Thor

Yes! Het is zover! Ik ben oom! Van Thor! Zo hebben mijn broertje en zijn vrouw hem genoemd. Ik vind het een geweldige naam. Heel toepasselijk ook. Thor is de Germaanse god van de donder, en zoals jullie weten stormt het al dagen sinds mijn neefje ter wereld is gekomen. Hij is geboren op een donderdag bovendien, en als klap op de vuurpijl is mijn neefje net als zijn goddelijke voorganger flink uit de kluiten gewassen. 54 centimeter lang en 9 pond zwaar. De grootste en zwaarste van de complete verloskunde-afdeling in het LUMC, waar mijn tengere schoonzusje nu al een paar dagen ligt bij te komen van de bevalling.
Maar misschien wel het mooiste is dat de grootste hobby van de god Thor de volgende was: schransen en enorm veel drinken. En aangezien ik zelf ook niet vies ben van een stevig bacchanaal, zie ik het dus ontzettend zitten met dat neefje van mij. Dat wordt later gegarandeerd een gezellige boel.

Ik sms-te mijn beste vriend. "Ik ben oom geworden!"
"Nee!!!! Echt!??????" sms-te ie terug.
"Ja!", tikte ik in met mijn duim, "van Thor!"
"Huh? Ruud van Nistelrooij?"
"Nee, niet 'Van Tor', maar van Thor! Thor is de naam van mijn nieuwe neefje!"
Drie seconden later ringelde mijn mobieltje. Een inkomend gesprek. Het was mijn beste vriend. Blijkbaar was deze gebeurtenis belangrijk genoeg om het sms-en het sms-en te laten en in het echt te bellen.
"Hushovd!" riep mijn beste vriend toen ik opnam.
Hij verwees daarmee naar de bekende Noorse wielrenner Thor Hoshovd; een van de beste sprinters op aarde, en tevens de grootste en zwaarste renner uit het profpeloton. Mijn beste vriend en ik, wij zijn nogal van de sport. Kijken bedoel ik dan he. Sport kijken.
"Dat kun je wel zeggen", zei ik, "het is een stevige jongen."
"Hoe zwaar?"
"Negen pond."
"Jezus!" riep mijn beste vriend, "dan is ie nu al bijna zwaarder dan z'n vader!" Een grap die veel collega's van mijn broertje later ook schijnen te hebben gemaakt.
"Ha ha!" zei ik.
We klepten een tijdje.
Aan het eind van het gesprek vroeg mijn beste vriend of ik al een pils had gedronken op mijn nieuwe neefje.
"Uiteraard", zei ik, "en jij? Heb jij al een pils achter de kiezen?"
"Wa-da-je-wat!", riep ie op zijn Tiels, "ik ben zo dronken als een tor!"
Nadat we waren uitgelachen vroeg ie of ik al wel een Ajax-shirtje had gekocht voor de baby.
"Wa-da-je-wat!", zei ik.

Het was waar. Ik had inderdaad een paar dagen daarvoor tijdens mijn lunchpauze de Ajax-shop onder de Amsterdam ArenA bezocht. En een shirt gekocht met Ajax-embleem. Inclusief de ietwat obligate print: 'A new star is born'.
Ach ja, de commercie, dacht ik.
Eigenlijk had ik Ajax-slabbetjes willen kopen, want ik dacht: dat shirt trekken ze die baby waarschijnlijk nooit aan. Slabbetjes daarentegen, dat zou iets kunnen zijn waar zelfs mijn broertje en mijn schoonzus, die elke aanstondse activiteit tot in de kleinste details heel modern plannen middels Excelsheets, misschien nog niet aan hadden gedacht. Ik geef toe: een longshot, maar slabbetjes zouden ze wellicht over het hoofd hebben gezien. Want slabbetjes zijn totaal niet meer van deze tijd. Alleen het woord al. Slabbetje. Evolutionair volstrekt kansloos. Terwijl ze an sich toch verrekte handig zijn. Dunkte mij.

Helaas kon ik de slabbetjes niet vinden. Ik vroeg het aan een verkoper in de Ajax-shop: "Ik had op jullie site gezien dat jullie via de webshop ook Ajax-slabbetjes verkopen", zei ik, "maar ik zie ze hier nergens liggen, klopt dat?"
"Breek me de bek niet open", zei de verkoper, "die slabbetjes lopen als een tierelier, ik ben er al weken doorheen. Ze zijn niet aan te slepen. Totaal uitverkocht. Ook op internet. Probeer het over een paar maanden nog een keer, zou ik zeggen."
"Okay", zei ik. En kocht een shirt instead.

