2008

Wat 2008 heeft betekend voor de wereld hebben jullie allemaal kunnen vernemen uit de diverse jaaroverzichten op radio en TV, in lijstjes van de krant en op internet, en in reeds beleden oudejaarsconferences in het theater.
Of, voor lezers die de media en cultuur stelselmatig schuwen: tijdens het uitbuiken met praatgrage familieleden na de kerstdis, of tijdens de gesprekken bij de koffie-automaat op het werk in de laatste dagen van december. Die conversaties zijn verdacht vaak van retrospectief karakter.

Blijkbaar is er in deze periode behoefte aan. Om nog eens terug te kijken op het afgelopen jaar, bedoel ik.

En begrijp me niet verkeerd, voor de lol wil ik ze best opsommen hoor, de belangrijke gebeurtenissen voor de wereld tijdens 2008, volgens plukdenacht. Maar ook ik kom dan met het voorspelbare rijtje: 1. Kredietcrisis, 2. De verkiezing van Barack Obama.

Veel meer is er eigenlijk niet gebeurd. Qua bijzonderheden op wereldschaal dan tenminste. Zeg ‘t me als ik het mis heb.
Los daarvan, 2 belangrijke gebeurtenissen waarvan we de consequenties aardbolwijd nog meer dan 1000 dagen zullen voelen, is geen slechte score voor een individueel jaartje (ik noem een loser als 2007, ik noem etc, enz).

En natuurlijk denk ik: 2009 wordt enorm spannend. Hoe gaat Barack Obama de Kredietcrisis aanpakken? Misschien is hoop voldoende. Werkt "Yes we can" goed genoeg om het broodnodige vertrouwen te herstellen, en komt de economie gelijk een kat vanzelf weer op z’n pootjes terecht.
Het zou zomaar kunnen.
Maar als ik sommige vooraanstaande economen mag geloven dan zijn we voor de komende 2 decennia vies de lul. En econometristen voorspellen op basis van cijfermatige modellen zelfs nog beroerdere scenario’s. Resultaten waarbij het niet valt uit te sluiten dat we vanwege de plotselinge welvaartsdaling elkaar in Europa binnenkort weer eens ouderwets de hersens in gaan slaan.

Nou hebben economen gelukkig de ballen verstand van psychologie, en econometristen nog minder, terwijl psychologie achteraf toch telkens de meest invloedrijke factor blijkt te zijn geweest in de verklaring van economische groei.

Dus ik heb er wel vertrouwen in. Met Obama, bedoel ik. Wie kan speechen als Barack is een veelvoud waard aan geldinjecties van honderden miljarden dollars.

Want natuurlijk kunnen we het. We kunnen met z’n allen goddomme een tigvoud van de benodigde wereldvoedselbehoefte produceren als het nodig is, mits we het een beetje handig aanpakken. Idem voor energie. Ook beschikken we al 30 jaar lang over de capaciteit om, weetikveel, 673 keer de aarde in z’n geheel dood te nuken.
We kunnen alles.

Het is alleen die verdomde economie die ons de hele tijd in de weg zit, en de bijbehorende belangen.

Sorry, ik ben een beetje dronken, ik draaf door. Maar toch. Ik heb hoop dat het dubbeltje vanaf 2009 de neiging gaat krijgen richting de goeie kant over te hellen.
Richting kop in plaats van munt.
Richting mensen in plaats van geld.

Alvast een goeie jaarwisseling gewenst. En om met een uitspraak van de voormalige wiskundeleraar van Nynke de Jong af te sluiten: Vuurwerk, hou het in de hand.

PS: Carthago het rookverbod dient vernietigd te worden.

Advertisements

Taxi

Ik heb een prima kerst gehad, daar gaat ‘t verder niet om. Ik bedoel, het was heel gezellig allemaal; samen met L. op 1e Kerstdag eend met granaatappelsaus gegeten in Iranees restaurant Daarband (Overtoom), waar ze eettafeltjes hebben in een perfecte geventileerde rookruimte (tip!). Bovendien was de gekruide eend tongstrelend en volgens de kaart dan ook bereid middels een geheim recept zoals slechts 1 van de 400 vrouwen uit de harem van de Sultan het vroeger kon klaarmaken. Toen ik het proefde, geloofde ik het alsnog.
En op 2e Kerstdag een veelgangen diner bij mijn ouders in Tiel, met bij elke gang wijnglazen waar een halve fles in kan.
Dus je hoort mij niet klagen.

Of nou ja, toch wel. Een klein beetje dan. Omdat het zo gezellig was bij mijn ouders, besloten L. en ik een treintje later terug te nemen naar Amsterdam, waardoor we de laatste tram misten.
Op zich geen probleem. Daar heb je taxi’s voor.

