Actie

Ik ben niet bepaald een man van snel actie ondernemen. Dat wil zeggen, niet als het geen noodsituatie betreft. Ik bedoel, als ik de gracht in lazer begin ik heus wel te zwemmen, maar voor de rest ben ik in mijn ondernemendheid tamelijk laid back. Ik koester de theorie dat de meeste problemen zich met de tijd vanzelf oplossen en dat je je energie beter kan besteden aan leukere dingen zoals bijvoorbeeld luiwammesen, vegeteren, of in bed door de diverse TV-kanalen zappen met een pils in je knuist.

Toen ik twee weken geleden voor Appelpop in Tiel was en weer eens bij mijn ouders logeerde, vroeg mijn moeder hoe het eigenlijk stond met mijn auto waar ik half juli de versnellingsbak van om zeep had geholpen.
"Goeie vraag", zei ik, "geen flauw idee."
"Hoe bedoel je?" vroeg mijn moeder.
"Hij staat nog bij de garage", zei ik.
"Maar heeft die garagier dan na 2 maanden nog steeds niet verteld wat de diagnose is, hoeveel een reparatie gaat kosten?"
"Nee", zei ik, "hij zei alleen dat ie niet in de weg stond."
Mijn garagier en ik, wij zijn van hetzelfde type.
Mijn moeder fronste haar wenkbrauwen; "En hij zei niet wanneer hij er naar zou kijken?"
"Nee", zei ik, "ik zei tegen ‘m dat het geen haast had."
"Dus je hebt nu nog steeds geen auto?"
"Nee."
"Maar hoe moet je dan naar je werk?"
"Met de fiets."
"En als het regent?"
"Met de tram en de metro."
"Wat primitief. Zou je ‘m niet eens opnieuw bellen?"
"Ja", bemoeide mijn vader zich met het gesprek, "je moet gewoon elke dag, elk uur bellen, moet je eens zien hoe snel hij aan de slag gaat!"
"Och", zei ik.

Kijk. Ik had een dubbele agenda. Of, tenminste, ik gokte erop dat mijn garagier die zou hebben. Ooit had ik mijn auto gekocht voor 1100 euro. Een aan gort gereden versnellingsbak en versleten koppeling laten vervangen door tweedehands revisie-exemplaren kost inclusief arbeidskosten toch al snel 2500 euro. Oftewel: mijn auto was economisch overleden. Virtueel that is, want wat nou als mijn garagier op een dag geen fuck te doen zou hebben, en hij op z’n dooie gemakje naar de sloop kon rijden, aldaar voor een geinig prijsje een gedemonteerde versnellingsbak op de kop kon tikken, plus een functionerend koppelingsapparaat, en die in een aantal verloren uurtjes kon inbouwen in mijn ouwe trouwe Purple Haze? En wat als ik dat dan als klap op de vuurpijl nog eens zwart zou afrekenen?
Precies!
Niet dat je zoiets hardop aan een Bovag-garagier kan voorstellen, maar je kan met lichaamstaal en subtiele woordkeuze wel het een en ander suggereren.

Vorige week ging mijn telefoon. Het was de garagier.
"Moet je luisteren", begon ie, "goed nieuws!"
"Ik luister", zei ik.
"Ik heb je versnellingsbak en koppeling kennen vervangen, dus je auto staat klaar!"
"Voor het afgesproken bedrag?" vroeg ik.
"Voor het afgesproken bedrag", zei de garagier. "Ik zou je alleen wel willen vragen om het cash af te rekenen, want ik heb die versnellingsbak en koppeling op de sloop ook cash motte betalen, dus ik zit effe krap met mijn likuditeite. Maar dat snap jij ook wel!"
"Dat begrijp ik volkomen", zei ik, "geen probleem!"

Zoals ik al zei: als je de tijd neemt, lossen de meeste problemen zich vanzelf op.

Enfin. Deze week had ik ‘m weer tot mijn beschikking, mijn lieve Volvo 440 uit 1995.

