Vertraagd bericht

Gisteren en vandaag lag de update-server van web-log.nl eruit en kon ik het nu volgende bericht niet plaatsen, maar hierbij dus alsnog:

Goed. Ik wilde dus gaan freelancen, verzon ik tijdens mijn zomervakantie. Het grote geld. Het zelf cashen van de uurtarieven van meer dan 100 euro die mijn detacheringsbedrijf nu voor 2/3 opstrijkt.

Dat was het plan. Zo lagen de knikkers. Ik was een heel eind. De plannen waren ver gevorderd, tot in praktische zin aan toe, met de Kamer van Koophandel, BTW-nummer en alles.

Enfin. Vanmiddag was het zover. Voor de vaste lezers van plukdenacht: vanmiddag zou ik Het Allesbeslissende Gesprek hebben. Vanmiddag zouden De Definitieve Onderhandelingen plaatsvinden.

Vanmorgen toen ik opstond was ik ziek. Niets ernstigs (disclaimer: althans niet voor zover ik weet), enkel een griepje, keelpijn en een fikse verkoudheid. Ergo peanuts vergeleken bij een stevige kater, dus ik had mijn lurven bijelkaar gevat en ben gewoon naar kantoor getogen.
Ter plekke oefende ik mijn functie uit en zat geduldig de tijd uit tot een paar uur later mijn Unitmanager op visite zou komen bij de ABNAMRO, met in zijn handen een eindbod dat mij er van zou moeten gaan overtuigen toch alsjeblieft voor zijn detacheringsbedrijf te blijven werken.

Het waren lange uurtjes.

Met lekkende neus dronk ik de ganse ochtend nr 43’s (cafe au laits zonder suiker) en checkte ondertussen de realtime intraday-koers van de aandelen Aegon en ING.
Dat laatste was op een gegeven ogenblik met ruim 18% gedaald tot 5 euro en 35 cent.
Belachelijk.
Want zulks bij een winst per jaar per aandeel van 4 euro. Oftewel, even kort door de bocht: koop eenmalig voor een tonnetje ING en je hoeft de rest van je leven niet meer te werken, want voor die investering krijg je tot aan je dood jaarlijks grofweg 75.000 euro uitgekeerd.
Dat is meer dan 6000 euro per maand! Daar moet toch van rond te komen zijn.

Sorry dat ik afdwaal, maar ik bedoel, een koers/winst-verhouding van onder de 1,5! Bij een bedrijf dat de staat nooit failliet zal laten gaan! Dus je loopt geen enkel risico!
De beurs was knettergek geworden, besloot ik.
Aan de andere kant: dat is de beurs altijd al geweest. En het beroerde is: de beurs krijgt altijd gelijk. Ik zal niet op de details ingaan, maar het heeft te maken met selffulfilling prophecy. En met dat ruim 90% van het geld op aarde er niet is en ook nooit is geweest. En misschien heeft het ook iets te maken met dat zolangzamerhand steeds meer mensen dat laatste in de smiezen krijgen.

Eerlijk gezegd vind ik het wel fascinerend, die hele kredietcrisis. Het is bovendien de ultieme ontwikkelingshulp. Het werkt wereldwijd waanzinnig nivellerend. Als we in dit tempo neer blijven gaan, schieten onvermijdelijk op een gegeven ogenblik de prijzen voor de eerste levensbehoeften (landbouwproducten) de hemel in, en wordt het lucratiever om de spreekwoordelijke schapenherder te worden in de Pyreneeen, dan topbestuurder in de financiele sector.
Cool.

Ik had duidelijk koorts.

Maar daar was dan toch eindelijk het verlossende telefoontje vanuit de balie van de ABNAMRO dat mijn Unitmanager was gearriveerd.

We tapten koffie en wisselden beleefdheden uit ("Hoe was het in Zwitserland?"/"Ja, goed!"/"Waar zat je?"/"Ongeveer op het drielandenpunt"/"Bij Martigny in de buurt?"/"Je kent het?/"Inderdaad, ik ga daar altijd op wintersport, heb je trouwens die dinosaurus nog bezocht die daar begraven ligt?"/etc,enz).
Dinosaurus? dacht ik, welke dinosaurus? maar dat zei ik niet. Ik zei: "Uiteraard!"
Want zo ben ik. Gemakkelijk in de omgang. Als het mijn werk betreft tenminste.