Zou je zeggen. Want okay, vroeger was een taxi nemen op het CS nog wel eens lastig, omdat de chauffeurs allemaal leken samen te scholen, en met z’n allen een viertal opgefokte Marokkaantjes hadden aangesteld om de passagiersstroom zo optimaal mogelijk over de wachtende taxi’s te verdelen. En met zo optimaal mogelijk bedoel ik: het stelselmatig verdommen om ritjes aan te nemen van onder de 10 kilometer en het uberhaupt vertikken om op de gewone taximeter te rijden. 

Maar gelukkig heeft de politiek dat probleem een tijdje geleden onderkend, om het vervolgens ‘keihard‘ aan te pakken.
Er werd een slagboom neergezet voor de taxistandplaats, en alleen chauffeurs met een speciale vergunning zouden nog worden toegelaten. Dit moesten zogenaamde kwaliteitschauffeurs zijn, die een examen hadden gedaan in stratenkennis, die over een aan allerlei eisen voldoenende auto beschikten en die correcte kleding behoorden te dragen. De politie zou 24/7 toezicht houden en niet meer gedogen, maar keihard handhaven.

Erg in de mode tegenwoordig, dat keihard handhaven. Doet het goed in de media, die term, vanuit de mond van politici.
Maar eenieder die een beetje logisch nadenkt weet natuurlijk dat het onmogelijk is om 100% strikt op de naleving van alle wetten en regels in Nederland toe te zien. Daar is domweg de mankracht niet voor. Dus de politie moet prioriteiten stellen. Heel begrijpelijk.

Dus L. en ik kwamen om 1 uur ‘s nachts de trein uitgelopen, en stiefelden over perrons en door gangen, richting de uitgang van het CS. Onderweg wemelde het van de dranghekken die daar ‘s nachts worden geplaatst. En een overkill aan de politie en ander bewakingspersoneel. Om te controleren of de mensen wel een geldig treinkaartje hadden, of je niet stiekem aan het roken was, of je niet ongeoorloofd met alcohol in je poten rondliep, of er niet per ongeluk in een uithoek een zwerver een uiltje aan het knappen was om snood te ontsnappen aan de vrieskou van de 2e Kerstnacht.
Toen we de stationshal uitkwamen en naar buiten liepen richting de taxistandplaats, was het gedaan met de uniformen. Okay, er stond een politie-Golf GTI, maar die was van binnen verlaten. Ik was dronken en dacht erover om voor de grap een A4tje onder de ruitenwisser te stoppen waarop ik groot zou hebben geschreven: "Even Donuts halen, zo terug".

Niet gedaan overigens. Voor je het weet zit je een nacht in een niet-roken-cel.

Anyway. Ook op de taxistandplaats geen arm van de wet te bekennen. Opgefokte taxiregelaartjes des te meer. Zoals gezegd, ik was dronken, dus ik had er geen boodschap aan. Ik stapte gewoon de taxi in waarvoor ik rechtmatig gezien aan de beurt was, en sommeerde L. naast me plaats te nemen.
De taxichauffeur vroeg waar we naartoe moesten. Ik noemde het adres.
"Wie heeft je gestuurd?" vroeg ie.
"Niemand", zei ik, "we zijn gewoon aan de beurt voor de eerste taxi in de rij."
"Mijn taxi uit!" riep ie.
"Niks ervan", zei ik, "jij gaat gewoon rijden."
"40 euro", zei de chauffeur.
"Dikke lul", zei ik, "voor een ritje van 4 kilometer? Jij zet gewoon de meter aan!"
Maar de man luisterde al niet meer, stapte uit, trok mijn portier open en begon ons z’n taxi uit te rukken.
De regelaartjes waren er als de kippen bij om als extra dreiging te dienen.
"Gewoon de meter", zei ik, "en anders noteer ik je kenteken. Of ik roep de politie erbij."
"Welke politie?" grijnsde een van de regelaartjes.
"Opflikkeren!" riep de chauffeur.
Hij had heel enge ogen. Ze fonkelden van de haat.

Het leek ‘t zelfde gesodemieter te worden als na het NK-slam van afgelopen 12 december. Ook toen kwamen we ‘s nachts op het CS aan. En ook toen was het niet gelukt om een taxi te scoren. Althans niet voor onder de 40 euro. Dus toen zijn we het hele stuk gaan lopen. Uit principe. Want het was niet dat ik er geen 40 euro voor over had om snel thuis te zijn, maar meer dat ik het vertikte aan dit soort praktijken mee te werken en ze daarmee in stand te houden.

Maar deze keer, tijdens de Kerst, zijn we gelukkig door een barmhartige Marokkaan uit de brand geholpen. Een ventje achter uit de rij.
Ook hij verdomde het trouwens om de meter aan te zetten. Maar hij reed ons voor een afgesproken schappelijke prijs van 15 euro naar huis.
Normaal, als het via de meter gaat, is het ongeveer 13 euro. En geef ik twee euro fooi. Dus eigenlijk kwam het op hetzelfde neer.

Toch, ik vind het mooier is als je allebei iets van aardigheid uit kan stralen. Dat laatste zit er voorlopig tussen mij en de taxichauffeurs op het CS niet in.