En blij als ik was, ging ik ‘m meteen weer volop gebruiken. Eigelijk net iets te volop. Want toen L. op donderdagavond nadat ik had gevoetbald, belde dat ze nog in haar eigen huis was in plaats van in ons huis, zei ik: "Geen probleem, ik kom je wel even halen met de auto!"
Het was al pikdonker. En ik had haast, want ik had honger. En nadat ik het avondeten alvast op het vuur gezet, racede ik naar L., pikte haar op, racede weer terug, parkeerde op de eerste de beste parkeerplaats die binnen redelijke afstand van onze voordeur lag, rende de trap op en draaide de kipfilets nog eens om.

De volgende dag was mijn auto pleite.

WTF? dacht ik bij de aanblik van de verlaten parkeerhaventjes.
Toen blikte ik iets beter. En daar stond de gluiperd. In het donker volslagen onzichtbaar, en zelfs op klaarlichte dag nog tamelijk onopvallend: Een kruishoog paaltje met een lullig blauw bordje eraan, dat vertelde dat er op 26 september, uitgerekend die dag dus, van 7.00 am tot 10.00 am  een wegsleepregeling van kracht was voor de betreffende 20 strekkende meters omdat er volgens het pictogram geladen danwel gelost moest worden.
Dus waarschijnlijk omdat iemand een driezits had besteld bij IKEA of iets dergelijks, en inzake deze kwestie de hele toer had gemaakt om het stadsdeel van zulks te verwittigen. Van serieuze activiteiten was in ieder geval weinig sprake, maar ondertussen was mijn auto in geen velden of wegen te bekennen.

Ik wist uit ervaring hoeveel dat kostte. Dat wegsleepgedoe. Zero tolerance 400 euro aan je ballen, en met een taxi naar de Daniel Goedkoop(sic)straat op een industrieterrein bij de Spaklerweg om ‘m op te halen.
Driewerf KUT kortom.

En even dacht ik: weet je wat? Laat maar zitten. Laat maar zitten die hele auto. Hij staat goed daar op de Daniel Goedkoopstraat, stelletje flikkers, maar ik besloot toch om te bellen.
Als ik boos ben, ga ik nou eenmaal sneller tot actie over dan gezond is. Volgens mij beginnen oorlogen ook altijd op die manier, maar dat terzijde.
Ik belde een onmogelijk nummer van 5 cijfers. ‘Het lijkt misschien vreemd, maar het nummer klopt echt, dus blijf proberen!’ stond er op de site van parkeerbeheer; een opmerking die niet echt helpt wanneer je angst hebt voor bureaucratie.

Ik kreeg zowaar iemand aan de lijn: "Gmorgen, waarmee kan ik u van dienst zijn?"
"Ja, goedemorgen", zei ik, "volgens mij is mijn auto weggesleept."
"Dat gaan we dan even voor u nachecken meneer, wat is uw kenteken?"
Ik noemde mijn kenteken.
"Heeft u een momentje, m’neer?"
"Uiteraard", zei ik, en werd vervolgens de bekende pauzemuziek ingemanoevreerd. Hotel California van The Eagles, Lady in Red van Chris the Burgh, The Promise you made van Cock Robin.
Geen muziek om bij te roken. Maar ik stak toch een sigaret op.

Ah! Daar was de telefoniste weer. Ze had aan haar stem te horen een belangwekkende mededeling: "Meneer?", zei ze.
"Ja?", zei ik.
"Uw auto is niet weggesleept, maar verplaatst!"
‘What’s the difference’, wilde ik zeggen, maar bedacht me. Want blijkbaar was er wel degelijk een verschil.
"Wow!" riep ik, "dat is goed nieuws! Dus hij staat gewoon om de hoek!"
"Nou", zei de telefoniste, "dat ligt eraan waar u woont. Maar hij staat om de hoek van de Daniel Goedkoopstraat, bij de oude kauwgomfabriek aan de Spaklerweg. Om precies te zijn staat ie op de Pauw van Vlissingenstraat nummer 12. Kent u de oude kauwgomfabriek?"
Natuurlijk kende ik de oude kauwgomfabriek. Die was aan de andere kant van de stad. Maar daar ging het nu niet om. "Wat bedoelt u precies?" vroeg ik, "staat hij daar gewoon op straat en kan ik ‘m daar, euh.. gratis ophalen?"
"Dat is correct m’neer."
"Maar… Maar.. Maar, dat is fantastisch!!! Gratis!?? U weet het zeker!?"
Ze wist het zeker.
"De Pauw van Vlissingenstraat?" vroeg ik, terwijl ik druk op googlemaps aan het kijken was, "Weet u zeker dat het niet de Paul van Vlissingenstraat is?"
"Het is de Pauw van Vlissingenstraat, m’neer, met een ‘w’."
"Als in het dier?" vroeg ik.
"Als in het dier. En als in de televisiepresentator."
"M
aar die heb ik hier niet als bestaande straatnaam in het bestand", zei ik.
Ik werd nu zelf even de bureaucraat.
"Maar zo staat het wel in mijn bestand m’neer. Het is in ieder geval bij de oude kauwgomfabriek."

