"Geef mij nog wat wijn want het leven is niets."

Aldus de legendarische laatste regel die de beroemde Portugese dichter Fernando Pessoa ooit componeerde, vlak voordat ie in 1935 op 47-jarige leeftijd de pijp uit ging ten gevolge van een alcoholvergiftiging.

Hij lustte ‘m wel, die Fernando. Iemand schijnt ‘m ooit verbaasd te hebben toegevoegd: "Maar meneer Pessoa, u drinkt als een spons!" Waarop hij repliceerde: "Als een spons? Als een sponzenwinkel, zul je bedoelen. Met het magazijn erbij!"

Kijk, dan heb je mijn sympathie. Toch was het een vreemde knakker, die Pessoa. Zo werd hij volgens de overlevering gek genoeg nooit dronken van al die drank, bleef hij altijd hoffelijk en is hij zelfs nooit met iemand naar bed geweest, voor zover men weet.

Intrigerend.

Zijn probleem was volgens Pessoa zelf, dat ie "alleen maar kon denken." Dat was in ieder geval naar eigen zeggen het enige waar ie werkelijk talent voor had. Tegelijkertijd streefde hij vooral het ideaal na "te voelen".
En tsja, concludeer ik dan nu maar even met mijn kennis van huis- tuin en keuken-psychologie, dan krijg je vanzelf te schaften met een verdraaid ingewikkeld innerlijk leven.

En met een dergelijke complexe inborst kan je maar drie dingen doen: 1. Het op een ongelooflijk zuipen zetten, danwel: 2. Dichter worden, of: 3. Allebei.

Optie 3 is in die situatie veruit het handigst, zeg ik met enige ervaring. Als je het tenminste allemaal draaglijk wilt houden, want een lieve wereld is het niet, zelfs niet die van de poezie. Vooral niet die van de poezie.

Dat had Pessoa ook al vlot in de smiezen, nadat ie zich op jonge leeftijd eventjes in het uitgeversvak had begeven.
Dus wat deed ie?
Iemand suggesties? Nee?
Dat dacht Fernando al.
Dus wat deed ie: Precies! Hij begon zijn eigen wereld. Onder het motto "Leven is niet noodzakelijk, scheppen daarentegen wel", gaf hij een hele serie heteroniemen gestalte, die hij vooraf tot in detail uitwerkte (tot op hun astrologische horoscopen aan toe), en liet ze vervolgens gedichten, essays en recensies schrijven, zelfs over elkaar, in zoveel mogelijk literaire tijdschriften.
Behalve de drie bekendste heteroniemen (Alberto Caeiro – een naieve zich verwonderende plattelandsarbeider, Ricardo Reis – een geschoolde variant van Caeiro die iets verder doordenkt, en Álvaro de Campos – een voeler/intelligente ode-brenger) zijn er nog meer dan twintig anderen.

Op het mogelijke verwijt: "Dat klinkt erg triest, voel je je niet gewoon eenzaam?", zou Pessoa antwoorden, en ik quote: "Het is het alleen-zijn van degene die te ver is voorgeraakt op zijn reisgenoten."

Niet direct een opmerking trouwens, waar je in deze tijd van instant aandacht hoge ogen mee zou gooien.
Te poet maudit-achtig. Teveel en vooral te opzichtig de miskende loser uithangen.
Nu.
Maar ook toen.
Hij werd bepaald niet gewaardeerd in zijn eigen tijd.
Dat was ook niet de bedoeling. Pessoa wilde tijdens zijn leven obscuur blijven, pas daarna mocht de eventule roem komen. Hij was bang voor onbekende mensen, onbekende plaatsen en kon er niet tegen gefotografeerd te worden.
Liever nam hij wat extra glaasjes wijn.

Maar met die roem gaat het helemaal goed komen. Want, en daar gaat dit stukje eigenlijk over, aanstaande maand is het Pessoa-maand! In Nederland! Jawel!

Er staat een heus festival rondom de beste man op stapel. Onderaan kunnen jullie de complete info lezen. Maar niet voordat ik jullie heb gewezen op twee andere kunstuitingen ter eerbetoon aan Fernando Pessoa.

1. Kom naar de dichtersavonden in Festina Lente, op de derde dinsdag van de maand, en beleef de sensatie om buiten een sigaretje te mogen roken aan de voeten van het bronzen standbeeld van Pessoa, dat daar al decennia fier in de branding staat.

