Texel

Hfkogerstrand

Back in a week!

Advertisements

Grande Finale Festina Lente

Yes! Het is eindelijk weer zover. Zoals vaste lezers van plukdenacht weten, wordt op elke derde dinsdag van de maand in de Jordaan de langstlopende poetryslam van Nederland georganiseerd. In Cafe Festina Lente om precies te zijn.
En behalve de oudste is het naar mijn mening bovendien de interessantste slam van Nederland. Omdat:

1. Festina Lente geen selectie aan de poort kent. Iedereen die wil mag meedoen, mits je jezelf op tijd aanmeldt via de site.
2. Festina Lente altijd een indrukwekkende jury heeft. En dan heb ik het niet zozeer over mezelf, maar vooral over Simon Vinkenoog. En natuurlijk het derde jurylid, zoals het afgelopen jaar Pim te Bokkel (Budding’-prijs-genommineerde 2007) en daarvoor Bernard Wesseling (Budding’-prijswinnaar 2007) en Erik-Jan Harmens (allereerste Nederlands kampioen poetryslam en nu naast dichter o.a. romanschrijver, bloemlezer, radiomaker en poezie-recensent Trouw)).
3. Het winnen van de Grande Finale van Festina zo’n beetje garant staat voor nationaal succes. Uitgegeven worden door de Bezige Bij (Eus), voordragen op Lowlands (moi, Erik Jan Harmens), onderwerp worden van een bioscoopdocumentaire (eerdergenoemde 3), optreden bij DWDD (Robin Block), het best verkochte poeziedebuut bewerkstelligen (Tjitske Jansen), etc, enz. Het is de afgelopen 10 Festina-winnaars bepaald niet slecht vergaan. If you can make it there, you can make it everywhere.

Maar goed. Nu is het dus zover. Nu zijn alle 3e dinsdag van de maandwinaars bekend. En sluiten we het seizoen 2008/2009 af met een wedstrijd tussen hen die het afgelopen jaar triomfeerden.

Aanstaande

ZATERDAG 27 JUNI 15.30

zal de elfde

GRANDE FINALE FESTINA LENTE POEZIESLAG

worden gehouden. En zoals de traditie dat voorschrijft vindt dit gebeuren niet binnen in het cafe zelf plaats, maar buiten

IN DE OPEN LUCHT

waarbij de dichters zullen optreden vanaf de brug over de Looiersgracht.

En als klap op de vuurpijl belooft het KNMI tijdens die openluchtfinale voor het eerst sinds mensenheugenis (de afgelopen 5 jaren was het bitterkoud met van tijd tot tijd slagregens) het perfecte weder: 27 graden en een stralende zonne.

Okay, als ik echt eerlijk ben: het KNMI voorspelt broeierige zomerhitte, met gerede kans op een knetterende onweersbui. Maar, en dat zeg ik al even eerlijk: misschien is juist dat wel het ultieme poetryslamweer. Er hangt iets in de lucht.

En daar wil je bij zijn. Geloof me.

Dit zijn de kandidaten:

Jürgen Smit
Erwin Mulder
Melvin van Eldik
Boris de Jong
Martijn Teerlinck
Peter M van der Linden
Ellen Deckwitz
Kira Wuck
Albert Bobeldijk

En dit is de jury:

Erik Jan Harmens (Nederlands poetryslam kampioen 2002)
Sven Ariaans (Nederlands poetryslam kampioen 2004)
Pim te Bokkel (palmares bekend verondersteld)
Sander Koolwijk (Nederlands poetryslam kampioen 2005)

En dat heb ik het nog niet eens over Martijn den Bakker, Festina-winnaar uit 2007, die live bloggend verslag zal doen van dit evenement.

Voor de opmerkzame lezer: inderdaad: geen Simon. Zijn onderbeen is vorige week donderdag geamputeerd. Dus hij ligt nog even in het ziekenhuis. Edoch het gaat goed met ‘m. De ontwikkelingen zijn te volgen op kersvers

En bijvoorbeeld op de voorpagina van het Parool van vandaag. Een interview dat bijna de helft daarvan bestrijkt, en nog doorgaat op pagina 3. Verderop in de PS nog een paginagrote foto.