Serieus, het was heel surrealistisch allemaal. Zoals Gerard Reve ongeveer zei: "de waarheid gelooft niemand", krek zo was het.

Maar om een lang verhaal kort te maken: we hebben weer een auto. En zijn er vandaag mee naar de Veluwe geweest. Om te wandelen en pannekoeken te eten. Twee foto’s:

Fijn_een_reisje_langs_de_rijn_rijn_

De Rijn

Kasteel_doorweth

Kasteel Doorweth, met (hier niet zichtbaar) extra-briljant terras bij de manschappenschuur.

En ‘s avonds heb ik geluiwammest, gevegeteerd en TV gekeken met een pils in mijn knuist. Dat doe ik goed.

Advertisements

Mamaloe

Vroeger, als ik met mijn beste vriend Ajax zat te kijken, en de wedstrijd verliep niet al te best omdat de spelers er niets van bakten, dan hadden we een running gag.
"Witschge moet erin", zei een van ons twee dan.
"Welke?" vroeg vervolgens de ander naar de bekende weg, "Rob of Richard?"
Waarna de initiatiefnemer van de grap ‘m afmaakte met een welgemeend uitgesproken: "Nee: Cor!"

Vanmiddag was het weer eens paniek op de bank. Alle AEX-fondsen stonden in de plus, maar uitgerekend het bedrijf dat ons heeft overgenomen, Fortis, noteerde op dat moment een zwaar verlies van bijna 20%.
Dit na geruchten dat Fortis een lening bij de Rabobank had aangevraagd om broodnodige liquide middelen bijeen te sprokkelen.
In de rookkamer van onze afdeling, Marketing, werden overuren gedraaid en topoverleg gevoerd. Normaal bivakkeert alleen onze goeroe met z’n lange grijze haren permanent in het rookhok, maar vanmiddag bleken telkens als ik binnen kwam om een shaggie op te steken, alle 9 zitplaatsen bezet met marketeers die stuk voor stuk weer waren begonnen met roken, en heftig zwetend discussieerden over "de urgentste met spoed te nemen noodmaatregelen die per direct subiet moesten worden geeffectueerd, en wel zo spoedig mogelijk!"

Een uur later waren ze bezig met hetzelfde, maar brainstormden ze over precies de tegenovergestelde noodmaadregelen.

Ze keker er over het algemeen niet vrolijk bij, die marketeers in de rookkamer. Wel bezeten. Alsof ze geschiedenis aan het schrijven waren. En misschien deden ze dat ook. Toch voelde ik me er niet prettig.
Dus ik liep het pand uit, en draaide een shaggie op het parkeerterrein van de bank. En aldaar neuriede ik ongemerkt een liedje.
Je weet hoe dat is met liedjes die je neuriet. Je hebt geen flauw benul waar ze vandaan komen. Ik bedoel, waarom je juist dat liedje neuriet en niet een ander liedje.
Ik neuriede ongemerkt iets dat ik al minstens sinds mijn 8e levensjaar niet meer gezongen had:
"Ik ben een circusclowntje, ik sta graag op mijn kop"
En daarna iets hoger:
"Ik ben zijn circusvrouwtje, toe Pipo sta rechtop!"

