Sorry lieve lezers, het gaat er deze week niet meer van komen. Een stukje op plukdenacht, bedoel ik. Op dit moment heb ik namelijk nog even helemaal geen zin om te schrijven. Behalve in mijn dagboek. In mijn dagboek schrijf ik een hoop.

Enfin. Of ‘Affijn’, zoals mijn vader altijd begon als hij een mop ging vertellen (en dat deed hij vroeger vaak, namelijk elke dag bij het dessert, als mijn moeder in de keuken alvast de pannen stond voor te spoelen om de afwas te prepareren). Ik dacht vanavond, weetjewat, ik doe om mezelf er gemakkelijk vanaf te maken gewoon een linkje. Een linkje naar een artikel uit de Guardian waarin een stuk of 15 gerenommeerde schrijvers hun 10 do’s/don’ts uiteenzetten inzake het metier. Dat soort dingen vind ik namelijk zelf altijd ontzettend interessant. Voor wie het leerzaam lijkt om het gehele artikel te lezen: hier

Er worden een hoop intelligente dingen in gezegd. Maar voor wie daar geen zin en/of tijd voor heeft: Persoonlijk ben ik van mening dat je al een heel eind komt met de 4 volgende do’s en don’ts:

Van Richard Ford: 1. Marry somebody you love and who thinks you being a writer’s a good idea.

Bepaald geen te onderschatten conditie, nietwaar? Maar vooral de drietrapsraket (puntje 1, 4 en 7) van Roddy Doyle, vat het voor mij helemaal samen:

1. Do not place a photograph of your favourite author on your desk, especially if the author is one of the famous ones who committed suicide.

4. Do give the work a name as quickly as possible. Own it, and see it. Dickens knew Bleak House was going to be called Bleak House before he started writing it. The rest must have been easy.

7. Do, occasionally, give in to temptation. Wash the kitchen floor, hang out the washing. It’s research.

Ik, ik ben de laatste dagen gewoon enorm research aan het doen.

Advertisements

De draad weer oppikken

Valt nog niet mee.

Misschien morgen, qua schrijven. Of anders overmorgen. Of later.

Nu foto-albums aan het kijken in mijn ouderlijk huis. Net zoals ik de afgelopen 11 dagen elke nacht heb gedaan. Anderhalve week geleden begonnen bij 1963. Thans gearriveerd bij 1971. Mijn vader heeft voorwaar een hoop kiekjes geschoten.

Als ik zou weten hoe de scanner hier werkt, dan liet ik jullie er eentje zien. Maar ik weet niet hoe deze prehistorische softwareloze scanner werkt, en mijn moeder ook niet. Dat weet alleen mijn vader.

Slecht nieuws

Voor wie het uit de reacties nog niet begrepen had: Mijn vader is overleden. Plotseling, op 62-jarige leeftijd. Afgelopen dinsdagavond. Tijdens zijn vakantie in Thailand. Waar het overigens al woensdag was. Raar. Maar dat is het sowieso allemaal.

"We beseffen het wel, maar bevatten het nog niet", zei mijn zusje gisteren tijdens een familiebijeenkomst, nadat mijn broertje mijn moeder uit het Verre Oosten had opgehaald middels een onwerkelijke 48-uurs retourvlucht. En dat vond ik mooi gezegd van mijn zusje.

Vanmiddag was het de beurt aan de vriendenclub van mijn ouders om langs te komen in ons ouderlijk huis. Er werd best vaak ‘kut’ gezegd. En ‘klote’.
En zo is het ook.
Maar dan erger.

Ik weet verder ook niet zoveel te zeggen. Te doen des te meer. Want er valt een hoop te regelen. En oningewikkeld zijn die zaken in dit geval bepaald niet. Vanavond tot 2 uur ‘s nachts lopen mailen met de begrafenisonderneming.

Mijn vader. Mijn vader!

