Graf

Eigenlijk wilde ik niet weer een stukje over Wilson schrijven. Ik dacht: dat is iets persoonlijks, daar moet je andere mensen niet mee lastig vallen.

Dus ik maakte mijn pen al nat om het te hebben over geheel andere zaken, zoals daar zijn: reclames. En hoe onduidelijk daar vaak in wordt gearticuleerd, waardoor de oorspronkelijk bedoelde boodschap een totaal ander karakter krijgt.
Zoals in de reclame van de een of andere zorgverzekering van bedrijf X voor ondernemingen. In dat radiospotje wordt verteld: aan het woord komt nu puntje puntje. En die puntje puntje is dan een zogenaamde HR-manager die met geforceerd gewichtige stem de volgende zin probeert te debiteren: "Wij gebruiken de online performance-scan van bedrijf X om de futiliteit van onze medewerkers te meten."

Hoor ik dat goed? dacht ik. De futiliteit van onze medewerkers te meten?
Op zich kon ik me er wel iets bij voorstellen. Ik bedoel, het is kredietcrisis, dus een online tool om te scannen wie je er per direct uit kan flikkeren, zou voor vele bedrijven een zeer welkom instrument wezen, schatte ik zo in.
Maar waarom zou uitgerekend een zorgverzekeraar zo’n tool ontwikkelen? En er nog mee adverteren op de koop toe?
Vragen, vragen. Totdat het nadat ik het spotje voor de twintigste keer had gehoord, plotseling begon te dagen. De HR-manager zou het in plaats van over ‘futiliteit’, wel eens kunnen hebben over vitaliteit!

En verdomd, als je heel goed luistert, dan zou ze dat inderdaad wel eens kunnen bedoelen.
Eng wordt het trouwens pas, als dat in de toekomst omgekeerd inwisselbare begrippen gaan worden, maar dat is een andere kwestie.

En ik wilde het voorbeeld geven van de apparatenfirma die bij elke aankoop er iets gratis bij levert: "En welke dooie, dat mag u zelf kiezen."
Bleek na goed luisteren waarschijnlijk te zijn: "En welk cadeau, dat mag u zelf kiezen."

Of die reclame op TV van, ik geloof spinazie. Dan kruipt er een vrouw via de koelkast van haar eigen huis, naar het vriesvak van de buren. Op zich al best vreemd. Maar goed. Daar aangekomen pikt ze van een boerenechtpaar de dampende pan met verse spinazie van tafel. En smeert ‘m daarna, opnieuw via het vriesvak, met die pan verse spinazie in haar poten, terug naar haar eigen vent.
Het laatste shot is van het achtergebleven boerenechtpaar. De beteuterde boerenvrouw die met het bestek in de aanslag, in zwaar dialect tegen haar man zegt: "Jammer maar helaas."
Vond ik een briljante reclame. Ik weet niet waarom. Misschien door het absurdisme. Dat perfect getimed is.

Welk een teleurstelling toen ik ontdekte dat die boerenvrouw eigenlijk bleek te zeggen: "Wel mooie laarzen."
Niet dat de dievegge uit het spotje geen mooie laarzen had, maar dat bedoel ik nou juist. Ik weet het niet. Het klopt nu op de een of andere manier niet meer, dat spotje. Het is opeens oubollig geworden.

Over dat soort dingen dacht ik vanavond te gaan schrijven. En als ik een beetje mijn best zou hebben gedaan, dan had het behoorlijk grappig kunnen worden.
Maar mijn kop staat er niet naar. Naar grappige dingen.

Vandaag hebben we Wilson begraven. Ik weet het, het is rijkelijk laat. Maar liefst tien dagen na haar overlijden. Maar ik had gewoon ontzettend veel moeite om afscheid van ‘r te nemen. Dus ze heeft hier gelegen, in mijn woning, op de grote tafel. Zodat ik om de haverklap langs ‘r kon lopen om ‘r nog even over d’r kop te krabbelen.
Dat doe ik graag met katten: ze over hun kop krabbelen, en vragen hoe het gaat.
Ca va?
En als ze dan gaan spinnen, dan weet ik dat het goed gaat. En als ze niet gaan spinnen, dan krabbel ik ze net zo lang over hun kop tot ze dat wel doen.
Ik heb Wilson de afgelopen tien dagen een hoop over d’r kop gekrabbeld.

Niet kattenliefhebbers moeten nu kappen met lezen, ik wens jullie een goeie kerst. En dat meen ik.
Voor de rest: hieronder een schaamteloos en sentimenteel relaas van verdriet.

