Het Boekenfestijn

Voor wie gek is op boeken, maar over niet al te veel duiten beschikt: een weekendtip!
Sinds gisteren wordt in de RAI het jaarlijks terugkerende Boekenfestijn georganiseerd. Nee, dat is niet zoiets als de KunstRai (die tegenwoordig trouwens Art Amsterdam heet) voor de Beeldende Kunst is, "maar dan met boeken".

Welneen!

Hier hoef je geen 15 euro toegang te betalen voor een luxe gedecoreerde mega-showroom met een overdaad aan zeldzame tropische vegetatie, champagnebuffetten en een uitgebreid menu-aanbod van tussengerechten die ‘op een bedje’ van iets liggen, terwijl ondertussen de creme de la creme van Europa’s beste gallerieen/uitgeverijen in veel te dure uitventplaatsen, hun aanbod de vermogende klandizie proberen aan te slijmen.

Integendeel!

Het Boekenfestijn vindt plaats in het armoedigste gedeelte van de Rai, de grote loods die het dichtst tegen de stad aan ligt. Een grijze fabriekshal, zonder verwarming. De koopwaar staat uitgestald op lange rijen van honderden gammele tafels, en er zijn nul verkopers. Afrekenen doe je bij de uitgang, als je door de ijzeren kooiconstructies loopt waarin de kassa’s zijn gevestigd.

Voor wie tussendoor dorst krijgt, of honger, is er een terrasje van plastic tafeltjes aangelegd voor een ingereden hotdogkarretje, op een veldje van gifgroen kunstgras.
Je kan er koffie krijgen uit een verkookte gamel. En officieel ook thee, maar vandaag was de heetwater-leiding kapot. Voor de rest een blikje Heineken, een flesje cola, of een kartonnetje Spa. En qua eten dus een hotdog. Of een broodje kroket. Maar dat bleek ongeveer hetzelfde te zijn (de kroketten zaten in hotdog-broodjes, want de kadetjes waren op).
En je mag er niet roken. Onthou dat. (Vorig jaar mocht het nog wel).

Op de plastic stoeltjes aan de plastic tafeltjes van het terras zaten plastic mensen, althans dat vermoed ik, want ze bewogen amper, en zeiden niets, en ze hadden plastic jassen aan en plastic tasjes stonden aan hun plastic stoelpoten, terwijl ze koffie dronken uit hun plastic bekertjes.

Het was een uitermate deprimerende omgeving, de ideale plek om naar een goed boek te verlangen.
Dat hadden ze slim bekeken, die mensen van de organisatie van het Boekenfestijn.
L. en ik kochten ons helemaal gek.

En dat was nog best een prestatie, aangezien maar 5% van de vloer werd bevolkt door standjes met het predikaat ‘Novels’.
‘= romans’ stond er overigens voor de duidelijkheid achter.
De rest van de hal werd bevolkt door o.a. de categorieen reizen, koken, computers, woordenboeken, atlassen, suikerzakjes verzamelen voor beginners en ‘varia’.
De ‘varia’ bestonden o.a. uit legpuzzels van Kabouter Plop.

Maar zoals gezegd: L. en ik kochten ons helemaal gek. Want ondanks dat de slechts 5% ruimte die de romans was toebedeeld, voornamelijk bestond uit ramsj van geflopte thrillers, lagen er wel degelijk een aantal literaire pareltjes tussen.
Ik kwam een hoop vrienden tegen op de tafels.
Maar die boeken had ik al.
Edoch, ik zag ook vrienden van die vrienden. En zelfs daar weer vrienden van. De hele moderne Nederlandse literatuur lag voor ‘t snaaien daar op dat Boekenfestijn. En dat, dit is belangrijk, voor een vriendenprijsje!

Serieus. L. en ik kochten voor 200 euro zo’n 50 boeken.
Het hadden er nog veel meer kunnen zijn. Want soms was het moeilijk kiezen. Maar ik wilde echt niet meer uitgeven dan die 200.
Dus ook die legpuzzel van de LP-hoes ‘Vroeger of later – Robert Long’ (die absoluut in mijn top 3 van favoriete LP-hoezen staat), heb ik moeten laten schieten. Het ‘Dagboek van een poes’ van Remco Campert (3,99!) vond ik toch leuker.

