NK Poetryslam 2009

Als je zoals L. en ik erg houdt van uit eten gaan, maar over een niet al te grote maag beschikt, en je bent toevallig in Utrecht, dan kan ik je zeker restaurant "Pronto! Pronto!" aanraden. Ze serveren daar louter kleine gerechten, stuk voor stuk voorzien van smakelijke omschrijvingen waarin sausjes met stroop en kruidkoek een voorname rol spelen, voor een schappelijke prijs (9 euro). En belangrijker: ze hebben er voor weinig geld de lekkerste wijnen van de stad. Mocht je er zitten dan kan ik je zeker de Negroamora uit 2006 (rood) aanbevelen.
Ik weet trouwens niet zeker of dat exact de goeie naam is, maar ik probeer ‘m altijd op die manier bij wijze van ezelsbruggetje uit mijn geheugen op te duikelen, omdat de sommelier een lieve neger is. Die overigens sprekend lijkt op die receptionist uit de TV-serie Hotel Babylon, maar dat terzijde.

Want daar wilde ik het helemaal niet over hebben. Ik wilde het hebben over het NK Poetryslam dat gisteren (zaterdag) voor de achtste maal werd gehouden. Dit keer in Tivoli de Helling te Utrecht. Dat ligt ergens op een verlaten terreintje buiten de Utrechtse slotgracht, maar is desondanks nog best te belopen vanaf het station. En ook vanuit Pronto Pronto, waar L. en ik dus vantevoren zaten te eten. Met een derde glas Negroamora 2006 in onze handjes bespraken we de serieuze kanshebbers voor de zege. Dat waren er een hoop.
"Ellen Deckwitz", zei L.
"Of Peter M. van der Linden", zei ik.
"Of die sympathieke Belg", zei L., "Jee Kast".
"Of Jeroen Naaktgeboren. Je weet nooit."
"Ja, of Boris de Jong."
"Misschien wel Daan Doesborgh."
"En Martijn Teerlinck is ook niet kansloos."
"Maar de rest wel", zei ik.

We hadden slechts 4 namen niet genoemd. Te weten die van Martin Beversluis, David Boelee, Lennart Pieters en ten slotte de man die ik, zou ik bookmakerquotes mogen maken, rustig op 1 tegen 1000 zou durven te noteren: Melvin van Eldik. Een oude vent die elke gelegenheid aangrijpt om oeverloos te dichten over vagijntjes en gristenspleetjes.

Maar goed, binnen die 11 deelnemers 7 goeie slammers, 7 kanshebbers dus. Ergo: een enorm spannende aangelegenheid, dit 8e NK. Direct bij binnenkomst in Tivoli de Helling kwamen we Festina-winnares Ellen tegen. Ze was er met haar ouders.
"Ik ben ontzettend zenuwachtig", zei ze tegen ons. Haar ouders knikten: "Ze is heel zenuwachtig."
"Dat is mooi", zei ik, "zenuwen kunnen nooit kwaad."
"Zenuwen zijn een goed teken", beaamde L.
"Als je voor de rest gewoon jezelf bent en verder geen rare dingen doet, dan werkt zichtbare nervositeit doorgaans alleen maar in je voordeel bij zowel publiek als jury", zei ik.
"Denk je?" vroeg Ellen.
"Zeker weten", zei ik.
"Zenuwen zijn sympathiek", zei L.
"Wat heb je eigenlijk geloot?" vroeg ik aan Ellen, "op welke plek moet je optreden?"
"Als vijfde", zei Ellen.
"Perfect", zei ik, "in het midden. Dan maak je een goeie kans."

Degene die minder gunstig had geloot was Festina-afgevaardigde Martijn Teerlick (de nr 2 van onze jaarfinale). Hij moest als eerste. Wanneer je als eerste moet ben je de lul. Eigenlijk al bij voorbaat kansloos. In het begin worden namelijk nog geen hoge punten gegeven door de jury (dit jaar bestaande uit Jules Deelder, Janita Monna (een poezie-recensente van de Groene Amsterdammer) en Jacques Kloters (radiopresentator van de Sandwich)). Ze weten immers niet wat ze voor de rest nog kunnen verwachten. Wanneer je als eerste moet krijg je automatisch een 7. Ongeacht of je nu briljant bezig bent geweest of juist superslecht. En een 7 blijkt in de praktijk nooit genoeg om door te gaan naar de tweede ronde. Martijn stond er bedrukt bij. Hij was er trouwens ook met zijn ouders. Die keken eveneens bedrukt.