Ruud

Skybox

Mijn beste vriend en ik, wij waren in onze puberteit radicaal links. Ik heb het wel eens eerder verteld; tot grote schaamte van onze ouders hingen wij posters van de CPN voor onze kinderkamerramen en tijdens onze gemeenschappelijke krantenwijk wilden wij nog wel eens een patserautootje openbreken om er cassettebandjes uit te jatten, waarbij we ons paradoxaal genoeg verexcuseerd waanden door het aangename motto: ‘Eigendom is diefstal’. Dat laatste was een citaat van de een of andere grote Franse filosoof, dus dat zat wel goed, meenden wij.

Om meteen nog maar een citaat van stal te halen, Churchill schijnt ooit gezegd te hebben: "Wie twintig is en niet links, die heeft geen hart. Maar wie dertig is en niet rechts, die heeft geen hersens."
Mijn beste vriend en ik, wij hebben geen hersens. Misschien komt dat door ons drankgebruik, maar om kort te gaan: wij zijn veertig en nog steeds links. Ik ben praktiserend lid van de partij van Femke, en mijn beste vriend is actief lid van de SP. Wat ons er overigens in onze maatschappelijke carriere niet van heeft weerhouden om voor de marketingafdeling van de ABNAMRO te werken, respectievelijk directeur te wezen van een 40-man groot bedrijf in badkamersanitair. Want om puur uit ideologische overwegingen de rest van je leven te slijten achter de lopende band van een worstjesfabriek of tussen de magazijnstellingen van de Gamma te bivakkeren is ook weer zo wat. Ik bedoel: links zijn is okay, maar het moet wel leuk blijven.

Toch doen wij nog steeds wel degelijk iets voor het volk. Wij organiseren namelijk (samen met anderen) het grootste meerdaagse popfestival van Nederland. Groter dan Pinkpop, groter dan Lowlands, want met Appelpop trekken wij inmiddels na 18 jaar tijdens een editie zo’n 170.000(!) bezoekers. En die mogen allemaal GRATIS naarbinnen. Hoe communistisch is dat!
Ik zeg: lintjesregen, maar die is er helaas nog niet van gekomen. Geeft niet, wij doen het graag, dat organiseren.

En medelijden hoef je bepaald niet met ons te hebben. Vooral niet na afgelopen woensdag. Godsamme.

Om 15.15 kreeg ik een sms van mijn beste vriend vanaf de een of andere badkamerbeurs in Utrecht. "Hoe laat kun jij weg van je werk?"
"Let me check. Geintje. Anytime!", sms-te ik terug.
"Dan vat ik de trein van 15.25 naar Amsterdam, weet jij een cafe waar je mag roken?" sms-te mijn beste vriend.
"Eijlders, Leidse Plein. Zie je daar in een uurtje" sms-te ik.

Om half vijf zaten we achter een pils. Hij rookte een sigaret, ik rolde een shaggie.
"Laat mij er ook eens een draaien", zei mijn beste vriend.
Arbeiders. Spijbelende arbeiders, maar arbeiders.
Martin Simek kwam binnen. "Hey dichter!" riep ie tegen mij, "hier woon je dus!"
"Hoi" zei ik tegen Martin Simek, "dat is lang geleden!"
"Haha!" zei Martin Simek en liep door.
"Was dat niet die tennisser?" vroeg mijn beste vriend, "die Tsjech? Hoe heet ie ook alweer?"
"Martin Simek", zei ik, "Geweest. Hij heeft tegenwoordig een radioprogramma. En afgelopen zondag heeft ie een dichtmiddag gepresenteerd in Drachten waar ik op moest treden."
"Lijkt me een vage gast", zei mijn beste vriend.
"Breek me de bek niet open", zei ik.
Waarna mijn vriend zulks deed. Want zo is ie. Hij is een van de zeldzame personen die geinteresseerder is in anderen dan in zichzelf. Oprecht nieuwsgierig. Hij heeft het er ver mee geschopt.

Daarna aten we in de Doffer. Het was nog veel te vroeg om te eten, maar we moesten wel, wilden we op tijd de wedstrijd halen. En geloof me, die wilden we halen.
De skybox. We hadden kaartjes voor een skybox. Gekregen van een van onze Appelpop-hoofdsponsors, bierbrouwerij Grolsch.
"Wel decadent", zei ik, terwijl ik het laatste restje van mijn canard aux mandarines naar binnen schoof, "om straks in een skybox te gaan zitten."
"Ik hoop dat we er mogen roken", zei mijn beste vriend.

