En vacances

Auto 

Tot over 4 weken!

Advertisements

Zelfcensuur

Lieve lezers, ik heb zojuist besloten om voor de zekerheid het stukje dat ik vannacht heb geschreven toch maar van dit web-log te verwijderen. Dit omdat het een nogal riskant stukje was, dat vervelende gevolgen kan hebben voor mijn persoonlijke situatie.

Voor wie het toch wil lezen: Zend een email naar het volgende vage adres: t505979@tip.nl
Dan stuur ik je het stukje alsnog toe.

Groet! En geen zorgen!
Namens, om met Herman Brood te spreken, ene zeepbel in de knel.

 

Leidinggevende

Een jaar of 4 geleden kreeg ik voor de zoveelste keer een nieuwe leidinggevende bij de ABNAMRO. Het eerste wat hij na een korte begroeting zei toen we kennismaakten was: "Als jij hier over een half jaar nog zit, dan hebben we allebei iets niet goed gedaan."
Da's een lekkere binnenkomer. Heel motiverend ook. Na een half jaar was hij overigens zelf verdwenen (weggepromoveerd naar een kansloze functie in het Siberie van de Bank: de afdeling regel- en wetgeving), en ik zit nog steeds op dezelfde plek. Wat op zich ook best triest is, maar ik heb dan ook geen carriere-achtige ambities. Niet op mijn werk althans. Werktechnisch ben ik de man van recht zo ie gaat.

Afgelopen week was het opnieuw zover. Een verse leidinggevende bij de Bank. Mijn 8e inmiddels, in zesenhalf jaar. Deze maakte het bijkans nog bonter dan die van 4 jaar geleden. Zo'n beetje het eerste wat hij zei toen ik bij hem op de kamer verscheen was: "Ik twijfel aan jouw efficientie."

Daar sta je dan. Met je 6 jaarlijkse beoordelingsrapporten die allemaal laaiend enthousiast waren. Jij, de enige ICT-er op de afdeling, die het werk dat vroeger werd gedaan door 3 fulltime fte's, inmiddels in je eentje verricht, in slechts 24 uur per week. Hoezo niet efficient? En o ja, had ik al verteld dat het aantal gebruikers van de applicaties die ik beheer, in die 6 jaar is gegroeid van 50 naar 300?
Fuck.
Maar dat zei ik niet tegen mijn nieuwe leidinggevende. Ik zei: "Hoezo?"
Daar gaf hij geen antwoord op. Hij zei: "Ik wil dat je een overzicht maakt van waar jij precies je tijd aan besteedt."
Which I did. Binnen een paar minuten. Efficient is immers my middlename. Een tabelletje (daar houden managers van) met taken, en hoeveel uur per week ik daar per taak ongeveer mee bezig was. Ik zond het hem per email.
Hij reageerde er niet op. Wel zei ie: "Ik wil dat je voortaan daar gaat zitten." Hij wees naar een plek aan de kop van een bureau-eiland van campagnemanagement, waar 8 uur per werkdag 5 man continu zitten te bellen met callcenters en andere leveranciers van onze bank. En dan heb ik het nog niet eens over de koffie-automaat in mijn nek waar de ganse kantoorvleugel 8 keer per dag aanschuift, om nog maar te zwijgen over de ratelende afdelingsprinter die zich op een meter van mijn aanstaande werkplek bevond, en waar steevast drie man bij staan te ouwehoeren. Tel daar bij op dat ik enigszins allergisch ben voor lawaai tijdens geconcentreerde arbeid, en je kunt je voorstellen dat het voor mij de allerberoerdste werkplek is die je je kunt bedenken.
"Volgens mij functioneer ik daar nog minder efficient", zei ik.
"Dat kan me niet schelen", zei mijn nieuwe leidinggevende, "ik wil toch dat je daar a.s.a.p. gaat zitten."