Mijn Unitmanager had ook de HRM-manager van het detacheringsbedrijf meegenomen. "Die kan ons precies vertellen wat de gevolgen zijn van salariswijzigingen op je emoluentenoverzicht", vertelde mijn unitmanager, terwijl de HRM-jongen zijn laptop aansloot op het dichtsbijzijnde stopcontact in het vergaderkamertje dat ik had gereserveerd.
Fuck emoluentenoverzichten! dacht ik, hou het alsjeblieft simpel! In het laatste emoluentenoverzicht dat de HRM-jongen me in het kader van de onderhandelingen op verzoek van mijn Unitmanager voorafgaand aan mijn Zwitserlandvakantie had opgestuurd, stonden maar liefst 13 fouten (waar ie bovendien een week over had gedaan), die gezamenlijk neerkwamen op een misrekening van 700 euro per maand.
Maar dat zei ik niet. Ik zei tegen de HRM-jongen: "goed dat je er bij bent."

Mijn unitmanager begon. Hij zei: "Je moet wel gek zijn als je nu, met die kredietcrisis, in deze onzekere tijden, wilt gaan kiezen voor een freelance-bestaan."
Ik zei (overigens naar waarheid): "het aanbod van opdrachten is minder, dat geef ik toe, maar ik heb er 5 waar ik zo kan beginnen voor 3 keer zoveel als wat ik van jullie krijg."
"Je snapt dat ik aan dat bedrag niet tegemoet kan komen", zei mijn Unitmanager.
"Dat snap ik", zei ik, "wat kan je me wel bieden?"
"Wat is je uiterste grens?" vroeg ie.
"Wat is jouw uiterste grens" vroeg ik terug.

Hij noemde iets.

En ik moet eerlijk zeggen, dames en heren, het viel me tegen.
Echter. Hij keek er ontoornbaar bij. Had ie vast geleerd op de een of andere cursus, maar toch: het werkte.
Want. Ik ben een laffe lul. Ik ben geen man van risico’s.
En bovendien had ik op deze manier toch mooi, met een beetje creatief administratief kunst- en vliegwerk mijnerzijds, gebruikmakend van legitieme regelingen en het alarmerdende gebrek aan rekenkennis binnen ons bedrijf, budgetneutraal 4 weken extra vakantie per jaar. En geloof me, in de detacheringswereld is dat veel. Heel erg veel.

De HRM-jongen was nog steeds zijn laptop aan het opstarten.

Met mijn unitmanager sloot ik deal dat ik er nog een nachtje over zou slapen. Maar dat als ik morgen zou beslissen, hij het nog voor 31 oktober zou regelen, opdat de verhoging inging per november.

Ik denk dat ik het ga doen. Ik denk dat ik het gewoon ga doen. Vier extra weken vrij per jaar. Vier losse weken een huisje huren in weetikveel, bijvoorbeeld het kustgebied, tijdens rare maanden als januari, februari, maart en november om eindelijk aan iets van een roman te kunnen schrijven. Of in ieder geval aan iets waar ik al veertig jaar nog niet echt ben toegekomen.

Advertisements

Suggestie

Let op: ik ben moe, dronken en ik barst van de koppijn. Dat laatste had ik vanmiddag toen ik opstond ook al, maar toen nam ik een aspirine, draaide me nog eens om, en een half uurtje later was alles weer flex.

Nu is een ander verhaal. Ik bedoel, je kan hetzelfde spelletje niet ongestraft vier keer per etmaal herhalen.
Blijkt.
Goed. Nog 1 keertje dan. Nog 1 keertje zal ik er een drink-en-schrijf-sessie tegenaan smijten. Kan mij het schelen.
Het past welbeschouwd ook helemaal in het kader van de alsof-ABNAMRO-campagne.

Alsof ik morgenvroeg niet hoef te werken.
Alsof ik niet te schaften heb met dringende courante problematische situaties, waarvoor zo snel mogelijk een oplossing dient te worden gezocht.
Ik noem geen financien, ik noem geen wrikkingen in de naaste sociale omgeving, ik noem niks.

Ik doe alsof.
Ik schrijf fictie.

Vandaag heb ik fictie geschreven.
Dat was nieuw voor mij. Zeg maar gerust een experiment.
Ik geloofde nooit in fictie. Fictie vond ik nep. Onecht. Beter dan de waarheid kan je niet schrijven, meende ik. Met de nadruk op menen.

