Zolang het maar niet

Eigenlijk heb ik het best wel goed. Okay, het is zondagnacht, en ik kan werkelijk totaal niks verzinnen om over te schrijven, maar op zich gaat het dus geweldig.
Met mij.

Met mijn twee katten gaat het ook al fantastisch. Ze liggen hier gezusterlijk op het schapenkleedje aan mijn voeten te snorren dat het een aard heeft.

Wat wil een mens nog meer?

Welnu, INSPIRATIE G**V**D****!!!
Een pils allicht. Geen probleem, die is voorhanden. Sigaretje erbij. Helemaal prima. Staren over nachtelijk Amsterdam vanuit de glazen opbouw van mijn dakterras, vingers in de aanslag boven de laptop.

Hm.

Misschien zit ik hier te vaak. Al te veel jaren, om ook nog maar een greintje opwinding te beleven bij mijn nachtelijk panorama. De bakens die mijn stad omringen: de Oude Wester, het Okura-hotel, de knipperende ster op de Rembrandt-toren, de rode lichtjes rond de landingsbanen van Schiphol, de groene neonletters op de gevel van het Lucas-Andreus-ziekenhuis, wat moet ik ermee?
Er zit geen gedicht in, laat staan een stukje.

Desondanks heb ik er hier 700 geschreven. Stukjes. En een stuk of wat gedichten.

Ik heb hier vaker met dit bijltje gehakt, ik heb hier 700 keren een writersblock gehad, en 700 keren heb ik het overwonnen.
Waarom nu niet?

Ik weet het niet. Misschien is het omdat ik mezelf ooit heb beloofd om op zondagnacht geen beschouwende stukjes te schrijven. Geen essays over de economie, geen literatuuranalyse, geen politiek. De zondag heb ik altijd beschouwd als een tijdstip voor een stukje over mijn narcistische zelfje. Maar vandaag past dat op de een of andere manier niet. Ten eerste heb ik recent te weinig grappige tegenslagen gehad. En ten tweede heb ik de laatste tijd, op een zakelijke bankrekening openen na, met een kunstenaar moet ik daarbij vermelden, uberhaupt geen fuck meegemaakt.

Nu ik het zeg, misschien had ik daar een stukje over moeten schrijven. Over het openen van die bankrekening. Daar had ik nog wel iets geinigs van kunnen maken.

Maar vette pech voor jullie, lezers. Dat plan kwam nu pas, om 3.00, dus te laat. In plaats daarvan ga ik maar weer eens los over mijn zorgen. De zorgen van een an sich gelukkig wezen. Dus geen persoonlijke verwikkelingen, maar zorgen over de tendensen in het algemeen. En dan bedoel ik nog niet eens de peilingen van Maurice de Hond waarin Wilders met 32 zetels virtueel veruit de grootste partij van Nederland zou worden, en ook niet de opgelegde en geforceerde oorlogsretoriek die Obama plotsklaps tentoonspreidde, twee dagen geleden. Ik heb het dan eerder over de sluipende dingetjes. Kleine signaaltjes. De taser-gun die min of meer stiekem tot het wapenarsenaal van de Nederlandse politie (de AT’s) is toegelaten. Dat het schap poezie-tijdschriften bij zowel Scheltema als Atheneum in de afgelopen jaren is gedecimeerd. Dat de nieuwe Zeg eens Aaa zoveel debieler is dan het origineel, en desondanks een kijkcijferhit.

Het is slechts een driegreep uit dingetjes waarvan je denkt: och ja, dat is de tijdsgeest. Niks om je druk over te maken, zolang het maar niet…
En dat bedoel ik. Zolang het maar niet…

Ik weet dat het uit de mode is om te ageren. Maar ik kan er niks aan doen. De dingen, ze gaan sneaky slow. Vanmiddag zat ik in de allermooiste rookruimte van de stad, bij Proef op de Overtoom, alwaar twee veertigers naarbinnen liepen om een sigaret op te steken.
Het was een uitgepraat stelletje.
Ze hadden net gedineerd in het niet-rookgedeelte. Ik had de man eerder aan de bar horen vragen bij de ober wat de vis van de dag was.
"Truite" had de ober gezegd.
"Watte?" vroeg de man.
"Forel."
"Dan blijven we", zei de man.
Dat was een uurtje geleden. Inmiddels hadden ze de vissen verorberd.