Twee dagen later kreeg ik mijn manager van het detacheringsbureau op bezoek. Sorry, het wordt nu misschien een beetje verwarrend allemaal, met al die managers, maar dat is dus een andere knakker dan die nieuwe leidinggevende van de bank.
Het zit in werkelijkheid allemaal zelfs nog een stuk gecompliceerder, maar daar ga ik jullie niet mee lastigvallen. Of nou ja, eventussendoor dan, voor de lol: Ik heb te schaften met maar liefst 8 verschillende managers. Mijn leidinggevende op de Bank, de unitmanager van mijn detacheringsbedrijf (voor mij), een relatiemanager (voor de klant), een contractmanager (voor het detecheringscontract met de bank), een technologie-manager, een deliverycenter-manager, een servicemanager en een werkverdeelmanager. Klinkt efficient nietwaar? Ze zijn er allemaal mee bezig om mij zo goed mogelijk te laten functioneren. Wat er voornamelijk op neer komt dat ik een hoop tijd kwijt ben met het fabriceren van allerlei overzichtjes voor die managers, om aan te geven waar ik mijn tijd precies aan besteed.
 
Anyway, ik kreeg dus de unitmanager van mijn detacheringsbedrijf op bezoek. Tevens een nieuwe trouwens. De ouwe zat er ook bij. Het was een unitmanager-overdrachtsgesprek.

Wacht. Het wordt nu wel heel zakelijk en gevoeglijk te saai allemaal. Te gedetailleerd.
Misschien moet ik tussendoor een mop vertellen. Of nee, dat doet mijn nieuwe unitmanager zodadelijk, over een paar alineas. About managers themselves. Even geduld nog. Coming up. Stay tuned.

De ouwe unitmanager begon te vertellen aan de nieuwe unitmanager: "Sven zit al bijna 7 jaar bij de Bank, en ze zijn laaiend enthousiast over hem, want kijk naar zijn beoordelingsrappor…"
"Nou", onderbrak ik mijn ouwe unitmanager, "niet schrikken, maar…" En deed mijn verhaal over de nieuwe leidinggevende bij de Bank.
"Tsja", zei mijn nieuwe unitmanager, "dat had ik inderdaad ook al begrepen van de relatiemanager en de contractmanager."
"O ja?" zei ik.
"Ja", zei mijn nieuwe unitmanager, "hij was niet tevreden over je email. Hij vond het geen urenverantwoording, maar meer een functiebeschrijving."
"Huh", zei ik, "wat een onzin, maar belangrijker waarom heeft ie dat niet tegen mij gezegd? En wel tegen jullie?"
"Dat weet ik niet", zei mijn nieuwe unitmanager, "ik denk dat ie een aflevering van de cursus communicatietraining heeft gemist. Overigens, ik vond het wel een perfect opgestelde urenverantwoording. Volgens mij is die nieuwe leidinggevende bij de Bank nogal een zeikerd. Of hij heeft een verborgen agenda."
Die nieuwe unitmanager beviel me wel. "Dat zou goed kunnen" zei ik. En tekende op papier een strategisch belangenplaatje voor 'm uit, waaruit het gedrag van mijn nieuwe leidinggevende bij de Bank eventueel viel te verklaren.
"Dat is nog eens een handig plaatje", zei mijn nieuwe unitmanager, "volgens mij heb jij wel kijk op de zaak." Daarna richtte hij zich tot mijn ouwe unitmanager: "intelligente vent, deze jongen."
"Toch blijft het niet leuk", zei ik, "zo'n situatie."
"Ach trek het je niet te veel aan", zei mijn niewe unitmanager, "je weet hoe managers zijn. Die zijn als meeuwen."
"?" deden mijn ouwe unitmanager en ik.
"Ja", zei mijn nieuwe unitmanager, "ze komen aan met een hoop gekrijs, schijten de hele boel onder, en daarna zijn ze weer verdwenen."

Ik durfde niet te lachen. Of nou ja, een beetje dan. Want het was wel godverdomde herkenbaar. Als je zo'n beetje elk half jaar een nieuwe manager hebt (en dan heb ik het alleen nog maar over mijn leidinggevende bij de Bank – ik bedoel, als je de overige 7 meetelt, dan heb ik zo ongeveer elke maand wel te schaften met een managementoverdracht), dan weet je dat het klopt. Zo'n beetje elke manager wil precies het tegenovergestelde van zijn/haar voorganger. De hele boel moet op de schop. Om het werk in theorie op lange termijn beter/efficienter/effectiever/goedkoper te doen. En in theorie hebben ze misschien zelfs ook wel gelijk, in sommige gevallen. Maar in de praktijk werkt de afdeling 6 maanden lang op halve kracht omdat iedereen zich moet aanpassen aan die veranderingen.
En dan komt er na een half jaar dus weer een nieuwe manager. Die, enfin.
You do the math.

