Druk 2

Sorry Jellie, het is 'm toch geworden. Gisteren stond ik in Festina in de pauze van de Grande Finale aan de bar met de vriendin van de presentator.
"Het is een mooie avond", zei ze.
"Dat is het zeker", zei ik.
"Hier kan je een hoop over schrijven", zei ze.
"In theorie wel", zei ik.
"Je gaat toch niet weer een stukje maken over dat je het druk hebt", zei ze.

Nogmaals excuses. Ik kan op dit moment niet anders. Ik ben kanonzat. Echt compleet naar de gallemiezen. David Bowie zong ooit op de mooiste flowerpower LP allertijden (Hunky Dory): "My weekends are an alltime low".
Hij bedoelde daar niet direct een noodzakelijke voorwaarde mee voor een menselijk bestaan. En zelfs met heel veel fantasie valt het niet zo op te vatten, maar toch doe ik dat. Ik geloof in rustige weekends. Uitslapen, ontbijt en dat soort dingen, sex eventueel. En voor de rest geen gezeik aan je kop.

Het zit er al weken niet meer in, dat ontbijt. En in de weekends al helemaal niet. Afgelopen vrijdag het welbekende liedje van vroeg naar Nijmegen reizen. Flat van mijn Oma leegtrekken. Een laatste foto van de staartklok, die kan misschien nog op marktplaats.nl. Vier x heen en weer rijden naar de stort, of beter gezegd, de Milieu-straat. Alwaar 12 geestelijk uitgedaagden  je elke keer vragen om je identiteitsbewijs en of je wel uit Nijmegen komt.
"Het is van mijn Oma", zei ik dan telkens, en overhandigde een brief met haar adres, "Ze is plotseling opgenomen in een verzorgingstehuis."
"Vooruit dan maar", zeiden ze dan, "voor deze ene keer."

Vrijdagavond optreden in Tiel. Tijdens Woodstock aan de Waal. Goed festival. Ik had in de briefing naar de artiesten al gelezen dat het de bedoeling was dat je louter nummers bracht die ook op het legendarische festival waren gespeeld.
Ik dacht: dat is een geintje.
Het was geen geintje.
Een hele grote tribute, dat Woodstock aan de Waal. Cool. Nog nooit zoveel wahwah per vierkante minuut gehoord.

Mijn eigen optreden ging okay, ware het niet dat ik halverwege het 2e gedicht (Emily) even de tekst kwijt was. Het publiek zat er bovenop. Ze hielpen me. Wist zelfs de laatste regels die ik had gedebiteerd letterlijk te reciteren. Knap. Respect. "Kun je het vanaf hier zelf weer verder, denk je?" zei een vrouw.
Ik had kortom de aandacht.
"Jazekers", zei ik, en vervolgde met een zin waarin het woord 'kut' een prominente plaats innam.
Kon ik ook niet helpen, kwam zo uit.
"Ohhh", zeiden de mensen.
Dat soort dingen gebeuren.
Uiteindelijk toch nog een groot applaus.

Er kwam een klein meisje op me af. "Gaaf jasje", zei ze.
"Wil je het hebben?" vroeg ik in een Woodstochachtige opwelling.
"Euhh…"
"Ja!" zei haar moeder, "ze wil het heel graag hebben, ze is er werkelijk helemaal weg van, ze had het tijdens je optreden alleen maar over dat jasje!"
"Mam!", zei het meisje, "doe normaal!"
"Vind je het een mooi jasje?" vroeg ik.
Het meisje kwijlde bijkans.
Dus ik heb het gegeven. Zo ben ik:

Jasje 

Toen de trein terug proberen te pakken, maar de conducteur sloot terwijl ik kwam aanrennen met mijn blik bier en een peuk in mijn smoel, met een grote grijns 2 minuten voor de officiele vertrektijd de deuren, en liet de trein vertrekken, de lul.
Godverdomme.
Betekende voor mij: In Utrecht een uur wachten, en in Amsterdam geen tram meer. Taxi's zijn sowieso kansloos in 020, dus lopen. Om half 3 thuis. Terwijl ik daar normaal gesproken om half 1 zou zijn geweest. Grrr.

Enfin, no sweat. Zaterdag een nieuwe dag, een nieuw geluid. Grande Finale Festina Poezieslag. Ga ik niet te veel over zeggen. Gaat Pim te Bokkel doen. Wel alvast bij dezen een foto van de terechte winnares, Kira Wuck

Kyra 

En O ja, EJH nam afscheid. Wij vaste juryleden hadden bij wijze van eerbetoon een haiku voor 'm gemaakt. Want EJH loves haikus.
De mijne luidde als volgt:

Je ogen zo geel
Zeg me, is het de Duvel?
Of ben je het zelf

Niet slecht, naar mijn particuliere mening. Zeker voor een haiku. Maar Kira was beter.