"Smerig", zei de man, "al die rook hier", terwijl hij de rookruimte binnen wandelde en een Marlboro Light opstak.
"Onze kleren kunnen zodadelijk meteen in de was", zei de vrouw, terwijl ze de hens zette in een Gladstone.
Voor de rest zwegen ze en zogen ze aan hun sigaretten.
Ons, mede-rokers, die zich tegoed deden aan grote glazen Koninck, witte wijn, eindeloze schalen bittergarnituur en rookwaren vooral, wierpen ze een afkeurende blik toe.

Na 5 minuten drukten ze met een vies gezicht hun peuken uit in de asbak. "Zo", zeiden ze tegen elkaar, "dat was genieten. Maar nu snel weer naar buiten, weg uit dit stinkhok."

Dat weet ik van Wendy, dat je vooral moet genieten. Je moet van alles een totaalbeleving van maken. En van haar weet ik ook dat er niks gaat boven fris wasgoed. En dat alles goed komt, als we maar gewoon Andreolonserum kopen voor bij de Andreolonlaagjesshampoo, en dat we nu bij Rimmel mascara kunnen betrekken voor een ‘naturel valse wimpereffect’, en, en, en. En iedereen doet het nog ook.
Fuck.

Waar maak ik me druk om. Het is de tijdsgeest. Niks aan de hand, zolang het maar niet…, iedereen is vergeten wat ie daarna zei. Ooit, een paar jaar tevoren. Iedereen vergeet ‘t. Uiteraard. Dat is menselijk. En natuurlijk. En het gaat niet om reclame. Het gaat zelfs niet over, nou ja, wat eigenlijk.

Toch, dat soort dingen maakt me bang.
Thans ondanks nog steeds een gelukkig mens.
Maar voor hoe lang.

Advertisements

Witte rook

Nou, ze zijn eruit.
‘Het zou verdomme tijd worden’, hoor ik nu vele van jullie denken.
Pas moi. Van mij had dat crisisberaad van het kabinet nog wel een jaartje of 2 mogen voortduren.
Serieus, dat zou voor het landsbelang volgens mij het beste zijn geweest. Ik zal uitleggen waarom.

Een oud gezegde luidt: "als je geschoren wordt, moet je stil zitten."
En krek die stelling omarmen alle toonaangevende economen van ons land de laatste tijd in het kader van de crisis. Ze buitelden over elkaar heen om in de fora van de kwaliteitskranten te melden dat het beste maatregelenpakket bestaat uit: "Helemaal niets doen."

Niet roekeloos geld de economie inpompen (want van elke miljard aan stimulering vloeit 2/3 weg naar het buitenland).
En ook niet bezuinigen (want van elke miljard die je onttrekt aan de de koopkracht, lever je als overheid pakweg 30% in aan diverse belastinginkomsten, om van extra uitgaven aan WW en bijstand dankzij bedrijfsfaillissementen nog maar te zwijgen).

Het beste (en enige) wat je kan doen in een open, maar kleine economie als de Nederlandse, is hopen dat het veel grotere buitenland wel forse stimulerende maatregelen neemt.
En ondertussen afwachten. Quasi achteloos fluitend, desnoods een liedje neuriend, de andere kant op kijken en doen alsof je neus bloedt.

"Huh? Watte?" zou JP desgevraagd het beste tegen het buitenland kunnen veinzen, "Wij!? Moeten wij als het nietige Nederland ook iets doen om te helpen de problematiek van de wereldeconomie op te lossen? Wat een eer dat u, Obama/Sarkozy/Brown/Merkel, ons hiertoe uitnodigt! Ik ga het meteen overleggen met mijn coalitiegenoten van het kabinet! Nee, echt waar, u hoort nog van ons!"

Om een paar maanden later, wanneer diezelfde Obama/Merkel ongeduldig aan de telefoon hangt, te melden: "Yes, no, sorry Barack/Angela, you know how that goes in ze Nezzerlands. We have a very great meetingculture, and zat takes a lot of time in ze government, not to speak of ze nagozziations in our poldermodel wizz ze ‘vakbewegingen’, or how do you say that in English, ze unions, and also ze ‘werkgevers’, so it’s very difficult for us. As I said, it takes a lot of time. But sorry I have to hang up now, because I’m late for another meeting with the Party of ze Animals that requested me to the second chamber, for a parlementair question about ze measurement of birdcages. And o yes, we give since years the most of al nations to developmenthelp for poor countries, so we do already our best! Ciao!"

Geweldig. En als ie echt ballen zou hebben, die Balkenende, dan zou eraan toevoegen: "Don’t call us, we call you!"