Maar goed. Ik was er wel een beetje ziek van. Ik werk voornamelijk voor het geld, maar toch ook enigszins om andere mensen te helpen het leven gemakkelijker te maken. En in ruil daarvoor een beetje waardering terug te krijgen. Dat is voor mij ICT zoals het bedoeld zou moeten zijn. Ik hou van mensen blij maken. 
En bij de Bank is ook iedereen blij, althans zo'n 299. 300-1. En die -1 betreft mijn nieuwe leidinggevende.

Afgelopen weekend was ik op Bospop. In Weert, Noord-Limburg. Het liefste popevenement van Nederland. We waren er met een delegatie van Appelpop op uitnodiging van de Bospoporganisatie, onze broeders van een zusterfestival. We kregen een hoop gratis drankbonnen. Wat zich vertaalde in een ongekende bi
er/uur-ratio. Van 14.00 tot 15.00 zaten we op 8/persoon. En dat ging een tijdje voort.
"Godverdomme", zei iemand, "dit is topsport!"
Gelijk had ie.
Om 16.45 schoven we kacheltjelam aan bij de act waarvoor mijn beste vriend en ik voornamelijk waren gekomen: Ringo Starr and his All-Star-band. Je bent Beatles-fan, of je bent het niet.
In de auto op weg er naartoe (bestuurd door een Appelpopmeisje – in Tiel geldt: meisje=BOB) hadden we een illegale opname van een van de eerdere concerten van de ex-Beatle beluisterd met alle krakers: It don't come Easy/Photograph/I am the Greatest en uiteraard alle ca 12 songs van de diverse Beatle-LP's waarop Ringo altijd 1 nummer had mogen zingen. Dat was destijds contractueel vastgelegd. En daar plukte de 70-jarige ras-alcoholicus thans de vruchten van middels groots aangekondige concerten tijdens kleinere festivals in provincieplaatsen door heel Europa.
Het was goed slecht. Erg slecht. Precies zoals het hoorde.
En na afloop van elk nummer riepen mijn beste vriend en ik: "Helter Skelter!" naar het podium. Want dat is traditie. Dat doen we na elk Beatlenummer dat wordt gespeeld. No matter who. Bij Joe Cocker, bij Elvis Costello, bij iedereen. Zelfs bij McCartney, de oorspronkelijke schrijver/zanger. En die heeft 'm in zijn laatste tour dus wel mooi in zijn set opgenomen, uiteindelijk.

Na het concert lagen gingen we uitgeteld in de wei ergens achterin op het festivalterrein liggen. Met een paar treetjes pils.
"Hoe gaat het op je werk", vroeg mijn beste vriend.
"Breek me de bek niet open", zei ik.
"Ik las het op je twitter", zei ie terug.
"Volg jij mij op twitter?"
"Ja ik volg jou."
"Wat heb je gelezen?"
"Dat jouw nieuwe leidinggevende je niet efficient vond."
"O dat. Ja", zei ik, "de lul."
"Is dat zo?" vroeg mijn beste vriend.
"Ja", zei ik.
"Toch kan het nooit kwaad als iemand je een spiegel voorhoudt", zei mijn beste vriend.
Jezus, dacht ik. Je bent mijn beste vriend. Je gaat toch niet… "Lul", zei ik.
"Ik meen het", zei ie, "Jij doet je werk toch fluitend, met twee vingers in de neus?"
"Ja!", zei ik, "omdat ik juist zo godverdomde efficient ben!"
"Maar je voert de helft van de tijd toch geen reet uit?"
"Ja!", zei ik, "maar nogmaals, dat krijg ik voor elkaar doordat ik.."
"Dus dan heeft ie wel een punt", onderbrak mijn beste vriend me.
Hij is zelf manager. Uitvoerend directeur zelfs.
"Zout toch op", zei ik, "okay, ik ben een luie flikker. Maar ik zet me wel in. Ik heb het beste voor met de Bank en ik ben mijn geld meer dan waard. Weet je, ik ben als een spits, ik zorg dat ik sta op de juiste plek op het juiste moment. Ik scoor de goals. Ik zorg dat alles draait, dat het goed gaat met de club. Maar reken me alsjeblieft niet af op de afgelegde kilometers, daar heb je middenvelders voor."
"Dat geloof ik ook wel", zei mijn beste vriend, "dat je het beste voor hebt met je werk, maar toch, je zou veel meer kunnen. En die nieuwe leidinggevende heeft dat door. Luister, ik bedoel het niet als een aanval."
Ik hoorde hem niet. Ik was dronken. En ging door op de metafoor van de spits. Mijn eigen verhaal: "Of beter nog", zei ik, "zie me als een kopman van een wielrenploeg. Daar zeg je ook niet tegen van: toon jij eens wat extra inspanning, ga ook eens bidonnen ophalen en daarna met je kop in de wind rijden. Want dat kost je het klassement. Dan is het hele gemeenschappelijke doel naar de kloten! Snap je wat ik bedoel?"
"Jawel, maar jij snapt niet wat ik bedoel", zei mijn beste vriend, "volgens mij kan jij veel meer dan je nu doet op je werk. Dus ik snap die leidinggevende wel. Die ziet dat, en denkt: nou ja, wat ie zei dus."
Ik wilde een pils naar z'n kop smijten. Maar deed het niet. Ik draaide een shaggie. Stak 'm op.
"Weet je", zei ik, "ik ben vet overgekwalificeerd voor dit werk. Ik doe het desondanks omdat ik juist gevrijwaard wil zijn van dit soort gezeik. Bij het allereerste college economie dat ik kreeg op de universiteit heb ik geleerd dat de belangrijkste doelstelling van een bedrijf niet zozeer 'maximale winst' zou moeten zijn, maar 'continuiteit'. Ik geloof daarin. Ik geloof in continuiteit. In recht zo ie gaat. In never change a winning team."
"Toch kun je het hem niet kwalijk nemen", zei mijn beste vriend.
Toen smeet ik alsnog die pils naar z'n kop.