Zijn arts had ‘m gezegd dat het waarschijnlijk onmogelijk was om met die bijna 81 jaar te revalideren. Om ooit nog te kunnen lopen met een prothese. Maar Simon wimpelde die scepsis weg, en zei: "Natuurlijk kan ik dat wel."
En om zulks te demonstreren aan zijn interviewster van het Parool, hinkelde ie vrolijk op 1 been door de ziekenzaal van het Onze Lieve Vrouwen Gasthuis heen. 
Edith, zijn geliefde, sprak uit dat ze verwacht dat ie over 3 maanden weer gewoon kan dansen.

Ik zie ‘t ‘m nog doen ook. Bij het eerstvolgende boekenbal, in maart 2010. En dat ie dan traditioneel als laatste het licht uit doet.

Ik zie ‘m zelfs ruim daarvoor de trap slechten naar de jurytafel, als in september 2009 het twaalfde seizoen van Festina begint.

Maar voor het zover is: de Grande Finale 2009. Op de brug.

Festina_lente_2_2

Be there. Yes, you can.

Eendjes voeren

Een van de dingen die Holden Caulfield in J.D. Salingers ‘The Catcher in de Rye’ zichzelf gedurende de roman regelmatig hardop afvraagt is "Where did the ducklings go?"
En hij bedoelt dan de eendjes uit Central Park, New York, waar hij woont, en waar de vijvers in de winter dicht vriezen.
"I wondered if some guy came in a truck and took them away to a zoo or something. Or if they just flew away."

Nou is het inderdaad zo dat een eend van nature het instinct had om in de winter naar het zuiden te vliegen.
Maar tegenwoordig doen ze dat allang niet meer. Vooral de mondaine stadseend niet. Want die heeft geleerd: zelfs als alle wateren zijn dichtgevroren, en ik niet meer naar kroos kan happen, dan is er nog altijd dat wonderlijke sociale wezen, ik geloof dat ie de mens wordt genoemd, dat bereid is zijn voedsel met mij te delen.

Serieus, eenden konden er in eerste instantie met hun kop niet bij. Die dachten: Zelfs in de winter, de periode waarin de middelen schaars zijn, komt de mens in grote getale naar het park zetten om mij te overladen met smakelijk brood. Net alsof ze het zelf niet nodig hebben!

En stiekem dachten de eenden erachteraan: Het mag een mirakel heten dat de mensheid nog steeds bestaat, want volgens de evolutietheorie van Darwin had deze soort toch allang moeten zijn uitgestorven. Voedsel delen, phaa!
Maar wie ben ik om me daar als eenvoudige eend druk om te maken? Want bottom line is dat de mensheid nog altijd alom aanwezig is, sterker nog, naar mijn bescheiden mening worden het er steeds meer, en ondertussen voeren ze me in overvloed. Dus hallo! Wat zou ik dan nog zonder paspoort, verzekeringen en wegenwachtabonnement helemaal naar het Zuiden gaan vliegen in de winter? Precies! Ik ben gekke Henkie niet! Ik blijf hier lekker het hele jaar in mijn nest liggen rotten!

Wellicht een geinige analogie cq grappige munitie die gebruikt zou kunnen worden om er een motie doorheen te jagen die voorstelt flink op de uitkeringen te korten, maar dat bedoelde ik niet. Integendeel.

Wat ons, mensen, onderscheidt van de eendjes is uiteraard beschaving. Maar vooral, en dat is veel belangrijker, ook instinct. Een instinct voor empathie. Wij genieten van eendjes voeren. Wij vinden het van nature ontzettend leuk om te helpen. Helpen geeft ons een enorm goed gevoel.
Kijk maar naar giro 555-acties voor natuurrampen. Of Twitteraars die hun site massaal groen kleuren om de opstand in Iran te ondersteunen. Maar sowieso. Zonder dat instinct zou de mensheid zichzelf al vele millenia geleden om zeep hebben geholpen, is mijn mening. En het is dat instinct dat ook in toekomst elke wrede dictatuur op den duur omver zal blijven werpen: Empathie.

Het lijkt tegenwoordig een beetje uit de mode though, elkaar helpen, sympathieke spontane oprispingen ten spijt. De samenleving is de laatste decennia steeds individualistischer geworden.
Het motto uit de Psychologie ‘je moet eerst jezelf op orde hebben voordat je anderen kunt helpen’, werd door gniffelende economen van harte omarmd, en is sindsdien door de slinkse topmannen uit het bedrijfsleven financieel steeds extravaganter ingevuld.
We maakten vanaf ongeveer vorig jaar oktober kennis met de gevolgen.

