Frankrijk

Ik kan een hoop typisch Nederlandse eigenschappen opnoemen die ik vreemd vind, maar ronduit de onbegrijpelijkste vind ik de panische obsessie met de uiterlijke staat van de eigen auto.

Vooropgesteld: ik ben stapelgek op mijn bijna 20 jaar oude paarse Volvo 440. 4 jaar geleden gekocht voor 700 euro, en er inmiddels zo'n 50.000 kilometer mee gereden zonder noemenswaardig gedonder. Ja, een keertje een kapotte versnellingsbak, maar dat kan gebeuren als je bij een compleet onverwachte verkeersdrempel op een snelweg van schrik in 1 keer terugschakelt van z'n 5 naar z'n 2. Terwijl je daarbij in je paniek vergeet de koppeling in te trappen, moet ik erbij zeggen. Voor de rest: totaal geen problemen. Zo betrouwbaar als, enfin, als een Volvo, die Volvo, en zo robuust als een rostblok.
En daar gaat het mij om bij een auto. Fuck het uiterlijk. Ik heb 'm nog nooit gewassen. En fuck de uiterlijke staat van het interieur. Het draait erom dat ie het doet. En dat ie veilig is.

Dat laatste kan voorwaar geen kwaad als je van plan bent 1100 kilometer naar het zuiden af te dalen, met een bepakking van 540 kilo, waarmee je om precies te zijn 5 kilo onder het maximale laadvermogen blijft.
Het zwaarste gedeelte van de reis betrof overigens de eerste 100 meter, de abnormaal hoog opgetrokken verkeersdrempels (serieus, ik haat die dingen) in de dichtersbuurt van stadsdeel Oud-West, waar je zelfs als je er met 1 centimeter per uur overheen probeert te manoevreren, onvermijdelijk met je uitlaat het beton schraapt. Maar eenmaal op de Overtoom was de rest van de route een eitje.

De volgende dag kwamen we aan op onze camping in Vercheny. Ik parkeerde de Purple Haze (zo noem ik mijn Volvo) onder de eerste beste schaduwrijke boom om 'm bij te laten komen van de verzengende hitte en tapte 'm op z'n schouder/dak: "Goe gedoan kjeltie" zei ik op z'n Tiels.
Daarna begroetten we de Franse campingeigenares. Ze kwam enthousiast op ons afgelopen. Ze herkende ons al aan de auto, zei ze.
"Omdat ie zo vies is?" vroeg ik.
"Vies?" zei ze, "Hoezo?"
Ik ben gek op Fransen.

3 weken later ben ik dat nog steeds. Ook, of misschien zelfs vooral na het volgende akkefietje (let op, disclaimer: lange anekdote):
L. en ik bezochten een galerietje in het nabij gelegen dorpje Saillans (ca 400 inwoners). Het was een eenmanszaakje met een deur waarop een briefje hing: "De deur zit op slot, eerst aanbellen aub, anders word ik niet wakker, maar aub niet aanbellen voor 14.00."
We belden aan om 14.05.
Het bleef stil.
Ik wilde alweer gaan, maar L. besloot nog een keer aan te bellen.
Na een paar minuten kwam er een geeuwend piepklein mannetje aangelopen, met een enorme grijze baard. Hij opende de deur.
"Mogen we uw galerie bekijken?" vroeg ik.
"Naturellement", zei de kabouter.
We liepen rond door het vertrek. Er hingen 11 schilderijen. Voor de rest stond er vooral veel kunstzinnig bedoeld glaswerk. Overal waar we liepen volgde de kabouter ons.
"Denk je dat we foto's mogen nemen?" vroeg L.
"Geen idee", zei ik, "maar ik kan het proberen stiekem te doen. Moeten we wel even splitsen."
Zo gezegd, zo gedaan. Ik liep naar de andere kant van de galerie, een verdieping lager, en probeerde in een hoekje ongemerkt mijn fototoestel uit mijn rugzakje te vissen. Dat viel nog niet mee, het toestel bevond zich in een zee van 25-cl flesjes Kronenbourg-bier. Dat bracht kortom enig glasgerammel met zich mee. Waarop de geschrokken kabouter als een speer de trap af kwam gerend om te kijken of ik niet per ongeluk een van zijn glazen bevers of konijnen had gebroken.