Maar goed, samengevat: ben je gek op de Slegte, dan is dit je kans. Het Boekenfestijn is een Slegte van meer dan een voetbalveld groot.
In de Rai.
Het duurt nog tot zondag 30 november 18.00.
En de toegang is uiteraard gratis.
O ja, bij de kassa krijg je maar 1 plastic tasje. Zelfs als je 50 boeken boeken koopt. Ook belangrijk om vantevoren te weten.
Wij wisten dat, en hadden er zelf genoeg meegenomen, maar toch, ik zeg het maar even.

Toen we buiten stonden met onze buit, stak ik een sigaret op. De eerste sinds uren. Ik dacht aan veel dingen.
Ik dacht: dit was dus ons uitje van vandaag.
Ik dacht: het voelde eigenlijk meer als een hit and run.

Ik dacht aan de KunstRai. Aan Art Amsterdam. Aan de gedecoreerde tropische vegetatie. En aan de champagne. En aan de kleding van artistiekerige mensen. En aan het rookverbod dat er in praktisch iedere tot gallerie omgebouwde stand genegeerd werd.
Regels waren een futuliteit voor ze, en futuliteiten daar deden ze niet aan. Daar waren het kunstenaars voor. Of althans de verkopers daarvan.

Ik dacht eraan hoe gezellig ik dat vond. Ik dacht aan futuliteiten.
En hoe belangrijk die voor me zijn.

Posterdemo29novmalieveld20nieuw

Advertisements

Waterval (vervolg)

Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik heb zo mijn favoriete plekjes op aarde waar ik me graag pleeg terug te trekken om het op een stevig nadenken te zetten.
Veel van die plekjes liggen in Tiel (bijvoorbeeld ‘Het Eilandje’, of het bestruikte zandstrandje aan de Waal, of de ‘s winters verlaten afmeerplek voor kano’s aan de Linge), anderen bevinden zich helemaal in het buitenland (het vennetje in de heuvels rond Canterbury – Engeland, het strand van het spookdorp Kilini – Griekenland, de metershoge keien in het riviertje de Roanne – Frankrijk).

Al deze plekjes hebben twee dingen gemeen: 1. Er is sprake van water, 2. Er komt geen hond.
Ziedaar de twee belangrijkste factoren om diepzinnige inzichten te verwerven.

Wat schiet een mens in godsnaam op met diepzinnige inzichten? zul je misschien denken. Welnu, daar kan ik kort over zijn: niets.
Het gaat me dan ook niet om die inzichten, het gaat me om het nadenken. Het proces. Mijn ervaring is dat het enorm bevrijdend werkt om er een paar uurtjes tussenuit te knijpen. Om een onverantwoorde vrachtlading aan kostbare minuten te stelen uit je hectische bestaan, teneinde gesitueerd aan een verlaten waterpartij volstrekt vruchteloos te piekeren en te mijmeren over wat geweest is, over het gebrek aan grip op je leven, de complete zinloosheid van het bestaan uberhaupt. 

Nadenken lucht op. Net als neuken, eigenlijk.

Vorige week woensdag was ik in Arnhem. Arnhem en ik go way back. Dat is overigens een derde eigenschap die mijn plekjes delen: ik moet er een geschiedenis mee hebben.

Vanuit het station nam ik de achteruitgang en liep praktisch meteen Sonsbeek binnen, het mooiste stadspark van ons land.
Het was nog vroeg. Te vroeg om een pils open te trekken zonder over je achterhoofd te krabbelen.
Te vroeg ook voor hangjeugd, dagjesmensen en lunchwandelingen van zakenmensen. Plus: het motregende. Op een verdwaalde bejaarde na die zijn hond uitliet was er geen, nou ja, hond.
Enfin, een ideaal tijdstip en ideaal weder kortom, om mijn favoriete denkplek van Arnhem te bezoeken: het bankje onder de van leistenen gebouwde tunnel achter de voornaamste attractie van het park: de grote waterval.

Normaal kom ik daar tegenwoordig 1 keer per jaar, maar dat is dan ‘s nachts. Wanneer mijn oude Amsterdamse studievriend B., die na zijn doctoraal bij de Cito in Arnhem is gaan werken, een feestje geeft.
Met veel te veel drank in mijn mik, strompel ik dan tijdens de terugweg richting het station door de neveldampen van het verlaten park naar de grote waterval, en ga zitten op het bankje.
Daar doe ik vervolgens een gebed voor mijn tante, de jongste zus van mijn moeder.
Ik heb altijd het gevoel dat ze er dan is.

