Zomergasten

Ik was vanavond net op tijd terug van de Appelpopbriefing voor de vrijwilligers om thuis in Amsterdam aan te schuiven voor Studio Sport om 19.00.
"Veel gedronken in Tiel?" vroeg L.
"Wat denk je zelf", zei ik, en waggelde richting de koelkast voor een voetbalpilsje.
Vervolgens aanschouwde ik de samenvatting van VVV-Venlo-Ajax. 2-2. Een regelrechte teleurstelling.
Wat me in retrospect met mijn dronken kop echter vooral opviel was dat in het commentaar na afloop de dienstdoende voetballers en coaches de pers/verslaggever zo intelligent te woord stonden. Of misschien is intelligent niet het goede woord. Het was eerder ingetogen. Professioneel. Saai met name. Voorspelbaar.
"Nee, natuurlijk hebben we VVV-Venlo niet onderschat", zei Ajax-aanvoerder Jan Vertonghen, "we hebben veel respect voor die ploeg. We weten dat het uit in Venlo altijd lastig is."
"Het tempo was in de eerste helft te laag", zei trainer Frank de Boer, "en als je dan zelf de kansen niet afmaakt, dan weet je dat je de problemen over je afroept."
Keurig geformuleerd. Helemaal niets mis mee.
"Lig je nu te pitten?" vroeg L.
Ik schrok wakker. Studio Sport bleek grotendeels aan me voorbij te zijn gegaan.

Met een herstelbord doperwtjes met worteltjes en een tartaartje (het lievelingseten van Geert Wilders overigens, maar dat terzijde) ging ik even later klaar zitten voor Zomergasten.
"Wie is er vanavond?" vroeg ik aan L.
"Erik van Lieshout", zei ze.
"Wie?"
"Een beeldend kunstenaar."
"Een bekende?"
"Een van de bekendste van Nederland."
"Sorry, ik ben een cultuurbarbaar."
"Weet ik toch, liefje."

Wat volgde was een uitzending die allesbehalve voorspelbaar bleek. Een groter contrast met de voetbalwereld kon ik me niet voorstellen. Erik van Lieshout praatte plat Brabants. Maar dan ook echt plat. Alle t's aan het einde van 2e en 3e persoons werkwoordvervoegingen slikte ie in, en ook bij de zelfstandige naamwoorden, of eigenlijk bij alle woorden en alle letters, en vanalles ertussenin, was er sprake van klankverduistering. Het had veel weg van Tiels.
"Da wor slech weer wah?", zei iemand (ik) vanmiddag tijdens de Appelpopbriefing naar aanleiding van de dreigende onweerswolken aan de hemel.
"Joa bar! Ut laik wel o de herfs er ankom, a'k zo na de luch kaik", anwoordde mijn gespreksgenoot, "moar ge moe ma zo denke: alles wa nu val, da val nie tijdens Appelpop!"
"Joa net!" zei ik.
Wat altijd weer het teken is om te proosten, een adje te doen, en een verse pils te scoren.

Unnene mooie toal, Tils, da moe gezeg, moar op de TV kende toch op z'n mins 'n bietje normoal proatte. Zou ik doen, als je het kan. ABN. Op de TV. Bij Zomergasten.
Zoniet Erik van Lieshout. Die bleef volharden in zijn platte Brabants. Waarin ie vertelde dat ie MAVO had gedaan.
"Wat een domme goser!" riep ik tegen L.
"Hoezo dom?" vroeg L.

Wacht. Ik moet iets vertellen. Ik heb een vooroordeel. Eentje waar ik niet trots op ben. Maar het is hardnekkig, en het komt er op neer dat ik mensen met een MAVO-opleiding dom vind. Hoezeer ze ook geslaagd zijn daarna, in het leven. Ik weet dat het onzin is, omdat zowel mijn beste vriend als mijn broertje zijn begonnen met MAVO, en ze het allebei maatschappelijk inmiddels een stuk verder hebben geschopt dan ik. En terecht. Want ze zijn bij nader inzien allebei ongelooflijk slim. Maar toch steekt het soms onverwacht de kop weer op.

"Hoezo? Hallo! Mavo!", riep ik, "en Brabant! Dat accent!"
Ik checkte twitter met de hashtag #zg. De meute was het met me eens.
"En twitter!" zei ik tegen L., "die vinden 'm ook een sukkel!"

Nu ik het zo opschrijf gruwel ik bijna van mijn eigen domheid. Afhankelijkheid. Will ich nicht! Ist ja klar, oder…
Het probleem was: Erik van Lieshout had fantastische fragmenten uitgekozen. Stukjes film over kunst die zich verdedigde. Al dan niet vanzelf. Van prachtige tenenkrommende actievoerende muziek (wir wollen Sonne statt Reagan) tot en met een provocerende Jezus-monoloog van een schitterende acteur in zijn hoogtijdagen, die door nitwits werd belaagd). En dat niet alleen. Hij vertelde er ook enorm verfrissend over. Eindelijk eens iemand zonder mediatraining. Of mediatraining voor extreem gevorderden, dat kan ook. Dit in tegenstelling tot de voetballers.
Erik was naturel. Authentiek. Helemaal zichzelf.
Precies zoals de frontman van hiphopformatie Odd Future, voorgeprogrammeerde sensatie op Lowlands, het in al zijn interviews adviseert: "Be yourselve, fuck the rest."