Konijn 
Ik hield in de ene hand het fototoestel en in de andere hand 2 pilsflesjes ter verklaring van het geluid.
Hij keek opgelucht.
"Mag ik foto's nemen?" vroeg ik.
"Dat is helemaal prima, zolang u maar voorzichtig bent", zei de kabouter.

Ik nam een hoop foto's van de schilderijen, die niet slecht waren. L. informeerde beroepsmatig bij de kabouter naar de prijzen.
Hij was blij verrast met onze interesse.
Uitgebreid groetend verlieten we de galerie.

"We laten de auto staan", zei ik, "die haal ik we morgen wel op met de fiets. Nu heb ik eerst zin in een paar pils. En dan lopen we daarna over de berg terug naar de camping. Dat is volgens de kaart een mooie wandeling."

Zo gezegd, zo gedaan.
De volgende dag kwam ik vanuit Vercheny met mijn wielrenfiets de Purple Haze ophalen die nog voor de deur stond van de galerie in Saillans. Echter niet in zijn geheel. Hij lag er in twee stukken. Dat wil zeggen: de essentie van de auto was nog in tact, maar de voorbumper lag losgescheurd op het asfalt.
'Kut', dacht ik, 'blijkbaar heeft een stelletje verveelde dorpsgosertjes vannacht mijn bumper eraf gesloopt, domweg om toeristen te pesten.'
Op zich niks vreemds, deed ik vroeger ook. Andermans auto's mollen. Hoort erbij, bij een jeugd in een dorp waar geen fuck te doen is behalve glazen bevers kijken of, zoals in mijn geval in Tiel, aardbeien plukken of bij motel v/d Valk afwaswerk doen, maar toch, je zit er niet op te wachten tijdens je vakantie.
Zuchtend opende ik mijn kofferbak, viste er een hamer uit en timmerde de bumper over de sleepbeugel heen, weer enigszins op zijn plek. Daarna bond ik 'm voor de zekerheid nog vast met wat verdwaalde scheerlijnen, die ik opduikelde onder de passagiersstoel. Je bent een McGyver of je bent het niet.

Ik maakte me verder niet al te druk. Ik plantte mijn wielrenfiets op de achterbank en wilde alweer richting Vercheny rijden toen de galeriehouder de straat in kwam gefietst. Hij maakte wilde gebaren.
Ik stapte weer uit.
"Is dat uw auto?" vroeg hij.
Nederlands kenteken. Overbodige vraag. "Jazeker", zei ik.
"Ik ken de dader!" riep hij.
"Dader?" vroeg ik.
"Ja!" riep hij, "De dader die uw bumper heeft kapot gemaakt!"
"U kent de jongens?"
"Ik ken de man! Er zijn veel getuigen. Hier..", hij overhandigde me een briefje met namen, adressen en telefoonnummers, "Dit zijn de mensen uit deze straat, die het allemaal hebben gezien! Geloof me, het is echt een bruut! Hij terroriseert deze straat al maanden! Ik kom net van de politie om weer aangifte te doen! Maar die zwijnen zijn weer eens niet aanwezig! Terwijl het hun werktijd is! Het is belachelijk, ridicuul! En daar betalen wij belasting voor! Maar we laten dit niet passeren, dat verzeker ik u, u moet hier werk van maken!"
Hij kwam adem te kort, de kabouter.
Na weer enigszins controle te hebben over zijn luchtwegen, begon hij uiteen te zetten wat er blijkbaar de avond ervoor gebeurd was. De plaatselijke drugsdealer was weer eens laat thuis gekomen en had geen parkeerplaats voor zijn deur kunnen vinden. Naar goed Frans gebruik had ie vervolgens zelf een plek gecreeerd door met de PK's van zijn eigen voiture een aantal andere auto's een stukje 'op te duwen'. Op zich niks mis mee, "zolang je het voorzichtig doet", zei de kabouter, "zolang je ermee omgaat als glas". Maar de drugsdealer had toen 'm het allemaal wat te lang duurde, er dusdanig het gas op gezet dat ie eerst de "Quatrelle" (koosnaampje voor Renault 4) van de buren had 'verfrommeld', waarna ie ook nog eens met zijn trekhaak in de voorbumper van een klant, "vous!" (moi) was blijven steken, en die vervolgens in al zijn agressiviteit had losgetrokken. Dus "u moet echt aangifte doen! En dan ga ik met u mee! Schikt het u om half 3? Want dan zijn die zwijnen van
de gendarmerie er misschien eindelijk wel, de luilakken!"

Zo'n lief aanbod.