Bon. We konden beginnen. Maar voordat het slamgeweld losbarstte, en Martijn zijn rijtje zeventjes mocht incasseren van de jury, was er eerst nog een mooi gebaar van de organisatie. Edith Ringnalda, de weduwe van de dit jaar overleden nestor van de Nederlandse slampoezie Simon Vinkenoog, mocht de nieuwe hoofdprijs van het NK slam dopen. In de kooi waar vroeger de Gouden Albatros huisde, nestelde nu een naar Simon vernoemde Gouden Vink, en Edith mocht ‘m overgieten met een fles Moet Chandon. Op professionele wijze liet ze de kurk in het publiek knallen en gutste daarna de inhoud over de kooi heen. Niet een scheutje, niet een halve fles, maar gewoon the full work met nadruppelen en al. Op het podium vormde zich een vijver waar de slammers nog de hele avond in zouden kunnen pootjebaden.

En toen dus het NK zelf. Veel ga ik daar nu niet over schrijven. Ergens anders op internet, op pomgedichten, is al min of meer liveverslag gedaan door Marcel Linssen en Mike Platenkamp.

Er was een terechte finale. Eentje tussen Peter M. van der Linden (de publiekswinaar van de Festina jaarfinale) en Ellen Deckwitz (onze jurywinnares). Beiden hadden reeds in de eerste ronde, waarin ze respectievelijk als 4e en 5e mochten optreden, een gapend gat geslagen op de concurrentie. Peter opende met zijn prachtige, zowel dynamisch als gevoelige, Alzheimer-gedicht, Ellen met het schitterend beeldende en originele ‘Octopus’.
Ik heb het wel eens eerder gezegd, maar zeg het nu opnieuw: op een NK gaat het om de eerste klap(per). Die is meer dan een daalder waard. Nergens anders is een eerste indruk zo belangrijk als daar. Dat komt doordat je direct na je eerste optreden een keiharde cijfermatige feedback krijgt van de jury. Wanneer die je hoge punten geeft, dan krijg je even later, bij de line-up met de andere dichters voor het publieksapplaus, doorgaans ook een hogere score op de decibelmeter. En een hoge score op de decibelmeter zorgt ervoor dat de jury geneigd is je in de volgende ronde ook weer hoge cijfers toe te bedelen. Even kort door de bocht: Een NK winnen is een selffullfilling prophecy, waarbij je eerste gedicht het beste van de avond moet zijn.

Er was 1 iemand die er nog tussen had kunnen komen, en dat was Daan Doesborgh. Een 21-jarige goser uit Venlo, die in de verte lijkt op Giel Beelen (die trouwens ook in de jury zou zitten, ware het niet dat ie was verhinderd omdat ie het Glazen Huis in is gestemd). Met zijn eerste ronde, waarin ie aangenaam ratelend het fenomeen TellSell belichtte, haalde ie een verdomd hoge publieksscore. Maar hij verknalde zijn tweede ronde door al te zeer in niveau te dalen. Wat dat betreft is een eerste goeie klapper een noodzakelijke voorwaarde, maar niet afdoende: je moet natuurlijk wel over genoeg kwalitatief toereikend materiaal beschikken om het tot en met de finale-battle uit te zingen.