Hoe het ook zat, het werkte wel, in the long run. Spannend als het was.  Pitten geen optie meer. En ook op twitter sloeg de stemming op een gegeven moment om. De kunst had 't 'm gelapt. De fragmenten werden gelauwerd. De man lof toebedeeld en herhalingen toegewenst.
Nu al de meest besproken aflevering van zomergasten, werd er getweet.
Erik van Lieshout was de unusual suspect, die het net als in de film uiteindelijk flikte.

Advertisements

Gerust

Goed, ik ben dus weer terug van vakantie. Heel erg vrolijk ben ik daar niet onder, want ik was graag nog de rest van mijn leven op vakantie gebleven. En dan bij voorkeur op de plek waar ik praktisch elke zomer naartoe ga: het Franse Vercheny. De miniscule nederzetting aan de voet van de Alpen waar mijn favoriete riviertje, de Roanne, uitmondt in een iets groter riviertje, de Drome.

De Roanne ziet eruit als volgt:

Roanne 

Naar heel veel meer verlang ik niet in het bestaan, geloof ik. De Roanne is zo'n plek waarvan je oergevoel zegt: "Drinkwater! Voedsel! Geef me een hengel, en ik zing het hier voor de rest van het liedje wel uit."
En dan hou ik nog niet eens van vissen, kun je nagaan.

Waar ik wel van hou is zwemmen. En lezen. En kanoen, bergwandelen, wielrennen, etc. Dat heb ik dus maar gedaan.
Dit is wat ik gelezen heb:

Gelezen2 

Veel Nederlandse jonge schrijvers inderdaad. Is traditie op vakantie. Even kijken hoe het er voor staat met de toekomst van de nationale letteren.
Laat ik er, als ik mag afgaan op de debuten uit deze stapel, kort over zijn: niet best. De goser onder het stel heeft overigens absoluut talent, maar die is dan weer slecht geredigeerd.
Wel een regelrechte aanrader is David Foster Wallace. Een Amerikaan. Al dood overigens. Zelfmoord. Je zal het altijd zien.
Voor de rest gold: de Duitse korte verhalenschrijfster is wereldvreemd, net als de bijna naamgenoot van eerder genoemde Amerikaan. De Canadees heeft een aardig boek geschreven maar overtuigt net niet genoeg om het een van zijn meesterwerken te noemen (te veel vorm, te voorspelbare personages). De dooie Belg dan. Ik vond zijn debuutroman in de verzameling naar zolder verwezen boeken van mijn vader. Mijn vader bleek gelijk te hebben gehad. JMH's debuutroman mag weliswaar een cultboek wezen, maar het is zwaar gedateerd (dit itt zijn latere werk).
Tsja, en het Surinameboek. De NS-publiekshit is na een tijdje eigenlijk alleen nog maar interessant wanneer het niet over Mama gaat.
De non-fictie romancier vervolgens. Die loopt wel over een erg dun lijntje waar het de grens van de publieke betamelijkheid betreft. Verleidelijk geschreven, dat moet ik hem nageven, ik kon het al lezende niet wegleggen.
Het boek over de dichters was ook goed, vooral in de persoonlijke verhalen van de dichter, maar die schijnen, ik snap er niets van, slecht te verkopen.
Tot slot de 2 wielerboeken. Die van de Helling moet het hebben van herkenbaarheid, dat doet ie goed, voor de rest valt er niet zo gek veel te halen. De interviews van de voormalige AKO-prijswinnaar daarentegen, zijn prachtig door hun ingetogenheid, waarbij paradoxaal genoeg de bevraagden bijna meer dan het achterste van hun tong laten zien.

Tot zover het lezen. Ik zou er graag nog veel meer over zeggen, maar ik heb geen tijd meer. Ik heb met mezelf afgesproken dat ik vanavond vroeg naar bed ga. Morgen voor het eerst sinds vier weken werken.
Normaal zou me dat nergens van weerhouden, maar mijn huidige situatie aan het arbeidersfront vergt dat ik enige voorzichtigheid betracht.
"Er is sprake van een kleine ruis in de relatie met de Bank", zoals mijn contractmanager het eufemistisch stelde, vlak voordat ik op vakantie ging.
Vrij vertaald: Mijn situatie aan het arbeidersfront is kut.

Ik zie op tegen morgen. En ook weer niet. Ik wil weten hoe de vlag er voor staat. Ik ben op zoek naar geruststelling.
Wie niet.
Feitelijk is dat misschien van baby-afaan wel de voornaamste wens van de iedereen.
Geruststelling.
Voor vannacht probeerde ik mezelf gerust te stellen. "Misschien valt het allemaal mee", prentte ik mezelf in, "Wellicht maak ik me zorgen om niks."
Want daar ben ik goed in, weet ik. Niet dat jullie daar ooit iets van merken. Ik ben geweldig in verborgen panikeren.
En ondertussen rook ik de longen uit mijn lijf en drink ik mijn lever tot een zwemband.

Daarom. Ik heb behoefte aan onafhankelijkheid. Aan autarkie. Ik hou niet van vissen, maar zet me in noodgevallen alsjeblieft aan de oever van de Roanne, en geef me dan in godsnaam maar een hengel.

Dat dat kan. Daar gaat het om.