Die middag ben ik om half 3 naar de Gendarmerie van Saillans gereden. De kabouter was al op het bureau. Hij deed persoonlijk(!) de deur voor me open: "Wat goed dat u gekomen bent, nu kunnen we hier serieus werk van gaan maken!"
De enige andere aanwezige was een tenauwernood 20 jarige jongen met een gendarmerie-uniform aan. Nog nauwelijks baardgroei. Toch maakte hij een kalme indruk.
In tegenstelling tot de kabouter, die aan 1 stuk door ratelde, in dusdanig opgewonden Frans, dat ik het niet kon volgen.
De 20 jarige jongen negeerde 'm en richtte zich tot mij. Hij vroeg wat er gebeurd was.
Ik legde het rustig uit, in een aantal korte gebroken zinnen.
"Mag ik uw auto zien?" vroeg de jongen.
"Natuurlijk", zei ik.
"Het is echt een ramp!" riep de kabouter.
"We zullen het zien", zei de jongen tegen de kabouter, "blijft u maar even hier."

Bij de auto liet ik mijn bumper zien en zei: "Het valt wel mee, hoor."
De gendarme-jongen zei: "inderdaad. Maar ik zal meneer Tomas, die het volgens de monsieur van de galerie heeft veroorzaakt, toch eventjes bellen en verzoeken naar het bureau te komen, dan kunnen we gezamenlijk een schade-formulier invullen."
"Prima", zei ik.

Een half uur later verscheen meneer Tomas inderdaad op het bureau. Een magere oudere jongere met diepe wallen onder zijn ogen en lang haar. Enorme wietwalm om zich heen. Hij leek me wel sympathiek.
Hij monsterde mij trouwens ook. Ik geloof niet dat ie daarbij meteen een hekel aan me kreeg. Met mijn versleten schoenen. En mijn verlepte hemdje.
Hij verontschuldigde zich vervolgens voor de aangerichte schade.
"Och, kan gebeuren", grijnsde ik.
Hij grijnsde terug.
We vulden de papieren in.
Zetten handtekeningen.
En dat was dat. De rest is aan het grootkapitaal van de verzekeringen. Daar hebben wij verder geen last meer van. Meneer Tomas en ik wandelden de deur van de Gendarmeriepost uit.

Diegenen die achterbleven waren de kabouter en de jonge politieman. "Weet u zeker dat u geen verdere aangifte wilt doen!?" riep de kabouter me nog na, "voor de geleden emotionele schade? Dat is namelijk een mogelijkheid! En anders doe ik het!"
Ik geloof dat ie het nog gedaan heeft ook. Ik hoorde de gendarmerie-jongen in ieder geval zuchtend de typemachine pakken, de kabouter onverdroten voortratelen en de gendarme-jongen een verslag optikken, terwijl meneer Tomas en ik buiten een shaggie stonden te rollen voor de terugweg.

Ik maakte me niet te sappel. Voor de sceptici: Natuurlijk kan die meneer Tomas een vals verzekeringsnummer hebben opgegeven, en natuurlijk kan het sowieso een enorm bureaucratisch gezeik gaan geven om de schade ooit vergoed te krijgen. Maar waar hebben we het over. Een bumper. Jezus. Desnoods rijd ik de Purple Haze gewoon naar het einde van zijn technische levensduur met scheerlijnen en al. Niks aan het handje. Ik bedoel, nogmaals: Ik kan een hoop typisch Nederlandse eigenschappen opnoemen die ik vreemd vind, maar ronduit de onbegrijpelijkste vind ik de panische non-functionele obsessie met de uiterlijke staat van de eigen auto.

Afgelopen zaterdag was ik bij mijn moeder. Ze vertelde dat ze twee dagen daarvoor naar de Sail was geweest. Met de trein. Gezellige dag met vrienden aan de waterkant, en na afloop moest ze terug naar Tiel. Of ze mee terug kon rijden in de auto van iemand, want dat was misschien wel zo prettig. Dat kon. Want de rest was sowieso met de auto.
Ze nam plaats op de achterbank van een Japans merk, een weetikveel, Nissan Primera. Met lederen bekleding. Al triest op zich, een Nissan met leer. Maar goed. Mijn moeder wilde haar handtas naast zich neerzetten.
"Wacht!" riep de panische autobezitter, "wacht even!"
Er moest namelijk eerst een kleedje onder.
Want: Lederen bekleding.