Het verbaasde me dat ik de tekst 31 jaar na dato uberhaupt nog kende.
Anyways. Ik nam een trekje van mijn shagje, en ineens flitste door me heen: Dat is wat onze bank nodig heeft, symbooltechnisch, naar buiten toe: een Mamaloe!
Want: Vertrouwen! En daar ging het toch om? Nou dan! Wat is er betrouwbaarder dan een moederfiguur die tegelijkertijd een vrouw van de wereld is. Een vrouw die primair zorg verleent, maar ondertussen wel haar pappenheimers kent en die adequaat weet om te gaan met Here’s vreemde kostgangers. Een vrouw die borgt dat, hoe onmogelijk de situatie ook lijkt, altijd alles weer op z’n pootjes terecht komt. 

Beats melkmuiltje Jochem van de Rabobank, me dunkt. Zeker in deze hectische tijden.

Ik vond mezelf goed bezig, daar op die parkeerplaats met dat shaggie in mijn bekkie. Dit was nog eens out of the box denken.
En dan had ik nog niet eens iets gedronken.

Toch durfde ik het niet. Ik durfde niet als externe medewerker die boardroom binnen te stappen, op de tafel te springen en te roepen: "Stop thinking! I’ve got it! What we need is a Mamaloe!"

Hoewel het op zich wel geinig zou zijn geweest natuurlijk.
"A what?" zouden ze vragen.
"A Mamaloe", zou ik dan zeggen, "she played in the series with Witschge."
"With Rob or Richard?"
"No, with Cor!"

Helden

Het is zondagavond. Op zondagavond schrijf ik altijd een stukje voor dit web-log. Er zijn ook andere avonden waarop ik stukjes schrijf, maar die varieren. Zondagavond echter, is vaste prik.
Ik doe dat omdat ik de illusie heb dat er mensen zijn die op maandagochtend met een pleurishumeur de gang naar kantoor hebben gemaakt en als enige lichtpuntje koesteren dat er in ieder geval een plekje op internet bestaat dat tijdens de gruwelijkste der werkochtenden voor 5 minuten troost biedt, te weten een nieuw stukje van plukdenacht.

Grootheidswaanzin, ik weet het, maar toch: Ik zie ze zitten in hun kantoortuin, met koppijn van het slaaptekort, een shitload aan nog ongelezen onheilspellende, waarschijnlijk kutwerk-verschaffende emails in hun inbox, met op de achtergrond de conversaties van collega’s, die het hebben over wat voor geweldige uitstapjes ze dit weekend weer met de vrouw en de kinderen hebben gemaakt.
Met een beetje pech is er nog iemand jarig geweest op de koop toe, of heeft er een sukkel een kind gekregen, en sta je met z’n allen onhandig in een kringetje multivlaai of beschuit met muisjes in je slokdarm te kruimelen. 

Mijn helden zijn de mensen die er op zulke momenten, veinzend dat ze het enorm druk hebben, stiekem tussenuit piepen en met een versgetapte twee-cijfercombinatie uit de koffie-automaat plaatsnemen achter hun beeldscherm in de verlaten kantoortuin, om vervolgens linea recta door te surfen naar www.plukdenacht.web-log.nl

Of in mijn geval naar Charlotte, Nynke, Charis, Het Meisje dat op dinsdag het bier schenkt, Polle, Luna (ook oorspronkelijk uit Tiel!), Zezunja of Jacq. Of Merel desnoods. Vrouwen inderdaad. Mannen bloggen niet meer helaas. Walter niet meer, Martijn niet meer, en de beste van allemaal, Christiaan Mol, heeft al sinds drie jaar ‘quit while you’re ahead’ op zijn site staan.
En Adriaan Jaeggi is dood.
Maar gelukkig hebben we nog wel Ivo en EJH.

Dus helden, doe er je voordeel mee. Speciaal voor jullie op deze maandagochtend, het basiselftal links to get through the day:

Charlotte

Nynke

Charis

Het Meisje

Vrouw Polle

Luna

Zezunja

Jacq

Merel

Ivo Victoria

EJH

Update: Goed nieuws:Walter is back! : Vandenb

Nog meer goed nieuws: as we speak, Martijn is too! : Martijn den Bakker

Economie

Eergisteren surfde ik voor de zoveelste keer naar de site met de realtime intraday-koersen.
"Fortis doet op dit moment 6,93", zei ik tegen Snorremans, mijn collega aan het bureaublok in de kantoortuin van de afdeling Marketing bij de ABNAMRO.
Hij verslikte zich in zijn dubbele espresso extra strong. Het leek me een drankje waarin je je niet graag verslikt, getuige zijn daaropvolgende hoestbui die hij met een steeds paarser wordend gezicht onderging.

