robert Smith is de man waardoor ik het ooit aandurfde om in Tiel met een zwarte blazer op school te verschijnen, met houtskoollijntjes rond mijn ogen. Iedereen dacht op slag dat ik homo was geworden. Maar dat klopte niet. Ik had enkel naar de Cure geluisterd. En durfde eindelijk mezelf te zijn. Geen homo, maar wel anders.

Ik heb destijds een paar weken gespaard om de poster van ‘Boys don’t cry’ te kunnen kopen; Robert Smith in een moedeloze pose, van de achterkant gefotografeerd, met een gitaar om zijn nek. Zo voelde ik me. Uiteindelijk heb ik de poster toch maar niet gekocht. Het was 1986. Het was de tijd van weinig financiele armslag en harde keuzes. Ik kocht uiteindelijk toch maar liever meteen zelf een gitaar.

Ook aan het bezoeken van een concert van de Cure ben ik in die tijd nooit toegekomen. Een reis naar Pinkpop was in 1986 sowieso niet te realiseren, en zelfs Amterdam was budgettair onhaalbaar.
Dus je kunt je misschien voorstellen dat ik er zin in had, gisteren, om in 2012 eindelijk eens naar de Cure te gaan.

En ik werd niet teleurgesteld. Sterker nog, de omstandigheden, ze zaten helemaal mee:
1. Het weer: zonovergoten, 26 graden.
2. De drukte: niet, het was relatief rustig, niet uitverkocht, voornamelijk relaxte mensen, generatiegenoten
3. De douane: oftewel de security; ik heb 5 gram wiet en een fles Clairette de Die (champagne-achtige drank) zonder problemen het terrein op weten te krijgen (truc: genoeg afleidingsmanouvres: waaronder 20 voorgedraaide onschuldige shaggies waaraan de fouilleerster omstandig heeft staan ruiken. Omdat er met de shaggies niets aan de hand was, en ze de rij niet te lang op kon houden, liet ze me vervolgens zonder verdere plichtplegingen verder lopen) – overige trucs op aanvraag.
4. Het voorprogramma: Moss was in vorm, Kyuss Lives trapte de wahwah stevig in, en Anouk zong de sterren van de hemel.
5. De Kalm aan Laan en Het museum.

De Kalm aan Laan en Het museum is een verhaal apart.
“Waar zit je?” sms-te J., de hoofdprogrammeur van Appelpop, op een gegeven ogenblik.
“In het museum. Serieus :-)”, texte ik terug.
“??? Museum? Hebben we hier een museum???”, sms-te J.
“Zeker.”
“??? Wat voor museum?”
“Moderne kunst.”
“???? Op het terrein???”
“Ja.”
“Waar dan?”
“Op de Kalm aan Laan”

Het was waar. Pinkpop had dit jaar achter de obligate foodhoreca links na de ingang, een goed verscholen strip grond vrijgemaakt voor kraampjes die niet zouden misstaan op de Parade. De Kalm aan Laan. Waarzegsters, barbiers, chocolade-fondue, sangria met pluimrietjes, draaimolens, etc, enz. Je hebt het plaatje.
En een heus museum dus. Twee verdiepingen hoog. Moderne kunst. Voornamelijk ontzettend slechte moderne kunst, maar toch. Je verwacht het niet op een popfestival. En deze vond ik wel aardig:


En het animatiefilmpje op 1-hoog dat een fictieve Arnold Schwarzenegger met zijn visie op moderne kunst toonde, mocht er ook wezen. Twee willekeurige stills:

De Kalm aan Laan. Mocht ie in het echt bestaan, in de zin van dat je dagelijks een popfestival om de hoek hebt, een museum voor de deur, en sangria zoveel je wilt, dan zou ik er direct op inschrijven, als er sprake zou zijn van een mogelijkheid tot permanente bewoning.

“Ik kom eraan!”, sms-te J.

Ik liep het museum uit en begroette J. We dronken een pils. Hij vertelde de verhalen over het netwerken met Mojo. Ik vertelde over het museum, en dat het niet al te beste kunst was. Daarna hadden we het over The Cure.
Natuurlijk hadden we het over The Cure.
J. vertelde dat ie alles had op vinyl.
Ik zei dat ik hoopte dat ze ‘Boys don’t cry’ zouden spelen.

The Cure.

Natuurlijk speelden ze Boys don’t cry. Op het allerallerallerlaatste moment van de toegift. Mooier afsluiten is onmogelijk:

http://www.youtube.com/watch?v=Qnb2YqGQmWw

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s