Wat maar goed is ook, dacht ik in eerste instantie. Want nu we de kredietcrisis allemaal voelen, gaan mensen tenminste weer een beetje nadenken, hoopte ik.
Maar het beroerde is dat je in Nederland juist het tegenovergestelde ziet.
Het is op zich een bekende fase in het proces: het zoeken van een zondebok. Een kleine groep die je van alles de schuld kunt geven.
Want zou dat niet fijn zijn? Als met de eliminatie van een kleine minderheid plotsklaps alle problemen zouden zijn opgelost? Marrokanen ofzo? Of bejaarden? Rokers desnoods?

Als mensen massaal zouden roepen: "Precies! Alle topmannen aan de galg!", dan zou ik daar niet achter staan, maar me er wel iets bij voor kunnen stellen.
Echter, dat doen doen de mensen niet. De mensen roepen om de scalp van de zwaksten uit de samenleving.
Frappant. Maar ook weer niet. Zo leert de geschiedenis. Maar die terzijde.

Terug naar de eendjes.
Het voeren van eendjes. In Noord is dat inmiddels al verboden. En de plaatselijke wethouder wil dat verbod per 2010 ook gaan laten gelden voor de rest van Amsterdam. Want, en ik quote: "Voeren maakt dieren ongezond en afhankelijk. Het veroorzaakt overlast en dierplagen. Daarnaast kunnen wij door deze dieren ook zelf ziek worden."

Daar zijn we weer. Het is ‘voor onze eigen veiligheid’.
Deze wethouder is godverdomme van Groen Links, mijn eigen partij. De partij die wat mij betreft een sociale dienstplicht voor ‘eendjes voeren’ in het partijprogramma zou mogen opnemen, teneinde mensen de schoonheid van het delen weer eens te laten ervaren. De extase van het geven. De ultieme beleving van ons instinct.

Maar nee, een verbod op eendjes voeren instead.
Sorry, ik word daar zo droevig van. En teneergeslagen. Maar kan daar tegelijkertijd ook zo ongelooflijk boos van worden.

Eendjes voeren gebeurt al sinds mensenheugenis. Of in ieder geval minstens sinds Gerard Cox, met z’n ‘Op een mooie Pinksterdag’.
En is er in al die 5 decennia ooit iemand ziek geworden van een eend?
Maandagochtend over de telefoon: "Ja sorry baas, ik ben ziek."
"Ziek!? Hoezo ziek?"
"Tsja, eendjes wezen voeren met m’n dochtertje."
"Eendjes voeren!? Jij onverantwoordelijke sukkel! Enfin, ik hou deze maand je loon in, en neem voor de zekerheid de volgende maand maar onbetaald verlof. Ik wil jou hier voorlopig niet terugzien. Eendjes voeren godbetert, heb je dan totaal geen hart voor de zaak?"

En dan heb ik het nog niet eens over de gevolgen van het niet-voeren voor de eendjes zelf. De complete Vondelparkpopulatie zou afgelopen winter de pijp uit zijn gegaan. Ik bedoel, het komt op hetzelfde neer als we tegen een stel verbouwereerde Sahara-bewoners zouden zeggen: "Ja sorry, maar we gaan dus even deze waterput dempen, want die past niet bij jullie natuurlijk habitat."

Ter tegemoetkoming van de diehard-eendjesvoerders is trouwens een subsidieprogramma samengesteld, waarin op kosten van de gemeente a raison van 40.000 euro ontwenningskuren kunnen worden gevolgd. Ik meen het. Serieus. Lees maar na in het Parool.

O, man!

"Where did all the ducklings go?"
To heaven, Holden, to heaven.

Vlaktaks

Let op: hoe gek ik ook ben op cijfertjes en rekenen, ik heb totaal geen verstand van belastingen. Althans, ik heb geen praktijkervaring. Ik permitteer mijzelve al jaren de luxe om tegen een paar tientjes vergoeding alle blauwe enveloppen linea recta door te sturen naar mijn Financieel Adviseur.
Hij mailt mij dan vervolgens een checklist van alle belangrijke papiertjes die hij nodig heeft om mijn belastingaangifte succesvol te voltooien.