Vandaag, zondag, was de laatste dag van mijn zoveelste weekendmarathon. Geen treinen tussen Utrecht en Tiel, dus extra vroeg de deur uit, want omreizen via Arnhem. Boeiend. Not. Duurt lang.
Om 13.40 op de planken van Woodstock aan de Waal. Reuni en Fleris gedaan. Gingen goed. De man met de baard tapte me op mijn schouder. Dat is wat waard. Ik zag er dan ook goed uit. Ik had die ochtend nog speciaal voor de gelegenheid het ultieme jasje opgehaald bij mijn ex-vrouw (waarvoor nog dank!):

Nog een jasje 

Hoop gezopen daarna. En bandjes gekeken. Janis-tribute van 3 kwartier, en daarna 45 minuten Hendrix op niveau.
Laatste nummer was (uiteraard) Voodoo Chile. Dus dat ging natuurlijk zo:

Fire 

Uiteindelijk stak ie 'm niet in de hens, de slappeling. Maar z'n laars bleef erop, en daar gaat het om:

Wahwah 

Wahwah. Ik kan me geen hemel voorstellen zonder.

Na afloop van Woodstock aan de Waal reden mijn beste vriend en ik, beiden katjelam, mee met ML naar onze goede vriend Appie in Tiel Passewaaij. Soort van bandreuni. We moesten oefenen voor, enfin, daar mag ik niet over schrijven. Maar je snapt wat ik bedoel. Denk Henny Huisman. Denk de letter S, en de Engelse vertaling van het woord opgang. Met een r ertussen. Maar dat hoefde ik waarschijnlijk al niet meer te zeggen.
Toch vind ik het met mijn dronken kop aardig gecamoufleerd. Bon. Daar had ik het niet over. Ik had het over onze goede vriend Appie. Die een heel goeie shoarma-grill in huis heeft, en belangrijker, 2 gitaren.
Wij oefenen.

"Godverdomme, wie heeft er verzonnen dat we dat kutnummer van Laura Jansen gaan spelen", zei iemand. Zal ik zijn geweest. "Het wemelt van de add2 en de sus4 akkoorden!"
"Vergeet de adds en de susjes, gewoon rock'n roll", zei mijn beste vriend, "niet te moeilijk doen."
"Speel jij gewoon een G?"
"Ik speel gewoon een G, dikke lul".

Dus dat was tenminste duidelijk.

Appie zette ondertussen "Bell Bottom Blues" op van 'Derek en de Domino's.'
Mijn beste vriend en ik, wij rookten een sigaret, en dronken een pils.
"Dit is de beste blues die ik ken", zei mijn beste vriend.
"Hoezo?" vroeg ik.
"Serieus", zei ie, "moet je luisteren: "if I could choo-ooose a place to die…."
"Ja?" vroeg ik.
"It would be in your arms", zei mijn beste vriend, "dat is toch een geniale tekst! Als ik denk aan B., dan..
.."
"Ik weet nog wel een betere plek", zei ik.
"Heh heh", zei Appie.
10 punten.
In Tiel is een goedgeplaatste sexgerelateerde opmerking ongeveer zoiets waard.
"Getverdemme", zei ML, "ik moet er niet aan denken, dat iemand in mijn kut sterft terwijl we aan het neuken zijn."
"Maar hij blijft tenminste wel stijf", zei iemand.
Tadaah! 100 punten! Dubbele bonus, drie keer woordwaarde en door naar start!

Niks meer aan doen.
Bon. Je ziet Jellie, ik ben te gammel, ik moet het hier bij laten.

 

Advertisements

Druk

Ik ben erg slecht in multitasken. En net op het moment dat ik dit stukje wil gaan schrijven, bombardeert mijn beste vriend me met WhatsApp-berichten. Dat schrijft lastig.
Ik heb sowieso een hoop aan mijn hoofd, deze dagen. Mijn agenda kent amper een kwartiertje speling meer, tot aan mijn geplande vakantie vanaf 17 juli.
Maar goed, ik zet dan ook dingen in mijn to-do-list als: "alle opgenomen afleveringen Madmen kijken, voor ruimte op harddiskrecorder."

Mijn beste vriend heeft een ingewikkeldere agenda. Hij is uitvoerend directeur van een middelgrote onderneming in sanitair. Zijn dagen bestaan uit vergaderingen, beurzen en zakenrelatiedineetjes. Tijdens welke ie bij de pinken moet blijven, en gevoeglijk niet kan roken en drinken (de mores uit de tijden van Madmen zijn niet de huidige, helaas, mede tot groot ongenoegen van mijn beste vriend). Last but not least moet ie ook nog slechtnieuwsgesprekken voeren met personeel, en wellicht nog erger, nazorg verlenen.