Mijn moeder komt uit Arnhem. Net als de rest van mijn halve familie. Mijn tante was de enige die er bleef.

4 jaar geleden ging ze dood, mijn tante. En daarvoor was ik afgelopen woensdag afgereisd naar Arnhem. Om samen met andere familieleden haar graf te bezoeken. Veel van mijn familieleden doen dat elk jaar.

Maar goed, zover was het nog niet, ik zat bij de waterval.
Voor het eerst sinds mijn jeugd was het overdag.
Het geluid van het water was geweldig. Alsof je onder een douchekop van het Amstelhotel staat. Maar dan zonder nat te worden.
"Ik ga zodadelijk bij je graf kijken", zei ik.
"Het heeft geen haast", zei Marijke, "ik vind het wel geinig hoe je hier elk jaar bij die waterval zit."

Later die middag, na het grafbezoek, en haar favoriete wandelroute over de Veluwe die we collectief hadden afgelegd, liet ze tijdens de borrel een schilderij aan de wand naar beneden donderen, terwijl ik met toestemming van mijn oom haar liefdesbrieven aan het lezen was.

"Ah, ze is er opnieuw weer bij", zei de weduwnaar.
Ze schijnt dat soort dingen elk jaar te flikken.

En hoewel ik dat heel mooi vond, ga ik geloof ik toch het liefst naar de waterval.

Waterval

Het is 3.15. En ik had een zondagnachtstukje.

Tijdje over gedaan. Paar uurtjes op gezeten. Maar het kan niet.

Dus iets anders:

Grote_waterval_sonsbeek_2 

Dit is de plek waar ik elk jaar langs loop.

Dit is de plek waar ik herdenk.

Dit is de plek waarover ik morgen meer schrijf.

Prettige wedstrijd

"Je bent gek", zei L. zoeven, toen ik aanstalten maakte om naar boven te gaan teneinde mijn zondagnachtstukje te schrijven.
En ze heeft gelijk. Beter zou ik met een beker warme melk onder de wol kruipen want ik ben zo brak als een gootsteen.

Dat ben ik eigenlijk het hele weekend al, maar gisteravond kwam daar nog een feestje bovenop. Een feestje van een dichter, dus dan weet je het wel. Intelligent converseren over de nieuwste ontwikkelingen in de moderne literatuur Ontzettend zuipen tot ontzettend laat.

Het aanvangstijdstip dat in de uitnodiging stond vermeld, was half 9.
"Dat is niet reeel", zei L.
"Nee", beaamde ik, "dat zouden we niet overleven. We zijn geen twintig meer."
"Of dertig", zei L.
"We zijn vet bejaard", zei ik, "we moeten geen risico’s nemen. We gaan zo laat mogelijk, met de allerlaatste tram. Voor onze eigen gezondheid."
"Precies", zei L., "of beter nog: misschien kunnen we lopend gaan. Dat is nog gezonder."
"Weet je wel hoe ver dat is?" vroeg ik, nadat ik het adres in Googlemaps had ingevoerd.
"Een kilometertje of 6, schat ik", zei L.
"Minstens."
"We kunnen onderweg een paar keer stoppen bij een leuk cafeetje" opperde L.
"Daar zit wat in. Maar dan moeten we over niet al te lang vertrekken, want serieus, het is een pokke-eind."

We vertrokken om half 7.
Onze eerste halte was het huis van mijn ex-vrouw, waar ik de katten nog even eten moest geven. Tijdens die 500 meter had het zowel gesneeuwd, geijzeld als gehageld en als twee verschrikkelijke sneeuwmannen doken we het portiek in van de statige woning aan het Vondelpark.
"We hebben wel een hartversterkertje verdiend", zei ik, en plukte een pils uit mijn rugzak, "weet je zeker dat je de rest van de route nog wil gaan lopen?"
"We kunnen ook de tram nemen tot het Leidse Plein", zei L., "en vanuit daar verder kijken."
"Goed plan."