Gaststukje: Kerstverhaal van L. in maximaal 250 woorden

Espresso

Het klonk als een prehistorisch fabeldier dat met schubben van achteruitkijkspiegels opduikt uit het gedachteafval langs de mentale snelweg gevormd door de dagelijkse besognes : Tachycardie.
Het had zelfs een aandoenlijke kop, zo tussen al die andere namen op de Googlepagina. En toch, het kalmeerde me niet.

Aritmie paste beter. Die naam paste als een ijzeren handschoen om de vuurrode vuist in  mijn borst. De morse tegen mijn ribben leek steeds urgenter. “Het is niets ernstigs, een hartritmestoornis, maar ik geef je voor de zekerheid toch een verwijsbriefje mee”, had de huisarts gezegd.
"Niets ernstigs? Dat zullen we nog wel eens zien", had de ijzeren vuist tegen mijn borstkas geklopt.
Dat had ik wel kunnen verstaan. Waarom zou een specialist de code beter kunnen kraken dan ikzelf, die er dag en nacht naar moest luisteren?.
En wat als zijn diagnose geen witte maar zwarte magie zal blijken. Harten lijken me  uiterst gevoelig voor voodoo, zij het van westerse of Afrikaanse aard.

Wanneer ik de praktijk verlaat, sneeuwt het. Witte motten komen op het licht van mijn ogen af.
Mijn haren zijn in een kwartier wit geworden vertelt de ruit van de Coffeecompagny.
Binnen bestel ik een Espresso en kijk door het donkerste deel van mezelf in het raam heen.
Ik vis het verwijsbriefje uit mijn jaszak. De naam op de enveloppe is een beetje  doorgelopen. Ik scheur hem traag in tientallen snippertjes en veeg het hoopje in mijn tas.
Mijn zelfgemaakte kunstsneeuw.. Mijn eigen kleine witte kerst.

Lijstjes

Behalve den man die via de zoekterm "geile tieten van annemarie jorritsma" op plukdenacht terecht kwam, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan de persoon die zulks lukte middels de search: "een mens vol met vies groen haar en iemand die niet tegen kerstmis kan en die de woi’s haat".

We lopen tegen het einde van het jaar. Het is tijd voor lijstjes.

Als ik een uurtje over heb, dan verdiep ik me wel eens in de statistieken van deze site. En dan niet zozeer in de bezoekersaantallen, maar eerder in de manier waarop ze hier terecht zijn gekomen. Want dat is lachen. Serieus.

Als ik de recent keywords-tool van mijn statcounter mag geloven, dan is plukdenacht.web-log.nl namelijk regelrecht pornografisch. Overigens meestal vrij onschuldig. Dan bleek er te zijn gezocht op: "Rita Verdonk + kinky". Of bijna ontroerend eerlijk op: "stevig rampetampen in Tiel".

Maar soms was het ook behoorlijk dubieus.
Ik noem een searchopdracht: "ik scheurde het kutje van oma en mijn moeder". Of ik noem het google-command: "hoe schoonzus het hardste neuken tot ze zwanger word". Of: ***** (excuses; uitgesterd, want voor ik het weet word ik opgepakt voor verspreiding van kinderporno – je mag tegenwoordig niets uitsluiten).

Dit laatsgenoemde drietal zoekopdrachten is geen uitzondering. Er was een grote lijst van etcetera, enzovoort.
En dan heb ik het alleen nog maar over plukdenacht! Een bloedbrave site, waarop hoogstens nu en dan wat gedronken en gevloekt wordt, en dientengevolgde sporadisch de woordjes ‘kut’ en ‘fuck’ wel eens willen vallen.
Ik bedoel, als ik met mijn bescheiden site al regelmatig door Google wordt uitverkozen, wetende dat het grootste gedeelte van internet bestaat uit porno-sites pur sang waarop je met zulke zoektermen logischerwijs veel eerder terecht komt, dan vind ik dat best spannend.

Dan ga ik fantaseren: hoe verknipt is de gemiddelde Nederlander eigenlijk? Die tegenwoordig zeer in trek zijnde zogenaamde keihardwerkende belastingbetaler?
Ik bedoel: Zouden die echt zo fanatiek zoeken op porno? En dat ze dan per ongeluk bij mij terecht komen omdat ik toevallig de naam van een politicus noem, een stukje schrijf waar mijn schoonzus in voorkomt, of een betoog hou waarin ik het heb over een kleuter?

Weet je, ik wil het allemaal niet weten.

Internet is een rare wereld. Het zit tussen werkelijkheid en pure fictie in. Je kon het toen het vanuit de universiteiten wereldwijd ging, en los werd gelaten op de massa, met een verzachtend woord lange tijd bestempelen als ‘virtueel’. Als je hield van stempels.
Maar internet liet zich niet stempelen. Hooguit op de tijd.
En langzaamaan is het verworden tot de universele werkelijkheid.
Lijkt het soms.