"Wanneer moest je nou ook alweer optreden in Tiel met Woodstock aan de Waal?" whatsappt ie.
"Dat heb ik je eergisteren gemaild", whatsapp ik terug.
Het was waar. Ik had hem afgelopen vrijdagnacht een mail van meer dan een A4-tje geschreven.
"Hallo, voor mail heb ik geen tijd" text ie terug.
Bon. Ik had al zo'n vermoeden. Sinds ie directeur is beantwoordt ie eigenlijk nooit meer mailtjes.
Dat mag. Want hij zit in een drukke fase van zijn leven. Al een poosje. Zo gaan die dingen. Als er echt iets met me aan de hand is daarentegen, staat ie direct voor me op de stoep.
Zo is ie.
En dat is vice versa.
Vrienden die elkaar vanaf hun 4e, respectievelijk 5e levensjaar kennen (nu al 37 jaar lang), hebben aan weinig tijd en woorden genoeg. Zeker in de perioden dat er geen sores is. Geen hommeles in het dagelijks bestaan.

"Vrijdag en zondag", whatsapp ik.
"Niet zaterdag?" vraagt ie.
"Nee, nogmaals. Zie mail van eergisteren", zeg ik terug.

Normaal ben ik niet zo van de bijtende. Normaal zeg ik nooit: 'nogmaals, etc'. Normaal zou ik gewoon het emailtje van eergisteren, verspreid over 36 WhatsApp-berichten, hebben door ge-smst. Maar nu heb ik het druk.
"Ik heb het druk", whatsapp ik.
"Druk? Jij?" zegt mijn beste vriend.

Ook dat is waar. Ik heb het nooit druk. Ik laat druk normaal gesproken niet toe in mijn leven. Net zoals die goser uit die cup-a-soup-reclame die zegt dat 'succes een keuze is', geloof ik in de gedownshifte variant daarvan. Ik geloof in het succes van het niet druk hebben.

Serieus, ik heb een geweldig leven. Een baan die enigszins beneden mijn opleidingsniveau ligt, maar die desondanks behoorlijk betaalt. Alleszins genoeg om mij in staat te stellen naast de vaste verplichtingen (hypotheek voor mijn woning, levensmiddelen, diverse verzekeringen, telefoon, kranten, tijdschriten, etc), helemaal vrij pakweg 750 euro per maand aan diverse horeca te kunnen besteden.
En belangrijker: die tot dat laatste ook de tijd leent.

Maar nu had ik het dus druk. Waarmee allemaal, daar ga ik jullie niet in woorden mee lastigvallen. Hooguit in een paar foto's. En okay, een paar letters.

Op donderdag:

Boekenkasten Opa en Oma 

3 massief eikenhouten boekenkasten van mijn Opa en Oma. Mijn Opa had ze ooit, naast voor zichzelf, bestemd voor zijn 3 zonen. "Ze gaan lang mee", had ie de te dure aankoop destijds verantwoord, "jullie krijgen er later ieder eentje."
Mijn Opa is inmiddels dood. 2 van zijn zonen eveneens, met de 3e gaat het ook niet best.
Mijn Oma, 92, is aan het verhuizen naar een verzorgingsinstelling. Voor 30 juni moet haar oude flat leeg worden opgeleverd. De boekenkasten moesten dus weg.
Dat vond ik zielig voor de boekenkasten. En mijn Opa zaliger.
Een Rambo-achtige-reddingsoperatie kwam in me op. Ik heb er kortom een one-man-missie van gemaakt. Dat vond ik romantisch. Ik en de boekenkasten. Boedelbak gehuurd bij 'Pak een bak' op een Chevron Shellstation in Tiel, en met de auto van mijn moeder naar Nijmegen gereden. Aangekomen op de verlaten flat van mijn Oma, bleken de boekenkasten groter dan ik in mijn geheugen had. En zwaarder vooral.
"Misschien kun je de planken eruit halen", bedacht ik.
Het goede nieuws: Dat kon inderdaad. Bij 2 van de vijf per kast.
Het slechte nieuws: Die 2 planken waren al amper te tillen.
Djiezus Kraaist.
Ik vervloekte de romanticus in mezelf, de romanticus in mijn Opa, films in het algemeen en Rambo in het bijzonder. Massief eiken: wie verzint zoiets? Je zou het op het eerste gezicht niet zeggen, maar het was alsof ze uit lood waren gegoten.
Enfin. Uiteindelijk is het me gelukt om alledrie de kasten naar de boedelbak te sleuren. Daarna volgde een autorit door de storm. Van Nijmegen naar Amterdam.
Had ik al eens gezegd dat ik aldaar op 4 hoog woon? Zonder lift?

's Avonds ook nog naar Poetry International in Rotterdam geweest. Toen was ik al met de witte vlag aan het wapperen.