2. Aanschouw de volgende twee heteroniemen van F.P. die L. heeft vormgegven in portretten (vanaf maandag in de Centrale bibliotheek van Utrecht):

Pessoa_1_3 Alberto ‘Ik wil alles voor het eerst zien’ Caeiro

Pessoa_2_2Alvaro ‘Ik ben niets, ik zal nooit iets zijn, ik kan ook niets willen zijn, afgezien daarvan koester ik alle dromen van de wereld’ de Campos

En kom voor de rest sowieso naar het festival Pessoa in Nederland: zie http://www.fernandopessoa.nl/

En om jullie definitief over de streep te trekken, geef ik hieronder integraal de tekst weer van het volgende mailtje van de organisatie:

Met veel genoegen kondigen we u de komst van het festival "Pessoa in Nederland" aan, gewijd aan de Portugese dichter Fernando Pessoa (1888-1935). Het is in 2009 dertig jaar geleden dat de eerste Nederlandse vertalingen van zijn werk verschenen. Het festival herdenkt de auteur met o.a. lezingen, voordrachten, speelfilms, nieuwe publicaties en de Nederlandse première van Pessoa’s nagelaten theaterfragmenten. Manuela Nogueira, Pessoa’s nicht die in haar jeugd bij de dichter in huis woonde, zal op 1 maart het festival openen. Deze start van het festival bevat tevens een optreden van Denise Jannah, Nuno Júdice, filmfragmenten over Pessoa en een voordracht van sleutelteksten. Na afloop is er een glas wijn ("want het leven is niets") voor elke bezoeker. We waarderen het zeer wanneer u dit bericht doorstuurt naar de u bekende Pessoa-liefhebbers.

Naar eigen zeggen beleefde Pessoa op 8 maart 1914 ‘de triomfdag’ van zijn leven, toen hij zijn inmiddels wereldberoemde alter ego’s (‘heteroniemen’) schiep. Om deze ‘triomfdag’ te gedenken organiseren Salon Saffier en het Poëziecircus een festival rondom leven en werk van de auteur. Pessoa en zijn heteroniemen zijn nu, vijfennegentig jaar later, niet meer weg te denken uit de Europese poëzie.

Pessoa in Nederland: een festival dat bestaat uit lezingen, poëzievoorstellingen, de eerste Nederlandse opvoering van Pessoa’s toneelfragmenten, speelfilms, een fadodiner, een heuse Pessoa-marathon, nieuwe publicaties en nog veel meer. De opening wordt op 1 maart verricht door de Portugese ambassadeur en Manuela Nogueira, het enige nog in leven zijnde familielid van Fernando Pessoa. We zijn benieuwd naar haar verhalen over de tien jaar die ze bij Pessoa in huis woonde. De Portugese dichter Nuno Júdice komt speciaal naar Utrecht om onder andere zijn poëtische motto voor het festival voor te dragen. "In elk van de gedichten van Pessoa zit een Hollands landschap," schreef hij in zijn gelijknamige gedicht. Pessoa in Nederland biedt een rijk geschakeerd palet aan activiteiten voor zowel diegenen die de Portugese dichter reeds kennen als voor hen die graag kennis met hem willen maken.

Wie het over Pessoa in Nederland heeft kan niet voorbijgaan aan de man die de gedichten van de schrijver voor ons land toegankelijk maakte. Het festival is tevens een hommage aan de veel te vroeg overleden vertaler August Willemsen.

We hopen dat u van 1 t/m 30 maart 2009 geniet van Pessoa in Nederland. Dat de Triomfdag 8 maart voor de liefhebbers van Pessoa moge uitgroeien tot wat Bloomsday op 16 juni voor de adepten van James Joyce is geworden!

Met vriendelijke groet,

Marijke van Dorst (Stichting Salon Saffier) en Michaël Stoker (Stichting Poëziecircus).

P.S. Er is een schitterende festivalbrochure uitgegeven, met daarin het complete programma, een tijdslijn van Pessoa’s leven en het poëtische motto van Nuno Júdice. Deze brochure is verkrijgbaar bij bibliotheken en boekhandels of aan te vragen door uw postadres te sturen naar <info@fernandopessoa.nl>. We sturen u de brochure dan kosteloos toe. De kaartverkoop is gestart op woensdag 4 februari 2009.
Meer informatie & kaartverkoop: www.fernandopessoa.nl

Advertisements

Contact advertentie

Haaaaaiiii mijn allerliefste mannen!

Mail_me_2 

Iek ben Grieske, de chat van Sven en L. Iek kom oorspronkielijk uit la France, maar siends deze zomer iek wonen in Amsterdam!

En nu die wienter baina voorbij is, iek merk plotseling iek ben krols! Serieux, iek ben echt botergeil! Dus voor alle lieve katertjes die deze beriechtje lezen, kunnen jullie mai mailen? Dan wai miesschien kunnen afspreken dat wai gaan maken l’amour!

Iek kan jou bai mij thuis ontvangen! Jai mag blijven slapen, als jij dat mag van ton patron ou patronesse, Maar jij mag ook langskomen, gewoon voor vluggertje van cinq minutes!

Iek verlang echt werkielijk ongeloofielijk naar toi!

Mail_me_4

Mail mij skatjes! Via die mailformulier rechtsboven. Maar alleen als jij bent ongecastreerd! Sven en L. zij willen graag baby-chatjes!

Oh la la, je t’aime!