Die checklist lees ik eerlijk gezegd nooit. Ik heb op mijn zolderkamer een grote lade hangen, waar ik alles in flikker wat ook maar enigszins relevant zou kunnen wezen voor de fiscus, en fiets vervolgens eens per paar jaar met twee volle Albert Heijn-tassen naar de overkant van het Vondelpark, om in het kantoor van mijn Financieel Adviseur de inhoud over zijn bureau uit te storten.
Dat ik dat in levende lijve doe en niet over de post, is enerzijds om een berg postzegels uit te sparen, anderzijds ook vooral om hem hoogstpersoonlijk succes te wensen.

Ik bedoel, het lijkt me voor hem toch een stuk leuker als je het gezicht kent achter die goser waar je al die ellende voor loopt uit te sorteren.
Dat ie weet van: O ja, dat is die dichter met die ingewikkelde hypotheek, met allerlei lijfrente-dingen, en dat detacheringswerk in de ICT, maar daarnaast ook nog eens regelmatig optredens, en bovendien inkomsten uit jury- presentator- en redactie-activiteiten. Die knakker die altijd vergeet bonnetjes te vragen, en die nooit de WOZ-waarde van zijn huis weet, maar denkt dat ik wellicht iets heb aan zijn verzameling treintickets en afgestempelde strippenkaarten."

Hij is altijd vriendelijk, mijn financieel adviseur. Wat op zich dan wel weer verdacht is, want van de hoeveelheid papier die ie over zich krijgt uitgekieperd, kan ie tenzij ie de stapel blind de prullenbak indondert, voor die paar tientjes nooit een acceptabel uurtarief realiseren. Maar omdat ik altijd zeer content ben met het uiteindelijke financiele resultaat, heb ik besloten ‘m toch maar te vertrouwen.
Misschien is het gewoon zo’n type dat van uitdagingen houdt, hou ik mezelf dan voor. Die schijnen echt te bestaan. Je zou ze niet verwachten in de belastingtechnische wereld, maar het gezegde luidt dat uitzonderingen de regel bevestigen, dus wie ben ik om aan deze jongen, deze zegen in mijn leven, te twijfelen?
Of om een ander spreekwoord aan te halen: "Je moet een gegeven financieel adviseur niet in de kop kijken."

Weet je, het boeit me gewoon niet, die hele belastingen. Nogmaals, ik ben gek op cijfers en rekenen, maar die hele toestanden met schijf 1 en schijf 2, box 1 en box 3, al die aftrekposten, declaraties, compensatieregelingen, het interesseert me voor geen meter.
Al dat geneuzel, al dat individuele gepiel op de vierkante milimeter, ik heb totaal geen zin om me daarin te verdiepen.

Wat dat betreft zou je verwachten dat ik een groot voorstander ben van het voorstel dat zo eens in de pakweg 5 jaar weer ter berde wordt gebracht door een politieke partij uit de rechterflank, zoals vandaag het CDA: het invoeren van een vlaktaks.

Maar ik ben het niet. Sterker nog: ik ben er ontzettend tegen. Vlaktaks zou naar mijn bescheiden mening Nederland op slag het meest kapitalistische land ter wereld maken.

Dat zal ik uitleggen. Voor wie het niet weet: Vlaktaks houdt in dat het belastingstelsel drastisch vereenvoudigd wordt. Dan hebben we namelijk niet langer, zoals nu, 3 of 4 verschillende inkomstenbelasting-schijven, maar slechts eentje.
Net als in bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Daar betaal je, of je nu arm of rijk bent, een even groot percentage belasting.

Klinkt goed, zul je misschien zeggen. Want: simpel.

En natuurlijk weet ik dat simpel het nieuwe genuanceerd is, maar toch wil ik even een kanttekening maken.
Want! Maar! Echter! In de V.S. hebben ze geen hypotheekrente-aftrek. En wij in Nederland, als zo’n beetje het enige land ter wereld, wel. En zoals eenieder weet: pas als je enigszins goed verdient, kun je een eigen huis kopen, ergo belasting aftrekken.

Kortom: als de vlaktaks in Nederland wordt ingevoerd, zijn wij het enige land ter wereld waar armen een hoger percentage belasting betalen dan de rijken.