Op vrijdag:

Hans vd B 

Dat was des avonds. Toen ik bij mijn oud-studiegenoot en goede vriend M. ging eten. En wij daarna een concert bijwoonden van Hans v/d Berg van Gruppo Sportivo, die optrad in een villa in dezelfde straat waar M. woont. In Haarlem-Zuid. In een huiskamer. Doen ze daar. In het kader van het project 'Cultuurlijn'. 40 betalende bezoekers. Gratis champie en hapjes komkommer met zalm, verzorgd door het hostende echtpaar. M. ging uit zijn dak.
"Goeie liedjes", zei ie.
"Goeie liedjes", zei ik.

Eerder die dag had ik na te verwaarlozen slaperij al 70 vierkante meter tapijt naar de Nijmgeegse stort gebracht. En ca 30.000 dia-treetjes ingeladen. En samen met mijn bijna 70-jarige tante het fornuis van mijn Oma richting lift proberen te versjouwen.
Reeds toen was ik naar de definitieve vaantjes.

"Hallo, ben je er nog?" whatsappt mijn beste vriend.
"FUBAR", zeg ik terug.
"De quaoi?" vraagt ie.
Hij is niet zo goed in Frans.
"Fucked up beyond any recognition", zeg ik.

Op zaterdag:

Ellen 

Ellen! Ik ben gek op Ellen. Hoewel ik eerlijk gezegd vooral gek ben op haar exen. Muzikaal gezien dan he? Ik ben geen homo, alhans dat denk ik, maar dat schijn je nooit te weten. Anyway, ik heb het over Robin Berlijn, en vooral Richard Janssen. Beiden Fatal Flowers. Beste band die Nederland ooit heeft gekend.
Zaterdag stonden ze in het Robert Morris-observatorium, ergens in een grasveld, een flink aantal kilometers ten oosten van Lelystad, Flevoland. Zeg maar: Hoe in de middle of nowhere wil je het hebben.
Dat zijn de mooiste concerten. Er is slagregen, er is gure wind, en er is een tent waar de koffie op is. Er is nul publiek, er zijn mislukte probeerselbiertjes van amateurtappers, en voor de rest is er.. Ja, wat eigenlijk? Een EHBO-post, de V-tjes (de verplichte beveiligers voor een buitenfestival, als je een gemeentelijke vergunning wilt krijgen), een toiletwagen (dito), en er waren de organisatoren.
Feestje voor jezelf. Mooi man. Het deed me denken aan Appelpop in de begintijd. Wat inmiddel
s trouwens een groot festival is met 170.000 bezoekers. Soms moet je dingen een tijdje de kans geven. Maar dat terzijde.
Gisteren, op zaterdag in Lelystad, werd er na Ellen ten Damme op het Sunsation-festival nog een Poetryslam georganiseerd. Met verdomd goeie dichters. Een aardige representatie van de actuele top.
Maar er was geen publiek, behalve de eerder genoemden, met die verstande dat Ellen ten Damme al huiswaarts was gekeerd.
Ik mocht jureren. Samen met Pom Wolff, Effi nogwat en een aardige jongen waarvan ik de naam compleet kwijt ben.
Het voelde alsof het nergens om ging.
Na afloop liepen we met alle deelnemers van het festivalterrein naar de bushalte, 30 minuten verderop, tenmidden van de surrealistische Flevolandse einders.

Bushalte 

"Waarom is uberhaupt ooit Flevoland gemaakt?" vroeg een dichter tijdens de voettocht terug.
"Louter om films van Alex van Warmerdam te faciliteren", haakte een andere dichter in.
We dachten even na.
Daarna knikten we. Allemaal.
Dat moest het zijn.

 

92

Zojuist, een paar uur geleden, is mijn enige overgebleven Oma 92 jaar geworden. Het is haar eerste verjaardag waarop ze niet thuis slaapt.
Het ging niet meer, zelfstandig wonen. Sinds ze recent 2 van haar 3 zoons heeft verloren is haar geestesgesteldheid behoorlijk achteruit gegaan. Twee jaar geleden stapte ze nog wekelijks in de trein van Nijmegen naar Den Haag om een dagje te gaan winkelen. Winkelen ja, niet shoppen. Shoppen is iets anders. Shoppen is zielloze tijdsopvulling bij gebrek aan een innerlijk leven. Het winkelen van mijn Oma daarentegen, in louter de chiqueste zaken van het land, was een poging te ontvluchten aan de kwestie dat ze voor een dubbeltje geboren was. Mijn Oma heeft altijd geweigerd zich neer te leggen bij het spreekwoordelijke gegeven dat ze nooit een kwartje zou worden. Een dame wilde ze zijn. En een dame werd ze. Daarin gesteund door mijn Opa, een eenvoudige dounier, die nooit te beroerd was om de helft van zijn inkomen opzij te schuiven voor mijn Oma's kappersbezoekjes, designjurkjes en bontmantels. Mijn Opa was niet gek, ik vermoed dat het een viriele vent is geweest.