XXX

Grieske

 

Smells like teen spirit

Mijn favoriete geluid in deze wereld is wahwah. Het is niet dat ik er op slag een keiharde stijve van krijg, maar mocht ik vrouw wezen dan zou ik er toch wel enigszins vochtig van worden.
Wahwah. Als ik bij een gitarist een cry-baby-pedaal voor z’n voeten zie staan, dan vind ik ‘m per definitie al goed.

Wahwah klinkt als een cirkelzaag die dwars door een kubieke meter gatenkaas op hol is geslagen, als een gemuilkorfde wolf die zijn ballen tussen de deur heeft gekregen. Maar dan mooi.
Sorry hoor, ik heb een half uur nagedacht over hoe ik wahwahgeluid beter zou kunnen omschrijven, maar het is me niet gelukt, dus hier zullen jullie het mee moeten doen. Overigens ben ik van mening dat wahwah de wereld kan redden.

Enfin. Gisteren zou mijn favoriete wahwah-gitarist, local hero Dennis Vos, een optreden weggeven in onze hometown Tiel, dus ik er heen.
Met de trein uiteraard. Je wilt tenslotte een slokje kunnen drinken als je naar je favoriete geluid luistert.
Na een overstap bevond ik mij in het ouwe vertrouwde boemeltje van Utrecht naar Tiel. Het was rustig. In de praktisch lege coupe sloeg ik een boekje open, trok een verse halve liter uit mijn rugzak en begon verder te lezen hoe het de kat van Remco Campert verging.

In Utrecht Lunetten stapten er twee tieners in. Een fragiel meisje, tegen annorexia aan, voor de rest was ze best knap, en daar tegenover een pukkelige jongen met Ipod en een kingsize koptelefoon die zijn gigantische flaporen met moeite wist te bedekken.
De twee kenden elkaar, zo bleek.
"Hey trut!" zei de jongen hartelijk.
Het meisje keek stiekem eventjes op van haar tijdschrift, en glimlachte.
"Lang niet gezien", zei de jongen, "je bent dik geworden!"
"Vind je?" vroeg het meisje, en bevoelde haar gezicht.
Ik moest mezelf tegenhouden om me niet in het gesprek te mengen.
"Je hebt ontzettende vetrollen gekregen man, zie je dat dan niet!?"
Het meisje bekeek haar taille, met de omtrek van een sinaasappel; "Je hebt gelijk", zei ze.
"Vreetmonster", zei de jongen, en hij trok een zak chips en een halve literfles cola uit ‘n rugzak; "Slokje?"
Het meisje weigerde beleefd.

Ik las verder. Over hoe poes Poef, de protagonist uit Camperts verhaal, het aan de stok had met de kater ‘Rooie Harry, de terreur van de tuinen’ en vroeg me af of ik hier een verwijzing in moest zien naar Mulisch.
En nam nog een slok van mijn pils.

De jongen begon het meisje tegen haar schenen te trappen. Ze giechelde zenuwachtig. Dat vatte hij als een teken op om naast ‘r te gaan zitten en zijn arm over haar schouder heen te slaan. Waarna hij in haar oor kneep.
"Aan die oren mag je ook wel eens iets doen", zei ie, "ze zijn vet groot man, je lijkt wel een stripfiguur!"
Het meisje glimlachte bedeesd.
Daarna begon hij wild te boksen op het hoofdsteun-gedeelte van het bankje tegenover ze.
"Voorzichtig!" riep het meisje, "wat moet die meneer wel niet denken!"; ze maakte een knikbeweging richting mij.

Ik wist niks te zeggen, en nam nog een slok van mijn pils.

"Die meneer vindt dat vast niet erg", zei de jongen, "want hij zit aan het bier. Of vindt u het wel erg?"
"Ik heb er geen last van", mompelde ik.
Op plekken waar ik niet mag roken ben ik weinig assertief.
"Zie je wel!" riep de jongen, "1-0 voor mij!"
En hij gaf het meisje nog maar eens een stevige ram in haar zij.
Het zal wel ADHD zijn of zoiets, dacht ik, en ik las verder.

Lopend vanaf station Tiel Centraal naar concertzaal de Twentietoe op de Bachlaan, rookte ik 4 sigaretten in twintig minuten. En ik kauwde wandelend een koude, twee uur geleden ingeslagen pizzapunt naarbinnen.
En piste ergens in de bosjes. In Tiel heb je nog bosjes. Daarom hou ik zo van Tiel.

Daarna begroette ik veel oude vrienden die voor de deur van de Twentietoe stonden te roken.
"Het is goddomme buiten drukker dan binnen", zei iedereen.
En dat was het goddomme ook.