Daarna door naar de grootste vestiging van Prenatal in Nederland. Die zit overigens naast de Ajax-shop, dus ver hoefde ik niet te lopen. Ik was op zoek naar 'zo'n trekding waar muziek uit komt', zei ik tegen een verkoopster.
"U bedoelt een muziekdoosje", zei ze.
"Ja, maar dan met een koord, en in de vorm van een pop", zei ik, "of een eend, dat mag ook, of een ander dier, maar in ieder geval met Mozarts 'eine kleine Nachtmusik', geloof ik. Of in ieder geval iets van Mozart." Ik zong het voor.
De verkoopster trok haar wenkbrauwen op.
"Het is belangrijk", zei ik. Ik wist verder ook niet veel te zeggen.
"Probeert u het eens bij het speelgoed", zei ze, "ik loop wel even met u mee."
Ter plekke lag inderdaad een muziekdoosje met een koordje eraan. Maar het was er een van het kille soort. Kaal en vierkant, lijkwit, en als je aan het touwtje trok hoorde je een gecomputeriseerde jaren 80 uitvoering van Fur Elise. Made in China. Van die afgrijselijke schoolbordkrassende nagelbliepjes die vroeger uit je eerste quartshorloge hadden geklonken en waarmee je heden ten dage in terroristengevangenissen de mensenrechten kon schenden.
"Naar wens?", vroeg de verkoopster.
"Niet naar wens", zei ik, en verliet de Prenatal.

Op naar de Intertoys op het Bijlmerplein. Dit was een verdomd lange lunchpauze aan het worden. En tijd om te eten was er niet bij.
"Een trekpop", zei ik tegen de Marokkaanse verkoopster, "met muziek, het liefst een gele eend van hard plastic, of een kuiken, verkopen jullie die?"
"Jazeker", zei ze, "alleen is het tegenwoordig geen plastic meer, maar pluche. Regels en wetten. Plastic mag niet meer. Te gevaarlijk. En we verkopen geen eenden. Of kuikens. Maar wel een schaap! Van pluche dan he! Of een koe! En een krokodil. Of een beer!"
"Dat klinkt goed", zei ik, "wat voor muziek komt eruit?"
"Dat weet ik niet precies uit mijn hoofd", zei ze, "daarvoor kunt u het beste even aan de touwtjes trekken. Wacht, ik loop even met u mee."
De verkoopster trok een koordje uit de forse reet van een koe.
Getingel en getangel. Helder en zuiver. Niet onaangenaam. Rustgevend. Ik las de achterflap van het bijbehorende etiket.
'Thee-muziek' stond erop.
"Dat is niks", zei ik.
De verkoopster trok de krokodil aan zijn staart. Zelfde verhaal.
"Dat is ook niks", zei ik.
De verkoopster zuchtte; "probeert u ze anders zelf allemaal even", zei ze, en liep terug naar de toonbank.
Dus ik tien beesten tegelijkertijd in actie brengen. En jawel! In de kakofonie hoorde ik ergens waarempel het geluid van de eend/het kuiken waarmee zowel ikzelve als mijn zusje en mijn broertje ooit jarenlang, elke nacht, waren ingeslapen als baby.
Het was de beer! De beer die had 'm! Mozart! Geloof ik. Wat doet het er ook toe. Het was 'm. De melodie.
Dolgelukkig rekende ik af.
"Sorry dat we geen eenden hadden", zei de verkoopster, terwijl ik mijn pinpas door de gleuf haalde.
"Geen probleem!" riep ik.
Ik kon haar wel zoenen.