Maar goed, ik ga jullie niet langer vervelen. Het is tijd voor een lijstje. Een lijstje met mijn top 20 van grappige zoekopdrachten waarmee mensen terecht zijn gekomen op plukdenacht.
In 2008 (dat rijmt!).

Komt-ie dan (in min of meer willekeurige volgorde):

25 Jan 07:55:29 ik zoek een recept zelf gemaakt en het moet wel over een sapje gaan en ik moet het kunnen uitprinten voor school
17 Feb 12:46:18 vind iemand annemarie jorritsma een lekker geil wijf?
9 Mar 13:30:45 hoe kan ik een bank oplichten
8 Apr 17:40:17 wat zit karin te kijken? ze verveeld zich… laat haar dan wat eten gaan klaar maken…..
13 Apr 22:17:45 wat doet een fietsenmaker
17 Apr 14:08:52 waarom je bij het jagen op een vis met een speer a.h.w. voor de vis moet werpen
17 Apr 20:13:23 na hoeveel liter bier ben je zat
18 Jun 02:38:58 files in mijn kut
16 Jul 14:45:36 grrrr, amateur-wielrenners!
15 Oct 07:40:18 helga van leur wil elke dag neuken
28 Jan 15:48:09 hoe maak ik mijn buurvrouw zo geil wat in haar koffie gooien
27 Feb 23:16:10 konijn castreren gedichten beterschap
5 Mar 20:16:14 kalf moker pik tanden
14 May 00:24:34 kapsel die past bij grote neus
28 May 18:29:16 hoewordt mijn vrouw weer geil
8 Jun 15:26:22 hoezo gedicht haardvuur
12 Jun 12:37:28 duikelen op een paal tijdens de zwangerschap
27 Jul 13:41:49 hoe wordt mijn vrouw rustig nl
6 Nov 16:37:50 cif tanden bleken?
27 May 15:20:33 bekende steren die in hun bloote kut optreden

Allemaal Echt gebeurd!

Statcounter_2

(*Klik* voor groter)

Overige printscreens op aanvraag.

Graf

Eigenlijk wilde ik niet weer een stukje over Wilson schrijven. Ik dacht: dat is iets persoonlijks, daar moet je andere mensen niet mee lastig vallen.

Dus ik maakte mijn pen al nat om het te hebben over geheel andere zaken, zoals daar zijn: reclames. En hoe onduidelijk daar vaak in wordt gearticuleerd, waardoor de oorspronkelijk bedoelde boodschap een totaal ander karakter krijgt.
Zoals in de reclame van de een of andere zorgverzekering van bedrijf X voor ondernemingen. In dat radiospotje wordt verteld: aan het woord komt nu puntje puntje. En die puntje puntje is dan een zogenaamde HR-manager die met geforceerd gewichtige stem de volgende zin probeert te debiteren: "Wij gebruiken de online performance-scan van bedrijf X om de futiliteit van onze medewerkers te meten."

Hoor ik dat goed? dacht ik. De futiliteit van onze medewerkers te meten?
Op zich kon ik me er wel iets bij voorstellen. Ik bedoel, het is kredietcrisis, dus een online tool om te scannen wie je er per direct uit kan flikkeren, zou voor vele bedrijven een zeer welkom instrument wezen, schatte ik zo in.
Maar waarom zou uitgerekend een zorgverzekeraar zo’n tool ontwikkelen? En er nog mee adverteren op de koop toe?
Vragen, vragen. Totdat het nadat ik het spotje voor de twintigste keer had gehoord, plotseling begon te dagen. De HR-manager zou het in plaats van over ‘futiliteit’, wel eens kunnen hebben over vitaliteit!

En verdomd, als je heel goed luistert, dan zou ze dat inderdaad wel eens kunnen bedoelen.
Eng wordt het trouwens pas, als dat in de toekomst omgekeerd inwisselbare begrippen gaan worden, maar dat is een andere kwestie.

En ik wilde het voorbeeld geven van de apparatenfirma die bij elke aankoop er iets gratis bij levert: "En welke dooie, dat mag u zelf kiezen."
Bleek na goed luisteren waarschijnlijk te zijn: "En welk cadeau, dat mag u zelf kiezen."

Of die reclame op TV van, ik geloof spinazie. Dan kruipt er een vrouw via de koelkast van haar eigen huis, naar het vriesvak van de buren. Op zich al best vreemd. Maar goed. Daar aangekomen pikt ze van een boerenechtpaar de dampende pan met verse spinazie van tafel. En smeert ‘m daarna, opnieuw via het vriesvak, met die pan verse spinazie in haar poten, terug naar haar eigen vent.
Het laatste shot is van het achtergebleven boerenechtpaar. De beteuterde boerenvrouw die met het bestek in de aanslag, in zwaar dialect tegen haar man zegt: "Jammer maar helaas."
Vond ik een briljante reclame. Ik weet niet waarom. Misschien door het absurdisme. Dat perfect getimed is.