En voorzitter, dat is de wereld op zijn kop! Om niet te zeggen: een grote schande! Het CDA is knettergek geworden!
Wat moet ik met dit… vod, dit waardeloze voorstel, ik zou zeggen: voorgoed in de papiervernietiger. Voorzitter, die vlaktaks…, ik heb schoon genoeg van die rechtse hobbies, waarvoor de hardwerkende belastingbetaler 16 miljard per jaar moet ophoesten, terwijl voor datzelfde bedrag de honger in de complete wereld kan worden opgelost.

Goed leven

Behalve den sukkel die ‘m bekeek, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den man die meende een film te moeten maken over de wijk Galecop te Nieuwegein.

Om redenen die er verder niet toe doen, werd ik vandaag confronteerd met het allerdeprimerendste stukje videohuisvlijt dat ik totnutoe in mijn leven heb mogen aanschouwen.
Op een cultureel festival nota bene.

Nou was het vandaag sowieso al een deprimerende dag. Ten eerste diende ik me reeds om 8 uur uit de veren te verheffen, op een zondag godbetert. Ten tweede werd ik geacht de dag alcoholvrij door te komen, daar ik gezien de diverse locaties waarop mijn verscheidene verplichtingen zich afspeelden, en het navenante moordende tijdschema, mijzelf gedwongen zag de bijbehorende verplaatsingen per automobiel te volbrengen.

Dus dat was al kut. Maar als je dan, ‘s ochtends vroeg, in een vaag theaterzaaltje jezelf zit op de vreten van de zenuwen, omdat je zodadelijk ten overstaande van een jury en publiek in hooguit 2 minuten een ‘pitch’ moet doen voor een op zich prachtig kort verhaal, en je zit maar te tappen met die vingers op je theaterzaaltjesstoelleuning van: wanneer mag ik? wanneer ben ik? volgens de timetable van het festival zou ik godverdomme al een lichtjaar geleden aan de beurt moeten zijn geweest, dan kan de situatieschets ‘kut’ een compleet nieuwe dimensie krijgen.

Je nagels zijn verorberd tot de maantjes en uiteraard is roken nergens toegestaan. Fuck, denk je, schiet eens op met die teringzooi, ik heb zodadelijk een ernstige familiebijeenkomst in Molenhoek (Limburg), en daar mag ik absoluut niet te laat komen.

En juist dan he. Je zal het altijd zien. Juist dan komt er op zo’n cultureel festival, waarop overigens stevige financiele prijzen waren te verdienen, een mongool aanzetten met een film. En dan niet met een pakkende trailer van de gelimiteerde 2 minuten. Welnee, de film moest integraal worden vertoond, want inkorten was, weetikveel, ‘technisch te lastig’ ofzo.

Dus daar zat ik. In die bioscoopzaal. Met mijn flesje Spa Blauw. En de autosleutels en de klok in de hand. Plus het halve A4-tje dat mijn nog later voor te dragen pitch besloeg.
Ik rekende. Best-case-scenario: Ik had nog 32 minuten voordat ik volgens de routeplanner uiterlijk moest vertrekken. Maar dan zouden er absoluut geen files mogen staan, en ook nergens een stoplicht op rood. In elk ander geval zou ik van de maximumsnelheid een rekbaar begrip moeten maken.

Als ik niet drink, ben ik van nature positief. "Kom maar op met die film", mompelde ik in mezelf, "draaien met die hap, let’s get it over with".

En daar kwam ie.
Dames en Heren: Stop met het huren van horror-DVD’s. Vampier- en zombie-films zijn klein bier vergeleken bij wat ik in dat theatherzaaltje kreeg voorgeschoteld. Guantanamo-bay? Peanuts.
Ik geloof dat het China is waar ze hebben uitgevonden dat de ware marteling zich kenmerkt door de lengte. Iets lichts, iets onschuldigs, maar dan zo lang mogelijk. Bijvoorbeeld druppels water eindeloos op je kop laten plengen. Op dezelfde plek. Gestoorder schijn je door niets te kunnen worden.

Eenzelfde soort effect overkwam mij vanmorgen/vanmiddag. Tijdens de eindeloos durende film van ene Jos van V. met zijn inzending over ‘de Galecopwijk in Nieuwegein’.