Op zaterdag mocht ik mijn kakelverse neefje begroeten. Vrijdag was nog voor de Oma's geweest, maar gisteren waren eindelijk de Ooms aan de beurt. Het broertje van mijn schoonzus en ikzelve stonden ingetekend voor het bezoekuur vanaf half 4. We waren allebei te vroeg voor ons ingeplande tijdstip. In de trein had ik al een sms-je van mijn broertje gekregen. Thor moest gevoed worden, het tijdstip van mijn bezoek was verplaatst naar 16.45.
'Hij bepaalt nu al het ritme!' tekste mijn broertje er verontschuldigend achteraan.
'Prima!' sms-te ik terug.
Wat te doen met de overgeschoten tijd op Leiden Centraal? Ik besloot te proberen een rookcafe te zoeken. Imme
rs, weinig doodt de tijd beter dan kansloze queestes.
Maar! En nu dwaal ik even helemaal van het onderwerp af, het ongelooflijke gebeurde. Echt, en ik heb het nu even tegen de rokers onder ons: mocht je ooit in Leiden terecht komen, dan het volgende:

Het eerste de beste cafe dat je vanuit het station meteen aan je linkerhand tegenkomt, direct na de pinautomaat van de ABNAMRO op het stationsplein, is geen Fata Morgana. Ik herhaal: Geen Fata Morgana. Okay, het is verlaten, er zit geen kip, de prijzen worden nog geetaleerd op van die oude zwarte bordjes met witte schuifletters en de ruimte is overwoekerd door jaren 70 kamerplanten en schemerlampjes, maar het is geen fantasie. Het bestaat echt:

Eigenzorg binnen 

En er wordt geschonken tegen vooroorlogse prijzen. Vrij naar het interieur. Maar belangrijker: het wemelt er van de asbakken.
Ik liep het etablissement binnen dat potentieel ruimte bood aan honderd man. "Bent u open?" vroeg ik aan de eigenares/barkeepster.
"Hoezo zou ik niet open zijn?" repliceerde ze.
"Omdat er verder niemand zit", zei ik.
"Henk zit er toch?" zei ze.
En inderdaad, er zat een oude man in onberispelijk zwart pak, met een pochet in zijn borstzak, op een van de olijfgroene lederen fauteuils.
Henk dronk een jenever. En rookte een sigaar.
"Mag ik een pils bij u bestellen?" vroeg ik voorzichtig aan de eigenares, alsof ik nog steeds niet kon geloven dat ik in de werkelijkheid verkeerde. Het had iets van Hotel California.
Maar dan dat je er wel degelijk wilt blijven.
Anyway.
"Maar natuurlijk", zei ze.

En ik kreeg mijn pils. Rookte me vervolgens te pletter. En noteerde in mijn schrift de naam van het cafe. Ik verzamel ankers. In steden die ik belangrijk vind.

De naam ga ik niet noemen, hoewel ie mooi is, maar ik wil ze niet in de problemen brengen. De naam is een letterlijk equivalent/synoniem van 'zelfhulp', laat ik het daarop houden. De gevel geel, de bar bruin, maar vooral een pleisterplek voor de nostalgischen onder ons, waarvan er steeds meer de lul zijn.

Terwijl ik er zat bedacht ik hoe mooi het zou zijn om ter plekke naar oud gebruik een sigaar te roken met de kersverse vader, mijn broertje, die om de hoek in het LUMC bivakkeerde.
Tegelijkertijk besefte ik dat het zinloze mijmeringen waren. Ik trok mijn jas aan. Het was 16.38. Bijna tijd om Thor te bezoeken.

Ik trotseerde de storm, liep naar het LUMC, en begroette op de 13e etage mijn broer. Hij had een kotsvlek op de rug van zijn T-shirt. 'Slabbetjes', dacht ik, 'had ik maar slabbetjes gehad'.
En toen zag ik Thor.
Sprekend.
Maar dan ook letterlijk sprekend. 2 druppels water, etc, enz. Krek.
De foto van mijn broertje. In zijn wieg. Januari 1978.

Oom!

 

Advertisements

5 thoughts on “Thor

  1. Gefeliciteerd!

    En toch wel een shirtje met een oud logo mag ik hopen. Want naast het de weg wijzen van wat de juist club is, kan je ook met het aanleren van een goed gevoel voor nostalgie niet vroeg genoeg beginnen

  2. @A True Red: ik ben het helemaal met je eens, maar shirtjes met oude logo’s verkochten ze helaas niet. Maar als ie puber wordt, zal ik hem mijn oude legerjas geven. Daarop zit nog wel een embleem met het oude logo.

  3. Overigens heb ik zelf nagelaten bij mijn neefje nagelaten een Ajax shirtje te geven – en die is nu PSV-fan šŸ˜¦

    (mijn dochters hadden gelukkig wel de juiste shirtjes gekregen bij hun geboorte)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s