Het toegangskaartje was wat dat laatste betreft niet bepaald hoopgevend:

Skyboxentreekaart

Ik las nog maar eens voor uit de kleine lettertjes: "Roken is niet toegestaan in de Amsterdam ArenA."
"Ik denk dat ze in zo’n skybox wel een creatieve oplossing hebben", zei mijn beste vriend, "en anders verzinnen we er zelf eentje."
We proostten, dronken onze pilsen in een teug leeg, betaalden de rekening en pakten de tram. En vervolgens de trein richting station Bijlmer-ArenA.

In de trein zaten we in een coupe met een stel wannabee-hooligans met Israelische vlag en een Brabants accent. Import-studenten met halve liters Bavaria-pils die scandeerden dat ze Joden waren. Interessanter was de gescheiden huisvrouw die naast ons zat, met drie dochters in Ajax-shirt. De huisvrouw vertelde dat ze vier seizoenskaarten had, maar dat het eigenlijk niet meer te behappen was. En dat ze het schandalig vond dat ze voor de Europa-League en de KNVB-beker apart moest betalen. Haar oudste dochter wilde per se naar Ajax – Go Ahead Eagles, om van Juventus nog maar te zwijgen. Alles ging er aan op. Het kwam erop neer dat ze alleen nog maar macaroni konden vreten. Of witte bonen in tomatensaus.
Het was een goed gesprek. Gezellig ook. Tot de huisvrouw vroeg in welk vak wij altijd zaten.

"Nou", zei mijn beste vriend, "om eerlijk te zijn…"
Soms is ie te eerlijk.

Maar toch. Het is vals, het is gemeen, het is onrechtvaardig, maar ook geweldig. Serieus. Een skybox. Kost een ton per jaar. Omgerekend ongeveer 200 euro per persoon per wedstrijd. Maar dan heb je ook wat. Ik ga wat aangename voordelen opsommen:

1. Je wordt niet gefouilleerd.
2. Je mag als enige in het stadion alcoholhoudende drank drinken.
2a. lid b: uit glas!
3. Roken wordt alleen op die plek in het stadion gedoogd mits uit zicht van camera’s.
3a. lid c113: ook binnen, mits je de rook naar buiten blaast ivm bedienend personeel.
4. Een toilet
5. Bittergarnituur

Samengevat: Het is eigenlijk net alsof je op de sta-tribune bij welke club dan ook, met een warme worst in je muil, een pils en een shaggie in je knuisten, naar een voetbalwedstrijd zit te kijken. Net als vroeger.
Alleen mocht vroeger iedereen die dingen. Van staanplaats tot aan ere-tribune. Tegenwoordig zijn de basics enkel weggelegd voor een stelletje duurbetalende hotemetoten. Met de ballen verstand van voetbal. Laat staan interesse.

Het is wat.
"Ik zou het geen vooruitgang durven noemen", zei mijn beste vriend.
"Ik wel", zei ik, "moet je zien: flatscreens boven onze neus waarop de score wordt bijgehouden! Jij nog een pils trouwens, of heb je nog?"

Ik was kanonzat. Of had ‘m alleszins goed hangen. Als een vis in het water. Ik converseerde erop los met onze mede-skybox-genoten, poseerde vrolijk voor de groepsfoto die ons door de Grosch werd aangeboden ‘voor later thuis’.
De wedstrijd was nog bezig.
Suarez scoorde zijn vierde goal, de 4-0 geloof ik.
Ik keek op het scherm voor de herhaling. "Die zit erin!", riep ik met een kameleonachtig kak-accent.
"Hoeveel staat het?" vroeg een mede-skyboxgenoot, "zijn we aan de winnende hand?"