"Gaat het?" vroeg ik.
*Reutel* deed Snorremans, terwijl hij geruststellend probeerde te knikken, ondertussen zwarte koffiespatten over zijn desk uitstotend.
"Moet ik even een servetje proberen te scoren?" vroeg ik, "of wat WC-papier?"

Snorremans graaide naar een willekeurige rapportage uit de stapels op zijn bureau en veegde hier en daar het een en ander half droog, "Nee, dank je", zei ie, "het gaat alweer, maar hoorde ik je nou net zeggen dat het bedrijf van die frietvreters die ons hebben overgenomen zojuist onder de 7 euro is gedoken?"
Ik ververste mijn scherm; "6,66 om precies te zijn", zei ik, "het gaat hard."

"Jezus, wat zijn het toch ook een stelletje zwakzinnige randdebielen, die k*tBelgen; op de pof zwaar boven hun stand onze mooie bank opkopen, en ons nu meeslepen in hun eigen vrije val. Zo verliezen we goddomme allemaal onze baan! Ik bedoel, ze hebben best verstand van bier brouwen en een goeie wafel kunnen ze ook nog wel bakken, daar ben ik heel genuanceerd in, maar Christus, het blijkt toch maar eens te meer dat het een achterlijk volk betreft."

Snorremans is niet de enige die er een dergelijke zienswijze op na houdt inzake onze veroveraars, onze bezetters. En hoewel ik mezelf als gedetacheerde een iets relaíere houding kan permitteren, snap ik de zorgen van mijn collega’s op de werkvloer. Ze werken doorgaans al tussen de 20 en 40 jaar voor de ABN danwel de AMRO, en sinds een tijdje dus reeds voor allebei, en dachten: "we staan onder vast contract van de grootste bank van de Benelux, De Bank, ons kan niets gebeuren. We zitten zelfs safer dan een ambtenaar."

Maar nu moeten ze dan toch plotseling allemaal vrezen voor de beruchte brief. De brief die elke dag op de mat kan liggen. De brief waarin staat dat ‘De Bank heeft genoten van de prettige samenwerking, en de loyaliteit en toewijding van de werknemer in kwestie, blablabla, maar dat het werkverband vanwege marktomstandigheden helaas niet verder kan worden gecontinueerd."

Sommige sadistische leidinggevenden schijnen die laatste zinsnede zelfs als volgt te formuleren: "in negatieve zin zal worden voortgezet." (Maar dat zijn slechts geruchten, en waarschijnlijk broodje Aap-verhalen.)

Anyway. Iedereen op mijn werk is in paniek en mineur. Want ze snappen het niet. Ze snappen het echt niet. Hoe dit kon.
Het enige wat ze denken te weten is dat het aan de Economie ligt.

De Economie.

De regering heeft het er nu, zeker zo op en na Prinsjesdag fulltime over, maar de Economie is een raar iets. Het is geen exacte wetenschap. Je kan niet met absolute zekerheid zeggen: als dit gebeurt, dan gebeurt er vervolgens dat. Sterker nog, de 2 belangrijkste theoretische stromingen (Keynesiaans versus Neo-klassiek) staan lijnrecht tegenover elkaar.
Rente/Bestedingen/Sparen verhogen danwel verlagen, het effect is theoretisch totaal verschillend, en de praktische uitwerking in het verleden biedt al decennialang voer voor een hoop statistisch gesteggel, maar blijkt uiteindelijk compleet onvoorspelbaar.

Dat komt o.a. doordat er ook een hoop psychologie bij komt kijken. Ook al een niet-exacte wetenschap. Ik bedoel, ligt iets aan de opvoeding, of aan de genen? Wordt sinds het vakgied bestaat al ruzie over gemaakt. En niemand weet het. Waarschijnlijk omdat het allebei waar is. Iedereen die een kind of kat heeft kan dat beamen.

Fortis voor 6,66. Was pakweg een jaar geleden nog 27. Mijn rationele ik zegt: "Buitenkans: Ontzettend kopen." Mijn emotionele ik zegt: "Ja dikke lul, met zo’n lage beurskoers en tegelijkertijd een liquiditeitsprobleem en het huidige beurssentiment gaan ze met een beetje exta tegenslag vet failliet: ontzettend short gaan."