Vanmiddag heb ik fictie geschreven. Het kostte me een hoop drank.
Ik weet niet of het een goed verhaal is geworden. Dat kan ik nu nog niet beoordelen. Daar moet ik eerst een paar nachtjes over slapen. Maar dat het geheel eindigt met de zinsnede "een stijve van hier tot Tokio" is wellicht een niet al te best teken.

En als ik erbij vertel dat de protagonist uit het verhaal een kleuter is, dan wordt het helemaal dubieus.

Maar toch. Sommige dingetjes waren best grappig. En na eerste lezing vond ik het niet eens zo slecht. Plus: Het zou zomaar echt gebeurd kunnen zijn!

Het was ook echt gebeurd.
Maar dat hoefde niemand te weten.
Dat is het voordeel van fictie.

PS: verhaal volgt binnenkort. Na nachtrust, en het eventuele terechte besluit dat het niet goed genoeg is voor inzending naar het een of het ander.

Tot die tijd: dit op zacht volume: Een van mijn begrafenisliedjes

Zwitserland (slot)

Zie eerst wat vooraf ging: Zwitserland (1)

Vanavond tot slot nog wat willekeurige dagboekfragmenten, en een foto:

Zaterdagnacht, 11-10-2008 (dat rijmt!), Champex Lac (CH), 1.00 am.
Alles ging goed! De 40 cadeautjes geven aan mijn ouders voor hun 40-jarig huwelijk ging goed. Het weer was goed (we zaten in de tuin van ons Chalet op 1500 meter hoogte, in de zon, met korte mouwtjes), zelfs het voordragen van het gedicht van Alberdinck Thijm ging goed.
Alleen, nu, vele pilskes later, merk ik dat ik niet meer kan schrijven. Niet in kleine aan elkaar geschreven letters en niet in B L O K L E T T E R S. Het is allemaal onleesbaar. En ook qua inhoud is het knudde.
Dus beter ga ik iets lezen.
Maar eerst roken. In dit niet-rook-chalet. Uit de balkondeur van mijn kamer waarvan ik de elektrische verwarming met voorbedachte rade op 25 graden (dat rijmt!) heb gezet (en dat ook!). (Maar dit is zoals gezegd tot dusver bepaald nog geen gedicht. Allicht).

Zondagnacht, Champex Lac, 3.00 am
Alex Boogers aan het lezen: ‘Het sterkste meisje van de wereld’.
Hij woont en werkt in Vlaardingen. Dat was al een slecht teken. En hij blijkt inderdaad geen goeie schrijver. Het is een Bukowski-wannabe en een slechte Salinger-imitator. Kortom alles wat ik zelf soms vrees te zijn.
Ik lees het als een gek. Ik ben al op bladzijde 142.
[..]
Ik had eerder vannacht, toen ik ging roken, twee mooie gedachtes in mijn hoofd. Twee dingen waarvan ik dacht: die moet ik opschrijven.
De ene ging over wat mijn USP (Unique Selling Point) was als schrijver. Dat had Ronald Giphart namelijk gevraagd aan Alex Boogers. En Alex wist het niet.
Ik wist het eerlijk gezegd ook niet. Niet van Alex, en ook niet van mezelf. Maar ik dacht eerder vannacht, terwijl ik rokend uit het raam van de woonkamer van het Chalet hing: mijn USP is dat ik het meeste drink en toch ‘t beste schrijf.
Het is maar goed dat ik dat niet op heb geschreven.
De tweede briljante overpeinzing ben ik goddank sowieso vergeten.

Maandagnacht, Champex Lac, 2.00 am
Alex Boogers aan het lezen, of had ik dat gisteren al gezegd? Bukowski-adept, Salinger-kloon, beiden mislukt.
Ik geloof dat ik dat al geschreven heb, maar ik weet het niet zeker. Mijn geheugen wordt steeds korter. De dingen interesseren me gewoon steeds minder, maak ik mezelf wijs. Maar misschien speelt de drank ook een rol.