Ik rookte en ik rookte. Tot ik wahwahtonen hoorde. Toen wist ik niet hoe snel ik naar binnen moest komen.
Dennis bleek slechts aan het soundchecken.
Ik begroette een niet-rokende vriend.
"Hoe is het met je kind?" vroeg ik.
"Ja, geweldig", zei ie.
"En met je baan? Het gaat slecht in de metaal, hoorde ik."
"Dat zeggen ze, maar met ons gaat het nog goed. Ik hoef me geen zorgen te maken."
"Gelukkig", zei ik.
"En jij, bij die banken gaat het toch nog veel slechter?"
"Maak je geen zorgen", zei ik, "mijn contract is tot 2010 verlengd. Die hele crisis is een verzinsel."
"Precies!" zei mijn niet-rokende vriend.
Hij bestelde nog maar eens twee pils.

En net terwijl wij bezig waren om de economie te redden werd ik op mijn schouder getikt. Of nou ja, getikt, zeg maar gerust geramd.
Het was de jongen uit de trein.
"Hey, u zat bij ons in de trein!" riep de jongen, terwijl hij het annorexiameisje er middels haar blouse bijtrok.
"Tsja", zei ik.
"Heb je nieuwe vrienden?" vroeg mijn niet-rokende vriend.
"Ja!!!" riep de jongen, "hij zat te lezen man! In dezelfde trein als ons! Ik zweer het je!!! Of niet, trut!?"
De jongen keek afwachtend naar het meisje.
"Ja", fluisterde het meisje terwijl ze haar blouse inspecteerde, "hij zat in dezelfde trein als ons."
"Hoe toevallig is dat!" riep de jongen.
"Tsja", zei ik andermaal. Nogmaals, ik ben weinig creatief in mijn taalgebruik wanneer ik niet mag roken.

"Wat vond je van ons?" vroeg de jongen.
"Van jullie?" vroeg ik.
"Ja!!! Van ons!!!"
"Ik vond dat je wel wat aardiger tegen haar mocht zijn", zei ik.
"Hoezo?" vroeg de jongen.
"Nou ja", stamelde ik, "ze is om te beginnen bijvoorbeeld niet dik."
"Ow nee?" schreeuwde de jongen.
"Nee", zei ik, "ze zit eerder tegen het ann.."
"En wat dacht je dan hiervan!", schalde ie, terwijl hij een greep pleegde in de buik van het meisje, "wat dacht je van deze vetrollen!??"
"Dat zijn geen vetrollen", zei ik, "dit zijn vetrollen", en ik deed een greep in de buik van de jongen.
Okay, ik mag dan misschien niet zo sterk zijn qua tekst als het roken me onmogelijk wordt gemaakt, maar met genoeg pils op pleeg ik desondanks de juiste handelingen.
"Ja, maar ik ben geen wijf!", riep de jongen.
"Dus?" vroeg ik.
"Wat nou ‘dus’", zei de jongen, "ik ben toch geen wijf, of wel?"
Hij keek naar het meisje.
Het meisje stelde ‘m gerust: "Nee, jij bent geen wijf."
"Zie je wel! 1-0 voor mij ouwe! Laat ons met rust, gek!"
Daarna liepen ze weg.

En mijn niet-rokende vriend en ik, wij zouden de rest van de avond voornamelijk bezig zijn de economie nog verder uit het slop trekken, en als beloning getuige wezen van de beste wahwah-solo sinds het begin van de crisis.

De Kachel (3)

"Als je niet meer rookt, ruikt alles veel lekkerder. Vooral sigaretten." Aldus Koot en Bie, reeds een eeuwigheid geleden.
En Carmiggelt zei, nog verder terug in de tijd: "Drinken is van een dak springen met het voornemen slechts één etage te vallen" en: "Als ik een glas wijn drink, word ik een ander mens, en die ander heeft altijd geweldige dorst."

Drank en sigaretten. Beiden ultieme verleiders. En ze passen al eeuwen uitstekend bij elkaar. Sterker, ik heb nog nooit een beter huwelijk gezien.

Maar sinds 1 juli 2008 mogen de twee geliefden zich niet meer samen in het openbaar vertonen.
Bij wettelijk verbod, op last van een minister. Een minister die een heel leger van VWA-controleurs aanstelde om de twee geliefden tot in de verste uithoekjes van het land te stalken, om ze te betrappen op eventuele overtredingen.

Uiteindelijk werden ze in cafe de Kachel te Groningen in de kraag gevat. En vandaag veroordeeld door de politierechter, tot een stevige boete en een definitieve scheiding.

Uiteraard laten Romeo en Julia het daar niet bij zitten. Ze gaan in hoger beroep. Of ze daar hun huwelijk mee kunnen redden is op dit moment onduidelijk.
Ze hebben de wetgevende macht vooralsnog niet mee.
En ook bij de minister wil het er maar niet in dat ze bij elkaar horen als brood en beleg. Als pasta en saus. Als neuken en klaarkomen.