Mijn moeder snapte het argument, vertelde ze. Maar ik dus niet. Serieus. Van dat soort verhalen word ik zo droevig.

Gisteren was de Franse NOS-journaal-correspondente Saskia Dekkers te gast bij Knevel en van den Brink. Ze neemt afscheid en gaat nu Europa doen. Maar wat ze het mooiste vond aan Frankrijk, vertelde ze, was dat ze daar tenminste nog lekker inefficient waren.

En ik dacht: Saskia, je hebt het mis. Het mooiste aan Frankrijk is ze dat juist wel zijn. In Frankrijk concentreren ze zich op de belangrijke zaken. Goed eten, goede wijn, sex, sigaretten, gevoel voor historie, kunst en voor de rest je niet te sappel maken en direct gaan staken op het moment dat je te veel ellende ondervindt van vervelende dingen zoals werk.
Hoe efficient wil je het krijgen?

Land naar mijn hart.

Advertisements

Vacances

Bon. Ik ben terug uit Frankrijk. Volgende keer weer een gewoon stukje. Maar omdat ik me nog steeds een beetje vakantie-achtig voel, voor nu enkel een foto-impressie met sumier verslag.

Sommige mensen vinden het vreselijk om andermans doodsaaie vakantiefoto's te moeten bekijken. Anderen vinden het juist geweldig. Ik weet niet tot welke categorie jullie behoren. Maar dat is het voordeel van een internet: als je er geen zin in hebt, precies.

Enfin. Komen ze dan. Niks spectaculairs. We zijn gewoon weer 3 weken in Vercheny (aan de voet van de Alpen) geweest. Op dezelfde camping bij de brug  over het riviertje de Drome:

Drome

Zo stonden we (nee, we hebben geen gezin, we houden gewoon van een tent die bijkans groter is dan onze etage in Amsterdam):

Tent

En dit was ons uitzicht:

Uitzicht tent

We gaan altijd naar deze camping omdat ze o.a. zo'n lekker primitief terrasje hebben, waar je hartstikke goedkoop kunt eten (duurste gerecht op de kaart is ca 7,50) en drinken (halve liter wijn kost 5 euro):

Campingterras

We hebben vooral veel gelezen. Maar ook meegedaan aan een jeu de boules tournooi (het geschopt tot de kwartfinale), en ik heb L. zelfs zo gek gekregen om mee te gaan met een bergwandeling. Een nogal zware bergwandeling, zo bleek onderweg. Hij voerde hoger dan ik had verwacht:

Wandeling

En pas tijdens de schemering, vlak voor de algehele duisternis zijn intrede deed, waren we de berg weer af, na een praktisch loodrechte afdaling van 45%, die L. bepaald niet grappig vond.
Als troost de dag erna naar een atelierroute gegaan in kunstenaarsdorpje Chatillon:

Chatillon 2

Ter plekke een lieve kat gezien, ook. Wilson lookalike (zoekplaatje):

Chattilon
 

En nog meer kunst gedaan. Zoals een galerietje in het nabij gelegen Luc-en-diois (nu met geschilderde kat voor het raam):

Galerie Luc

Voor de rest zelf erg veel gefietst. Ik was in vorm deze vakantie. En heb de favoriete col van Michael Boogerd bedwongen:

Col de la Madeleine

En ik heb weer gekanoed. En we hebben tochtjes gemaakt langs leuke Franse in-the-middle-of-nowhere-dorpjes zoals Saou en St Nazaire-en-desert (what's in a name):

Saou
Saou

St Nazaire 2
St Nazaire-en-desert 

Franse kleine dorpjes zijn ontzettend geruststellend. Ze hebben stuk voor stuk een openbare drinkwaterfontein annex wasplek, inclusief gratis publieke WC's. Kom daar nog maar eens om in een moderne zogenaamde verzorgingsstaat als Nederland.

Wasplaats

En hoe klein het dorpje ook is, ze hebben allemaal een postkantoor, lieve gele brievenbussen en zelfs nog telefooncellen(!):

Saillans 2

En ontzettend veel zonnebloemen:

Zonnebloemen

En terrasjes. Want dat is belangrijk op vakantie. Terrasjes. Met bijvoorbeeld streekbier:

Biere

Frankrijk is lief. Frankrijk is schattig. Gooi mij maar 50 jaar terug in de tijd. Echt, ik zou er zo voor tekenen om op deze manier in de bergen te mogen leven:

Renault4