Dinsdagnacht, Champex Lac, 2.00 am
Weet je, ik heb er sowieso al een hekel aan om op de linkerbladzijde te schrijven.
Dus eerst maar eens roken.
Met mijn kop de hoek om.
"Weet je", zei Ilse eerder vanavond, "volgens mij komt er wel degelijk rook binnen, als jij hier in de woonkamer uit het raam staat te paffen."
Ik zei: "Dat lijkt me sterk."
Maar mijn broertje viel zijn vriendin bij. "Hallo", zei ie, "natuurlijk komt er een gedeelte van de rook binnen, als je een raam open zet om uit te roken. Kwestie van luchtdruk en temperatuursverschil, en dan heb ik het nog niet eens over de wind."
Mijn broertje zit bij de brandweer. Hij kan het weten.
Maar ik vertikte het om ‘m gelijk te geven. Ik dacht: opzouten zeikerds! I mean: fuck! Stelletje doorgeslagen zero tolerance-zombies!
Maar dat zei ik niet.
Ik zei: "Okay."
En wachtte af tot ze zouden gaan pitten.
Want dat gebeurt meestal vrij vroeg. Om pakweg 22.00 liggen ze strak onder de lakens.
Toch is het geen lolletje als je nu al weet dat iedereen 5 uur later als een jachthond door de woonkamer gaat lopen te sniffen, op zoek naar een spoor van je zwakte.
Want dat doen ze. Vanmorgen deden ze het ook.

Woensdagnacht, Champex Lac, 3.00 am.
Bij deze(n?) de dagelijkse update.
Daar kan ik kort over zijn.
Ik ben dronken.
En ik vind Alex Boogers een goeie schrijver.

Vrijdagnacht, Champex Lac, 3.00 am.
Er staan nog 9 pilsjes in de koelkast. Net stonden er nog 10. Ik zou nu kunnen gaan slapen. Iedereen ligt hier al uren te bedde.
En al mijn dagelijkse avondtaken zitten erop. De afwasmachine is uitgeruimd, de nieuw lading draait. Ik heb de ontbijttafel gedekt, L. gebeld, en zelfs mijn tassen/bagage/rugzakken al volledig ingepakt en beneden gezet, op mijn tandenborstel, tandpasta en reiskleding na.
I’m ready steady to go, as soon as I’m awake tomorrow.
Faster than the bullet from a gun.
Quicker than the blinket of an eye.
Maar ik wil nog eventjes de dingen overpeizen tijdens deze laatste nacht, hier in Champex Lac.
En voor de zoveelste keer de 2 CD’s van Lucky Fonz III draaien. De andere CD’s die ik had meegenomen, bleken lege doosjes te zijn. De fysieke schijfjes liggen waarschijnlijk nog ergens op het stapeltje van gedraaid-en-te-moe/dronken-om-‘m-terug-in-‘t-hoesje-te-doen in Amsterdam. Dus geen Led Zeppelin, helaas. Ik snak naar Led Zeppelin.
Er staan nu trouwens nog 8 pils in de koelkast.
[..]
Weet je, we hebben prachtige tochten gelopen, wandelingen die het neusje van de zalm zijn in dit grensgebied tussen Frankrijk, Italie en Zwitserland. We zagen op praktisch gelijkwaardige hoogte, de Mont Blanc van dichtbij. En de Grande Jorasses, les Dents du Midi, zowel de petit als de Grand Combin, etc, enz.
Ik heb zojuist de foto’s die ik heb genomen op mijn digitale camera bekeken.
Schitterend.
En toch. Toch weet ik nu al, dat ik dit alles zal vergeten. Of nou ja, vergeten is een groot woord, maar het voornaamste wat me van deze editie van onze jaarlijkse familievakantie zal bijblijven is het roken uit het raam met een verwarmingsradiator van 25 graden celcius tegen je snikkel.
Best lekker.

Enfin. Zoals beloofd, tot slot nog een ontdek-je-plekje foto:

Steenbok

Geef toe. Het maakt ‘t allemaal meer dan waard.

Zwitserland (1)

Ik ben weer terug uit Zwitserland. Wat zal ik er van zeggen? Het was naar omstandigheden een mooie week.

Vanuit Straatsburg, in de aanloop naar de eerste overnachting op de route, sms-te ik in antwoord naar mijn beste vriend, I.: "Sorry, nee, ik kan niet vanavond, ik ben op weg naar CH met mijn ouders."
Hij sms-te terug: "Is het weer zover? Een week lang buiten roken en stiekem drinken?"
"Ik heb er zin in", telegrafeerde ik terug.