Even tussendoor: Voor wie interessante geweldsdelicten bevroedt, sluimerende onvrede met de plaatselijke allochtonen, of Spinvis die vreemdgaat: ik moet je teleurstellen. Ook geen in de doofpot verdwenen onhebbelijkheden van politici en zelfs geen familiedrama. De Galecopwijk is met recht de allersaaiste wijk van Nederland.
En daar heeft Jos van V., ervaringsdeskundige, buurtbewoner, een film over gemaakt. Over de netjes aangeharkte tuintjes, over de guitige geitjes op de kinderboerderij, over de schommelende kleintjes in de speeltuin, over het gezellige overdekte winkelcentrum, over een pleintje dat binnenkort ‘opgehoogd’ gaat worden, over de zwaantjes die rondzwemmen in de slootjes en soms over de parkeerplaatsen waggelen en daar dan ook gaan zitten (- ‘zonder vergunning’ had Jos geinig ondertiteld), etc, enz, tot aan het 5 minutenlang integraal weergegeven verslag van een doordeweekse, totaal onbelangwekkende wijkvergadering aan toe, waarin mensen voornamelijk bezig waren in hun koffiekopjes te roeren en hun stapel papiertjes recht in het gelid te leggen.
De diverse filmshots vloeiden ‘vakkundig’ in elkaar over, door in rondjes in- en uit te poppen, waarbij dit alles muzikaal werd begeleid door op piano-muzak gezette hits van Robbie Williams en Phil Collins.
30 tergende minuten lang.

Hebben jullie een beeld?
In de poeziewereld woedt, zoals trouwens zo vaak, de discussie over welke kant het op moet met de gedichten. De laatste decennia neigt men naar de mening dat deze ‘ontregelend’ moet wezen, of op z’n minst ‘verontrustend’, en het liefst moet ‘bang maken’.

Het hierboven geschetste filmscenario van Jos van V. voldoet wat mij betreft aan al die eisen. En dat klinkt natuurlijk ontzettend flauw, en dat is het misschien ook, maar ik meen het wel.

Sorry, ik moet gezien de tijd even kort door de bocht gaan: Verontrustend was toch de afgelopen maand vooral de hoeveelheid mensen die op Wilders heeft gestemd.
Wat bovendien facinerend was, is dat de kiezers over het algemeen komen uit gemeenten waarin nauwelijks allochtonen wonen. In Volendam (de meest Nederlandse gemeente bij uitstek), was ‘t het ergst, in Amsterdam (meeste allochtonen) viel het enorm mee.

Ik wil daar verder niets mee zeggen, of nou ja, toch wel.

Ik zat de hele film uit van Jos V. Ik moest wel. Ik had nog een pitch te doen.
Maar waarom? dacht ik, waarom doet zo iemand de zaal dit aan? Waarom houdt hij geen rekening met anderen? Waarom schaamt hij zich niet? Snapt ie niet dat mensen zich voelen alsof ze bij een verplichte diapresentatie zitten van een overenthousiaste, maar verder toch enigszins sneue collega? Kan hij zich wellicht niet verplaatsen in anderen?

Of, dat kan ook, was het juist een briljante actie? Wilde ie iets serieus aan de kaak stellen? Ik hoorde ‘m na afloop napraten met z’n meegenomen publiek. En vrees dat het laatste helaas niet aan de hand was: "Ik ga niet naar de prijsuitreiking, want ik zal toch wel weer niks winnen. Maar ik vind het wel leuk om gewoon mee te doen."

Zoals ik vermoedde: op zich een brave man. Maar toch. Die tergend lange 30 minuten, waar er 2 waren voorgeschreven. Waarom? Ik bedoel: Als mensen zich niet willen verplaatsen in anderen, dan heb ik daar vrede mee. Iedereen zijn eigen keuze.
Maar als ze het niet meer kunnen, dan hebben we pas echt een probleem.

Enfin. Ik deed mijn pitch. Rende naar mijn auto. Maakte van de maximumsnelheid een rekbaar begrip. Feliciteerde in Molenhoek, in de jachtkamer van een kasteel op de Mookerhei, mijn 90-jarige Oma. At blauwe schimmelkaas met mijn Oom, waarschijnlijk voor het laatst.
Ik nam er een rooie wijn bij. Eentje mocht wel. En bovendien: rooie wijn, dat hoort bij schimmelkaas.
Mijn Oom mocht niet. Geen rode wijn. Vanwege de chemo.
Ik nam nog een rode wijn.
En rookte buiten een sigaret met mijn zusje.
We zagen samen een kat onder een afdekje rennen. Het regende.