Het is veruit de goedkoopste oplossing.
Serieus, het is een illusie dat wij in Nederland op korte termijn iets aan de groei(/daal-)cijfers van onze economie zouden kunnen doen.

Maar ja. De publieke opinie, he. Die is altijd lastig in een democratie. Als de media dag in dag uit reppen over de ergste crisis sinds 80 jaar, dan eist het kiesvolk maatregelen van haar regering. Dan is "Helemaal niets doen", ook al is dat rationeel gezien het verstandigst, not an option.

Wat dat betreft was ik in eerste instantie niet ontevreden met de uitkomst waarmee het kabinet vandaag naar buiten kwam. Want dat pakket aan maatregelen stelt gelukkig geen reet voor, economisch gezien. Het is godzijdank voornamelijk gebleven bij symboolpolitiek. Een paar windmolentjes erbij, vliegtax afschaffen, wat infrastructurele investeringen naar voren trekken, een paar huisjes van boven de miljoen iets zwaarder optellen bij het inkomen, 750 euro bieden voor oude Volvo’s, voor de rest eens nadenken over de betaalbaarheid van de zorgtoeslag en de AOW-leeftijd parkeren bij de SER. Financieel heeft het op korte termijn allemaal niet al te gek grote consequenties.

Toch zitten er een paar dingetjes bij waarover ik me zorgen maak. Op langere termijn. Ten eerste die zorgtoeslag. Het hele idee van die privatisering van de zorg was dat het goedkoper zou worden. Toen dat niet zo bleek te zijn, werden we gecompenseerd. Maar straks zijn we dus alsnog duurder uit.
Goed.
Of jou ja, slecht dus eigenlijk. Maar waar ik me voornamelijk zorgen over maak is die verhoging van de AOW-leeftijd. Ten eerste zet dat op korte termijn al helemaal geen zoden aan de dijk. Ik bedoel, als dat al gaat gebeuren, dan gaat dat in het snelste geval gelden voor de mensen die na 1960 zijn geboren. Daar gaan we dus pas vanaf 2025 profijt van hebben.
Okay, ik weet dat regeren vooruitzien is, maar waarom moet een dergelijk langetermijn-plan worden betrokken bij een korte-termijn crisisberaad?
Als wisselgeld in de korte-termijn onderhandelingen met de vakbond? Wie zal het zeggen.

Anyway, ik weet dat ik nu ga indruisen tegen de heersende meningen, ook die van toonaangevende economen, maar ik vind de verhoging van de AOW-leeftijd dus een verschrikkelijk slecht idee.

Het is een idee dat er op papier, of op een Excelsheet, ontzettend aantrekkelijk uitziet. Maar ik denk dat het net als die privatisering van de zorg, veel meer gaat kosten dan het oplevert.
Ik voorzie een explosieve stijging van het aantal arbeidsongeschikten onder de beroepsbevolking (by the way een hogere uitkering dan AOW).
Ik voorzie een explosieve stijging in de kosten van afvloeiingsregelingen (kost meer dan AOW-uitkering).
Maar bovenal voorzie ik een achteruitgang in het welzijn van mensen (iets wat haaks staat op de evolutie-theorie van Darwin, en dat in dit jaar!).

En er zijn voor de lange termijn alternatieven zat. Dat weet ik, dat weet Agnes Jongerius, dat weet de SER. Nu maar hopen dat de regering dat in oktober, wanneer het besluit zal worden genomen, ook weet, en de adviezen ter harte neemt.

Aan de andere kant: oktober is al over 7 maanden. Dat is voor deze regering waarschijnlijk veel te snel.
Enfin.
Als we niet uitkijken, dan is anno 2025 iedereen in Nederland die geboren is na 1960, vanwege iets wat vorige eeuw begon met een handjevol onbetrouwbare leningen in de Verenigde Staten, alsnog vies de lul.

Helter Skelter

Sommige dingen zijn alleen maar grappig als je erbij bent geweest. Desalniettemin een verslag van afgelopen zaterdag, een uitstapje met mijn beste vrienden naar Veghel.

Het was twee uur ‘s middags toen de Opel van J. voorreed bij mijn ouderlijk huis in Tiel. Dat huis staat in een nette buurt, waar de mensen gesteld zijn op hun rust en iedereen de godganse dag uit de ramen staat te koekeloeren of de conniferen van de buren wel netjes genoeg zijn geknipt.
Toen ik de auto aan zag komen wilde ik snel naar buiten rennen, maar het was al te laat. Een enthousiast getoeter schalde over het pleintje.
Met mijn rugzak vol pils nam ik plaats op de achterbank, waarna we met brandend rubber koers zetten richting Tiel Passawaaij om A., de laatste van ons fabouleuze viertal op te halen. Voor een dagje Veghel, waar om 20.15 the Cavern Beatles een concert zouden geven.

