jusqu'ici tout va bien

Er zijn een hoop dingen waarover ik kan schrijven. Het liefste zou ik dat doen over de uitkomst van de CDA-fractie-vergadering, en met name de eventuele gevolgen daarvan voor de kabinetsonderhandelingen, maar op dit moment is op TV nog enkel het gesloten eikenhout van 'De deur'  te zien van de kamer waar de fractie nog altijd in vergadering verblijft, dus helaas.

Dedeur 

Tiel dan maar. Waar ik het afgelopen lange weekend was. Eerst op vrijdag om met mijn broertje mijn moeders zolder te slopen (wat ook de bedoeling was, ik bedoel, niet dat jullie denken dat we ruzie hadden ofzo), daarna op zaterdag voor de Appelpopvrijwilligersbriefing, en ten slotte op zondag voor mijn moeders verjaardag.

Dit zijn de highlights:

1. De stort.
Nadat op vrijdagmiddag mijn jonge 'dat muurtje kan er volgens mij ook nog wel uit' broertje zijn breekijzer om het zoveelste gipswandje klemde, en mijn moeder angstig had gevraagd of ie dat wel zeker wist en vervolgens maar boodschappen was gaan doen om niet langer te hoeven kijken, probeerden mijn zusje en ik naar de tuin te sneaken om een welverdiende pils te drinken en een shaggie te roken.
Terwijl we op onze tenen de trap afliepen riep mijn broertje vanaf zolder: "Kunnen jullie anders alvast even met de auto het sloopafval van totnutoe naar de stort brengen? Ze gaan namelijk om half 5 dicht en met 1 ritje redden we het niet."
Ik dacht: 'kut', en riep terug: "Maar natuurlijk!"
Dus mijn zusje en ik naar de stort met een Citroen Picasso vol verbrokkelde gipsplaten en houten balken met verraderlijke spijkers erin.
"Weet jij waar ie is?" vroeg ik aan mijn zusje terwijl ik de motor startte, "de stort?"
"Vroeger zat ie in Geldermalsen", zei mijn zusje, "maar tegenwoordig zit er ook gewoon eentje in Tiel, bij de sluizen, op het nieuwe industrieterrein. Ik zeg wel hoe je moet rijden."
Ze loodste me langs zielige boerderijtjes die inmiddels waren ingesloten door mega-showrooms van auto-dealers en grote grijze grimmige filialen van voormalige middenstandszaakjes uit de Tielse binnenstad van mijn vergane jeugd.
'Vroeger kon je krek op deze plek verse kersen plukken', dacht ik, 'en stond er een roodwitte paddestoel met dat het nog maar 35 kilometer fietsen was naar Arnhem'.
Nu lag er een vers industrieterrein langs de al bijna net zo verse Betuwelijn. Geen fietspad meer.
Als je optimistisch bent zou je het vooruitgang kunnen noemen.

We kwamen aan bij de stort. Er stond een bord bij de slagboom met de tarieven. Vreemde tarieven. Absurde tarieven. Het duurste was sloopafval. 22 euro per 1/4 kubieke meter.
"Ik wist niet dat je moest betalen", zei mijn zusje, "dat is nieuw."
'Dat is altijd het kloterige van nieuwe dingen', dacht ik, 'dat ze geld kosten, ook al zeggen ze in het begin van niet.' En hier was dat gegeven extra cru, omdat je er eigenlijk alleen maar kwam om ouwe dingen te lozen.
Ik zei niks. Ik zeg nooit wat. Althans niet als ik nog geen pils heb kunnen drinken om serieus over een situatie na te denken.
De slagboom ging omhoog, en daar kwam de beheerder.
Ik zocht naar het knopje om het raam elektrisch naar beneden te laten gaan. Ik vond het.
"Wat is uw lading?" vroeg de man.
Jezus, dacht ik, ik heb echt een pils nodig. "Hout, geloof ik", zei ik.
Dat was namelijk, op tuinafval na, het goedkoopst op de tarievenlijst. Het leek me wel een slimme, of in ieder geval geloofwaardige keuze.
"Kunt u voor mij uw achterbak openen?" vroeg de snor.

"Wat is dit?" vroeg de beheerder, terwijl ie een gipsplaat omhoog hield.
"Ik denk gips", zei ik.
"Dat klopt", zei de beheerder, "en dit?"
"Ik denk ook gips", zei ik.
"Correct", zei de beheerder, "en dit?"
Hij hield een balk omhoog.
Ik krabbelde even over mijn kruin. "Volgens mij is dat hout", zei ik.
"Helemaal goed", zei de beheerder, "waar heeft u dat sloopafval vandaan?"
"We zijn op de zolder bezig geweest", zei ik.
"Van mijn moeder!" voegde mijn zusje toe vanaf de bijrijdersstoel.
De beheerder boog zich even voorover en keek naar mijn zusje. Zijn blik verzachtte.
Daarna richtte hij zich weer op en keek me streng aan: "U bent ervan op de hoogte dat er aan sloopafval kosten zijn verbonden?" vroeg ie, "namelijk 22 euro per kwart kubieke meter?"
"Nou", zei ik, "om eerlijk te zijn… Heb jij geld bij je?" vroeg ik aan mijn zusje.
Mijn zusje grabbelde in haar zakken. "Geen cash", zei ze, "maar ik heb geloof ik wel m'n pinpas. Kun je hier pinnen?"
De beheerder knikte.
"Ik weet alleen niet of er genoeg op mijn rekening staat", zei mijn zusje.