Peter en Ellen hadden dat. En Ellen ging daar weer net iets handiger mee om dan Peter. Op Poms site las ik dat Peter van zinnens was geweest om de gedichten "Smoor" en "Flipper" te doen. Had ie het maar gedaan. Die laatste is een regelrechte evergreen. Een van de hoogtepunten uit de Nederlandse slamhistorie.
Maar dat deed ie dus niet. In het het heetst van de strijd, tijdens de battle tegen Ellen, liet Peter zich toch verleiden om in plaats van "Flipper" het gedicht "Letterslet" te doen.
Terwijl ie ‘m inzette dacht ik: hier verlies je ‘m op. Daar gaat je NK. Net als Gijs ter Haar vorig jaar, ga je ‘m hier verliezen op sympathie. Gijs disde daar in de finale de latere winnares Najiba Abellaoui. O.a. vanwege haar jeugdelijke vrouwzijn. Najiba disde ‘m dodelijk terug met een counteropmerking: "chagrijnige ouwe lul."
Game, set en match.
Dissen in poetryslam kan alleen als het abstract en elegant wordt gedaan. Zoals Bernard Christansen dat kon bij Marlies Somers met zijn gedicht ‘schrijnend’. Dissen verliest in d
e poeziewereld zijn kracht als het geschiedt op eendimensionale wijze, als het gaat met de botte bijl en/of grove termen. Dan werkt het averechts.
‘Letterslet’. Zelfmoord.
Als Peter ‘Flipper’ had gedaan, dan had ik het nog willen zien. Daar staat tegenover dat Ellen weergaloos in vorm was.

Ze won. Als enige vrouw van het Nederlandse slam-elftal.
Het was verdiend.
En de ontlading was groot, getuige een briljante foto van Ingmar Heytze (Ellen met de Gouden Vink, Edith op de achtergrond):

Ellen_en_edith

(c) Ingmar Heytze

Nadat de kruitdampen waren opgetrokken zijn L. en ik met Pim te Bokkel nog naar de zich steeds verplaatsende afterparty geweest. Van cafe naar cafe, naar nachtcafe en nog verder. Samen met de winnares die zich inmiddels had ontdaan van ouders, de presentator, de organisatrice, en nog een heel gevolg. We hebben de complete Utrechtse binnenstad gezien en onderweg continu variaties gezongen op "Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder" van Ramses Shaffy. Tot alle flauwiteiten aan toe. "Dicht, slam, huil, bid, pin, drink en bewonder".
Het was stil in Amsterdam. En Utrecht waar ik steeds weer iemand tegenkwam.

Tot L. en ik ons terugvonden op het helverlichte CS van Utrecht om, nadat de allerlaatste kroeg dicht was, de laatste nachttrein te halen. De een of andere vage Kluun-figuur in cafe Pothuys had nog geprobeerd om L. te versieren, totdat ie door kreeg dat L. en ik bij elkaar hoorden. Vervolgens vroeg ie of we dan misschien interesse hadden in een triootje.

"Pleurt op", had ik geantwoord met Jules Deelder nog in gedachten.
"Zeker weten?" vroeg ie.
"Zeker weten", zei ik.
Jesus.
Anyway. Op het CS bestelden L. en ik een koffie verkeerd bij de StationsKiosk. Dat is wel leuk van Utrecht. Dat die gewoon om half 5 ‘s nachts nog open zijn.

"Vond je het een goeie avond?" vroeg L., toen de nachttrein zich eindelijk in beweging zette.
Ik was zo brak als een grafsteen en moest denken aan de film met Jim Morisson, waarin ie dood in bad wordt aangetroffen door z’n vriendin, en dat ze toen vroeg: "is het allemaal een beetje de moeite waard geweest, Jim? Je leven?"
"Het was een schitterende avond", wilde ik zeggen, maar ik had de hik. Ik kwam sowieso niet meer uit mijn woorden.
"We hebben te weinig gegeten", zei L.; "ik 4 garnalen, jij een paar vierkante centimeter zeebaars".
"Daarom juist!", wilde ik zeggen, "Geweldig restaurant, Pronto! Pronto!", maar mijn tong blokkeerde. Ik kon niet meer. Ik was op.
Ik was stil tot Amsterdam. Waar ik een taxichauffeur tegenkwam. Die ons meenam(!). En thuis at ik een boterham. Stram, lam als een veteraan uit Vietnam. Tot ik eindelijk uit mijn woorden kwam.

"Ja", zei ik, "ik vond het een geweldig mooie avond."

3 thoughts on “NK Poetryslam 2009

  1. Oh ja! zaterdag as. (19 dec.) is het feest: Rusdaelstraat 110 – 2hoog
    vanaf, zeg, 20:00… Dik Bleek, als ge dit toevallig leest – ook u wordt verwacht.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s