The Cavern Beatles zijn de beste kopie op aarde van het origineel. Zie bijvoorbeeld onderstaande promo-foto:

Cavern_beatlesweb

Maar hoor ook vooral die stemmen. Serieus. Een puntgave kloon. Echt.
En dat vinden wij mooi. Noem het provinciaal, noem het corny, noem het een extreem burgerlijke kindersmaak, daar hebben wij fecalien aan.

Anyway.
Er was nog een hoop tijd te vullen voor het 20.15 was. Op de A15 richting knooppunt Deil liet I. mij zijn nieuwe iPod zien.
"Van Apple", zei ie, "echt zo gaaf! Er zit maar 1 knop op!"
"Om hem aan te zetten zeker", zei ik.
"Precies!" zei I.
"Kan je er voor de rest nog iets mee?" vroeg ik.
"Alles", zei I., "You name it."

Ik ben geen man van de moderne techniek. Zolang mijn walkman het nog doet en ik mijn complete muziekverzameling op cassette-bandjes heb staan, voel ik geen enkele noodzaak tot het aanschaffen van nieuw materiaal.
Ik besloot een absurd gokje te wagen: "Kan ik er een spelletje Risk mee spelen?"

Nog voor ik de zin helemaal had uitgesproken waren I.’s vingers al over het touchscreen aan het scrollen en voor ik het wist duwde hij het ding in mijn poten.
"Alsjeblieft", zei ie, "ga je gang. Je bent de kleur blauw en als ik jou was zou ik legers bijplaatsen in Argentinie en Venezuela."

Ik had bijna de hele wereld veroverd toen we afsloegen van de A2, en I. het ding weer uit mijn klauwen rukte om onze exacte bestemming in te voeren op de ingebouwde TomTom.
"Kijk", zei ie triomfantelijk, "we rijden nu 113 km/u en hier kan je zelfs zien op hoeveel graden Noorderbreedte we zitten!"
"Altijd handig om te weten", beaamde ik.

J. parkeerde de Opel op het plein bij schouwburg de Blauwe Kei, de plaats van het concert. Het was 15.02. "De ‘5’ zit al bijna drie minuten in de klok" zei J., "pilstijd! We gaan een terras vatten!"
"Zie jij ergens een terras dan?" vroeg A.
J. wees naar een kerktoren in de verte: "we zijn in Brabant, en in Brabant zit bij elke kerk een cafe met terras."
I. voerde in op zijn iPod: ‘kerk Veghel’ en zei: "we lopen nu 4 km/u en moeten bij de volgende straat linksaf."

Bij de kerk bleek het inderdaad te wemelen van cafe’s met terrassen. Maar op deze zonovergoten middag bleken die stuk voor stuk tot op het laatste stoeltje bezet.
"Weet je wat", zei I., "we drinken eerst ergens een pils binnen, en dan wachten we tot er mensen weggaan."
"Briljant", besloten we unaniem.
We legden aan in cafe "Abbey Road". De werkelijkheid is vaak vreemder dan je ‘m kan verzinnen, maar dat bestaat dus in Veghel. Google maar.
We namen plaats aan de grote tafel, en bestelden 4 pils. En een asbak. En die kregen we. Geweldig.
"Fuck het terras", zei I., "we blijven gewoon hier zitten."
Hij grabbelde in zijn rugzak en kwam tevoorschijn met een raar bolletje met een snoertje eraan. Dat stak hij in zijn iPod. "Wat voor muziek willen jullie horen?"
"Doe maar Abbey Road", zei ik.
En daar klonk het eerste nummer, ‘Come together’, al door de zaak heen, op knetterhard volume.
"Wacht", zei I., en hij trok het bolletje uit tot een elipstische vorm.
"Dat is voor de lage tonen", probeerde hij in de herrie uit te leggen, "voel je de bas?"
We trilden allevier bijkans onze barkrukken af.
"Ik voel ‘m", mimede ik terug.

De barman/eigenaar van het verder lege cafe, maar volle terras, probeerde ook iets te mimen.
I. zette het volume wat zachter.
"Mag het iets zachter?", vroeg de eigenaar.
"Natuurlijk", zei I., "en mogen wij nog vier pils? En een extra asbak?"