Maar het ging dus niet meer, dat thuiswonen van mijn Oma. Ze kocht nog dagelijks aardappels, groenten en vlees, maar at zelf alleen maar cornetto's. Het koken deed ze voor het bezoek. Waarvan ze dacht dat het er was.
Ik belde haar altijd op woensdagavond. En dan zei ze bijvoorbeeld: "Het is zo gek, ik heb Wim op bezoek (mijn Opa, al 13 jaar dood-pdn), maar hij wil niks eten! En dat terwijl ik zijn lievelingskostje heb gemaakt, sperciebonen met een slavink. Dat is toch raar?"
Raar was op zich het goeie woord.
"Ja, dat is raar", zei ik dan, "maar misschien kunt u het anders gewoon zelf opeten?"
"Nee, dat is zonde. Wim moet goed eten. Ik neem zelf wel een ijsje. Wat denk je? Zal ik nog even naar de Albert Heijn gaan om iets anders voor Wim te kopen? Misschien heeft ie vandaag niet zo'n zin in sperciebonen."
"Ik zou geen moeite doen", zei ik dan, "en als Wim geen zin heeft in die sperciebonen, eet u ze toch lekker zelf op? Het is zonde als ze blijven staan."
Elke poging om mijn Oma gezond te laten eten was er eentje.
"Nee, ben je gek, ik neem wel een ijsje. Misschien heeft Wim er later wel zin in, en dan warm ik ze gewoon even op. Of zal ik toch nog eventjes naar de Albert Heijn om spruitjes te kopen, wat denk jij?"
"Ik denk dat het regent, in Nijmegen (wat zo was volgens de buienradar), dus dat lijkt me niet verstandig."
"Ja, inderdaad. Het regent. Dus ik kan beter niet de deur uit gaan. Vooral niet met die krokodillen."
"Krokodillen?"
"Ja, er zitten hier krokodillen. Ik kijk er vanaf hier uit het raam recht tegenaan. Ze liggen buiten op me te loeren."
"Krokodillen?" herhaalde ik.
"Ja, zie je ze niet?"
"Ik niet", zei ik, "ik zit in Amsterdam."
"O… Heb je daar geen krokodillen? Nou, hier zitten ze dus wel. Met hele gemene oogjes. Gluiperds zijn het."
"Weet u zeker dat ze er zijn? En dat het niet van de TV kwam? Bij het journaal zeiden ze net dat er op dit moment overstromingen zijn in Australie waardoor er daar krokodillen door de straten zwemmen, dus missch.."
"Daar ook al! Het moet toch niet gekker worden! Nou, ik ga kijken of ik Wim nog aan het eten kan krijgen. Doe je de groeten aan euuhh…. A.?"
Zo heet ze zelf.
"L.", zei ik, "u bedoelt waarschijnlijk L."
"Zei ik dat niet dan? Natuurlijk bedoel ik L.! En aan jullie kat, euhh.. Drieske!"
"Grieske", zei ik, "ik zal het doen."
"Zie je! Die wist ik nog! Bedankt voor het bellen he? Het was gezellig!"
"Ja!", zei ik dan, "tot volgende week!"

Persoonlijk ben ik voorstander van het zo lang mogelijk thuis laten wonen van mensen. In de vertrouwde omgeving. Mijn Opa zat koud nog geen 3 dagen in een verzorgingstehuis of hij ging de pijp uit. Daar wordt een mens voorzichtig van. Toch ging het niet langer met mijn Oma. Vorige week is ze voor de zoveelste keer van de weg geplukt om half 5 's nachts. Door de politie. Ze liep te dolen door de straten van Nijmegen met haar 91 jaar.
Ze is altijd bang om te laat te zijn. Bij de trein, de kapper, of de kerk. En dus gaat ze middenin de nacht op een (vaak allang opgeheven) bushalte staan. En als de bus dan niet komt, gaat ze lopen. Eindeloos lopen. Op haar hakjes, de arme schat.
Mijn moeder heeft pas een keer gemakkelijke schoenen voor haar gekocht.
Goedbedoeld, maar uiteraard lagen ze nog geen dag later in de prullenbak. Mijn Oma is een dame. Gemakkelijke schoenen, pff, denk na, zout op!
En nog vleeskleurig ook, ga iemand anders martelen, moet ze hebben gedacht.

Maar nu zit ze dan toch in een verzorgingstehuis. Ik hoop dat het goed gaat. Binnenkort zoek ik haar op. Vooralsnog zijn we bezig met het leeghalen van haar ouwe flat.
Afgelopen vrijdag was ik er met mijn moeder en mijn zusje.
"Er moet nog een hoop gebeuren", zei mijn moeder, "het huis staat stampvol en als alles weg is moeten we van de huisbaas ook nog schoonmaken, zelfs de roostertjes van de afzuiginstallatie, belachelijk. Toen ze hier kwamen wonen was het al een uitgewoond krot."
Mijn zusje en ik, we zeiden dat we eerst even gingen roken. Op het balkon.
"Kijk uit voor de krokodillen", zei mijn zusje toen we er stonden.
Rokers zijn goed in relativeren.