Om half 8 zaten we aan het Leidse Plein in cafe Eijlders. Waar ze een geniale rookruimte hebben (de complete serre). En de beste bitterballen van de stad.
Als ober hadden we Ron, een aardige man die in zijn vrije tijd nogal eens gedichten schrijft.
"Hey Sven", zei ie, "lang niet gezien! We waren al bang dat je helemaal niet meer in de horeca kwam!"
"Ik las vorige week op de site van Pom dat je hier mocht roken", zei ik.
"Mooi", zei Ron, "welkom terug! Wat mag het zijn, Duveltje?"
"Doe maar een vaasje", zei ik, "ik moet denken aan mijn gezondheid. En een portie bitterballen graag."

Om 9 uur werd ik in Eijlders gebeld door dichter MdB. Hij vroeg of ik nog op het feestje van dichter SM kwam.
"Uiteraard", zei ik.
Tegen L. zei ik: "Misschien moeten we zo weer eens verder."
"We moeten eerst nog iets gezonds eten", zei L.
"Hier?" vroeg ik.
"Nee, duh! Misschien hebben ze iets gezonds bij de Doffer", zei L., "een soepje of zo."

Om half 10 at L. een erwtensoep en ik een Thaise vissoep bij de Doffer. Ik nam er een goed glas rooie wijn bij.
En nog twee.
De soep kreeg ik niet op.
"Smaakte het niet?" vroeg de serveerster.
"Jawel, maar het was erg veel", antwoordde ik.

Om 23.00 uur zaten we in cafe de ****, waar na 18.00 illegaal doch overmatig driftig wordt gerookt, en dat vind ik nu eenmaal uitermate gezellig. Zo gezellig dat we de laatste tram naar het feestje misten.
"Kut, we hebben de laatste tram gemist", zei L.
"Izz geeh plobleem, dan nemen we gewooh eh zaxi", zei ik, en voegde de daad bij het woord door met gevaar voor eigen leven de route van een voorbijstormende Mercedes te blokkeren.

Rond middernacht kwamen we aan op het feestje. Dichter BW zat met een vinger in het verband aan een tafeltje.
"Zelfmoord proberen te plegen?" vroeg ik.
En dat was dan nog de intelligentste opmerking die ik gisteren over mijn lippen wist te krijgen.

Van de rest van de avond/nacht weet ik weinig meer.

Behalve dat ik tegen MdB heb gezegd dat er met zijn bril niks mis was, dat ik er gewoon aan moest wennen. En dat ik een kleurtje voor de glazen suggereerde. Wat ik nu, vanavond, dan weer een slecht advies vind.

En dat dichten gelul is, want het zijn enkel anekdotes. Volgens dichter/romancier BW.

En dat dichter PtB, naast dichten en uitzendwerk verrichten voor de ABNAMRO, wel degelijk een beetje gitaar kan spelen.

En dat ik ontzettend fan ben van Keith Richards. Net als de organisator van het feestje, de dichter SM.

Van die laatste blijk ik ook een foto te hebben gemaakt, zag ik zoeven op mijn mobiele telefoon:

Sander_meij_gitaar_2 

Het is een wazige foto. Ik zal mijn poten niet meer recht hebben kunnen houden. Wellicht omdat ik ondertussen hard gillend flarden songtekst van Nirvana aan het debiteren was.

En om een uurtje of half 6 moet ik op de bank in Huize SM in slaap zijn gevallen. Languit. Mompelend dat de gitaar gestemd moest worden. Want die stond knettervals. De snaren klonken als lukraak gespannen waslijnen, zompig als klei en van inferieur plastic.

Vlak voordat ik insliep, dacht ik aan het moment dat ik de trap van mijn woning afdaalde en de eerste halve liter van de dag had open gerukt.
"Prettige wedstrijd", had ik tegen mijn lichaam gezegd, voordat ik de sneeuw trotseerde.

"Je kan me de ballen hachelen", zei mijn lichaam gisteren om half 6, bij SM.
Zzzz.

Om zes uur schudde L. me wakker op de bank.
"Iedereen gaat weg", zei ze, "we moeten gaan."
"Maar ik was net aan het dromen", zei ik slaapdronken, "het was echt geweldig ik had.."
"De taxi staat al voor de deur."

We reden in de taxi naar huis.
Daar sliep ik tot vanmiddag 15.03.