We jasten er binnen 3 uur 50 pils doorheen en zo ongeveer een kwadraat aan sigaretten.
Want we waren aan het klaverjassen.
"Moeten we niet weetikveel, over iets praten ofzo?" had J. aan het begin gevraagd.
"Doe normaal", hadden wij gezegd, "dat komt vanzelf wel. Kaarten!"

Mijn beste vrienden en ik, wij kaarten overal. Zet daar een pilsje naast, sta roken toe, en vanzelf vinden tussen het troefmaken door de intiemste gesprekken plaats. De verklaring daarvoor is simpel: dat is om de aandacht af te leiden van de blunders die je hebt gemaakt in het recentste potje.
Wanneer je als enige niet hebt geteld dat er nog een Klaverheer in de laatste slag zou zitten, waardoor je op de tegenroem nat gaat, dan ben je al snel geneigd om het gespreksonderwerp te verleggen naar pikantere kwesties.

Zo vernam ik gisteren bijvoorbeeld het scheergedrag dat mijn beste vrienden hanteren inzake hun ballen.
Best verrassend nog.
Ik ging er altijd vanuit dat het een fabeltje van de Viva was. Ik bedoel, ik zaalvoetbal elke week in Bos en Lommer met 12 jongens, en serieus: nul scheerders.
Ik moet er eerlijk gezegd ook niet aan denken, scherpe mesjes in de buurt van mijn genetalien.
Maar er zijn plekken op de wereld, Tiel bijvoorbeeld, waar ze er anders tegenaan kijken.
Aan de andere kant wordt daar minder geneukt, als ik een kleine steekproef mag geloven.

Kortom, zeg niet dat klaverjassen een sport is voor hersendode bejaarden, want je steekt er wel degelijk iets van op wil ik maar zeggen.

Om 18.00 waren we allevier kachellam. We riepen de uitbater erbij. "Mogen wij de rekening?", slisten we. Okay, in die zin zaten geen s-en, maar toch slisten we.
We kregen de rekening.
Die was stevig.
We gaven een ruime fooi.
"Wow", zei de uitbater.
"Maar dan willen we nog wel vier pils", zei J., onze chauffeur, onze BOB.
"Is dat wel verstandig?" vroeg ik, "als je straks nog moet rijden?"
"We gaan zodadelijk enorm veel vlees eten", zei J., "en dan ben ik heel snel weer nuchter."

We vonden een Grieks restaurant.
Ik heb nog nooit iemand zoveel vlees zien eten als J.
Het was fout vlees, het was zout vlees, het was ontiegelijk smerig, maar J. schrokte driekwart van de vierpersoonsschaal miĆ­grill naarbinnen.
I., A. en ik, we hielden het bij een rits pils en een Irish coffee als dessert en vroegen diverse serveersters om een asbak.
Die we niet kregen.
"Dan roken we wel even op de WC", zeiden we tegen de serveersters, en gingen naar de WC.
De WC is tenslotte ook een soort van asbak, maar dan een hele grote.

We waren goed dronken. En als je goed dronken bent is de wereld van jou. En daar hoort Veghel ook bij.

We misten bijna het concert. We moesten nog rennen.
Maar terwijl de gong ging wiegelden we naarbinnen, begroetten Dennis, de beste gitarist van de wereld, en onze voormalige bandgenoot, "Waar is de bar?" vroeg ik ‘m.
Hij glimlachte.
"Serieus", zei ik, "waar is de bar!?"
Dennis glimlachte nog steeds.
Dennis k
an ontzettend goed glimlachen. En gitaarspelen. Maar voor de rest blijft het gissen.
Ik wrong me door de mensenmassa en vond een bar.
"Hebben jullie ook bier in flesjes?" vroeg ik.
"U mag geen drank de zaal innemen, meneer", zei de bardame, "en de gong is al gegaan."
"Dat weet ik", zei ik, "maar hoe zit het, heeft u ook flesjes?"
"Alleen Belgisch bier geloof ik", zei de bardame.
"Des te beter", zei ik, "doe er maar 6."

Ik deelde de Westmaller Tripples uit aan I. en A. "Steek ze in je broekzakken", zei ik, "en doe je jas eroverheen, dan komen we geheid door de controle. Het is een Schouwburg. Geen Pinkpop. En we zitten in Veghel."

