Salut!

10 jaar geleden stuitte ik tijdens Koninginnedag in het Vondelpark op zo’n tentoonstellingsgrondzeiltje waar een klein gosertje achter stond. Hij had maar 1 ding te koop: een wielrenfiets.
"Mooie wielrenfiets", zei ik.
Ik zei het niet al te eager uiteraard, want tegenwoordig, en ook toen, was het zelfs bij kleine gosertjes al uitkijken geblazen, opgevoed als ze zijn in een hypercommerciele wereld.
"Vindt u?" vroeg het gosertje.
"Zeg maar ‘je’", zei ik, ik was potdomme pas 29.

Het kleine gosertje bleef echter volharden in het vousvoyeren: "Volgens mij is het precies uw maat frame", zei ie, "want zo te zien bent u niet al te lang."
Daar had ie op zich een punt, toch had ik op dat moment best zin om ‘m een hengst voor z’n kop te verkopen. Maar goed. Hij was dus in ieder geval geen gelikte verkoper. Ik bedoel, misschien was ie gehaaid, maar het was tenminste geen slijmbal.
"Wat moet ie kosten?" vroeg ik aan het kleine gosertje.

"Het is een echte Raleigh", zei z’n vader, die achter het jochie stond.
"Dat zal allemaal wel", zei ik, "maar wat moet ie kosten?"
"Vijftig gulden", probeerde het kleine gosertje.
In zijn ogen zag ik reeds een Playmobilboot varen.

Ik gunde hem die Playmobilboot. Ik gunde ‘m die van harte. Een echte Raleigh! Fuckin’ hell!
Okay, een verroeste Raleigh, een Raleigh zonder bergverzet, een Raleigh waarvan het stuurlint al een decennium geleden vanaf moest zijn gerafeld, maar toch. Ik vond het wel romantisch.
En met die Raleigh reed ik de Franse bergen in, deed eens gek, en beklom de Alpe d’Huez.
Dood ging ik, helemaal dood. Mijn lichtste verzet was er eentje waar een normale Nederlander op het vlakke nog niet eens mee tegen de wind in kan fietsen, maar ik redde het.

Later heb ik er o.a. de Mont Ventoux mee bedwongen, en afgelopen jaar nog de verschrikkelijkste der cols: de Galibier.

Gekkenwerk. En als ik voor mijn veertigste had willen sneven in een Alpenravijn dankzij een doorgeroeste remkabel, verrotte voorvork danwel algehele metaalmoeheid, dan moet ik toegeven dat ik mezelf de afgelopen tien jaar geen strobreed in de weg heb gelegd.

Toch was het pas in de recente zomer dat ze in de Franse fietswinkel waar ik traditioneel mijn banden bij laat pompen tot 8 bar, zeiden: "Monsieur, prudence hein? C’est une velo dangereuse."

En als Fransen dat zeggen, dan weet je dat ze het menen. Dus ik heb dit jaar een nieuwe gekocht. Het goedkoopste van het goedkoopste in een filiaal te Amsterdam Zuid-Oost van de winkelketen Decathlon.
Niet bepaald romantisch.

Maar toch ergens wel. Het is het andere uiterste. Ik ga kijken hoe ie zich houdt. HIJ inderdaad. De vorige, de Raleigh, was gevoelsmatig een ‘zij’. Maar deze van Decathlon is duidelijk een mannetje. Een arrogante lul die zich veel beter voordoet dan ie is. Maar daar is ie tegelijkertijd eerlijk in.
Ik geloof wel dat ik met ‘m kan praten.
En dat is belangrijk.
Als je een col hors categorie op fietst.

Als je dan niet met je fiets kan praten kun je het shaken. Serieus.
Dit is ‘m:

Fiets

Wens ons maar succes.
We gaan het maken. Drie weken lang. We gaan het enorm maken.

Liefs, en tot veel te snel.

Advertisements

5 thoughts on “Salut!

  1. En volgend jaar gaan we met Team Festina!

    Succes, dat je maar binnen de 60 blijft. Trek de reflectors eruit, scheelt je zo 130 gram.

  2. En dan zal je merken dat de geest van je oude Raleigh zich zal wreken door een op hol geslagen buikschuiver in een haarspeldbacht op je af te sturen. En dat alleen maar omdat je hem zo liefdeloos hebt ingeruild…

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s