Welk een teleurstelling toen ik ontdekte dat die boerenvrouw eigenlijk bleek te zeggen: "Wel mooie laarzen."
Niet dat de dievegge uit het spotje geen mooie laarzen had, maar dat bedoel ik nou juist. Ik weet het niet. Het klopt nu op de een of andere manier niet meer, dat spotje. Het is opeens oubollig geworden.

Over dat soort dingen dacht ik vanavond te gaan schrijven. En als ik een beetje mijn best zou hebben gedaan, dan had het behoorlijk grappig kunnen worden.
Maar mijn kop staat er niet naar. Naar grappige dingen.

Vandaag hebben we Wilson begraven. Ik weet het, het is rijkelijk laat. Maar liefst tien dagen na haar overlijden. Maar ik had gewoon ontzettend veel moeite om afscheid van ‘r te nemen. Dus ze heeft hier gelegen, in mijn woning, op de grote tafel. Zodat ik om de haverklap langs ‘r kon lopen om ‘r nog even over d’r kop te krabbelen.
Dat doe ik graag met katten: ze over hun kop krabbelen, en vragen hoe het gaat.
Ca va?
En als ze dan gaan spinnen, dan weet ik dat het goed gaat. En als ze niet gaan spinnen, dan krabbel ik ze net zo lang over hun kop tot ze dat wel doen.
Ik heb Wilson de afgelopen tien dagen een hoop over d’r kop gekrabbeld.

Niet kattenliefhebbers moeten nu kappen met lezen, ik wens jullie een goeie kerst. En dat meen ik.
Voor de rest: hieronder een schaamteloos en sentimenteel relaas van verdriet.

Weet je, ik had een ontzettend speciale band met Wilson. Om te beginnen is haar naam niet willekeurig. Ze is vernoemd naar de volleybal waaraan Tom Hanks zich psychisch vastklampte toen hij in de film Cast (anagram van Cats!) Away als de een of andere hotshot-directeur van FedEx was gestrand op een onbewoond eiland.
Toen ik Wilson kreeg zat ik ook op een onbewoond eiland. Min of meer dan toch. Ik lag in een scheiding met mijn ex-vrouw; zij bleef in het oude huis aan het Vondelpark wonen, met onze katten, en ik, ik mocht mijn intrek nemen in de afgeleefde studentenetage van een van haar dispuutsgenoten, die op zijn beurt zojuist was vertrokken naar een Vinexwijk in Utrecht Leidse Rijn om daar te gaan samenwonen met iemand die Brenda heette, en die ook echt een Brenda was.
Ik hield kortom mijn hart vast, daar de dispuutsgenoot zich de optie voorbehield, dat mocht het samenwonen tegenvallen, hij per direct weer terug zijn intrek zou nemen in zijn rechtmatige woning.
Oftewel: als het even zou tegenzitten stond ik binnen een paar dagen weer op straat.
Zou ik de Lootsstraat in het aftandste gedeelte van Oud-West, weer moeten verlaten.

Het waren beroerde tijden. Op mijn werk ging het ook al niet lekker. De ICT-branche lag op zijn gat (Ik heb het over de dot.com-crisis, de uit elkaar gespatte internetzeepbel van 2001/2002), en ik had nog wel een baan, maar geen opdracht, en kon ieder moment een Exit-brief op de mat verwachten, zoals 200 van mijn 400 voormalige collega’s inmiddels al hadden ontvangen.
Ik vulde mijn dagen met enorm veel zuipen tot het ochtendgloren, vervolgens een paar uurtjes pitten, om daarna rond de lunch richting het hoofdkantoor in Nieuwegein te rijden teneinde aan bepaalde touwtjes te trekken om een nieuwe opdracht proberen te scoren, wat steevast een onmogelijke queeste bleek, waarna ik depressief terugreed, een paar rondjes rende door het Vondelpark, douchede, en daarna begon aan een nieuwe marathonsessie drinken voor gevorderden.

En toen kwam Wilson. Ze was pas zes weken oud.

Wilson_can

Ik deed niets anders dan met ‘r spelen. We ontdekten samen de tuin op het Noorden. Van de Lootsstraat. De Arabieren om ons heen zaten er nooit, wij des te meer. De gemeente had er ooit in een goeie bui een legioen Hortensia’s geplant, en daar kickten wij op.
Het waren stevige stronken om in te klimmen, goeie bolletjes om een haal te geven.
Als ze was uitgespeeld likte ze mijn vingers. Ze hield niet van de rook, maar ze was gek op de smaak van nicotine.
En daarna gingen we samen in bed naar muziek luisteren en slapen.