Fortis

Er valt niets van te zeggen. Maar 1 ding weet ik wel. De enige economische wet waar alle theoretici het over eens zijn: Als we het beter willen hebben dan moeten we alles en iedereen massaal vertrouwen.
En vice versa geldt overigens het tegenovergestelde.

Best een grappige uitdaging voor onze maatschappij, zou ik zeggen, gegeven de al jarenlang voortdurende individualisering, de xenofobie, en de huidige politieke peilingen.

Als dat doorzet, we’re fucked.

Mijn Appelpop 2008

"Bilder sagen mehr als Worte", schreef ik vorig jaar. En tsja, dat vind ik nog steeds.

De 7 van de 26 bandjes die ik tussen de werkzaamheden door (gedeeltelijk) heb kunnen zien:

Vrijdag 12 september 19.00, Hoofdpodium:

Ellen ten Damme opent Appelpop 2008:

Ellen3 Ellen2 Ellen

en zet direct de tent op z’n kop.

Vrijdag 12 september 21.00, Hoofdpodium:

Krezip2 Krezip

Krezip stond ruim 10 jaar geleden voor het eerst op Appelpop, in de kleine tent. Boekingskosten destijds, toen ze nog gemanaged werden door de vader van Jacqelien: 300 gulden. Inmiddels zijn ze iets duurder.

Zaterdag 13 september 13.30, 3e podium:

Fox

Dennis Vos, Parel v/d Betuwewinnaar met zijn nieuwste band Fox. Beste gitarist van Gelderland, misschien wel van Nederland, wellicht ook van de wereld. In ieder geval de gitarist met het lekkerste geluid. Speelde behalve een nummer van onze oude band Turn Left, ook speciaal voor mij ("Sven, waar ben je?" Ik stak m’n hand in de lucht, hij knikte en zei: "Het laatste nummer is voor jou!") het nummer "Wah Wah" van George Harrison. Cool.

Zaterdag 13 september 16.30, Hoofdpodium:

Moke

Moke speelde geheel toevallig "Here comes the summer", ons lievelingsnummer van Moke, net toen ik L. van de pont had opgehaald en samen met haar de tent van het Hoofdpodium binnenliep.

Zaterdag 13 september 18.30, Hoofdpodium:

Wt

Within Temptation, al sinds mensenheugenis de absolute Appelpoppubliekslieveling.

Zaterdag 13 september 19.30, 3e podium:

Amp

Drie Haagse broertjes van 15, 13 en 11 jaar oud komen het podium op gelopen en jonge meisjes gillen zich helemaal gek. Het betreft All Missing Pieces. Ontzettend strakke staccato punkrock met een bassist die ongeveer even groot is als zijn instrument:

Amp2 

en een mega-energieke zanger/gitarist die qua hormonenspiegel de  jonge Mick Jagger doet verbleken:

Amp3_2

Amp4

Er werden slipjes en BH’s naar ‘m toegeworpen. En niet zo weinig ook. Door meisjes van 14. Ik stond bijna vooraan en voelde me ontzettend oud. Maar desalniettemin geweldig.

Zaterdag 13 september 22.00, 2e podium:

Bosshoss7_6

WTF zijn dit!? zul je misschien denken. Welnu, dit is de eerste Duitse band ooit die optreedt tijdens Appelpop, en ze heten the BossHoss. Afsluiter van het 2e podium. Duitse cowboys met een vet aangezet Mississippi-accent. Veel steelguitar, mondharpen en paardengalopritmes, maar vooral veel geintjes. Camp in al z’n voegen en kieren. Heerlijk:

Bosshoss2 Bosshoss3

Ze speelden o.a. een uptempo country-versie van "Hey Joe" van Hendrix en een over the top hardrockvariant van "Ca plane pour moi" van Plastic Bertrand. En dat is gewoon leuk. Vond ook het publiek:

Bosshoss4_2

Fotos door: Raphael Drent, Jeroen Koning en  Martijn van Kuilenburg

Het was weer geweldig.