Ze zijn danig in paniek. Het enige wat ze willen is dat ze niet de illegaliteit in hoeven te duiken. Dat ze zich gewoon mogen vertonen in het openbare leven. Net als iedere andere minderheidsgroepering. Ze weten dat zulks mogelijk is. Namelijk door de regels iets te versoepelen, en de kleine cafe’s die geen gelegenheid hebben om Julia te herbergen in een apart hokje, niet meer te bestraffen wanneer ze haar desondanks toelaten.

Want Julia is, nog meer dan Romeo, de populairste stamgast in die kleine cafe’s. En ter plekke lijdt praktisch iedereen onder haar afwezigheid.

Romeo hoopt van harte dat de minister dit eindelijk eens gaat inzien. Of dat ie op z’n minst inziet dat ie niet weet waarover ie praat.

Of, om voor de grap weer met een citaat te eindigen: zoals de Vlaamse schrijver Herman Brusselmans ooit zei: "Ik heb niets tegen homo’s, zolang ze maar van mijn wijf afblijven."

BUY NOW!

Gisteren weer eens een avondje Festina. Samen met Simon Vinkenoog in de jury tijdens de maandelijkse Poetryslam. Tijdens het gratis diner daaraan voorafgaand, vroeg ik aan Simon: "Wat vind jij nou eigenlijk van die hele kredietcrisis?"
"Heel interessant allemaal", zei Simon, "we beleven eindelijk weer eens roerige tijden."
Hij nam een slok van zijn dubbele Jameson.

"Het baart je geen zorgen?" vroeg ik.
"Ben je gek, nee hoor, ik heb geen aandelen."
Hij nam nog een slok van zijn dubbele Jameson. Leeg.

"Hey, drink je geen Duvel meer?" vroeg ik.
Simon had de afgelopen twee maanden Duvel gedronken in plaats van zijn traditionele whiskey, omdat ie een tijdje terug het plan had opgevat te minderen met drinken.

Simon maakte een wegwuifgebaar, en zei: "Och jongen, praat me er niet van, verradelijk spul die Duvel, verdomd interessant, maar veel erger dan whiskey."
Hij trok een voorgedraaide joint uit zijn borstzak.
En wilde er de hens in zetten, maar net op tijd bedacht ie dat we in een cafe zaten, en er sinds 1 juli sprake is van een rookverbod. Hij sloeg een sjaal om z’n nek en stond op.
"Ha geweldig!" riep zijn vrouw Edith, "we gaan lekker rrroken! Heeeeeerlijk!"

Ze kan heel enthousiast zijn, Edith.
We liepen gedrieenlijk naar buiten en voegden ons in de rokende menigte.
Simon nam plaats op een bankje voor de uitspanning en stak z’n joint aan.
"Neem een dekentje", zei Edith, "anders vat je kou."
Bij Festina liggen naast de bankjes dekentjes klaar voor mensen die het buiten koud hebben.
Simon drappeerde een dekentje over z’n kruis.

Vanavond was de Iceman bij Pauw en Witteman. De man die tegen extreme koude kan. 142 minuten in een ijsbak liggen, honderd meter onder ijs door zwemmen, in z’n nakie toppen van bergen beklimmen in de eeuwige sneeuw. Dat soort dingen. Naar eigen zeggen doet de Iceman dat middels een ademhalingstechniek die een beknopt circuit van aderen afsluit van de rest. En er zodoende voor zorgdraagt dat de bloedcirculatie in de vitale delen van het lichaam, de organen die je nodig hebt om te overleven: hart, lever, longen en hersenen, op gang blijft.
Simon moet hebben gedacht: maar neuken is ook belangrijk.

"Serieus", vroeg ik, "Simon, jij hebt de oorlog meegemaakt, en zelfs de depressie van de jaren 30, maak jij je echt geen zorgen over de huidige ontwikkelingen?"
Simon nam een ferme teug van z’n joint, haalde z’n schouders op en zei: "Och weet je, ik vind het eerlijk gezegd allemaal wel geinig, die kredietcrisis."
"En hij leest een hoop kranten", zei Edith.
"Ik lees ze allemaal", zei Simon.

Op dat moment dacht ik: hij heeft gelijk. Ik bedoel, waar hebben we het eigenlijk over? We gaan er volgens de *kuch* dramatische cijfers van het CPB ,allemaal de komende 2 jaar 2,25% in koopkracht op vooruit. En de inflatie is tegelijkertijd ongekend laag. Olieprijzen dalen zelfs, net als de prijs van veel levensmiddelen en andere consumptiegoederen.
We zitten gebeiteld, geramd, individuele mensen zijnde. De enige plekken waar serieuze klappen vallen, zijn de markten van de rijken. De beurs, de onroerend goed-sector, de auto-branche.
Let op: Ik wil niet ontkennen dat het tevens slecht gaat in pakweg de transportsector, of de Rotterdamse haven, maar we hebben (nog steeds) een goeie WW-regeling, en in omscholingsprogramma’s wordt door de overheid ruim voorzien.