En ik dacht: ik en mijn zusje, wij hebben een goed leven.

Beeldvorming

Dat we in een economische crisis zitten zal jullie niet zijn ontgaan. Maar zelf had ik er totnutoe persoonlijk tamelijk weinig mee te schaften. Ik weet natuurlijk niet hoe het met jullie zit, maar zowel voor mijzelf als voor de mensen die ik regelmatig spreek in mijn naaste omgeving, was er financieel gezien het afgelopen jaar opvallend weinig veranderd.
Waardoor ik af en toe dacht: misschien is die hele kredietcrisis wel gewoon een verzinsel van de media om de krantverkopen/kijkcijfers/etc op te vijzelen.

Ik bedoel, iedereen had zijn baan nog, zijn huis, zijn auto, zijn vrouw en eventuele kinderen, maar vooral: hetzelfde salaris. En met de nagenoeg afwezige inflatie dus ergo dezelfde koopkracht. Zelfs mijn ex-vrouw, die als ZZP-er opereert, de beroepsgroep die volgens de overlevering het zwaarst te lijden heeft onder het huidige economische klimaat, meldde doorlopend dat ze bijkans omkwam in de nieuwe opdrachten. Ik dacht: Wat nou crisis?

Tot vandaag. Vandaag kreeg ik een mailtje van de CEO van mijn detacheringsbedrijf. Waarin werd aangekondigd dat ‘vanwege de slechte economische omstandigheden’ alle werknemers per direct gekort gaan worden op hun salaris.
En dan niet een beetje gekort, maar serieus gekort.
Voor mij persoonlijk betekent het een korting van 500 euro per maand. Bovendien worden er behoorlijk strenge regels gesteld aan het opnemen van rechtmatige vakantiedagen.

Ik snap er niets van. Ik ben al 5 jaar achtereen gedetacheerd bij de ABNAMRO. Mijn detacheringsbedrijf heeft geen omkijken naar mij, hoeft totaal geen inspanning te verrichten. Ik ondertussen, werk me dagelijks de pleuris, maar zie al jaren minder dan 20% terug van het uurtarief dat zij voor me vangen.

Blijkbaar is die 80% afroming niet genoeg voor mijn detacheringsbedrijf. Ze willen naar 85%.
Gewoon, omdat het kan. Ze weten dat ik compleet afhankelijk van ze ben. Ik heb toen ik 14 jaar geleden in dienst kwam, een clausule moeten ondertekenen waarin ik op straffe van een veelvoud aan jaarsalarissen, verklaar niet zelfstandig voor 1 van hun klanten te gaan werken. En hun klanten, dat is heel Nederland. En diverse buitenlanden.
Misschien niet slim van mij destijds, maar het was 1995, het jaar van de mini-crisis, waarin de banen bepaald niet voor het opscheppen lagen. Zelfs afgestudeerde econometristen als ik, moesten worden omgeschoold. Naar ICT-er, de enige bedrijfstak waarin vacatures voorhanden waren.
Mijn huidige unitmanager bij mijn detacheringsbureau is trouwens een ex-studiegenoot. Aardige goser overigens, daar niet van, maar het allergrootste licht van deze wereld is ie niet.

Ik vond dat allemaal geen probleem. Serieus. Ik heb weinig ambities. Als ik een beetje gas had gegeven, zou ik enorm carierre hebben kunnen maken. Of, als ik mijn principes trouw zou zijn gebleven, ontzettend veel hebben kunnen betekenen voor deze maatschappij, in bijvoorbeeld de plaatselijke politiek. Maar ik ben nou eenmaal een luie flikker die liever dagelijks een stevige pils drinkt. En naast zijn werk wat vage dingen doet met ‘muziek’ en/of ‘poezie’. Wat in het beste geval uitmondt in een gepubliceerde, maar verder teleurstellende roman.