With special thanks to my Second Lieutenant Bernard, en frontsoldaten Chiel en Daan. Dankzij hun heb ik voor het eerst sinds jaren weer eens iets echt kunnen zien tijdens Appelpop.

Appelpop

Vanmorgen kreeg ik een mailtje van mijn beste oude studievriend. Of ik donderdag 18 september meeging naar een concert van het bandje dat wij vroeger leuk vonden: Andre Manuel en de Ketterse fanfare.

Mijn beste oude studievriend woont tegenwoordig in de chiqueste wijk van Haarlem-Zuid. Dat kan hij zich permitteren omdat hij na zijn afstuderen wel iets met zijn studie heeft gedaan. Maar goed, dat concert was dus niet in 020, Paradiso, maar in 023, het Patronaat.

Hm. Ik ken de popzaal het Patronaat, en er was nooit iets mis mee, maar toch googlede ik ‘m voor de zekerheid weer even. En dan met name inclusief de toevoeging "rookruimte" in de zoekopdracht.

Et voila. Wie zegt dat mannen geen intuitie hebben? Want zoals ik al vreesde kwam ik terecht op allerlei fora waarin beklag werd gedaan over de rookruimte die ter plekke al maandenlang in aanbouw is, edoch nog altijd niet was gerealiseerd.

Nou is er een wijze wet die voorschrijft: vertrouw nooit blind op internet en al helemaal niet op internetfora. Dus ik besloot te bellen.

Op de infolijn van het Patronaat kreeg ik een antwoordapparaat. Dus dat schoot niet op. Toen maar naar het kantoor van het Patronaar gebeld. En zowaar, ik kreeg de directeur aan de telefoon.
"Patronaat", zei de directeur.
"Ja, hoi", zei ik, "ik heb een korte vraag."
"Brand los", zei de directeur.
"Hoe staat het met de rookruimte in het Patronaat?" vroeg ik.
"Die is er nog niet", zei de directeur.
"O", zei ik.
"Vind je dat leuk, of vind je dat niet zo leuk?" vroeg de directeur voorzichtig.

"Dat vind ik niet zo leuk", zei ik.
"Breek me de bek niet open", zei de directeur, "ik ben godbetert de directeur van deze tent, en ik zit er persoonlijk al een paar maanden iedere seconde vet bovenop, maar die #@%@*$-aannemer heeft ons laten zitten, en nu zijn we dus toch maar zelf aan het timmeren geslagen."
"Timmeren?" vroeg ik.
"Ja, timmeren godverdomme, hoe moeilijk kan dat zijn zou je denken, maar waar had ik het over, o ja, het rookverbod. Jezus, wie dat ooit verzonnen heeft, die.."

En zo foeterde hij nog een kwartiertje vrolijk door. Ik vond het een erg sympathieke man.
Toen hij was uitgeraasd en eindigde met "maar ik ben blij dat jij er net zo over denkt", vroeg ik: "Bon, maar schiet het een beetje op met dat timmeren? Of concreter gezegd: denk je dat de rookruimte klaar gaat zijn voor de 18e?"
"De 18e van welke maand?" vroeg de directeur.
Ik wist genoeg.

En mailde mijn beste oude studievriend dat het Patronaat wat mij betreft voorlopig nog even een "no go-area" was. Omdat bandjes kijken met een glas pils in je hand voor mij allemaal heel leuk is, zolang je er maar wel af en toe een sigaret bij op kunt steken. Desnoods zonder uitzicht op het podium, in een bedompte ruimte op twee kilometer lopen. Gewoon tijdens een kutnummer waarvan iedere band, hoe goed ook, er toch altijd minstens drie op de setlist heeft staan.

Anyway. Om een lang verhaal kort te maken. Het kan ook allemaal veel eenvoudiger. En goedkoper!
Want aanstaand weekend is het weer zover: Appelpop! Het grootste meerdaagse GRATIS festival van Nederland. En het mooiste.

Appelpop_zee_van_mensen_1

Een zee van publiek vrijdag en zaterdag in en rond de majestueuze veertienmaster van Appelpop in Tiel. Foto: Raphaël Drent

Voor wie plukdenacht nog niet zo lang volgt: check ook mijn eerdere verslagen: Deel 1  Deel 2   Deel 3  Deel 4  Deel 5 en Deel 6.