Na een half jaar woonde de dispuutsgenoot nog steeds samen met Brenda. Ik had de begane grondetage op de Lootsstraat zo mogelijk nog verder uitgeleefd dan ie al was, dronk nog steeds als een tierelier en had nog altijd geen opdracht. Maar wel de ziekte van Pfeifer. En godzijdank Wilson.
Er kwam een documentaire-maker langs met z’n filmploeg. Wilko Bello. Hij maakte een film over slammers. En EJH, Eus, SMG en ik speelden er de hoofdrol in.
Ik was in die dagen nog te moe om de krant van de mat te tillen. "We zullen het van jou moeten hebben", zei ik tegen Wilson.
Wilson speelde zich helemaal gek in die documentaire. Ik las voor de vorm een gedichtje voor uit een smoezelig boekje. Ik had een joggingbroek aan met een gat van m’n kruis tot m’n knie, een trui die al achttien jaar niet gewassen was. Ik leefde al een half jaar lang op louter drank en sigaretten en verder op Unox tomatensoep, waarvan Wilson de balletjes kreeg.
Zo zag Wilson er niet uit though. Ze was energiek als de pokken.
Echt, ze speelde de sterren van de hemel in die documentaire, ze zette me lief op de kaart. Alsof ze begreep dat het menens was.

Na afloop, toen de filmploeg vertrokken was, zei ik tegen ‘r: "je bent een geboren filmster."
En dat was ze.
En ze likte mijn vingers. En spon.

Wilson en ik. We hebben zoveel meegemaa
kt.

Wat ik ook zo lief vind: toen ik er nog maar net had, moest ik op vakantie. Ik moest weg. Ik moest weg van alles. Ik moest de Alpe D’Huez beklimmen of zoiets debiels, anders kon ik niet verder met mijn leven.
Wilson leek dat te begrijpen. Ze liet zich vrij makkelijk afzetten bij mijn ex-vrouw. Alwaar ze voor twee weken verenigd werd met mijn voormalige katten. De grote rooie, Tom, werd een soort pleegvader voor ‘r.
Tom. Sinds Tom tien jaar terug van 2 hoog naar beneden is gevallen, mankt ie een beetje met z’n rechterachterpoot. Wilson heeft dat overgenomen. Ze was pas 9 weken oud, en kon nog maar net lopen. Toen ze Tom zag, moet ze hebben gedacht dat het zo hoorde: lopen. Dat het pas echt cool was, als je mankte met je rechterachterpoot.
Ze heeft het tot haar dood aan toe volgehouden.
Zo schattig.

En ze was jaloers. Oh my god, wat was ze jaloers. Altijd als ik ‘r optilde keek ze vanuit haar ooghoeken of L. het wel zag. Of L. wel zag hoe lief ik over Wilson d’r kop krabbelde. En als L. de plek naast me in bed verliet om eventjes naar de WC te gaan of thee te zetten, dan was Wilson er als de kippen bij om zich daar uitgebreid neer te vleien, en het gevoeglijk te vertikken om dat stekje te verlaten, als L. terug kwam.
Vond ik leuk.

En anders lag ze op de pickup. Mijn ouderwetse platen-pickup. Goeie muziek. En lekker warm.

Net als mijn vorige favoriete kat, Jimi, die gelijk ik hield van chemisch gekleurde frambozenvla, was Wilson gek op chemisch gekleurde frambozenvla. En op banketstaaf.
Het is het laatste wat ze vrijwillig gegeten heeft: banketstaaf. 

Ik dacht: ik moet geen stukje over ‘r schrijven, want dat is iets persoonlijks, daar moet je andere mensen niet mee lastig vallen.
Maar vanavond, toen ik twijfelde waarover ik moest gaan schrijven, op de screensaver van mijn tweedehands gekochte laptop, die ik er maar niet afkrijg, en die random plaatjes laat zien van hetzij heel stout kijkende pinup-modellen, danwel hemeltergend kitscherige plaatjes van futuristische droomwerelden, als eerste een foto verscheen van een (overigens tamelijk normale) zonsondergang, dacht ik: Okay Wilson. Misschien wil je daar iets mee zeggen.

Je moet weten dat ik mijn katten altijd begraaf tijdens zonsondergang. Wilson is overleden op 11 december, en het leek me op de een of andere manier mooi om haar precies 10 dagen later te begraven, tijdens de vroegste zonsondergang van het jaar, op de kortste dag, 21 december.
Oftewel een speciale zonsondergang. Voor een speciale kat.
Vandaag dus.

Alles werkte mee.
Grieske, die haar tot het eind toe is blijven likken en verbaasd was dat haar oortjes (met de karaktiristieke pluimpjes!) niet terugklapten, nam mooi afscheid:

Begrafenis_wilson_1

Begrafenis_wilson_2_4

En terwijl gedurende de hele dag grijs de hemel besloeg, was op het moment supreme de zon daar. Heel bijzonder:

Begrafenis_wilson_3

Ik heb ‘r begraven. En haar ‘t mooist denkbare plekje gegeven. Tenmidden van haar te vroeg overleden dochtertje Zoe (links), haar jeugdvriendin Mietse, de kat van L. (rechts), en het graf voor de eeuwige duif waarvan ze er zoveel heeft gevangen (achter). Bovenop haar graf, vlak voor het kruis, heb ik de stronk van onze favoriete Hortensia geplant uit de Lootsstraat. Die is al lang dood, maar ik hoop toch dat het ‘r een goed gevoel geeft.