Hey, dacht ik toen ik wakker werd en naar de wekker gluurde, dat is de geboortedatum van mijn vader.
"Boeie", zei mijn lichaam.
"En het sneeuwt!", zei ik toen ik uit het raam keek.
"Ja, ja, heel pitoresk allemaal", zei mijn lichaam, "maar als je het niet erg vindt: ik, oftewel jij bent totaal naar de kloten. Ik geef je bij deze een koppijn van hier tot Tokyo."
"Argghh, ik voel ‘m", zei ik.
"Je zoekt de volgende keer maar mooi iemand anders voor je wedstrijdjes", zei mijn lichaam.

"Je bent gek", zei L. zoeven.
Maar mijn lichaam en ik, we doen toch weer een potje.

Rookverbod

Het is vrijdagnacht en ik merk dat ik na een keiharde werkweek te uitgeput ben om een intelligent stukje te schrijven. Dus daar ga ik me dan ook niet aan wagen.

Maar toch, het zijn spannende tijden, en ik wil even iets kwijt.

En nee. Dan heb ik het niet over de headliner uit het nieuws van vandaag, te weten de ABNAMRO die nu samen met Fortis 1 bank moet gaan vormen. Want daarvan kan ik jullie de uitkomst nu al voorspellen: dat wordt een groot Betuwelijn/OV-chipknip/Noord-Zuidlijn-drama, als ik de sentimenten op onze werkvloer mag geloven.

En nee, ik heb het ook niet over de newsrunner-up, de "weedtop", geinitieerd door mijn favoriete CDA-er, Gert Leers, de burgemeester van Maastricht. Op zich fantastisch wat ie vandaag voor elkaar heeft gekregen: alle belangrijke burgemeesters van het land in een unaniem ondertekende persverklaring, op 1 lijn krijgen inzake hun mening over het huidige gedoogbeleid van softdrugs in Nederland. Regelrecht geweldig hoe ze er pal voor staan, en het zelfs willen verbeteren door voor ‘betere regulering van "de achterdeur" te pleiten, om zodoende de criminele sector buitenspel te zetten en de kwaliteit van de weed, en daarmee zo min mogelijk risico’s voor de volksgezondheid, te waarborgen.’

Toch is het niet het softdrugsbeleid wat me hedentendage het meest bezig houdt. Het is die andere kwestie die onze natie regelrecht door het hart splijt.

Precies. Het rookverbod. Op alle opiniepagina’s van de landelijke kranten, op elk willekeurig internetforum, of het nu van GeenStijl is, of dat van de Volkskrant, niets sorteert heftigere en vooral meer reacties, dan de discussies over een wet die door de Tweede Kamer met 132 tegen 18 stemmen is aangenomen.

Als er ergens een discrepantie zit tussen Den Haag en de praktijk, dan is het daar.

Of nou ja, laat ik dat nuanceren. Als ik al die duizenden reacties van rokers en niet-rokers kort door de bocht mag samenvatten, dan trek ik met mijn Maurice de Hond-jasje aan, de volgende top 5 van democratische conclusies:

1. Een grote meerderheid is blij dat er niet meer in restaurants mag worden gerookt.
2. Een grote meerderheid is blij dat er zat cafees zijn waarin niet wordt gerookt.
3. Een meerderheid vreest de overlast op straat.
4. Een meerderheid is blij dat er rookruimtes zijn.
5. Een meerderheid is blij met het verzet van de kleine Horeca, omdat ze vindt dat er in kleine cafees die geen gelegenheid hebben om een aparte rookruimte te creeeren, gewoon gerookt moet kunnen worden.

Zie daar de stem van onze bevolking. Hoe eenvoudig wil je het hebben?

Ik, persoonlijk, denk dat het allemaal heel simpel kan worden uitgevoerd. Dat het armpje-worstelen tussen de Minister en de Kleine Horeca nergens voor nodig is.

Ik bedoel, ik snap best dat ten gevolge van de tijdgeest onze huidige Minister van Volksgezondheid als de dood is om voor slappe lul te worden versleten.
Maar met alle respect, geachte excellentie, kom op! Vervul met behulp van dit ‘voortschrijdende inzicht’ uw democratische plicht. Als u daar tenminste nog in gelooft.

En als u daar niet in gelooft, ook geen probleem, want ik geef u gelijk: democratie is een draak van een bestuursmiddel. Beter bepalen we het op grond van rationele argumenten.
Net zoals de belangrijke burgemeesters van dit land. Over dat softdrugsbeleid.

Ik hoor u nu al zeggen: "Ja, ja. En dan lossen we daarna zeker ook nog even tussen neus en lippen samen de kredietcrisis op."