Weet je, ik had een ontzettend speciale band met Wilson. Om te beginnen is haar naam niet willekeurig. Ze is vernoemd naar de volleybal waaraan Tom Hanks zich psychisch vastklampte toen hij in de film Cast (anagram van Cats!) Away als de een of andere hotshot-directeur van FedEx was gestrand op een onbewoond eiland.
Toen ik Wilson kreeg zat ik ook op een onbewoond eiland. Min of meer dan toch. Ik lag in een scheiding met mijn ex-vrouw; zij bleef in het oude huis aan het Vondelpark wonen, met onze katten, en ik, ik mocht mijn intrek nemen in de afgeleefde studentenetage van een van haar dispuutsgenoten, die op zijn beurt zojuist was vertrokken naar een Vinexwijk in Utrecht Leidse Rijn om daar te gaan samenwonen met iemand die Brenda heette, en die ook echt een Brenda was.
Ik hield kortom mijn hart vast, daar de dispuutsgenoot zich de optie voorbehield, dat mocht het samenwonen tegenvallen, hij per direct weer terug zijn intrek zou nemen in zijn rechtmatige woning.
Oftewel: als het even zou tegenzitten stond ik binnen een paar dagen weer op straat.
Zou ik de Lootsstraat in het aftandste gedeelte van Oud-West, weer moeten verlaten.

Het waren beroerde tijden. Op mijn werk ging het ook al niet lekker. De ICT-branche lag op zijn gat (Ik heb het over de dot.com-crisis, de uit elkaar gespatte internetzeepbel van 2001/2002), en ik had nog wel een baan, maar geen opdracht, en kon ieder moment een Exit-brief op de mat verwachten, zoals 200 van mijn 400 voormalige collega’s inmiddels al hadden ontvangen.
Ik vulde mijn dagen met enorm veel zuipen tot het ochtendgloren, vervolgens een paar uurtjes pitten, om daarna rond de lunch richting het hoofdkantoor in Nieuwegein te rijden teneinde aan bepaalde touwtjes te trekken om een nieuwe opdracht proberen te scoren, wat steevast een onmogelijke queeste bleek, waarna ik depressief terugreed, een paar rondjes rende door het Vondelpark, douchede, en daarna begon aan een nieuwe marathonsessie drinken voor gevorderden.

En toen kwam Wilson. Ze was pas zes weken oud.

Wilson_can

Ik deed niets anders dan met ‘r spelen. We ontdekten samen de tuin op het Noorden. Van de Lootsstraat. De Arabieren om ons heen zaten er nooit, wij des te meer. De gemeente had er ooit in een goeie bui een legioen Hortensia’s geplant, en daar kickten wij op.
Het waren stevige stronken om in te klimmen, goeie bolletjes om een haal te geven.
Als ze was uitgespeeld likte ze mijn vingers. Ze hield niet van de rook, maar ze was gek op de smaak van nicotine.
En daarna gingen we samen in bed naar muziek luisteren en slapen.

Na een half jaar woonde de dispuutsgenoot nog steeds samen met Brenda. Ik had de begane grondetage op de Lootsstraat zo mogelijk nog verder uitgeleefd dan ie al was, dronk nog steeds als een tierelier en had nog altijd geen opdracht. Maar wel de ziekte van Pfeifer. En godzijdank Wilson.
Er kwam een documentaire-maker langs met z’n filmploeg. Wilko Bello. Hij maakte een film over slammers. En EJH, Eus, SMG en ik speelden er de hoofdrol in.
Ik was in die dagen nog te moe om de krant van de mat te tillen. "We zullen het van jou moeten hebben", zei ik tegen Wilson.
Wilson speelde zich helemaal gek in die documentaire. Ik las voor de vorm een gedichtje voor uit een smoezelig boekje. Ik had een joggingbroek aan met een gat van m’n kruis tot m’n knie, een trui die al achttien jaar niet gewassen was. Ik leefde al een half jaar lang op louter drank en sigaretten en verder op Unox tomatensoep, waarvan Wilson de balletjes kreeg.
Zo zag Wilson er niet uit though. Ze was energiek als de pokken.
Echt, ze speelde de sterren van de hemel in die documentaire, ze zette me lief op de kaart. Alsof ze begreep dat het menens was.

Na afloop, toen de filmploeg vertrokken was, zei ik tegen ‘r: "je bent een geboren filmster."
En dat was ze.
En ze likte mijn vingers. En spon.

Wilson en ik. We hebben zoveel meegemaa
kt.

Wat ik ook zo lief vind: toen ik er nog maar net had, moest ik op vakantie. Ik moest weg. Ik moest weg van alles. Ik moest de Alpe D’Huez beklimmen of zoiets debiels, anders kon ik niet verder met mijn leven.
Wilson leek dat te begrijpen. Ze liet zich vrij makkelijk afzetten bij mijn ex-vrouw. Alwaar ze voor twee weken verenigd werd met mijn voormalige katten. De grote rooie, Tom, werd een soort pleegvader voor ‘r.
Tom. Sinds Tom tien jaar terug van 2 hoog naar beneden is gevallen, mankt ie een beetje met z’n rechterachterpoot. Wilson heeft dat overgenomen. Ze was pas 9 weken oud, en kon nog maar net lopen. Toen ze Tom zag, moet ze hebben gedacht dat het zo hoorde: lopen. Dat het pas echt cool was, als je mankte met je rechterachterpoot.
Ze heeft het tot haar dood aan toe volgehouden.
Zo schattig.