De beheerder krabbelde even over zijn kin, keek nog eens naar mijn zusje, trok aan zijn snor, en zei toen: "Ik zal jullie matsen, ik maak er gewoon een klein ladinkje hout van. Dan is het maar 7,50. Maar dan moeten jullie wel dat beetje hout in bak 5 doen, en het sloopafval, het gips, gewoon in bak 14."

Anyway, wat ik wilde zeggen: ik ben dol op matsende ambtenaren. Ze lijken me in ieder geval goed voor het milieu. Ik bedoel, als ie strikt de regels had gehanteerd, dan waren we wellicht opgescheept met een rekening van meer dan 100 euro, waarop ik gevoeglijk rechtsomkeert zou hebben gemaakt en het hele zooitje in de Waal had geflikkerd. Wel zo gemakkelijk, en zeker zo goedkoop. "Denk na", zou John Lennon zeggen.

Highlight 2. 13.00 Pilstijd
Dat er zaterdag vanaf 13.00 al pils werd geschonken op de Appelpopbriefing. Niks eerst koffie. Gewoon elkaar in de watten leggen en niet vermoeien met ellenlang pseuso-professioneel vergadergeneuzel. Resultaat. Daar gaat het om. Gemotiveerde vrolijke vrijwilligers die er zin in krijgen.

Highlight 3. Ingehaald door een naaktslak
Veel met de trein gereisd afgelopen weekend. Sinds je er niet meer in mag roken ben ik een iets minder groot fan dan vroeger van de ouwe trouwe gele veelwieler, maar drinken mag gelukkig nog altijd. Zondag, op weg naar de verjaardag van mijn moeder begon ik nog optimistisch met een koffie verkeerd. Maar direct nadat ik die ophad ging het mis. Tussen Abcoude en Breukelen begaf de trein het.
Stilstaan in een weiland.
Radeloze conducteurs die voorbij liepen met een handleiding van de machinekamer.
Niet bepaald geruststellend, maar ergens ook weer wel. Liever dat, dan dat ze zulk gedrag wegens een cursus commerciele communicatietraining uberhaupt niet meer mogen vertonen, en je als reiziger uren verblijft in een onschatbaar tijdsvlak van gekmakende radiostilte. Nu wist ik tenminste waar ik aan toe was, en trok ter troost de eerste pils van de dag tevoorschijn. Die eerste, dat is altijd de lekkerste.

En kijk aan, zowaar wisten de conducteurs het euvel te verhelpen, en met slechts een uurtje vertraging kwamen we aan in Utrecht. Alwaar we overstapten op de stoptrein richting Tiel.
Een Sprinter. Dat is een trein zonder toilet. Ik zeg: slechte uitvinding, maar goed, dus snel nog even naar de WC op Hoog Catharijne, kostte 50 cent gepast, die ik niet op zak had, dus niet naar de WC, en daarna opnieuw een geel gevaarte in.

Tussen Houten en Culemborg minderde de Sprinter vaart. Sterker nog, hij had helemaal geen vaart meer, hij stond plotseling stil.
Ik dacht: Djiezus, What are the odds? Twee keer op 1 reis!
Er klonk gekraak over de intercom in onze coupe. Niet te verstaan. Een passagier liep naar de volgende coupe om te vrag
en wat er aan de hand was en gaf ons vervolgens een briefing. Er bleken volgens de mededeling koperdieven actief te zijn. Waardoor de bovenleiding zogenaamd naar de kloten was. "Zojuist gebeurd."
Dat leek me een sterk verhaal op klaarlichte dag, op een traject waar rond deze tijd, inclusief intercities, zo'n 16 treinen per uur voorbij raasden. De zoveelste Prorail-smoes (vorst, herfstblaadjes), om het achterstallige onderhoud aan het spoor te verbloemen.
Kortom: foute boel.
Dus daar stonden we opnieuw. In een weiland.
Ik trok de 2e pils open. En ik moet toegeven: die was ook erg lekker.

Maar ondertussen moest ik dus wel verdomd nodig naar de WC.
Ik zat me met mijn benen gekruist te verbijten. Naast de vrijheid, dat kutweiland. Raampjes op slot. En roken was er dus sowieso al niet bij. Fuck.
Een meisje op de vierzitter naast ons, staarde wezenloos door het glas. Maar opeens veerde ze op.
"Wat?" vroeg ik, in de hoop dat ze een teken had ontwaard waardoor we weer zouden gaan rijden.
"Een naaktslak!" riep ze, "kijk dan! Een naaktslak!"
We keken over haar schouder mee. Ze had gelijk. Daar door het onkruid langs de rails kroop een naaktslak.
"Hij haalt ons in!" riep ze.
Dat was nog eens een goeie grap. De hele coupe lag dubbel.
En eerlijk gezegd vond ik het ook wel grappig. Maar eigenlijk tegelijkertijd ontzettend niet. Fuck it, dacht ik. Kap nou eens met die kutprivatisering van publieke diensten. Het ongelijk van die strategie is nu wel lang genoeg bewezen.

Bon. Tot zover.

Ze zijn er niet uitgekomen lees ik net op nu.nl. Ahem, verrassend. Morgen gaan ze verder vergaderen. Ik kan het niet helpen, ik moet toch vooral steeds weer denken aan die grap uit 'La Haine'. Ik blijf het een mooie metafoor vinden voor onze samenleving.  

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s