"Wie weet", zeg ik dan, na 14 pils, "maar als u mij daarvoor persoonlijk wil vragen dan moet er wel een sigaret tussen die lippen, want anders kan ik niet nadenken."

"U bent verslaafd", zegt u dan, "u kan alleen nog maar onzin praten, u bent dronken."

En daarin moet ik u vervolgens gelijk geven. "Maah", zeg ik, "weezje, hez is gewooh echwh waah!"

Want het is echt waar. 
Zonder sigaretten kan ik niet nadenken.
Ik heb het sinds het rookverbod in ging sinds 1 juli al te vaak meegemaakt.

Pas gaf iemand me de verklaring. Die eigenlijk heel eenvoudig en voor de handliggend is: Als je niet kan roken ga je sneller en dus meer drinken.

Enfin. Ook goed voor de staatskas. Dat drinken.
Duzz, wah luhl je nouh, mahm!

Bezzde Ab, azz vrieuwde ondel ekaah, denk naah!

Sorry meneer Klink, even serieus. Ik heb begrepen dat uzelve heel af en toe ook een sigaret op steekt. Geeft niks, ga ik niet tegen u gebruiken. Maar geef toe dat het, hoe ongezond ook, een overweldigend, niet te omschrijven sensatie kan bewerkstelligen. En ook u heeft ongetwijfeld boeken van Sartre, de belangrijkste Europese schrijver van de afgelopen eeuw gelezen. De man die liggende op zijn sterfbed, waarin ie een hoop pijn leed (euthanasie bestond nog niet), de vraag van collega-schrijver Levy’ "waarom wil je uberhaupt nog leven?" als volgt beantwoordde:

"Om te roken."

Dat het mag bijdragen aan uw inzicht. Doe er uw voordeel mee. Laat ons Samenleven. Gun iedereen het Licht. Verwordt van hel tot held.

Top 5

Dit weekend was een van mijn rustigste weekenden uit de afgelopen 5 jaar. En dat beviel zo goed, dat ik het niet op de valreep om zeep wil helpen.
Kortom geen ellenlang stukje vanavond.

Maar niet getreurd, er valt genoeg te lezen. Want daar gaat dit stukje over: lezen. Om mezelf zo veel mogelijk inspanning te besparen ga ik daartoe terug grijpen op een beproefd recept om aan weblogvulling te doen, te weten de presentatie van een top 5.
Om precies te zijn: de top 5 van mijn favoriete boeken allertijden.

Let op, het gaat een eerlijke top 5 worden. Dus wat zodadelijk gaat volgen is geen intellectueel-correct rijtje van onondekte pareltjes. Dat doe ik een andere keer. En dat wordt dan de top 5 van boeken die jullie niet kennen, maar absoluut zouden moeten lezen.

Bij deze boeken hoeft dat niet. Want die kennen jullie al. Zeg niet dat je ze niet kent, want dan stel je me teleur. Het zijn stuk voor stuk bestsellers geweest.
Nou zijn de meeste bestsellers de moeite van het lezen niet waard, ik geef ‘t onmiddellijk toe. Maar dit is andere koek. Dit zijn nou van die boeken die het stickertje bestseller als een Purple Heart op hun omslag zouden mogen gespen.

Genoeg geluld. Voor de draad ermee!

1. The Catcher in the Rye – J.D. Salinger
2. Ham on Rye – Charles Bukowski
3. Een dag van Ivan Denisovitsj – Alexander Solzjenitsyn
4. De uitvreter/Titaantjes/Dichtertje – Nescio
5. Honger – Knut Hamsun

Voor de lol geef ik jullie als extra leesvoer de beginzinnen mee. En daarna ga ik pitten.

5. Honger – Knut Hamsun
In die tijd zwierf ik met een hongerige maag door Kristiania, de vreemde stad, die niemand verliet zonder er door getekend te zijn.

4a. De uitvreter – Nescio
Behalve den man, die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond, heb ik nooit een wonderlijker kerel gekend dan den uitvreter.

4b. Titaantjes – Nescio
Jongens waren we – maar aardige jongens.

4c. Dichtertje – Nescio
Tweemaal schudde de God van Nederland zijn eerbiedwaardig hoofd en tweemaal schoven z’n eerbiedwaardige grauwe bakkebaarden heen en weer over z’n vest.
‘t Klopte niet. Ergens moest een fout zijn. Een dichter met nergens haar, dat was heel vreemd.