Laat je niet gek maken. Okay, het begrotingstekort gaat enorm oplopen de komende paar jaar, maar dat doet het altijd in mindere tijden. Vanzelf komen er ook weer goede tijden, en dan vullen we dat even gemakkelijk weer aan tot aanvaardbare proporties.
En zoniet, dan kunnen we de komende decennia altijd nog gewoon USA-tje spelen, en leven op krediet, want daar zullen we als als een van de meest solide naties op financieel gebied, voorlopig nog prima mee wegkomen.

Sterker nog, en ik draaf nu even door in mijn aangeschotenheid, maar we kunnen als BV Nederland zijnde, dankzij onze kredietwaardigheid nu ontzettend goedkoop, voor een habbekrats, allerlei deepdown kerngezonde bedrijven uit het buitenland opkopen, om daar over pakweg 5 jaar zoveel winst uit te halen, dat wij met z’n 16 miljoenen nooit meer hoeven te werken.

Zoals een oude, maar zichzelf telkens weer bewijzende beurswet luidt: koop als het bloed door de straten giert.
Dus ik zou zeggen: Even wachten… Even wachten nog…. KASSA!

Slaap goed!

Voodou

"Waarom kopen jullie eigenlijk geen museumjaarkaart?" vroeg mijn moeder een tijdje geleden, toen ik mijn beklag deed over absurde toegangsprijzen voor de een of andere kuttentoonstelling in Tiettjerkstradeel. Of een soorgelijk gehucht, daar wil ik vanaf wezen.
"Hoezo?" vroeg ik aan mijn moeder.
"Jullie gaan zoo vaak naar een museum", zei ze, "jullie halen zo’n ding er makkelijk uit."
"Verrek, nu je het zegt", zei ik, "wat kost zo’n ding eigenlijk?"
"35 euro."
"Ga weg!" riep ik, "en dan mag je overal zomaar gratis naar binnen?"
Mijn moeder knikte, vermoedelijk.
We zaten aan de telefoon.
Ik herhaalde: "en dan mag je overal zomaar gratis naar binnen?"
"Jahaa, dat zeg ik toch!" zei mijn moeder.

Jezus. Als ik dat had geweten. Enfin. Dus kochten L. en ik vorige maand bij de eerste de beste gelegenheid in weetikveel, Zwolle, een museumjaarkaart.

Vanmorgen was het miezerig weer. Perfecte tijd om de belastingen te doen. "Zeg, is er niet ergens een leuke expositie?" vroeg ik aan L.
"Huh?" zei L., die het niet gewend is dat ik het initiatief neem tot culturele uitjes.
"We hebben een museumjaarkaart", verklaarde ik, "daar moeten we op zo’n dag als vandaag toch iets mee kunnen."

Dat kon. We kozen uiteindelijk voor een expostie binnen de stadsmuren. De Voodou-tentoonstelling in het Tropenmuseum, die we een paar maanden geleden ook al hadden proberen aan te doen tijdens de Museumnacht, maar waar ons toen de toegang geweigerd werd, omdat we op het Leidse Plein (aan de andere kant van de stad) hadden verzuimd een paspartout aan te schaffen, en ze ter plekke in het Tropenmuseum niet bleken te doen aan losse verkoop.
"Fuck you!", had ik destijds gedeclameerd, "in dit museum ga ik dus nooit meer een stap over de drempel zetten, wat een KUTTENT is dit!"
Van die opmerking was de toenmalige dienstdoende suppooste niet bepaald onder de indruk geweest.

En terecht. Want vanmiddag stond ik er dus toch. Maar… met mijn museumjaarkaart!
Ik wees L. op de gigantische rij voor de kassa’s (het is voorjaarsvakantie): "daar hebben wij nu gelukkig geen last meer van, wij kunnen nu gewoon meteen het museum in!"
We liepen naar de toegangspoortjes voor het begin van de tentoonstelling. Aldaar stond een suppooste opgesteld.
"Wacht even meneer", zei ze, "heeft u een toegangsbiljet?"
"Ik heb een museumjaarkaart!" riep ik triomfantelijk.
"Helaas meneer, dan moet u toch eerst even een toegangsbiljet gaan halen. Want er geldt voor deze expositie voor museumjaarkaarthouders een toeslag van 50 cent."
"Hier heb je een euro", zei ik, "mogen we nu verder?"
"Helaas meneer, dat kan ik niet aannemen, u zult toch echt een biljet aan de kassa moeten gaan halen, want de detectiepoortjes kunnen enkel onze eigen tickets scannen."

Fuck. Maar goed. Wij in de rij. En een kwartiertje later stonden we opnieuw voor de detectiepoortjes.
"Wilt u uw jas niet eerst ophangen?" vroeg de suppooste, "als u eenmaal door de detectiepoortjes bent kunt u namelijk niet meer bij de garderobe komen."
"Ik hou mijn jas wel aan", zei ik. Ik keek achterom. L. knikte. Ook zij hield haar jas aan.