Daarop heeft ie een kroket voor me gehaald.
"Volgens mij moet je wat eten", zei ie.

Kijk, dat zijn vrienden.

Bandana

Er is een nummer van Jimi Hendrix, getiteld: "I don't live today". Ik draaide het vroeger vaak. Vooral als ik een kater had. Dan hielp dat nummer van Hendrix me de dag door, en voelde ik me nog stoer op de koop toe. Omdat Hendrix mij begreep. En ik hem. En dat we dus vrienden waren.
Tegenwoordig heb ik nooit meer een kater. Daarvoor drink ik te regelmatig. Elk nadeel heb zijn voordeel.
Desondanks heb ik Jimi nog steeds hoog zitten. En gevoeglijk laat ik geen gelegenheid ongebruikt om een bandana om mijn kop te knopen.

Veel van die gelegenheden zijn er niet, maar afgelopen week waren er twee op een rij. Eerst was daar het festival Woodstock aan de Waal (zie stukje vorige week), vandaag was er de surprise-party voor B., de vrouw van mijn beste vriend, georganiseerd door diens 12-jarige dochter, die ons als thematische kledingsvoorschrift "Hippie" had opgelegd.

Say no more, zeg ik dan. En verschijn vervolgens in een outfit waarvan je alleen al door er naar te kijken knetterstoned wordt. Een gestreepte broek als ware het gordijnen, een fel overhemd dat blauwer is dan korenbloemen, jasje eroverheen van rood fluweel met gouden knopen en hartjesmotief, en last but not least een oranje bandana met zwarte Chinese symobolen, waarvan ik geen flauw idee heb wat ze betekenen. Misschien zijn het niet eens Chinese symbolen trouwens, maar wie kan dat wat schelen, vogel. Het gaat om het idee. En het idee is goed.

Ik was in de stemming vandaag. Ik ging met mijn taxi-gele fiets naar Amsterdam Centraal, doelgebied Midden-Betuwe en bedacht ter plekke: "Weetjewat? Ik neem hem gewoon mee!"
Zo denk je met een bandana om je kop, geloof mij maar.
Op zich best snugger want het feestje vond plaats op een onmogelijke bestemming. Te weten in een restaurant met de deprimerende naam "De Rotonde", in Enspijk, vlak langs de A2. Niet te bereiken per OV. Alleszins niet op zondag. En dat was het vandaag zag ik op mijn telefoon: Zondag.

Ik was kortom behoorlijk in mijn nopjes met mijn fiets, mijn plotselinge plan, en mijn geestelijke gesteldheid in het algemeen. Ik was zelfs zo optimistisch dat ik dacht het vanaf Utrecht CS wel te kunnen rooien. En dat ging ook prima, totdat ik na 30 kilometer fietsen 500 meter voor de finish strandde bij het riviertje de Linge.

