Zinloos

Tijdens mijn afwezigheid heeft een spin hier onder de lamp van mijn bureau een web gevormd. Het is knap gemaakt, een pareltje van cirkelvormige symmetrie, maar dat heeft blijkbaar niet mogen baten. De spin in kwestie is pleite. Het web zelf is nog geheel in tact en ziet eruit alsof er nooit een beest is ingevlogen. Een leeg onbenut kerkhof. Ik zit er al een kwartier naar te kijken.

Het is nog steeds vakantie, ik verkeer in het laatstje restje roes van tijd. Morgen loeit het allemaal weer aan. Werk. Plus de hele mikmak van ander gedonder en gesodemieter.
Zojuist is mijn koelkast gesneefd. Ik weet dat de kindjes in Afrika het slechter hebben, maar desalniettemin denk ik toch stiekem een beetje met mezelf mee. ‘Arme jongen’, denk ik, ‘arme, arme jongen’.
M’n koelkast, jezus. Harder kun je me niet treffen.
‘Lul’, voegde ik daaraan toe tegen de man met de grote baard. Maar niet hardop. Enkel in gedachten.

Het is, sorry, ik heb er geen andere woorden voor, regelrecht kut om weer aan de arbeid te moeten. Het is geeneens zozeer het werk zelf waar ik een hekel aan heb, en ook mijn collega’s zijn grotendeels niet de allerirritantste mensen op aarde. Wat het dan wel is? Ik weet het niet. Misschien de zinloosheid.
Gaat er iemand op pijnlijke wijze dood als de campagne voor overprijsde reisverzekeringen stokt?
Stopt de wereld met draaien als de specificaties voor de oubollige radiocommercial niet op tijd worden aangeleverd?
Is het een ramp als er 2 miljoen ABNAMRO-klanten geen junkmail voor de nieuwste creditcard in hun postbus vinden?

Ik denk aan de spin en zijn web. Hij en ik doen in feite hetzelfde werk.

Volgens mij zou het voor iedereen beter zijn als de spin en ik morgen ontslag nemen en samen van ons laatste geld een camper kopen.
Geen webben meer. Geen werk. Gewoon de koelkast volstouwen met maden plus halve liters en the road hitten. Wel zien waar we uitkomen. Wellicht kunnen we onderweg wat geld verdienen door de spin te laten dansen op Bach, Beatles of iets ander debiels.

Sorry, dat slaat nergens op.
En zoiets zeg ik trouwens elk jaar als ik terug kom van vakantie. Maar toch. Choreografien verzinnen voor 8 poten komt me op dit moment een stuk aantrekkelijker voor dan weer een jaar Marketing moeten bedrijven voor De Bank.
Weer een jaar een bijdrage leveren aan de maatschappij.
Weer een jaar meedoen met een spel dat volgens mij zolangzamerhand verworden is tot bezigheidstherapie voor sociaal-gehandicapte calvinisten, die in hun vrije tijd gebukt gaan onder een hemel aan verboden.

Fuck it. Maar dat laatste zeg ik nooit hardop. Enkel in gedachten.

Advertisements

Thuis

Ik ben er weer. Binnenkort meer. Maar hier zijn we dus geweest:

Toul
Toul (1 nacht en ochtend)

Chatillon_en_diois

Chatillon en Diois (inclusief Die/Vercheny en omgeving: 3 weken)

Voetbaljongleur_sacre_coeur

Paris (2 dagen en een nacht)

En dit heb ik gelezen:

Gelezen

Voor de lol heb ik de boeken op een soort van volgorde gelegd, zodat het een stapelgedicht lijkt. Een stapelgedicht dat suggereert dat ik net als andere jaren weer enorm heb gefietst en ontzettend heb afgezien.
Het tegendeel is waar. Ik heb 3 en halve week op mijn luie, doch nog altijd enigszins pijnlijke reet gelegen, in voortdurende omstandigheden van meer dan 30 graden in de schaduw. Koude pilsjes erbij, geweldig.

Enfin. Tot snel.

Beproeving

Het slaat natuurlijk helemaal nergens op, ik bedoel, ik mag eigenlijk niet eens fietsen. Maar dit is dus het doel:

Mont_ventoux_summit 

Ik heb de fucker al twee keer beklommen vanuit Bedoin. En had ook beide keren de top kunnen bereiken. Qua zowel fysieke als mentale gesteldheid. Ik was er helemaal toe in staat.
Beide keren echter, werd mijn gang naar de top 2 kilometer vantevoren geblokkeerd door de plaatselijke gendarmerie.
Reden: te veel wind. Er waren campers omgewaaid, doden gevallen, dat soort gelul.

Ik heb enorm veel zin in de derde keer. Ik ga ‘m doen. Ik wil ‘m doen. Al kost het m’n hele vakantie.

En voor de rest ga ik een berg boeken lezen. Een grote berg. Goede boeken. Vergis je niet in de moeite die het kost om goeie boeken te verzamelen. Het hele jaar mee bezig geweest.
Of eigenlijk L., voornamelijk, maar toch.

Ik had er een foto van willen nemen. Van die berg. Lekker koketteren met eruditie, wilde ik zeggen, want dat kan nooit kwaad. Maar eigenlijk valt het met die erudietie wel mee. Michael Zeeman zou althans bij sommige titels zijn wenkbrauwen fronsen.
Maar ik, ik heb er vertrouwen in.
Voor de boeken die ik meeneem steek ik mijn handen in het vuur.

Misschien ben ik raar, maar voor mij is er maar 1 lakmoesproef als ik een boek opensla. En die luidt dat iedere pagina moet tellen. Als een willekeurige bladzijde me niet bij de lurven grijpt, koop ik het boek niet.
Ik wil daarbij zeggen dat ik erg snel bij de lurven wordt gegrepen. Mits er goed geschreven wordt.

Bon.

Waarvan akte.

Over 3 en halve week, lieve mensen. En tegelijkertijd hoop ik jullie dan de scalp te kunnen overleggen. De scalp van de Mont Ventoux.