Appelpop. Extragratis tip: derde podium. De beste bands en maximaal roken.

Vechten

Pauw en Witteman (of ‘flauw en pitten man’ zoals Robert Jensen ze pleegde te noemen) is weer begonnen. Ik ben gek op Pauw en Witteman. Niet op de presentatoren, maar wel op het programma. Zoals ik ook gek ben op Knevel en van de Brink (‘Evil and Knevil’). Ik keek vroeger zelfs naar Jensen, verslaafd als ik ben aan late night talkshows.

Waar die verslaving vandaan komt? Geen flauw idee. Misschien is het omdat mijn gestel, en dan met name het geestelijke gedeelte daarvan, gemiddeld pas rond een uurtje of 23.00 begint te ontwaken. Als ik een beetje ben bijgekomen van de dagelijkse sleur die ik dan als een zombie al meer dan een half etmaal de kop heb geboden.

Pauw en Witteman ging vanavond over Uruzgan. Sterker nog, het ging er niet alleen over, het was ook ter plekke opgenomen.
De krullenbol van de twee was er al een week eerder heen gevlogen en was embedded met de battle group op patrouille geweest. Witteman, vliegangst, was iets later gearriveerd.

De uitzending begon met Jeroen en Paul achter een tafel in het zand van kamp Holland. Daaromheen stond een compleet bataljon militairen in camelkleurige camouflagepakken met de armen over elkaar te aanschouwen hoe hun opperbevelhebber, generaal der strijdkrachten van Uhm, aan een interview werd onderworpen door de *kuch* kritische journalisten van *kuch kuch* linkse huize.

Links. Links is ontzettend uit, geloof ik. Normaal gebeurt er nooit iets als ik op vakantie ben, maar na de affaire Duyvendak van afgelopen zomer zijn de rapen overrijp, en dient elke associatie met sympathie voor bewegingen die opkomen voor de kansarmere medemens stellig te worden vermeden.
Sigmund had er een goeie strip over: Er komt een dikzak bij psychiater Sigmund, en die zegt: "Ik heb in de jaren 80 bedrijven opgekocht, daar duizenden vaders van gezinnen ontslagen, en die afgeslankte bedrijven vervolgens in onderdelen met vette winst doorverkocht."
"Phew", zegt Sigmund, "ik was even bang dat jij ook al zou beginnen over een dubieus verleden."

Of iets in die trant.
Maar goed. Ik had het over Pauw en Witteman. Regisseur: Bert v/d Veer. Deed ook Barend en van Dorp. Zijn motto: kijkcijfers. Daarom heeft de netcoordinator van Nederland 1 ‘m ook binnengehaald: kijkcijfers.
Dus wat deden Pauw en Witteman? Ze vroegen Generaal van Uhm de oren van de kop over de dood van zijn zoon Dennis. Je zag ze vissen naar de tranen.
Maar Generaal van Uhm hield zich kranig. Je zag ‘m knokken tegen de waterlanders, vooral toen de presentatoren maar bleven terugkomen op die volgens het protocol geadviseerde afscheidsbrief die zijn zoon Dennis had geschreven ‘voor het geval dat’.

"Doe weg die camera!", riep ik hardop.
Maar Bert v/d Veer riep waarschijnlijk: "inzoomen!" door het oortje van cameraman 1.

Een trillende onderlip, vochtige ogen, maar van Uhm held ze binnen. Je bent generaal of je bent het niet.
"Yes!" riep ik.
"Kut", zal v/d Veer hebben gemompeld. Daar ging z’n Maxima-momentje.

En ik, ik was op slag weer even helemaal militair. Helemaal into de strijdkrachten.

Uitluisteren. Verzamelgebied. Fuco 1,2,3 & 4. Vupo betrekken, gevechtstenue. RADUSA, VEITONO.
Uitstijgen als diarree.
Drie-eenheid, koppel compleet, op de man. Eerstelijns omgehangen. Geluids- en licht-discipline.
"Mannen en vrouwen van het 17e bataljon, garderegiment Prinses Irene…"
Koffie in je kanaal en een peuk in je kadaver steken en maximaal roken.

Those were the days my friend
I thought they’d never end.