Kansloze horde.

Vooropgesteld: De Linge is mijn favoriete rivier. Er is geen water dat mooier meandert, kunstzinniger kruist, sierlijker zijn bochten neemt dan de Linge.
Ik keek op mijn telefoon. Het was 14.40. Om half 3 had ik al op de Rotonde moeten zijn.
"Jij kan er ook niks aan doen" zei ik tegen de Linge.
"Verderop is een voetveer", zei de Linge terug, "misschien dat je daar iets aan hebt."
"Thanks", zei ik, en volgde de bordjes naar het voetveer.
3 km trappen.
Ter plekke stond een partytent. In the middle of nowhere. Er zaten mannen aan het bier. Gezellig. De veerboot lag er ook. Een blauw-wit geval, geschikt voor 2 personen. Misschien ook nog een fiets. Ik had hoop.
"Hoe laat gaat ie?" vroeg ik aan de mannen.
"Vandaag?" vroegen ze.
"Euh… ja?"
"Vandaag is zondag."
"Ja?"
"Dus dan gaat ie niet."

Daarna maakten de mannen opnieuw troef, en trokken er nog eentje open.
De boot bleef ondertussen zinloos dobberen op de zachtkabbelende golfjes.
Geweldig.
Vond ik met mijn bandana.
Deze mannen hadden het begrepen.
Fuck al die kapitalistische slavendrijvers, arbeiders hebben ook recht op rust!

20 km omrijden. Geen probleem! Het was een mooie omgeving. Ik zag een veld waarin ik een huis zou willen bouwen. 100 vierkante kilometer maaiveld, met een molen.

Betuwe 1 

Ik zag heel veel velden. Ik kwam uiteindelijk aan bij de Rotonde. Ik gaf B. de enveloppe met het symbolische bedrag, ik begroette mijn beste vriend, de rest, ik voelde me goed, dronk een hoop pils, en we speelden met onze ouwe band een moppie.
"Wat zijn wij goed!", zei mijn beste vriend richting het publiek. Onze eigen code voor: wat zijn wij slecht.
Maar het was leuk.
Ik at wat rijst met sate, bestelde een wijntje, en vervolgens kwam stipt om 19.00 het taxi-busje voor het gezelschap. De party was voorbij.

Dus daar stond ik. In mijn eentje. Met mijn bandana. In party-centrum de Rotonde te Enspijk.
Ik heb mijn fiets gepakt. What else? zou George zeggen.

Iedereen was weg.
Ik fietste terug door de velden. Ze lagen er nu bij in een soort van zonsondergang, wat het geheel alleen maar pitoresquer maakte, om een vervelend woord te gebruiken.
Ik redde het niet tot Utrecht. In Culemborg stapte ik op de trein.
Er zijn verdomd veel mensen die hun fiets per trein vervoeren. De mijne paste er niet bij. Toch stapte ik in, en wrikte mijn fiets ernaast.
"Van wie is die gele?" vroeg de conducteur even later.
"Van mij", zei ik.
"Okay", zei ie.
Ik had nog steeds mijn bandana in. Ik gaf hem vingergewijs het peace-teken.
Daarna wilde ie toch even mijn NS-kaart zien. En mijn vervoersbewijzen.
Ik stootte mijn pils om.
Enkel in een poging 'm te helpen in zijn missie.
Het liep goed af.

Ik heb ook verder geen ruzie gezocht.

In Amsterdam stapte ik op mijn ouwe trouwe fiets. Mademoiselle da 6th inmiddels, bijnaam Sexy Taxi, vanwege haar kleuren en vormen, maar dat terzijde.
In de Spuistraat ging ik plat op mijn plaat. Echt een kaakschuiver. Schuren over de tegels. Wegens een vage tegenligger.
Volgens mij ben ik tamelijk dronken, dacht ik.
En volgens mij was dat goed gedacht.

Struikelend liep ik de trappen op naar mijn woning, 4 hoog.
"En, was het leuk?" vroeg L.
"Jazekers" wilde ik mompelen. Maar ik deed het niet. Ik voelde met mijn handen of ik mijn bandana nog omhad. Dat was zo.
Pas toen kon ik het zeggen zoals Hendrix het zou doen. Quasi-verveeld. En toch diepzinnig. Op z'n zwarts:
"Yeah", zei ik.