We verzetten de nodige arbeid. Na afloop reden we met een volle Citroen Picasso Tielwaarts.
"Er is nog steeds een hoop werk te doen", zei mijn moeder in de auto, "vergis je niet, hoe is jullie agenda volgende week?"
"Eerst maar eens het feestje", zeiden mijn zusje en ik.

Want dat was afgelopen zondag, gisteren, de 12e juni waarop mijn Oma en de rest van de familie in mijn ouderlijk huis bijeen zouden komen om alvast haar 92e verjaardag te vieren. In het weekend, wel zo praktisch voor iedereen.
Mijn broertje en zijn vrouw hadden wortelmuffins gebakken en maaltijdsalades voorbereid, mijn moeder had taartjes, visschotels en heel veel drank gehaald, en mijn zusje en ik, wij serveerden alles uit.
"Hoe is het in het verpleegtehuis", vroeg iemand aan mijn Oma.
"O, leuk hoor", zei ze.
Ze was een week niet naar de kapper geweest. Heur haar zat wild; coupe vrouwelijke Herman Brood. Ze had een roze-wit geblokt mantelpakje aan. Ze morste er de nodige taartkruimels op. Mijn moeder probeerde ze er moederlijk vanaf te vegen. Daar stak mijn Oma een stokje voor. Ze depte ze met een natte vinger en slikte ze naarbinnen. De good old oorlogsmentaliteit: never waste food.
"Leuke mensen?"
"Hele leuke mensen", zei mijn Oma.
"Dus het is leuk?"
"Ja", zei mijn Oma, "het meeste wel, maar sommige andere dingen zijn niet zo leuk."
Voordat iemand kon vragen wat die dingen waren, ging het over andere dingen.
Zo gaat dat als je in een kring zit.
Dingen die niet leuk zijn worden efficient genegeerd.

Nadat mijn Oma later die avond terug naar het tehuis was gebracht, praatten mijn moeder, mijn zusje, ik en L. nog even na.
"Volgens mijn gaat het wel goed met Oma", zei mijn moeder.
"Ze had in ieder geval goed haar", zei ik, en liet de foto zien die ik met mijn smartphone had gemaakt.
Mijn zusje lachtte en liep naar boven om haar hotmail te checken op de computer van mijn moeder.
Even later kwam ze weer naar beneden. "En?" vroeg ik, "nog nieuws?"
"P. (mijn zwager, haar vriend-pdn) heeft een mailtje gestuurd", zei mijn zusje.
"Wat zei ie?" vroeg ik.
"Hij vroeg naar de sfeer", zei mijn zusje, "en of Oma al aan het crowdsurfen was."

Goeie grap.
Los daarvan, ik wee
t het niet. Ik heb er gevoelsmatig iets op tegen, een tehuis. Het is de gevangenschap, waar ik zelf niet tegen zou kunnen. De onvrijwilligheid. Serieus, zolang ik nog kan kruipen/strompelen/stamelen wil ik kunnen zelfbeschikken.
De generatie van mijn Oma heeft die luxe amper gekend. Aan de andere kant is dat nou juist waar mijn Oma de meeste moeite mee had. Fuck. Ingewikkeld.
We gaan het zien. Of, om met Ria Bremer te spreken, we houden de vinger aan de pols.
Maar bovenal aan het koppie.

Jubileumdiner

Op 1 februari j.l. was ik op de kop af 15 jaar in dienst bij mijn werkgever. Als beloning kreeg ik een dinerbon. Dat wil zeggen: eigenlijk kreeg ik geen dinerbon, maar de mogelijkheid om een factuur van een etentje te declareren, tot maximaal 150 euro, mits de factuurdatum binnen 4 maanden na 1 februari 2011 zou liggen.

Afgelopen dinsdag was het 31 mei. Ik zag het in mijn agenda. "Verrek", zei ik tegen L., "we moeten vanavond als de sodemieter uit eten gaan, anders is mijn dinerbon verlopen. Waar zullen we naartoe?"
"De Iranier?" zei L.
Ons stamrestaurant. Prima plek. Temeer daar je er mag roken. Ze hebben trouwens ook geweldige gerechten. En een van de vrachtwagen gevallen voorraadje topwijn voor slechts 17 euro de fles.
"Uitstekende keuze", zei ik, "maar dat gaat 'm niet worden deze keer, want de Iranier is te goedkoop. En dat is zonde. We hebben 150 euro te besteden."