3. Een dag van Ivan Denisovitsj – Alexander Solzjenitsyn
Zoals meestal werd om vijf uur in de ochtend de reveille geslagen, te weten met een hamer op een stuk spoorwegrail dat naast de blokhut van de kampcommandant hing.

2. Ham on Rye – Charles Bukowski
Dit boek heb ik helaas niet bij de hand, want dat ligt nog bij L. En ik ben niet zo’n freak die alle beginzinnen van romans uit z’n kop kent. Bukowski moet het ook niet direct hebben van z’n beginzinnen. Ik pakte er net even ‘Bukowski – Selected letters’ bij. Zijn verzamelde briefcorrespondentie. En in dat boek ‘Selected letters’ begint de eerste brief met de zin: "I’m alive and drinking beer."
Hij is behoorlijk to the point altijd, die Charles, en dat vind ik meestal wel gezellig.
Ham on Rye is het enige boek over z’n jeugd. En daarin is van gezelligheid weinig sprake. Het is briljant.

1. The Catcher in the Rye – J.D. Salinger.
If you really want to know about it, the first thing you’ll probably want to know is where I was born, and what my lousy childhood was like, and how my parents were occupied and all before they had me, and all that David Copperfield kind of crap, but I don’t feel like going into it, if you want to know the truth.

Ik bedoel, als zo’n zin al geschreven is, wie durft het dan nog aan om uberhaupt te beginnen aan een roman.

Een K.O. in de eerste ronde.
Welterusten.

PS. O ja, ik ben ook best benieuwd naar jullie top 5. Wie durft?

Update!

L.’s top 7 (ze kan niet kiezen)

1. Thomas Pynchon – Gravity’s Rainbow

2. Michel Tournier – De Elzenkoning

3. Knut Hamsun – Honger

4. Ingeborg Bachmann – Malina

5. Nescio – Titaantjes

6. J.D. Salinger – Franny & Zooey

7. William Faulkner – Light in August

Verdieping

Vanochtend las ik vlak voordat ik naar mijn werk ging een artikeltje in de Volkskrant. Het had als titel: "Jongeren willen geen verdieping."
Ik citeer de eerste regels: Jongeren willen nieuws dat snel, kort en gratis is, concludeerde het Commissariaat voor de Media deze week in de jaarlijkse Mediamonitor.
Wat ze niet willen, volgens collegelid prof. dr. Jan van Cuilenburg, is achtergrondinformatie. ‘Verdieping van het nieuws, daar hebben jongeren geen enkele behoefte aan.’

Het volledige stukje, dat overigens vrij kort is, valt hier te lezen.

Het artikel eindigt met de vrij dramatisch klinkende slotzin: ‘De overheid zou zich op zijn minst kunnen afvragen wat het verdwijnen van kranten betekent voor de democratie.’

Precies! dacht ik, net zoals de 500 generaties voor mij: zie je wel! De jeugd is te dom om voor de Duvel te dansen en groeit op voor galg en rad. Laten we ze per direct het stemrecht ontnemen Hoe kunnen we er toch voor zorgdragen dat ze zich beter informeren inzake de belangrijke kwesties in deze wereld?

Ik dacht erover na terwijl ik naar mijn werk reed en in mijn stokoude oliedampen zwetende Volvo aansloot in de file op mijn fiets.
Ik kwam er niet uit.

Aangekomen op de ABNAMRO nam ik met een cafe au lait het internet door (Ik heb nooit gezegd dat ik geen goeie baan heb).
Niks bijzonders. Veel over Vogelaar, en voor de rest stond de beurs lichtjes in de plus en waren de benzineprijzen met een centje gedaald.

Ik werkte wat, ik lunchte wat, en vergaderde het een en ander.