Begrafenis_wilson_4

Maar belangrijker: haar graf op het dakterras is precies op de plek naast de stoel waar ik het liefste zit.
De plek vanwaar ik haar in gedachten nog heel vaak over d’r kop kan krabbelen.

Op zich weet ik dat ik me waarschijnlijk niet druk hoef te maken over haar nieuwe bestemming. Praktisch daags na Wilsons overlijden schreef Sylvia Witteman over het verscheiden van haar eigen kat in het Volkskrantmagazine: "Zij zit nu op een paars fluwelen kussen eekhoorntjespate te vreten. Uit een gouden bakje."

Ik hoop het Wilson.

Wilson_in_heaven

Maar als het niet zo is, dan zit ik naast je.

Een vrije dag

Sinds anderhalf jaar werk ik per week maar 4 i.p.v. 5 dagen per week. Destijds vond ik dat een enorme vooruitgang. Ik herinner me die eerste vrije werkweekdag, het was een woensdag, nog goed.

Om 11 uur ‘s ochtends schrok ik wakker.
"Fuck!" riep ik met een blik op de wekker, "ik heb me vet verslapen! Ik moet als een gek naar kantoor!"
"Liefje", zei L., "vergeet je niet iets?"
"Mijn brood?" vroeg ik, terwijl ik in mijn benen in mijn broekspijpen probeerde te wrikken.
"Je hebt vandaag een vrije dag!", zei L.
"Verrek!"
En ik trok mijn broek weer uit, gleed terug in bed en we maakten er een gezellige boel van.
Even later een koffie verkeerd op een terras aan de grachten, en de zon op onze bolletjes.
"Zo voelt het dus om vrije tijd te hebben", zei ik tegen L.
Ze lachte.

Maar zoals dat gaat met vooruitgang: je went eraan. En voor je het weet heb je je leven afgestemd op de nieuwe situatie.

Dus vandaag vond ik mijzelve op mijn vrije woensdag terug achter een enorme stapel ongeopende post. De post die ik tegenwoordig standaard doorschuif naar mijn vrije dag. Net zoals ik dat doe met diplomatiek te beantwoorden mailtjes, de tocht naar de wasserette, de boodschappen, de telefoontjes naar instanties en bedrijven, de formulieren, de dingen uberhaupt.

En dus is mijn vrije dag inmiddels verworden tot de drukste dag van de week. Het is nu bijna half 3 ‘s nachts. Ik heb vandaag: Alleen. Maar. Nuttige. Dingen. Gedaan.
Toch ben ik pas halverwege mijn Todo-list for Today.
Serieus.

Ik had er desalniettemin stevig de sokken ingezet.
Van tandenstokers kopen t/m de meterstand van het water opnemen. Van kerstkaarten kopen voor mijn Oma’s t/m mijn zorgverzekering updaten. Van de binnengekomen VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) scannen en mailen naar mijn detacheringsbedrijf t/m een PES opsturen naar DSI (was nodig voor de externe mederwerkers van AAB).
Die dingen klinken eenvoudig, maar in mijn geval komt er vaak een hoop bij kijken. Neem bijvoorbeeld die meterstand van het water opnemen. Dat klinkt het simpelst van zo’n beetje alle taken die je kunt verzinnen. Kwestie van de meterkastdeur openen, op de meter kijken, de cijfertjes noteren, antwoordkaart op de bus en klaar!

Mais non. Ten eerste gaat mijn meterkastdeur niet open. Die klemt nogal, moet je weten. Het zou een teken kunnen zijn dat het pand aan het verzakken is, en gevoeglijk de fundering dus naar de kloten is, maar daar wil ik op dit moment liever niet aan denken.
Dus wat doe je? Je gaat met een constructie van touwtjes en sleutels in sleutelgaten in de weer, teneinde die meterkastdeur uit zijn voegen te rukken, opdat ie tenminste opent.
Waarna als beloning je complete vakantie-equipment (van zespersoonstent t/m electrische koelbox) door het trappenhuis komt stuiteren.
Dan neem je de meterstand op van het water, die je netjes noteert op het daartoe bestemde formulier.
Vervolgens daal je de trappen af om je vakantie-inboedel te verzamelen, en grijp je ondertussen met je enige twee vrije tenen de katten in hun nekvel om ze terug op je eigen etage te plaatsen.
Het terug inruimen van de meterkast kost je minstens een uur, want je had na de vakantie alles ontzettend ingenieus ingepast (waar je destijds best trots op was – had een situeringsschets gemaakt sukkel!), maar nu krijg je het er met geen mogelijkheid meer in. 
Laat staan dat je de deur weet terug te persen in zijn sponningen.

Ik bedoel, het lijkt zoiets simpels, een meterstand opnemen.
Kun je nagaan hoe dat bij mij verloopt met VOG- en PES-formulieren.
Die en de andere taken hebben me de resterende uurtjes van vandaag gekost. Ik kan je vertellen: Een en al spanningen en stress. En dan heb ik het nog niet eens over de absolute deadlines voor organisatie- en schrijfdingetjes, die ik ook altijd op mijn vrije dagen inplan.