Het betekende het startsein voor een stevige google-sessie. Maar hoe knap google ook is, de zoekterm 'hip and happening restaurant in Amsterdam' leverde een lijst met louter treurige uitspanningen op, die enkel budgetmenu's serveerden van maximaal 20 euro.
"Misschien kunnen we er dan gewoon een hele dure wijn bij nemen", suggereerde L. Op zich geen slecht idee. Want bij uit eten gaan draait het normaal gesproken niet om het eten, maar om het drin… Nee wacht, zelfs niet om het drinken. Het draait om de gezelligheid. Okay, toegegeven, uiteindelijk dus toch om het drinken.

Maar goedkope restaurants hebben, op de Iranier na, doorgaans erg slechte wijnen. En zo kwam het dus dat we ten slotte op de volgende plek belandden:

(en dan volgt nu een stukje in de vorm zoals Mac van Dinther ze schrijft in het Volkskrantmagazine)

Kabeljauw bassie en adriaanworst 
     Le Garage                                                                                eten 5
     Ruysdaelstraat 54-56                                                            bediening 6
     1071 XE Amsterdam                                                             entourage 7
     Telefoon: +31-(0)20-6797176                                             prijs-kwaliteit 4
      www.restaurantlegarage.nl

BRIGITTE AVEC LE TEMPS – CLASSIC!

Hoe vergane glorie charmant kan zijn

Waarom Le Garage?
Tijdens mijn complete studententijd heb ik op het Roelof Hartplein gewoond, vlak om de hoek. Le Garage was de plek waar de sterren kwamen. Niet die van Michelin, maar die van de TV. En uit de sport. De Nouveau Riche. Mijn toenmalige vriendin en ik, we hadden er bijna de spreekwoordelijk moord voor gedaan om er destijds ook een keertje te mogen aanschuiven. Maar dat zat er financieel niet in. Uit eten gaan bleef voor ons beperkt tot: een portie bitterballen in cafe Eijlders, een tosti op het terras van Wildschut of een daghap in de studentensocieteit van SSRA.
Nu, 20 jaar later, is mijn verlangen om de nieuwe rijken IRL te aanschouwen danig getemperd. Desalniettemin ben ik toch nieuwsgierig hoe het ervoor staat met de droomwereld uit mijn adolescentie.

Hoe zitten we erbij?
Het ziet er precies uit zoals je zou verwachten. Achterin is het rondom een en al rode bankzitjes wat de klok slaat. De vergelijking met een ruim maar knus bordeel dringt zich op, mede door de gedempte edoch glitterende verlichting. Achter de bar staat vanavond Joop Braakhekke himself. Aan de muur hangt een groot, nog net niet gefijnschilderd portret van Brigitte Bardot. De obers zien eruit als portiers van Amsterdamse discotheken, de serveersters als voetbalvrouwen, de sommelier als een Jordanese zanger van smartlappen.
Naast ons zit links een tafel met een gepensioneerd Amerikaans toeristenstelletje, rechts een tafel met 4 Engelse zakenjongens. Op Joop na, spotten we geen enkele BN-er.

Wat eten we?
Als voorgerecht kiezen we voor "Escargots met kruidenboter uit de Bourgogne, waarom zou jehet wiel opnieuw uitvinden" en voor "Vissoep zoals de vissers van Port-Cros 'm eten – CLASSIC".
Als hoofdgerecht nemen we de "Kabeljauw, a la coco, een modieus, licht gerecht, haute couture als Mme" en "Poulet Noir, van de rotissoire, de mooiste en beste bereiding , met dragonjus – CLASSIC".
Als dessert delen we een "Creme Brulee, gebrand met ijzeren bruleur – CLASSIC".
De wijnkaart vergeet de serveerster in eerste instantie te brengen, laat staan dat er een sommelier voorhanden is, dus kiezen we even later maar in sneltreinvaart voor 1 van de twee rode huiswijnen, een Italiaanse Barbera.

Smaakt het?
Bij zo ongeveer de helft van de gerechten op menukaart staat in kapitalen de toevoeging 'CLASSIC'. Voor gastronomie-frequenteurs waarschijnlijk een teken aan de wand, en als ik eerlijk ben heb ik er zelf ook niet al te veel fidusie in, maar een open mind houd je jong, dus ik probeer al mijn vooroordelen uit te schakelen.