Aan het einde van de werkdag startte ik nu.nl nog eens op. En mijn oog viel op een artikeltje met de titel: ‘Sluiten coffeeshops leidt niet tot meer illegaliteit’
In een automatische reflex dacht ik: ‘Dat kan nooit kloppen. Daar zit vast een wereldvreemd beroerd duur kut-onderzoeksbureau achter, dat precies weet hoe ze de uitkomsten tot in detail wetenschappelijk moeten onderbouwen om hun opdrachtgever (en de journalisten) te pleasen, maar dat zich tegelijkertijd verschuilt achter axioma’s/aannames/vooronderstellingen die voor deze specifieke casus totaal geen opgeld doen (maar waar die journalisten toch nooit vragen over stellen) …’

Ik besloot het artikeltje te lezen

Zoals het door nu.nl wordt gepresenteerd, rammelt het onderzoek aan alle kanten. Ik hoop dat jullie dat met me eens zijn.
Zoniet, wees niet bevreesd, ik leg zodadelijk uit waarom ik dat vind.

Na mijn werk reed ik in het donker naar huis, viste aldaar aangekomen het Parool van de trap, zette water op voor de asperges uit Peru (Super de Boer – in Amsterdam Oud-Zuid zit nog een verborgen filiaal – tip!), en nam de Amsterdamse verzetskrant door.

Tot mijn grote teleurstelling maakten zij het in hun vetgedrukte kop en navenant onderschrift net zo erg, zoniet erger:

Coffeeshop dicht kan best


LANAKEN – De vrees dat de sluiting van coffeeshops in de grote steden leidt tot illegale drugshandel is niet gerechtvaardigd.

I mean: Yeah, right.
Ik zeg: met een beetje common sense. En met een druppeltje ervaring. Come on!

Weet je wat het is lieve mensen?
Het onderzoek van de geachte wetenschappers Fijnaut en de Ruyver (een Belg) gaat uit van het/de volgende axioma/aanname/vooronderstelling:

– Drugsoverlast wordt veroorzaakt door buitenlanders

Doen ze goed. Hierbij hebben ze de media/publieke opinie alvast mee.

Daarna maken ze blijkens het artikel de volgende redenering:

– In Nederland kunnen die buitenlanders gedoogd drugs verkrijgen
– Ze kunnen diezelfde drugs ook illegaal verkrijgen in hunne eigene land, hein? Vrij gemakkelijk dan toch.
– Exact. Dus als we die softdrugs hier verbieden, oftewel ook illegaal maken, dan komen ze niet meer naar ons toe
– Dat zeg ik! En dus dan gaat er ook geen extra omzet komen voor de illegale Nederlandse markt, hein?
– Precies! Problem solved!
– Als water zunnene dicht, collega Fijnhout! Gene speld tussen te krijgen!
– Laten we er een persbericht uitdoen met de titel: ‘Sluiten coffeeshops leidt niet tot meer illegaliteit’!
– Genial!
– Doe jij de factuur eruit, collega de Ruyver?
– Ah, jullie Nederlanders! Het is altijd om ‘t geld, hein? Mais, a la, consider it done!

Bon.
Quizvraag: Wat ging hier mis?

Door een subtiele verstrengeling van een publiekelijk geaccepteerd(e) axioma/aanname/vooronderstelling met een op zich volstrekt logische redenering wordt de schijn gewekt dat de uitkomst daarvan tot een gedegen wetenschappelijk onderzoek leidt.

Maar zo werkt het niet.
De mannen vergeten iets.
Wie? Wie?

Precies! Ons! Wij, Nederlanders, lokale gebruikers.
Op het moment dat de coffeeshops hier sluiten moeten alle recreatieve gebruikers, hoewel dat dankzij het Nederlandse gedoogbeleid percentueel maar de helft is van wat er in overige landen rond loopt, zijn toevlucht nemen tot de illegaliteit.

En goh, dat zouden best eens een hoop mensen kunnen zijn. En, o ja, jeetje, misschien best nog wel eens veel meer dan dat relatief kleine zwikje Fransen, Duitsers en Belgen dat in Venlo een paar grammetjes wiet afrekent bij de plaatselijke coffeeschop van ons Guido, Wil of Fons. Dus natuurlijk leidt het sluiten van coffeeshops WEL tot een grotere gang richting de illegaliteit. Duh.

Nadenken, daar gaat ‘t om.

En dat kunnen jongeren best.
Het zou helpen als de gevestigde kranten eens zouden kappen met ‘t klakkeloos overnemen van voorgekauwde ANP-newsfeed, omdat ze weer eens een trits kwaliteitsmedewerkers hebben ontslagen.
Als ze de trend willen keren, dan moeten ze zich duidelijker gaan onderscheiden.

Als je jongeren wil bereiken, onderschat ze dan niet.