We kwamen door de controle. Eenmaal gezeteld in de ons toegewezen stoelen op rij 13, plopten we onze flesjes open. Gepermanente bejaarde vrouwen die de echte Beatles nog bewust hebben meegemaakt, keken verstoord achterom.
"Ssst", zeiden ze.
"Proost!" zeiden wij.
En toen kwamen de Cavern Beatles op.
Ze draaiden hun show af.
Die was op zich aardig, maar niet al te best vergeleken bij een jaar eerder tijdens het openluchtconcert in Bloemendaal.
"Het is niet best", zei ik tegen I.
"Ze zijn vandaag waardeloos", zei A.
"HELTER SKELTER!" riepen we gedrieenlijk.
Dennis glimlachte.
J. ook. Wellicht ongemakkelijk. Hij was ontnuchterd.
"HELTER SKELTER!" schreeuwden we opnieuw.

En dat zouden we blijven roepen. Tussen alle nummers door.
We vonden onszelf extreem grappig.

In de pauze liep ik opnieuw naar de bar, ik beheerde de pot van 60 euro. "Mag ik nog 10 Westmaller Tripple?" vroeg ik.
"Sorry meneer, maar ik heb u al verteld dat u geen drank de zaal mee in mag nemen, en we hebben net 6 lege flesjes gevonden in de zaal, dus ik kan u helaas niets schenken."
"Doe dan maar Westmaller Dubbel", zei ik.
"U begrijpt mij niet", zei de bardame.
"U begrijpt mij niet", zei ik, wat ik een bijzonder slimme opmerking vond. Heel diep bovendien.
Maar pauzes in Schouwburgen duren maar kort, en de rijen zijn lang, en dit was zichtbaar een kansloze missie, dus ik verlegde mijn aandachtsveld naar ander personeel. In dit geval een correct uitziende barkeeper met vlinderstrik.
"Moet je luisteren", zei ik, "mag ik een Spa Rood."
"Natuurlijk", zei de barman, en zette een glas onder de postmix.
"Plus 6 Westmaller Tripple", zei ik.

Eitje.

Vanaf daar zijn er ongetwijfeld nog een hele hoop leuke dingen gebeurd. Zo hadden we het plan om al onze cash op rood te zetten in het plaatselijke casino, of op zwart, daar waren we nog niet helemaal uit, daar zouden we desnoods een coin voor flippen.

Maar wat doet het ertoe. Vanaf daar weet ik niets meer.
Behalve dat ik maar aan 1 ding behoefte had. Helter Skelter horen. Voor de rest niets. Hooguit een boer en een nel in je poten.
En zo mogelijk nog diepere gesprekken.

En die zijn er ongetwijfeld geweest.

Iets ergs

Ik heb al duizend keer alles geselecteerd en op delete geklikt. Want dit is niet iets om een stukje over te schrijven. Dus laat ik het dan ook maar gewoon niet doen. Dat is veel verstandiger. En gevoelsrijp tegelijkertijd.
Het getuigt beovendien van volwassen zijn: gepaste terughoudendheid.

Ondertussen zit ik er wel mee: iets ergs.

Weet je, ik vind het moeilijk om het me voor te stellen. Ik bedoel dat je binnenkort.
Zo relatief jong nog.
En ik weet dat je gelooft in God en dat je zegt dat je je verheugt op het leven in het hiernamaals, de hereniging met je vader wellicht.
Maar ook dat je je groot houdt.

Ik vind het zoo lief dat je je voornamelijk zorgen maakte om je bijna 90-jarige moeder, nadat je gisteren je uitslag van de dokter had gehoord.

Jij bloedpatriarch, je leest dit niet, en moet dit ook niet lezen, net zomin als de rest van de familie. Want anders zou ik sowieso niks durven zeggen.

Jij Bourgondier, met je "whipsey" en je "champy", naamgevingen die ik verafschuw, maar liefde die ik met je deel; denk alsjeblieft in je laatste maanden ook een beetje aan jezelf. Ik maak geen grap als ik zeg dat je daar op zich best talent voor hebt.

Dat is de bottomline, nu ik er over nadenk: Maak je, als je het je niet kan permitteren, geen zorgen om anderen.

It runs in the family though. Mijn vader, je jongste broertje, heeft er ook een handje van. Maar het leidt tot niets, behalve slapeloze nachten.
Of in mijn geval tot een hoop drankjes en sigaretten.

Maar wie ben ik, nog niet eens 40 godbetert, om jou iets te vertellen. Je weet dit allemaal allang.

Het enige wat ik eigenlijk wil zeggen is: Hou je niet te groot. Probeer het er nog even van te nemen. Ook de tranen.

Liefs,
Neef Sven.