En kijk aan: met het biertje vooraf is niets mis. Daarna beginnen echter de problemen. De vissoep is te flauw voor woorden. Er staat zout op tafel, maar daar valt weinig mee op te lossen. De soep is gewoon te dun. Te waterig. De slakken zijn alvast uit hun huisje gehaald. De huisjes zijn nergens te bekennen. Dakloze slakken. Ongezellig.
Dan komt eindelijk de wijn. Rode wijn, maar hij smaakt naar witte. Extreem fruitig bovendien. Bepaald geen dinerwijn. Hooguit een lekker ochtendwijntje voor bij de cornflakes. Kan je niet maken, vind ik, om die als rode huiswijn op de kaart te voeren. Had ik de sommelier maar gesproken, enfin. Die was toen nog niet verschenen.
Goed. Dan het hoofdgerecht. De Poulet Noir is prima, qua smaak, hoewel het koksmutsje om het pootje een beetje knullig vanderValk-achtig aandoet. Maar de kabeljauw is werkelijk een dieptepunt. Zo taai en droog dat je bijna gaat verlangen naar een Iglo-visstick. De kokos is ook geen succes. Gebakken lucht waarvan niets is doorgedrongen tot het visvlees. En nul groenten. Die bestellen we er eventjes later bij. Waarop er een 60-plusser komt aandraven. Met een schaaltje halfbevroren diepvriesdoperw
ten en partjes radijs, waaruit alle smaak op mysterieuze wijze is verdwenen. 
Over het dessert ga ik het niet eens hebben. Dat is regelrecht om te huilen. Hoeveel kan er in een goed restaurant misgaan met een klassieke creme brulee? Ga naar Le Garage en maak het mee, zou ik zeggen. Antropologisch interessant. Ik ga te ver als ik zeg: gekoelde Albert Heijn Vanillevla met een korstje, maar de associatie komt bij me op.

Hoe is de bediening?
De serveerster die ons bedient vergeet tot 2 keer toe de wijn te brengen, waardoor we tijdens ons voorgerecht zonder zitten. Onvergeeflijk. Het wordt gelukkig enigszins goedgemaakt door de mannen. De een is de eerder genoemde 60-plusser uit de keuken. Die geeft ons heel schattig een schaaltje friet (met de opmerking "had ik over") waar we totaal geen behoefte aan hebben. De ander is de sommelier. Die pas komt opdagen nadat ons hoofdgerecht, en belangrijker, de belabberde huiswijn, reeds is gearriveerd. Geweldige vent, maar daarover zodadelijk meer.

Wat kost het?
150 euro, inclusief fooi.

Komen we terug?
Ik denk het niet. Althans niet voor het eten. En ook niet voor het drinken. Maar misschien wel voor de gezelligheid. Want 1 ding moet ik Le Garage nageven. En dat is het volgende. Ik ga het niet letterlijk opschrijven, want je moet uitkijken met die dingen. Voor je het weet is het voorbij, maar na 22.00 gebeurde er dus het volgende:

Brigitte asbak 

Precies. Het gaat om dat witte bakje naast het waxinelichtje. Jawel! Het mocht vanaf toen! Weliswaar alleen voorin de zaak, maar toch. "Gaaf!", zoals Reinout Oerlemans het zou zeggen.
Aan deze tafel heb ik een goed gesprek gevoerd met een oude dame uit oud-Zuid, en de eerder genoemde sommelier. Over wijn, what else? Well, om eerlijk te zijn ook over Martijn Krabbe.
"Martijn Krabbe?" vroeg ik.
"Alles in het discrete he?" zei de sommelier, "maar tussen jou en mij.."
"Niks van geloven!", mengde de grand old lady uit Oud Zuid zich in het gesprek, "Al die rare verhalen, daar is niets van waar! Martijn is een lieve knul!"
"We hadden het over wijn", zei de sommelier.
De dame zweeg. Ze stak een Mantano op. Oud merk. Mooi.

"Maar goed, tussen ons gesegd en geswegen, je heb helemaal gelijk", vervolgde de sommelier, "Die Barbera, die ken dus echt niet op onze kaart, maar ja. Martijn heb 'm aangeraden. Dus daar ga je, as sommelier sijnde. Je ken nie anders."
"Serieus?" vroeg ik.
"Sekers!", zei de sommelier, "feitelijk ben ik zelf in wezen de dupe eigenlijk, sou je kenne segge."
"Als sommelier zijnde", zei ik.
"Percies", zei de sommelier, "mij kijken ze er op aan, ik ben het haasje. Aan de andere kant: Laten we eerlijk wese. Sonder mensen as Martijn ken dese tent ook niet draaien. Dus."
"Je hebt een zwaar beroep hier", zei ik, "was je daarom zo laat?"
"Ik? Ik ben nooit te laat."
"Ik heb je aan onze tafel anders niet gezien."
"Mij niet gesien? Onmogelijk. Maar laat ik het goed met je maken. Ik haal nu standtepede een lekker wijntje voor jou."

De wijn waarmee ie op de proppen kwam was niet best. Maar alleszins beter dan de Barbera.
Deze was lekker vuig. Zwaar, notig, schimmelig, helemaal goed. Voorin de tong was ie perfect. Helaas had ie een zurige afdronk.
Ik trok een kromme smoel.
"Beter?" vroeg de sommelier.
"Zeker", zei ik.
"Het is een fijn restaurant", zei de oude dame met een verse Mantano in de aanslag.
Ik gaf haar een nieuw vuurtje.
"Dank u", zei ze.
Ik stak zelf een Marlboro op.
"Het is een fijn restaurant", herhaalde ze.
Ik zei: "Het is een toprestaurant."