Feestje

Gisteren liep ik met L. door de barre kou (-10, maar vanwege de stevige Noordenwind was de gevoelstemperatuur minstens -20). We waren op weg naar de housewarmingparty van Ome Bennie in Oud-Zuid en doorkruisten het Vondelpark.
"Moet je zien hoe mooi het erbij ligt, met die sneeuw en alles", zei ik, "kijk nou toch eens hoe schitterend!"
"Ik kijk helemaal niks", zei L., "ik heb het veel te druk met oppassen dat ik niet op mijn muil ga."
"Stel je niet aan", zei ik, en beng, daar lag ik. Niet door een rechtse hoek van mijn meisje, maar vanwege de verraderlijke laag doorzichtige ijzel die het asfalt bedekte.
"Fuck!", zei ik en keek beteuterd toe hoe een paar meter verderop mijn bierblik lag leeg te gulpen.
"Stel je niet aan", grijnsde L terwijl ze me overeind trok.

Het was koud. Bitterkoud. Te koud om mijn handen uit mijn wanten te halen om een sigaret op te steken. Tijdens onze dappere voettocht door de hel van 2009 stopten we 2 keer om een horeca-uitspanning in te vluchten (Welling en Wildschut), waarna we, weer enigszins ontvroren, om 23.15 eindelijk aanbelden bij Ome Bennie.
Binnen was het druk. Stampvol.
"Bier staat op het balkon", had Ome Bennie me verteld.
Ik checkte het balkon. Daar stonden inderdaad nog anderhalf treetje met halve liters. Daar gaan ze het eind van de avond niet mee halen, bedacht ik, en plukte 5 blikken van een tree, verstopte er 4 onderin de zak met oud-papier die in de keuken stond, en met de 5e begaf ik me in de menigte.

Het was een leuk feestje. Veel ga ik daar verder niet over zeggen. Veel kan ik er ook niet over zeggen, omdat ik er weinig meer van weet. Maar dat het een leuk feestje moet zijn geweest weet ik wel. Anders was ik niet zo lang gebleven.

Flarden die ik me nog herinner zijn o.a. de volgenden:

– Dat Dik Bleek, de dichter, toch weer kans heeft gezien om me op mijn ‘plexus’ (een plekje ongeveer net onder je ribbenkast, geloof ik) te slaan. Dik Bleek doet aan de een of andere vecht-, of misschien beter gezegd: verdedigingssport, en laat geen gelegenheid glippen om de belangrijkste vaardigheden in kwestie lijfelijk te doceren. Als ie bijvoorbeeld zegt: "Probeer me maar eens een rechtse hoek te geven", dan weet je al hoe laat het is: dan krijg je een klap op je plexus.
Want het is altijd de plexus.
Waarna je nog 3 kwartier naar adem happend ligt bij te komen.
Zo ook gisteren. "Pak me maar met twee handen om mijn keel", zei ie.
Ik ben niet helemaal achterlijk, dus ik zei: "Dikke lul", en hield mijn armen angstig voor mijn middenrif.
"Heel verstandig", zei Dik Bleek, "want als je iemand met twee handen om z’n keel grijpt, dan geef je je wapens weg."
Ik knikte gedwee.
"Ik herhaal: Geef nooit je wapens weg", zei Dik Bleek.
"Precies", zei ik, "goed gesproken", en nam een slok van mijn pils.
"Want voor je het weet…", zei Dik.
Bats!
Toch weer een klap tegen mijn plexus.

– Dat ik met een lieve architect heb gepraat die van lage gebouwen hield, want dat was ‘een veel grotere uitdaging’.

– Dat iemand op een gegeven ogenblik riep dat het bier op was. En dat ik toen in het oud-papier ben gaan snuffelen, en naast mezelf een paar vrienden heb blij gemaakt.

– Maar vooral herinner ik me dus dat ik heel lang gebleven ben. Echt belachelijk lang. Er waren weinig mensen meer over. Alleen Ome Bennie, Dik Bleek, L. en mijzelve zaten er nog. Met op de tafel waar we omheen zaten alle cadeautjes die Ome Bennie en zijn vriendin deze avond hadden gekregen, te weten een onnoemelijke voorraad flessen rooie en witte wijn. Waarvan de meesten inmiddels leeg. Maar niet allemaal. We deelden de restjes op in onze koffiekopjes (het glastijdperk was al uren eerder geeindigd) en ontkurkten de laatste paar vollen.
Wat ook op tafel lag was de in plukjes verdeelde zware shag van Dik Bleek, die eerder die avond in een plas wijn was gevallen (de inhoud van dat pakje shag, niet Dik), die strategisch te drogen was gelegd onder de hanglamp.
Ik had nog een pakje vloeitjes over en om de beurt zochten we een opgedroogd plukje uit om op te rollen en op te roken.

Best gezellig. Meer is eigenlijk ook niet nodig in het leven. Restjes wijn in koffiekopjes, een plukje zware shag, plus hier en daar wat prettige aanwezigheid om je heen.

Niet dat er verder niets gebeurde. Ome Bennie zette het zoveelste muziekje op, en voor ik het in de smiezen had probeerden we met z’n allen de knoeperthoge spookzang van "Wuthering Heights" – Kate Bush, in hoogte te overtreffen.

Ooh, it gets dark

Dat vonden we leuk.
Dus dat deden we nog een keer.
En nog eens.
En toen kwam E., de vriendin van Ome Bennie, uit bed om het volume iets naar beneden te draaien.
Ook best. Wij schonken nog eens in.

En grabbelden onder de lamp naar tabak.
Waarna ongetwijfeld enorm diepzinnige gesprekken zijn gevoerd.
I was perfectly happy.

Wel werd het ondertussen steeds kouder.
"Staat de verwarming eigenlijk aan?" vroeg ik op een gegeven ogenblik aan Ome Bennie.
"Volgens mij wel", zei ie.
Maar toen m’n vingers op een gegeven ogenblik begonnen te trillen van de kou, en ik niet meer normaal een shaggie kon draaien, werd het me toch te gek. Ik pakte mijn winterjas van de gang, knoopte mijn sjawl om, zette mijn muts op, en nam weer plaats aan tafel.
"Ga je naar huis?" vroeg Dik Bleek.
"Ben je gek", zei ik, "ik heb het alleen maar een beetje koud. Is er nog wijn?"

Die was er. Net zolang tot L. op een gegeven ogenblik opmerkte dat het al licht was.
"Licht?" vroeg Dik Bleek.
"Onmogelijk", zei ik, "het is half december, dan wordt het pas licht om half 9."
"Ja, maar het is ook half 9", zei Ome Bennie.
Ik keek op mijn mobiele telefoon. Het was inderdaad half 9.
"Krijg nou wat", zei ik. Daarna pas keek ik naar buiten. Daar was het inderdaad licht. Bovendien zag ik toen dat de balkondeuren wagenwijd openstonden. Hence de koude.
Tegelijkertijd checkte Ome Bennie de thermostaat: "Je hebt toch gelijk", zei ie, "wat gek, de verwarming staat inderdaad maar op 5 graden."

Dat had E. knap gedaan.

En misschien had ze ook wel gelijk. Ik belde een taxi. Door een schitterend sneeuwlandschap werden L. en ik terug gereden naar Oud-West.
Alwaar de kat in alle staten was omdat ze haar nachtelijke maaltijd had gemist.
Ik gaf haar een schoteltje brokjes, en ging naast L. in bed liggen.

"Dat was nou nog eens een mooi feest", zei ik.

3 thoughts on “Feestje

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s