Randstad

Maandagavond 16 maart 2009, trein Tiel Passewaaij – Utrecht CS, 23.08

‘Sven groet ‘s avonds de dingen’. Bijvoorbeeld Tiel Passewaaij op dit moment: Doei!
Zojuist Appelpopvergadering gehad. Met de kassawerkgroep.
Voor het eerst sinds pakweg 6 maanden was M. er weer eens bij.
Tijdens het eerste punt op de agenda, de opening, vertelde M. dat ze stopte met de kassawerkgroep.
Bon.
Voor de rest weinig bijzonders.

Nu dus in de trein. Ik had net zo goed met de auto kunnen gaan. Tijdens de vergadering slechts 1 pils gedronken. Een record. B., de gastvrouw van vanavond, was niet al te scheutig met de versnaperingen. Na de beurs en de reeele economie, lijkt de crisis nu ook Tiel te hebben bereikt.
Geintjes dat ze in Tiel 50 jaar achterlopen doen wat dat betreft geen opgeld. Tenzij je er 80 van maakt.

De trein.
Na een schamele 7 minuten sporen zijn we aanbeland op Station Geldermalsen. Mijn favoriete plek van de route. Hier blijft de trein steevast 10 minuten doelloos stilstaan. Waarom weet niemand. Het is niet dat er op dit tijdstip een aansluiting is met een andere verbinding. De kruisende trein naar Dordrecht is al een half uur pleite gegaan en een eerder vertrokken exemplaar zal pas over evenzoveel tijd terugkeren. Anyway, het geeft in ieder geval de tijd om op het perron bij de rookpaal een sigaret op te steken.
Gelijk de conducteur en de machinist. Voor de rest was de trein sowieso al verlaten.

We roken en luisteren naar de stilte van het nevelige donker om ons heen. Ik trek een pils open.
"Proost", zegt de conducteur.
Ik hef het blik in de lucht en knik ‘m een soort van ‘dank je’ toe.
De machinist doet er verder het zwijgen toe en staart naar een denkbeeldige einder.

Wanneer onze sigaretten tot stof zijn wedergekeerd, vervoegen wij ons in verschillende compartimenten van het geduldig pruttelende gele gevaarte.
De conducteur blaast op zijn fluit en binnen 10 seconden zijn we Geldermalsen uit.

Ik hou van deze rit. Ik heb al al zo vaak meegemaakt, maar vervelen gaat ie nooit.

Voed mij, bevestig mijn bestaan
Laat ons dit elkander schenken
Voed mij, stilte, spreek mij aan
O voed mij uit je diepste naam

In wie ik liefheb, wil ik denken.

23.45 Zojuist Utrecht Lunetten voorbij.

Permanente verlichting neemt een aanvang.
Hier begint de Randstad.
Vanaf hier zal alles doordacht zijn. Maar dan de slechte variant. Onecht en opgefokt.

Trein Urecht CS – Amsterdam CS

Op Utrecht Centraal had ik 7 minuten om over te stappen. Van spoor 18 naar spoor 5, de rookpaal aan de Westkant. Dankzij stevig doorstiefelen verschafte ik me de twee minuten speelruimte die het vergt om een Marlboro te speedroken, alvorens de Intercity van 23.55 richting Den Helder vertrok.
Twee meisjes bij de rookpaal, niet veel ouder dan 16 jaar (de meisjes), vroegen of ik een vuurtje had.
"Heb je een vuurtje?"
Het was lang geleden dat een onbekende me aansprak met ‘je’.
Slijmsters. Of onopgevoed. Wie zal het zeggen. Het kon me niet schelen.
Los daarvan waren we de stilte voorbij. De meisjes althans.

En in de Intercity naar Amsterdam CS is het bepaald niet rustiger.
Zo kan ik niet denken. Zo kan ik niet schrijven.
Ter hoogte van Abcoude moet ik hoognodig pissen. Ik werp een blik op het lampje aan het eind van het gangpad, dat signaleert dat de WC bezet is.