Toen zat ik nog op een terras in de zon. In het kloppende hart van de Europese Unie. Wist ik veel dat ik een paar uurtjes later, voor de rest van de avond, wegens gebrek aan actieve horeca in een straal van 5 kliometer rond ons hotel, opgesloten zou zitten op een niet-rook-kamer?
Nee, dat wist ik niet. Het komt niet vaak voor, maar soms ben ik slecht in vooruit denken.

Wat ik vervolgens aan mijn beste vriend had willen sms-en, maar waar dat medium zich nou eenmaal niet voor leent, was de volgende dagboek-notitie:

Ik zou gewoon schijt moeten hebben aan de regels die hier gelden. Ik bedoel, het is hier fucking koud en het is drie trappen lopen naar beneden, naar buiten. En bovendien, iedereen haat de Europese Unie anyway. Ik zou het gewoon moeten doen: roken.

Dus ik deed het. Uit het raam. Het koude raam waaruit ik me onbewust een voorstelling maakte van hoe ijspegels er ook alweer uitzagen.
Wat ik wil zeggen: het was absurd koud. Het vroor.

Ik ben nu de gedichten aan het lezen die ik heb verzameld voor het 40-jarig huwelijk van mijn ouders. Het zijn oudjes. Die gedichten, bedoel ik. Frans de Cort (‘de Kunst der Minne’ uit de 19e eeuw), Herman Gorter (‘Ik vin je zoo lief’, uit de vorige) en Alberdinck Thijm met een gedicht over wijn ("Een les die ons de Zondvloed biedt: den waterdrinkers deugen niet" – "Er is niets zo overtuigend baasje, als ‘t vierde, vijfde en zesde glaasje", etc, uit 1880 of zoiets), en dat laatste ga ik morgen voor ze declameren, want daar valt hier en daar nog om te lachen. Vind ik zelf tenminste.
En mijn ouders drinken soms een wijntje. Dus het is nog toepasselijk ook.
Hoewel de Kunst der Minne nog toepasselijker zou zijn. Met mijn vader en z’n postzegels en alles. Ik heb het proef voorgedragen met een Bart Chabot-stem aan mijn zusje. Ze vond het goed. Maar ik ben bang dat het te confronterend zou zijn.
In noodgevallen doe ik Herman Gorter. I can’t go wrong met die ouwe trouwe Herman. Maar het glazuur op mijn tanden is ook wat waard.
De verwarming staat trouwens op jungle en het raam is dicht.

Ik rook desalniettemin. Ik ben dronken.
Mijn zusje, waarmee ik de hotelkamer deel, slaapt al.
De schoen waarmee ik het raam probeerde te stutten teneinde het open te laten staan is naar beneden gedonderd en ik heb geen moeite meer gedaan om ‘m op te halen en terug op z’n plek te wringen.

De wereld steekt huichelachtig in elkaar. Als ik drink vergeet ik dat. En word ik een met de wereld.
Of zoiets.
Nee, gelul.
Wat ik bedoel te zeggen: de wereld zit huichelachtig in elkaar.
Maar de verwarming doet het goed.

En daarna brabbel ik nog wat voort. Om uiteindelijk na 3 uur zuipen en illegaal roken de volgende stofe op te tekenen:

Als ik nu Herman Gorter was, dan zou ik aan mijn pils schrijven: Ik vin je zoo lief.
Of nee, zeggen zou ik het.
Ik zou het gewoon zeggen.

Wordt vervolgd.
 

Over code

Morgen wordt een enorm spannende dag voor mij. Over het hoe en waarom kan ik nog niet al te veel vertellen (ik weet namelijk niet precies wie er allemaal meeleest), maar het komt er op neer dat van de uitkomst van morgen afhangt of ik, over niet al te lang, flink minder zal kunnen gaan werken, en tegelijkertijd nog steeds even goed in mijn levensonderhoud zal kunnen voorzien.

Cryptisch, ik geef het toe, maar geloof me, het betreft een crosspoint in mijn bestaan. Een beslissing die op mijn sterfdag hoog in de top 10 zal blijken te prijken van besluiten die mijn leven hebben bepaald.

Het gaat om een idee dat al sinds ik terug ben van vakantie door mijn kop heen spookt. De afgelopen anderhalve maand ben ik er in mijn hoofd bijna continu mee bezig geweest.
Let op: het betreft niks spectaculairs, niks schokkends, maar een grote impact heeft het wel, op termijn.

Meer kan ik er nog niet over zeggen, helaas.