Ons viel zelfs de eer ten deel het debuut in de hoofdmacht te mogen meemaken van de Koreaan die zich aan het begin van dit seizoen bij het Ajax-trainingsveld had vervoegd om te vragen ‘of ie misschien mocht meedoen’.
Op zich al een prachtig verhaal, maar even een anekdote tussendoor. Schijnt dat ie een paar weken later aan coach Martin Jol heeft gevraagd: "You have girlfriend?"
En dat Martin Jol toen zei: "Yes, for 6 years already."
En dat die Koreaan steil achterover sloeg.
Maar
vervolgens toch had gezegd: "Okay."
Bleek achteraf dat ie had gedacht dat de vriendin van Martin Jol pas 6 jaar oud was.
Taalprobleempje.

Anyway. Een regelrechte cultheld, die Koreaan. En zijn debuut een uniek moment in de historie. Wij beseften het niet. Wij lachten om de overijverige capriolen die de dwaas in de laatste minuten tegenover Roda JC ten tonele bracht. Geloof me, hij bakte er geen zak van.
Aan de andere kant: Wij hadden geen verstand van voetbal op dat moment. Wij hadden het over Grolsch, en over hoe knap het was dat zij marketingtechnisch Heineken hadden verslagen in hun thuisbasis, de ArenA in Amsterdam. En dat Heineken vervolgens uit wraak veel te duur het Twente-stadion in Enschede had gekaapt, daar konden ze bij de Grolsch enorm om lachen.
Die stomme ijdele Amsterdammers.
Ik lachte vrolijk met ze mee.

Skybox3

Wie het bier heeft, krijgt vanzelf het gelijk aan zijn zijde

Mijn beste vriend en ik, we hadden woensdag een goeie avond.
De wereld is kut, door-en-door verrot, maar die skybox.

Het is vervelend om te moeten zeggen, maar: Die was dus echt wel gaaf.

Maandag

Het is maandagavond, en ik zou nu kunnen vertellen over afgelopen donderdag, toen ik met een uitgebreide versie van dichterscollectief de Rauwe Uie een geweldige avond heb beleefd op Back Alley Poetry in Tiel, of over afgelopen zondag, toen ik met L. plus de dichter MdB en zijn meisje (de Bob, waarvoor eeuwige dank nog, lieverd) ben afgereisd naar Drachten, alwaar MdB en ik moesten optreden tijdens een door Martin Simek gepresenteerde dichtmiddag ter gelegenheid van een tentoonstelling van beeldend kunstenaar Jan Ketelaar in de plaatselijke schouwburg de Lawei, fantastisch allemaal, but I don’t feel like going into it, if you want to know the truth.

Over sommige dingen moet je niks schrijven. Het is zonde om met schrijven dingen te verkloten. Sommige dingen zitten al mooi genoeg in je geheugen.

–//–

Het is een maandagavond. Op maandagavond kijk ik normaal gesproken TV. Om bij te komen van het weekend. En van de werkdag niet te vergeten. Vanavond heb ik gekeken naar Man bijt Hond, ‘Het journaal in 60 seconden’, DWDD, 24 uur met (Agnes Kant), Toren C, Nova en Pauw en Witteman.
Wat me er van bij is gebleven? Weinig. Behalve misschien dat ik Agnes Kant toch wel aardig blijk te vinden. En verder dat tijdens de zapp-service van P&W precies dat enige lullige fragmentje uit die 24 uur met Agnes Kant werd vertoond. Waardoor ik nog meer sympathie voor haar kreeg.

Ik weet alleen niet of ik dat morgen nog weet.

–//–

Maandagavond. Morgen dinsdag dus; maximale bezetting op kantoor, waardoor ik temidden van de flexplekken als relatieve laatkomer gedwongen zal zijn me op een kutplaats te situeren, waar 40 man op mijn beeldscherm kunnen meekijken en bovendien op 1 meter afstand van mijn oren de afdelingsprinter het op een gekmakend onafgebroken ratelen zal zetten. Daarna eten met mijn ex-vrouw. Dronken worden. De dag daarop hetzelfde liedje qua werk, ‘s avonds in de ArenA met een Appelpop-delegatie Ajax-Roda JC kijken in de skybox van onze hoofdsponsor (Grolsch). Ergo dronken worden.

Ik weet alleen niet of ik dat donderdag nog weet.

–//–

Werken is dodelijk. Voortaan schrijf ik weer op zondag.