Beatelen

27 jaar geleden kreeg ik een proefwerk terug met een complete alinea aan rood commentaar van mijn toenmalige leraar Engels. In eerste instantie schrok ik, maar nadere bestudering leerde dat het hier geen correctieve vermaning betrof, maar een sprongetje in het hart van een doorgaans verbitterde en zwaar cultuurpessimistische VWO-docent.
“It’s amazing!”, had hij geschreven, “I’ve looked it up, and you’re right! You almost made me cry.”
Wat er gebeurd was?
Bij een multiple choice vraag inzake de vervoeging van een of ander werkwoord had ik antwoord ‘B’ aangekruisd, en daarnaast in de kantlijn geschreven: “Ik weet niet of het goed is, maar zo wordt het tenminste gezongen op het 2e nummer van kant B van Sgt Pepper.”

Na de les waarin we het proefwerk hadden teruggekregen riep hij me nog even bij zich. “Wat leuk dat er nog gebeatled wordt door jullie jongelui”, zei ie.
De rest van de klas was inmiddels verdwenen.
“Och ja”, antwoordde ik terwijl ik mijn schouders ophaalde. Ik was een beetje nerveus en wilde het liefst zo snel mogelijk de pleiterik maken. Ik maakte me zorgen over mijn imago. Praten met leraren is nooit een goed plan op dat gebied.
“Ben je een grote fan?” vroeg ie, “wat is je favoriete nummer?”
“Eh.. euhm”, zei ik. Dat twijfelen was overigens nergens voor nodig. Dagelijks maakten ik, mijn beste vriend en mijn zusje onze eigen Beatle-top 30’s en Beatle-tipparades met stipnoteringen en alles, op zelfgekleurde A4-tjes met een overdaad aan sterretjes en bliksemschichten. Meestal stond Helter Skelter op 1. Heel soms I am the Walrus. Of, als mijn zusje jarig was, Penny Lane.
“When I’m 64”, zei ik tegen de leraar Engels. Dat was immers het 2e nummer van kant B van Sgt Pepper. Never change a winning antwoord.
“Really?” vroeg ie. Hij keek teleurgesteld.
“Ik weet het niet”, zei ik, en haalde opnieuw mijn schouders op, “maar ik moet er vandoor, want ik heb nu wiskunde.”
“Het mijne is Fool on the hill!” riep ie me na, “en Eleanor Rigby, met die vioo…, je vergeet je tas!”
Ik liep terug voor mijn klassieke lederen schooltas. Ik haatte die tas. Het was een tas voor sukkels. De populaire mensen uit mijn klas hadden een uit de kluiten gewassen boodschappenzak van canvas met onhandig lange hengsels. Die wilde ik ook. Maar die mocht ik niet van mijn moeder.
“Klopt het dat jij verliefd bent op Astrid?” vroeg mijn leraar Engels, terwijl ik mijn tas weggriste.
Ik kreeg een rooie kop. Hoe wist ie dat nou weer? Zonder iets te zeggen beende ik het lokaal uit.
“Volgens mij is ze ook gek op jou!” riep de leraar me na.
Hou in godsnaam je muil, mompelde ik in mezelf, “ze heeft al een vriend!”, zei ik vanuit de deuropening.
“Ja, een dokterszoontje. Maar dat is geen echte liefde, volgens mij ben jij..”
De rest van zijn opmerking stierf in het ruisende geluid van 2000 scholierenschoenen op linoleum.   

Astrid. De jonge Brooke Shields-lookalike. Daar zou ik nog wel eens een keertje een gedicht over willen schrijven wou ik zeggen, maar dat heb al gedaan. Althans fictief (diehardfans, en gelukkig zal ik dat op mijn eentje zijn, weten welke).
Maar nu ik wat ouder ben zou ik eerder een gedicht willen schrijven over die leraar Engels. Dat moet een leuke man zijn geweest. En pienter niet te vergeten. Hij zat 9 maanden per jaar overspannen thuis, maar was desondanks, of misschien juist wel daardoor, een mirakel van mensenkennis.