Behalve dat ik al weken ontzettend nerveus ben. En enigszins afwezig en autistisch zal zijn over gekomen op mijn directe omgeving.

En morgen heb ik dus Het Gesprek, met de enige beer die nog op de weg ligt.

Ik heb zat ‘offers he can’t refuse’ achter de hand voor die beer, maar het blijft een beer. En het is een grote beer. Met 1 uithaal van z’n klauwen lig ik op de grond, kermend: "But I’ve got an offer.."
KLAPATS! Nog een uithaal.
"Really, I…"
KLAPATS-KRGG *gulp gulp gulp* – Nog een uithaal, maar nu eentje inclusief nagels, die mijn huid openrijten van borst tot ballen.

‘Zenuwachtig’, dat was dit weekend het enige woord dat ik kon uitbrengen tegen L.
Ik had alles voorbereid, kon niks meer doen, behalve de tijd uitzitten tot het maandag 6 oktober was, 13.30.

Maar het was pas zondagmiddag 5 oktober.
En ik zat in het glazen hok, de opbouw van mijn dakterras, de halve middag te staren naar de regen die tegen de ramen kletterende, en rookte ketting.
Nu is staren naar de kletterende regen tegen de ruiten heel mooi werk, vooral met sigaretten erbij, maar na een paar uurtjes heb je dat toch wel gezien.

Ik heb ontzettende zin in een pils, dacht ik op een gegeven ogenblik.
Logisch, want rokend de regen tegen de ruiten zien kletteren, met een pils erbij, dat is gewoon de beste baan op aarde. Maar op de een of andere manier leek het me geen goed idee om het de resterende helft van de middag op een zuipen te zetten.

Ik besloot, verstandig, om de tijd te doden met een hersenloze bezigheid, bovendien iets wat me volkomen zinloos voorkwam, en wat ik dan ook al minstens 12 jaar niet meer gedaan zal hebben, zo bleek achteraf: mijn keukenkastjes uitruimen, schoonmaken en weer inruimen.

Het werd een slagveld. Van alle producten die ik uit mijn slechts 3(!) keukenkastjes viste, checkte ik uit verveling de uiterste consumptiedatum.
Dit was de oogst die linea recta naar het grof vuil kon:

Over_code

De gejatte jammetjes en miniverpakkingen De Ruijter uit het NH-hotel in Rotterdam tijdens mijn verblijf aldaar vanwege het WK-slam op Poetry International in 2005. De 2 pakken volkorenmacaroni uit de periode dat ik gezond wilde doen. De 3 flessen/potten honing uit 2002, de 4 flessen/potten kippenbouillon uit 2001, ze markeren allemaal fases uit mijn leven.

Zoals de knakworsten uit 2000. Toen was ik tijdelijk vrijgezel op kamers. Ik leefde een half jaar lang alleen maar op witte puntjes met koude knakworst (gelukkig niet andersom). Het was de tijd dat ik mijn succesvolste slam-gedichten schreef.

En dan het cocktailfruit dat moet zijn ingeblikt rond 1996. Dat dateert uit de periode dat ik mijn huidige baan bemachtigde, en te schaften kreeg met kerstpakketten.

Daar, dames en heren, ben ik als het morgen een beetje meezit, vanaf.

AbnAmro blijft!

Abnamro_blijft

Dit enorme spandoek hangt al sinds afgelopen maandagochtend weer middenin het kloppend hart van de ABNAMRO, de hal van Marketing, de afdeling waar ik werk.

Toen ik die maandag binnenkwam hadden al mijn collega’s strijdbaar de restanten aan T-shirts met ‘ABNAMRO BLIJFT’ uit onze vorige campagne (het dubbelzinnige alsof-idee uit de periode vlak nadat Rijkman-Groenink onze bank had verkwanseld aan de boze buitenwereld) over hun kop heen getrokken, en dito buttons op hun hartstreek gegespt. 

ABNAMRO BLIJFT.
Het was afgelopen maandag nog steeds een beetje hopen tegen beter weten in, maar de situatie was er alleszins op vooruit gegaan, nu de regeringen van de Benelux een kapitaalinjectie hadden toegezegd van 11,2 miljard euro aan het noodlijdende Fortis, dat sinds de periode Rijkman-Groenink onze absurde nieuwe eigenaar was.

Ook voor het grote publiek was afgelopen maandag tenminste duidelijk geworden, dat we toch echt een maatje te groot waren geweest voor Fortis, en dat ze ons moesten verkopen.