Wanneer ie dat na Amsterdam Amstel nog steeds blijkt te zijn, besluit ik poolshoogte te gaan nemen.
Op de WC-deur is een rode sticker geplakt. Met in duidelijke letters de mededeling: ‘Defect’.
Ik loop met samengetrokken knieen de rest van het treinstel door, op zoek naar een ander toilet. Er is er welgeteld eentje.
Ook daarop een rode sticker.
Ik permitteer mij de welgemeende uitroep: "Kut!"
Ik permitteer mij nog een hoop uitroepen meer.
Want: hoe moeilijk kan het zijn? Hoe defect kan een treintoilet nou wezen? Ik bedoel, het is een gat in de treinvloer, en niets meer dan dat. Is er soms een JanLul die dat per ongeluk heeft dichtgemetseld? Is er een sukkel geweest die, ongetwijfeld met de beste bedoelingen, heeft gedacht: "Hey verrek, er zit een gat in de trein, laat ik voor eenieders veiligheid dat gat maar eens volstorten met beton!?"
Serieus, iets anders kan ik niet verzinnen.

Maar dingen verzinnen helpt geen klote. De sticker wordt er niet groen van, laat staan dat de letters…
‘Defect’ GRRRRRR!

In een reflex zoek ik naar een raampje om open te draaien. Maar er valt in zo’n moderne dubbeldekker niks open te draaien. Althans geen raampjes. En eigenlijk sowieso niets waar je in noodgevallen je leuter uit kan hangen, zoals in de trein naar Tiel.

Amsterdam Centraal 0.20

Op Amsterdam Centraal sluit de conducteur van tram 1 de deuren van de laatste rit voor mijn ogen. Op de ruiten kloppen blijft zonder resultaat, een grijns van de strippenstempelaar daar gelaten.
Het wemelt op Centraal van de politie. Wildplassen is geen optie.
Er zit niets anders op dan een horeca-uitspanning aan te doen. Waar ik eerst iets te drinken moet bestellen alvorens ik naar het toilet mag. Waar ik ook nog eens ter plekke apart voor moet betalen.

Ik permitteerde mij een uitroep.
What else can you do. Behalve claimen dat het niet onopgemerkt is gebleven.

Morgen

Mijn huidige staat behoeft geen tekening.

Dus vanavond geen stukje mensen. Ik zou er niemand een plezier mee doen, behalve mijzelve op dit moment. Mijzelve op dit moment is een dronken lor dat enkel maar erg flauwe verhaaltjes zou kunnen tikken.

Morgen beter. Dat beloof ik.

Pessoa *speciale aanbieding*

Ik heb er twee weken eerder ook al over geschreven, maar voor diegenen die het niet meer weten: maart 2009 is Pessoa-maand in Nederland! En dat wordt gevierd met een 30 dagen durend festival in Utrecht.

Met dat festival gaat het erg goed. Het wordt ongelooflijk druk bezocht, de programma’s zijn bijna alle dagen uitverkocht. Vandaar dat er zelfs extra voorstellingen worden ingelast, oa voor het onderdeel ‘Meervoudig Mysterie (leven en werk)’ morgen zaterdag 14 maart (check voor details hier de agenda van deze site).

Bon. Dat gezegd hebbende. Vanavond Pauw en Witteman gekeken? Met dat lieve meiske van de belangrijkste kunstveiling op aarde?
Precies! De beste investering die je op dit moment kan doen is in kunst. En dan niet in hypes, dus koop geen rare Aziatische schilderijen met beeltenissen van grijnzende blote Chinezen. Want dat is uit. Wat in is in deze tijden van crisis, is het bekende. Het veilige. Herkenbare schetsen uit het verleden.

Net zoals de beurskoersen een voorspellende graadmeter zijn voor de reeele economie, zo weerspiegelen kunstveilingen de trends in de maatschappij.

Dus in dat kader is het niet gek dat die voorstellingen over Pessoa verdomde goed lopen.

En ik heb nog meer goed nieuws: L., waarvan reeds twee portretten van Pessoa te bewonderen zijn op de begeleidende tentoonstelling in de Utrechtse Bibliotheek, heeft maar liefst vier extra gouaches (‘werken op papier’) gemaakt van de beste man.

Ik geef ze hieronder integraal weer:

Pessoa1_2 Pessoa2 Pessoa3 Pessoa4 

Aarzel niet om er een rood stickertje van ‘verkocht’ bij te laten plaatsen, middels het mailformulier. Eveneens the place to be voor nadere info over de gouaches.

Where you from? You from Amsterdam!? You my friend! I make you nice price! Serieus, ze zijn verschrikkelijk betaalbaar. Het gaat om gouaches van ca A3-formaat (is dubbel A4), en speciaal omdat het Pessoa-maand is, kosten ze via plukdenacht oningelijst slechts 100 euro (voor 10 euro exta krijg je er een glazen lijst bij).

Pessoa zei: "Geef mij nog wat wijn want het leven is niets", ik zeg: Koop zo’n schilderij, want dan heb je iets.