Vervolgens probeerde ik mijn toegangsbiljet door de scanner te laten glijden. Hoe ik het ook probeerde; horizontaal, verticaal, diagonaal, vaginaal, het lampje bleef op rood staan en het detectie-poortje gesloten.
"Er is waarschijnlijk iets met het systeem", zei de suppooste. Ze haalde een loper tevoorschijn en liet ons door.

Eindelijk binnen. "Zullen we eerst even een kopje koffie gaan drinken?" vroeg L.
"Goed plan", zei ik.
We volgden de bewegwijzering naar het restaurant. Dat bleek gesloten. Om weer uit het restaurant te komen moesten we opnieuw een detectiepoortje door. En kwamen we niet meer binnen bij de expostitie. Dus wij weer naar de detectiepoortjes bij de ingang.

"Daar zijn we weer", zei ik tegen de suppooste.
Ze keek ons meewarig aan.
"Ik dacht, we gaan eerst even koffie drinken", verklaarde ik, "maar het restaurant bleek gesloten."
De suppooste schudde met haar hoofd, "het benedenrestaurant is vandaag dicht."
"Goeie timing", zei ik, "zo in de voorjaarsvakantie."
"Wij willen ook wel eens vakantie", zei de suppooste, "maar boven, halverwege de expositie, is nog een ander restaurant. Hebben jullie je toegangsbewijzen nog?"
Die hadden we.
We scanden ze in het apparaat.
Dat uiteraard opnieuw weigerde.
En opnieuw haalde de suppooste zuchtend haar loper tevoorschijn, en liet ons door.

Ik worstelde me door het detectiepoortje. Toen ik dat was gepasseerd vroeg ik over mijn schouder voor de zekerheid nog even aan de suppooste: "Er is hierbinnen hopelijk toch wel ergens een rookruimte?"
Ze zuchtte: "Meneerrrr… wat denkt u nou zelf!?"

I took that for a: ‘you’re screwed’.
En terecht, zo bleek.

We namen de trappen naar boven, negeerden de tentoonstelling over Voodou, en volgden de bewegwijzering naar het restaurant op de eerste verdieping. Aldaar aangekomen worstelden we ons door een kluwen van bejaarden en kinderen, om ergens aan de einder een buffet te ontwaren waarvoor een gigantische rij stond.
Ik sloot achteraan aan. "Wij willen alleen koffie, geen patat enzo", zei ik tegen de last man in line, "wat denk je, zou ik er even langs mogen om bij de koffie-automaat daar verderop te geraken?"
"Geen sprake van", zei de man, "iedereen wacht hier netjes op zijn beurt."

Ik zag met lede ogen aan hoe iedereen voor me in de rij met grenzeloos geduld complete maaltijden bestelde, schotels bovendien die werden opgeleverd in een tempo alsof ze het basismateriaal voor de friet nog aan het poten waren.
Tot ik omver werd gekegeld door een bejaarde vrouw. Type kortgeknipt grijs peentjeshaar, en gewaagd brilmontuur. De ware museumgangster. "Ik hoef alleen maar koffie", riep ze, en ze schouderde alles omver wat op haar weg lag, in de richting van de automaat.

‘Die is goed bezig’, dacht ik, en ik volgde haar in de slipstream. Net als vele anderen die plotseling hun kans schoon zagen. Voor ik het wist werd ik in het tumult voorbijgedrongen door pakweg 7 evenbeelden van de grote roerganster.
Allemaal op zoek naar de heilige koffie.
Geschatte bereiktijd: 20 minuten. En dan hadden we de rij bij de uiteindelijke betaalkassa nog niet meegerekend.

Ik loerde naar de grote koelkast met pils. De weg daarnaartoe was vrij.
"Weet je zeker dat je koffie wilt?" vroeg ik aan L.

Na een half uur stond ik eindelijk vooraan voor de koffie. Automaat leeg. Er kwam een service-medewerkster de koffie bijvullen. Daarna gaf de automaat nog steeds aan leeg te zijn. Dus toen werd de melk bijgevuld.
Eerst daarna tapte ik twee koffie verkeerd. En omdat ik er toch stond, graaide ik van het  buffet nog een simpel broodje kaas mee.
Dat broodje bleek bij de kassa 5 euro te kosten. 11 gulden. Een bruin puntje met kaas. Geeneens sla of boter, of dat soort dingen. Enkel kaas.

L. zat ondertussen aan het enige vrije tafeltje. Toen ik aanschoof monsterde ik de deuren die toegang gaven tot het terras. Die waren dicht, en niet bedoeld om open te maken.
Maar met wat wrikken lukte het me. En ik rookte buiten een sigaret. Uitzcht op Artis, in de verte de wolventuin.
"We zijn hier allemaal gek geworden", riep ik naar de wolven, "echt compleet doorgedraaid."
De wolven zeiden niks terug. Waarschijnlijk lagen ze te pitten. Gelijk hadden ze.