En ze was jaloers. Oh my god, wat was ze jaloers. Altijd als ik ‘r optilde keek ze vanuit haar ooghoeken of L. het wel zag. Of L. wel zag hoe lief ik over Wilson d’r kop krabbelde. En als L. de plek naast me in bed verliet om eventjes naar de WC te gaan of thee te zetten, dan was Wilson er als de kippen bij om zich daar uitgebreid neer te vleien, en het gevoeglijk te vertikken om dat stekje te verlaten, als L. terug kwam.
Vond ik leuk.

En anders lag ze op de pickup. Mijn ouderwetse platen-pickup. Goeie muziek. En lekker warm.

Net als mijn vorige favoriete kat, Jimi, die gelijk ik hield van chemisch gekleurde frambozenvla, was Wilson gek op chemisch gekleurde frambozenvla. En op banketstaaf.
Het is het laatste wat ze vrijwillig gegeten heeft: banketstaaf. 

Ik dacht: ik moet geen stukje over ‘r schrijven, want dat is iets persoonlijks, daar moet je andere mensen niet mee lastig vallen.
Maar vanavond, toen ik twijfelde waarover ik moest gaan schrijven, op de screensaver van mijn tweedehands gekochte laptop, die ik er maar niet afkrijg, en die random plaatjes laat zien van hetzij heel stout kijkende pinup-modellen, danwel hemeltergend kitscherige plaatjes van futuristische droomwerelden, als eerste een foto verscheen van een (overigens tamelijk normale) zonsondergang, dacht ik: Okay Wilson. Misschien wil je daar iets mee zeggen.

Je moet weten dat ik mijn katten altijd begraaf tijdens zonsondergang. Wilson is overleden op 11 december, en het leek me op de een of andere manier mooi om haar precies 10 dagen later te begraven, tijdens de vroegste zonsondergang van het jaar, op de kortste dag, 21 december.
Oftewel een speciale zonsondergang. Voor een speciale kat.
Vandaag dus.

Alles werkte mee.
Grieske, die haar tot het eind toe is blijven likken en verbaasd was dat haar oortjes (met de karaktiristieke pluimpjes!) niet terugklapten, nam mooi afscheid:

Begrafenis_wilson_1

Begrafenis_wilson_2_4

En terwijl gedurende de hele dag grijs de hemel besloeg, was op het moment supreme de zon daar. Heel bijzonder:

Begrafenis_wilson_3

Ik heb ‘r begraven. En haar ‘t mooist denkbare plekje gegeven. Tenmidden van haar te vroeg overleden dochtertje Zoe (links), haar jeugdvriendin Mietse, de kat van L. (rechts), en het graf voor de eeuwige duif waarvan ze er zoveel heeft gevangen (achter). Bovenop haar graf, vlak voor het kruis, heb ik de stronk van onze favoriete Hortensia geplant uit de Lootsstraat. Die is al lang dood, maar ik hoop toch dat het ‘r een goed gevoel geeft.

Begrafenis_wilson_4

Maar belangrijker: haar graf op het dakterras is precies op de plek naast de stoel waar ik het liefste zit.
De plek vanwaar ik haar in gedachten nog heel vaak over d’r kop kan krabbelen.

Op zich weet ik dat ik me waarschijnlijk niet druk hoef te maken over haar nieuwe bestemming. Praktisch daags na Wilsons overlijden schreef Sylvia Witteman over het verscheiden van haar eigen kat in het Volkskrantmagazine: "Zij zit nu op een paars fluwelen kussen eekhoorntjespate te vreten. Uit een gouden bakje."

Ik hoop het Wilson.

Wilson_in_heaven

Maar als het niet zo is, dan zit ik naast je.

Advertisements

9 thoughts on “Graf

  1. Waarom ga je dan niet zelf een ton lichter wonen? Kan je de hele dag zelf weten of je gaat freelancen. Of heb je liever vastigheid?

  2. Vastigheid Joris, vastigheid is my middlename. Ik ben aartsconservatief in sommige zaken. De uitbuiting van mijn arbeid moet gigantisch buiten proportisch geraken wil ik in opstand komen.
    Toch was het dus bijna zover. But they saved themselves by the (stockmarket)bell. En een acceptabele salarisverhoging niet te vergeten.

    PS. Mijn paradijselijke woning verkopen? Never.

  3. “Ik dacht: ik moet geen stukje over ‘r schrijven, want dat is iets persoonlijks, daar moet je andere mensen niet mee lastig vallen.”
    Ik ben toch blij dat je het wel gedaan hebt. Wilsonwaardig mooi en echt.

  4. Sven, ik heb het ook altijd voor katten gehad. Maar ik heb nog nooit het geluk gehad dat ze zo lang bij mij blijven als jouw Wilson. Dit worden feestdagen met het grote besef dat er iets mist. Hou jullie taai daar! Verre én ontroerde groet, Tine

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s