Ik zou bijna willen waarschuwen: een vrije dag: begin er niet aan. Doe het niet!

Maar eigenlijk zou ik natuurlijk moeten zeggen: als je een vrije dag neemt, neem ‘m dan ook.
Doe iets leuks.
Slaap uit, ga neuken, of desnoods een strandwandeling maken. Maar betrek ‘m nooit, ik herhaal: nooit, in je agenda.

Nk slam 2008 (sort of)

Eigenlijk wil ik het liefst gewoon Wilson terug. Maar dat gaat niet, dat snap ik ook wel. Natuurlijk, je hoopt. Een Christelijke wederopstanding na 3 dagen ofzo. Maar we zijn inmiddels 4 dagen verder en iets dergelijks heeft zich tot nu toe niet voor gedaan. Dus langzaamaan begin ik me bij het onvermijdelijke neer te leggen.

Enfin.
Ondertussen ging het leven door. Afgelopen vrijdag NK slam. Naar omstandigheden voorwaar een gezellige avond. Op de heenweg tijdens de barre (vrieskoude) voettocht van Utrecht Centraal naar Tivoli, op de Oude Gracht aangemeerd bij cafe ****. Een uitspanning die ons was aangeraden door een eenzame roker in een portiek. Als je dan toch de weg vraagt, vraag ‘m dan aan een kenner, zeg ik altijd maar.
En inderdaad. In cafe **** stonden de asbakken nog gewoon op tafel.
Om Neil Armstrong te parafraseren: Een futiele zaak voor de mensheid, maar een belangrijke kwestie voor Sven.

Het NK zelf viel een beetje tegen. Kwalitatief dan toch, vergeleken met de voorgaande jaren.
Ik bedoel, het youtube-filmpje van de dichteres tijdens de slam van Rotterdam, het meisje waar ik op deze site twee dagen vantevoren nog naar had gelinkt, om aan te geven hoe het niet moest, werd Nederlands kampioen (lekkere voorspellende visie heb je, pluk!)

En dat was niet omdat ze plotseling een metamorfose had ondergaan, danwel een kwantumsprong had gemaakt in haar poezie of voordracht. Integendeel. In de eerste ronde van het NK deed ze krek hetzelfde gedicht (over dat dubbele paspoort) als waar ik naar had gelinkt, maar vergat ze deze keer hulpeloos (want in de eerste ronde zonder papier) ook nog eens meer dan de helft van haar tekst.
(voor de diehards: klik op www.poezie.tv van Mike Platenkamp, voor de integrale beelden van het complete NK)

Ze kwam er mee weg. Sterker nog. Ze scoorde er zowel de hoogste applaus- als jury-cijfers mee van alle kandidaten.
Het erge is: niet eens totaal onterecht.

Om maar even aan te geven hoe de top van de hedendaagse Nederlandse slampoetry ervoor stond, afgelopen vrijdag.

Gelukkig werd dat allemaal goed gemaakt door het optreden van de regerend wereldkampioen, de Amerikaan Danny Sherrard.

En ook, want laat ik eerlijk zijn, helemaal kommer en kwel was het nou ook weer niet met de kandidaten, dankzij:
– het onbaatzuchtige gebaar van Sieger Baljon om de ondankbare taak de avond te beginnen die Gijs ter Haar middels loting was toegebeeld, van laatsgenoemde over te nemen.
– de uitvoering van ‘Moment’ van ACG; je kan er van houden of niet, maar deze uitvoering van dit specifieke gedicht verdiende het hele oor van de stier.
– De manier waarop de 17-jarige Milla overeind bleef
– Het welslagen van Jan Ketelaar
– De finale die Gijs ter Haar uit het blote hoofd ten beste gaf, en waarin hij boven zichzelf uitsteeg

Maar, en dat is ook eerlijk, vooral werd het goed gemaakt door de onvolprezen gedoogzone voor een saffie, het weldadig ruimbemeten aquarium voor gezelligheidsmensen in de achterste helft van Tivoli, met voldoende zit(!)plaats voor een fors uitgevallen schoolklas.

Ik trof er o.a. mede-oud-NK-slamkampioenen (die standaard een gratis kaartje krijgen van de organisatie, wat ik overigens heel correct en aardig vind) Krijn Peter Hesselink, JeRoen Naaktgeboren en Bernhard Christiansen. Ik trof er slamwatchende Volkskrantjournalistes, ik trof er eigenlijk iedereen.

Enorm gezellig.
En ik heb er vast domme dingen gezegd.
Dingen die ik niet meer weet.
Maar die lees ik morgen wel in de krant.

Update: Ha! Ik sta inderdaad in de Volkskrant. Weliswaar met mijn naam foutief gespeld ("Swen Adriaans"), maar gelukkig met niet al te beroerde uitlatingen.