Per direct werden alle activiteiten inzake het RING-project, dat de integratie met Fortis moest bewerkstelligen, stop gezet. Voor 14.00 moesten alle Fortis-mensen hun toegangspasjes voor ons kantoor inleveren. Om 16.00 kregen ze nog een afscheidsborrel, maar dat was het dan ook. Op dinsdagochtend was er geen enkel Belgisch kenteken meer in onze parkeergarage te bekennen.
Vonden wij leuk. Destilleerden wij hoop uit: ABNAMRO BLIJFT!
Rationeel gezien was de kans 1%, maar dat is nog altijd beter dan de 0 van daarvoor.

Anyway, hoewel beter dan 0, ondertussen stonden we nog steeds op een urgente verlanglijst om doorverkocht te worden aan een externe partij. Aan BNP Paribas bijvoorbeeld, een Franse bank, die nog arroganter dan wij vroeger waren, het lef had om slechts 4 miljard euro te bieden, op dat waar Fortis nog geen jaar geleden 24 miljard voor heeft betaald. Of de Deutsche Bank, maar ja, die zag waarschijnlijk ook wel in, dat er van die 6 miljoen Nederlandse rekeninghouders, wellicht een substantieel aantal het niet grappig zou vinden om hun pensioen te moeten napluizen middels rekeningafschriften van de voormalige bezetter.
En de ING, daar zou Neelie waarschijnlijk wel een stokje voor hebben gestoken.

Maar wie dan wel, nu de hele financiele wereld in crisis, lees geldnood, verkeerde?

Ze wisten het allemaal, de mensen op onze afdeling. Namelijk aan ons. En dan bedoel ik: ons, ABNAMRO-medewerkers.
"Als we met die 21.000 werknemers nu allemaal 2 ton lappen, dan kunnen we onze eigen toko kopen voor 8 miljoen, 49% verkopen aan nieuwe aandeelhouders, en zelf de zeggenschap houden. Maken we nog steeds meer dan een miljard winst per jaar, kunnen we makkelijk die rente van betalen, houden we naast ons salaris de man nog een hoop geld aan dividend over op de koop toe!"
"Niet iedereen van die 21.000 werknemers kan zomaar 2 ton ophoesten", zei een snugger iemand.
Hij kreeg een vraagteken naar z’n kop geslingerd.
"Er zijn ook mensen die aan de balie werken", verklaarde hij zich, "en met die kredietcrisis, weetjewel, je krijgt niet zomaar een lening."
Maar dat werd simpel opgelost: "Dan vragen we de Brenninkmeijertjes erbij, of John de Mol, Joop v/d Ende, dat soort gasten."
"Of de van Oranjes", zei iemand.
"Nee, die zijn te links, die zijn daar te dom voor."
Er werd geknikt.

En de week ging voort. En natuurlijk werd er niet gebeld met de Brenninkmeijertjes. Of John de Mol, of Joop v/d Ende. Laat staan met de van Oranjes. Dat waren fantasieen. Borrelpraatjes. Maar ze waren ergens welgemeend. En het bleef maar door onze koppetjes spoken: "Je kan gewoon een gegarandeerd netto-rendement van 11% per jaar realiseren! Waar vind je dat nog!?"

Weet je wat het is? Wij weten alles. Wij weten hoe goed ons bedrijf in elkaar zit.

En de enige die dat ook ontzettend in de smiezen heeft gehad is Wouter Bos. Hij heeft een werelddeal afgesloten. Punt. Wij, jullie, iedereen in het Nederlandse taalgebied, degenen met Vlaams accent iets minder dan de anderen, maar toch, iedereen gaat hier ontzettend van profiteren. De kosten van die investering, pak’mbeet 672 miljoen euro per jaar aan rente, 3,50 euro per maand per Nederlander, worden ruimschoots goedgemaakt door de baten die je als 100% aandeelhouder incasseert als nettowinst, zeg minimaal 7,5 euro per maand pp. Met over 5 jaar (niet te snel verkopen Wouter!), als we weer beursgenoteerd worden, een eenmalige bonus van een (paar) duizendje(s) pp!
De aandeelhouders hadden ons gestolen, but we stole it back!

Om een lang verhaal kort te maken, zeg ik tegen jullie allemaal: Gefeliciteerd!

ABNAMRO BLIJFT!!!