Anyway. Aan die leraar Engels moest ik denken toen ik gisterenmiddag bij Ahoy aankwam. Het was half 3 en er stond een rij:

WTF!? dacht ik. Zo’n 30 jaar geleden, de vorige keer dat McCartney in Ahoy speelde, stonden ik, mijn beste vriend en mijn zusje al om half 8 ‘s ochtends voor de poort, maar was er voor de rest geen hond, en er kwam ook de hele dag geen hond, totdat meer dan 12 uur later, om 8 uur ‘s avonds, het concert begon. De enige sterveling die we destijds overdag waren tegengekomen was een paniekerige verslaggever van Radio Rijnmond die een sfeerverslag-item over McCartney/Beatle-mania wilde doen, maar die het toen dus noodgedwongen moest doen met ons, een stelletje relatieve kleuters. We waren de enige zielen in de grijze mist op de eindeloze betonnen vlakte.
“Komen jullie voor Paul McCartney?”, vroeg de verslaggever.
Wij zogen aan de rietjes van onze bananenTjolk, en nadat we uitgezogen waren zeiden we: “Ja.”
“Waar komen jullie vandaan als ik vragen mag?”
“Tiel”, zeiden wij.
“Kennen jullie zijn laatste LP, ‘Press to play’?”
“Zeker”, zei ik, “De beste nummers vinden wij het openingsnummer ‘Stranglehold’, en het vierde nummer van kant 2: ‘Angry’.
“Zo zo”, zei de verslaggever, “en wie is deze wijsneus uit Tiel?”
Ik noemde mijn naam.
Daarna zijn we op zoek gegaan naar een telefooncel om onze ouders te bellen om te zeggen dat we op de radio waren geweest.

Maar ik dwaal af. Er stond dus een rij! Er wordt kortom weer gebeatled, om met mijn voormalige leraar Engels te spreken, en een stuk serieuzer dan 25 jaar geleden.
Ik, mijn beste vriend en mijn zusje zijn er te oud voor geworden. Wij gaan niet meer om half 8 ‘s ochtends voor de deur staan. Wij vinden nu vooral dat het leuk moet zijn, comfortabel. Dus zaten wij met een groep van vijf Tielenaren de hele middag op het terras van Grand cafe de Rustburcht bij het Zuidplein, op een steenworp afstand van Ahoy, in de stralende lentezonne, waarbij we de horeca-rekening lieten oplopen tot ver in de drie decimalen voor de komma.
“Een bittergarnituur?” vroeg de eigenaar, “koud of warm?”
“Ik hou niet zo van koude bitterballen”, zei mijn beste vriend, “dus doe maar warm”.

Kacheltjelam schoven we om 8 uur aan in Ahoy. En zagen Macca het beste concert geven dat ie ooit heeft gespeeld. 69 jaar, bijna 70 (18-6-1942), maar enorm goed bij stem, hij haalde elke hoge noot alsof ie 20 was. Als klapper op de vuurpijl speelde ie 1985, een B-kantje, maar de alltime nr 1 uit onze individuele overall McCartney-top 30’s.
“Had jij hier niet ooit een clip bij gemaakt?” vroeg vriend A., “op de commodore 64?”
Het was waar. Ik heb destijds met slashes en pipes een piano getekend, en middels het commando poke53821,0 een zwarte achtergrond geprogammeerd, en via ingewikkelde subroutines de timing gestuurd opdat de tekst op het beeldscherm parallel liep met de muziek van mijn cassetterecorder.

1985. Dat was toen nog toekomst.

Macca speelde het gisteren. En wij, we waren de gelukkigste mensen van het Oostelijk halfrond, het Westelijke erbij.
En toen zag ik ze. Toen zag ik 2 meisjes.
“Mag ik een foto van jullie nemen?” vroeg ik.
Dat mocht.
Vriend A. wilde er ook op met zijn dronken kop:


“Gave foto!”, whatsappte ie vanmorgen terug. En zo is het.

De Peppermeisjes. Mijn leraar Engels had gelijk. Eleanor Rigby is een heel mooi nummer. Net als fool on the hill. Maar het belangrijkste is dat er gebeatled wordt.

Advertisements

2 thoughts on “Beatelen

  1. Beste Sven, sinds de web-log misère was ik je een beetje uit het oog verloren. Ik geniet van jouw stukjes en ben blij dat ik je weer kan lezen. Bijzondere bloggers die een connectie met Tiel hebben zijn er best wat. Of goede schrijvers die niet bloggen en ook wat met Tiel hebben. kijk vandaag eens op annevellinga.nl. Twee vliegen in een klap.

    Gegroet

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s