Waarvan akte over weetikveel, 10 jaar, maar dat terzijde. Want ik wil eventjes terug naar het onderwerp.
De crisis.
Ik voel ‘m vandaag voor het eerst in mijn donder. En als je iets in je donder voelt, dan krijg je vanzelf de neiging om iemand de schuld te geven.
Je kan de Marokkanen daarvoor uitkiezen, maar ik ken geen Marrokanen. Behalve die van het wekelijkse voetballen op donderdagavond in het Erasmuspark. Ze poorten mij bij de vleet, zijn veel handiger met een bal dan ik. Dus daar heb ik stiekem, ik durf het bijna niet te zeggen, respect voor.
Ze zijn heel aardig ook, trouwens. Ze laten ons team van witte Nederlanders uiteindelijk altijd winnen. Het liefst met 10-9. Want dan zijn wij het blijst. En dat vinden zij dan weer grappig: Dat wij zo tuk zijn op winnen.
Zij zijn tuk op poorten.
En ze hebben gelijk.
Het gaat om het spel. Niet om het resultaat.
Vervang spel maar eens door ‘leven’ en resultaat door ‘dood’.

Maar ik had het over de schuld geven. Ik doe dat het liefst aan mijn CEO. De lul. Ik snap ‘m wel. Of althans zijn belangen. Maar het slaat allemaal nergens op, die salariscut.
Ik heb er, en dat doet verder waarschijnlijk niemand, de jaarverslagen van de afgelopen jaren eens bij gepakt.
En ben wat trends gaan analyseren.

Ik zal jullie niet vervelen met een uitgebreide uiteenzetting van mijn bevindingen, maar in ‘t kort komt het op het volgende neer:
– Vijf jaar achtereen ca 20% winststijging voor het bedrijf. Ook in het jaarverslag van 2008, terwijl de kredietcrisis toen al drie maanden in volle gang was, en de beurzen hun voornaamste koersval maakten, wist mijn detacheringsbedrijf de winst met 18,9% te vergroten.

– Maar tegelijkertijd al die vijf jaar steeds minder salaris voor het gedetacheerde personeel. Dat was vanwege het verhaal dat we ons moesten ‘voorbereiden op slechte tijden.’ En ‘opdat we straks een solide positie hebben, en een eventuele shake-out kunnen overleven’.

Schaamteloos.

Nu zitten we blijkbaar in die shake-out. En is al het geld plotseling op.
Goh, wat raar. Hadden we daar niet al een hele tijd voor gespaard? Loon voor laten liggen?
Blijkbaar niet.
Okay, er staat getuige het jaarverslag van 2008 inmiddels ruim 300 miljoen euro aan eigen vermogen op de balans, waar het complete personeelsbestand tot aan ‘t pensioen riant van zou kunnen leven, maar dat geld is dus zogenaamd pleite.
"Inleveren. Allemaal. Van de 100 euro die je per uur voor ons verdient, zie je er voortaan nog maar 15 ipv 20 terug. Vanwege de crisis. En o ja, je mag niet op vakantie."

Van dat soort dingen word ik enorm ongenuanceerd.

Ik kan er zo ontzettend slecht tegen.
Tegen hebzucht. Maar vooral tegen verkeerde beeldvorming. En als ik dan ook nog eens zelf met de consequenties krijg te schaften, dan hebben wat mij betreft de rapen hun kookpunt ruimschoots overschreden, en word ik vreselijk boos.
Een  dusdanig grote boosheid dat ik er hier geen verdere schriftelijke uitdrukking aan durf te ontlenen.

Op twitter kwam ik onlangs een animatiefilmpje tegen dat @zezunja had geplaatst over de kredietcrisis.
Het was op zich een goed filmpje. Het duurt maar liefst 11 minuten, maar dat zijn ze waard. Het betreft een tamelijk heldere uitleg (wel even het geluid aanzetten, met beeld alleen red je het niet).

Los daarvan: Voor wie geen zin heeft om het hele filmpje te bekijken, plaats ik hier een niet willekeurige screenshot (disclaimer: niet representatief, maar wel antropologisch interessant):

Kredietcrisis

Jesus, denk ik dan. Maar ik ben al bijna zover dat ik me er niet meer druk om maak. Beeldvorming, bedoel ik. Waar ik me wel druk over maak:

500 euro minder per maand: Fuck.
Niet op vakantie: Kut.
Deze wereld. En dan zou Eurocard/Mastercard nu zeggen: priceless.

Dat zeg ik: waardeloos.