Na de sigaret, de koffie en het broodje kaas, bezochten L. en ik de tentoonstelling over Voodou
("Je mag niet zeggen ‘Voodoo’, want dat begrip is ingepikt door Hollywood, met al hun rare onware fantasieen" – begreep ik). De expositie had niet veel om het lijf. 3 zaaltjes, voornamelijk met beelden van mannetjes beplakt met spiegeltjes. Veel tekst erbij. Over de cultuur. Dat je niet mocht roken, drinken en neuken van de hoogste god, maar van sommige andere goden weer wel. Er was een god voor de boeren die niet hield van luie mensen, maar wel van rum, en er was een godin voor de lesbo’s die hard was, maar rechtvaardig en die had op haar beurt weer een lief jaloers zusje waar de homo’s gek op waren, want die godin hield van roze champagne. Heel begrijpelijk allemaal.

Spannender waren de zogenaamde ‘hete’ goden. In het Christendom zouden dat representanten van de Duivel zijn, maar in de Voodou zien ze die niet zozeer als tegenstander of vijand, maar eerder als goden met hoorntjes die je moet aanroepen wanneer je een medemens onvermijdelijk iets slechts aan moet doen, zoals bijvoorbeeld wanneer je wraak moet nemen op een rover.
En daarbovenop hebben ze ook nog eens goden die contact hebben met de doden. Die worden uitgebeeld door ze half mens, half skelet te laten zijn, maar sowieso altijd met zonnebril op en een pijp in hun borstzak. Want behalve spiegeltjes (volgens L. ‘doorgangspoorten waardoor de geest naarbinnen komt’), zijn zonnebrillen ontzettend belangrijk in de Voodou. En pijpen.

Heb ik vandaag geleerd. Je weet nooit, misschien heb ik er ooit nog eens iets aan. Ter afsluiting was er een film over de initiatiefneemster van het project. Ene Maria Lehman, een Zwitserse uit Lausanne, die in het Franstalige Haiti resideert. Voodou komt uit Haiti.
Het was een interessante film.

Zoals dat gaat in een museum, val je bij zo’n 50-minuten durende documentaire altijd halverwege binnen. Gelukkig zat er in dit geval een knopje waarmee je ‘m naar het begin kon terugspoelen.
L. en ik waren de enige gasten op dat moment, dus we namen plaats op het bankje voor het scherm, drukten op het knopje, en bekeken de film.

Na 25 minuten kwam er een peloton van gezinnetjes met gillende kindertjes langszeilen. L. en ik keken verstoord op.
"Mag ik op het knopje drukken!?" riep een van de kindertjes.
Ik wilde naar het paneel toe springen om ‘t ‘m te beletten.
Maar ik was te laat.
Daar begon de film weer opnieuw.
"Sorry", zei de moeder van het jochie, "maar ja, zo zijn kinderen he?"
We knikten beleefd.

Ezel

En toen de gezinnetjes weer weg waren zei ik tegen L.: "ik weet niet wat jij doet, maar ik heb zin om ‘m te peren. Ik heb geen zin om eerst nog eens 25 minuten herhaling te moeten zien, alvorens…"
"Ik wil graag het einde van de film zien", zei L.
En daar had ze gelijk in.
"Goed", zei ik, "maar dan ga ik even kijken of er ondertussen in de rest van het museum iets valt te beleven."

Ik liep naar nog een verdieping hoger. Daar bleek een tentoonstelling over Nederlands-Indie gaande. Daar heb ik normaal gesproken niets mee. Totdat ik op een oud TV-tje stuitte, waarop een filmpje draaide uit de vorige eeuw. Over hoe tabak wordt gemaakt.
W-a-a-n-z-i-n-n-i-g interessant. Serieus. Niet zozeer die Nederlandse gezaghebbers op die plantages in hun witte pakken en met hun witte tropenhelmen, maar gewoon het proces. Ik wilde weten hoe dat ik elkaar stak: hoe kweek je tabak?

Ik weet het nu. En kijk, dames en heren, dat is nu pas echt iets nuttigs om geleerd te hebben.
Nu nog leren wijn maken.
En kom dan maar op met dat onbewoonde eiland.

Of Haiti desnoods. En dan roep ik die god aan van de boeren. Of die van de homo’s. En voor de rest alle zombies met die pijp in hun borstzak.

Festina

AANKONDIGING

DINSDAG 17 FEBRUARI,  Aanvang 21.00

FESTINA LENTE POETRYSLAM

Festina_lente_2

JURY: SIMON VINKENOOG, SVEN ARIAANS, PIM TE BOKKEL

Jury_2

PRESENTATIE: SANDER MEIJ

LAST MINUTE AANMELDINGEN NOG VAN HARTE WELKOM!!!

KLIK OP HET MAILFORMULIER RECHTSBOVEN OM JE NOG AAN TE MELDEN

ADRES: CAFE FESTINA LENTE, LOOIERSGRACHT 40, AMSTERDAM