Souvenir

Net zoals ik het bij mijn favoriete boeken moet hebben van de vorm, of liever gezegd de stijl, in plaats van de inhoud, zo gaat het ook bij sigaretten.
En als je 1 merk sigaretten op de wereld moet noemen dat verpakkingsgewijs uitblinkt in verleidelijke vormgeving, dan kan je er niet omheen.

Vind ik dan he. En ik niet alleen. Want JJ Cale (complete LP-hoes), John Lennon (situatieschets tijdens de Bed-in Hilton op het tweepersoons: lang haar met een baard en een blote snikkel, ernaast nog langer haar met Oosterse tietjes, een stel lakens en voor de rest enkel, en dit is een belangrijk: het mooiste doosje op aarde) en Theo van Gogh (tijdens AT5-interviews) staken hun liefde voor la Grande Dame des fumeurs ook niet bepaald onder stoelen of banken.

Dit was ze:

Gitanes_then 

Geef toe: je gaat er ogenblikkelijk van op zoek naar een aansteker.
Maar dankzij de een of andere nog strengere EU-wet is ze helaas inmiddels verworden tot dit:

Gitanes_now

Sommigen zullen dit wellicht als extra opwindend hebben ervaren, mais pas moi. Ik vond het een misdaad tegen de kunst. Een verminking hors categorie. En ben destijds toen het onheil aanstonds was, naar Luxemburg gereden en heb op de valreep vele sloffen waarschuwingsloze doosjes gescoord.
En die verzameling is nog altjd in takt. Voorbeeldje:

Gitanes_blondes

En er is meer. Het mooie van Gitanes is dat ze je uit het pakje kan kloppen. Niet plukken, maar tikken. Zoals bij de Marlboro softpacks uit de vijftiger jaren. James Deantje spelen. Heb ik trouwens ook nog sloffen van liggen (tien jaar geleden gescoord in vijftig jaar achterlopend maar tegelijkertijd vreselijk internationaal  Zwitserland):

Marlboro_suisse 

Maar ik had het over Gitanes. Het was zondagochtend, 9 augustus. Broccante in Saillans (Drome – la France).
"L.", zei ik tegen L., "ik zoek maar 1 ding."

Ik zocht en ik zocht. Niks. Cendriers (asbakken) in alle soorten en maten, van alle merken, en nog goedkoop ook. Alles. Van Peter Suyvesandt tot Pall Mal, van Marlboro tot en met Camel, en de vikinghelmen van Gauloise vlogen me bijkans om de oren, maar mijn femme fatale van Gitanes ontbrak chronisch in het assortiment.

Tot ik bij een oud vrouwtje aankwam op het verscholen pleintje beneden. En daar bij dat oude vrouwtje lag ze op tafel. Daar wapperde haar beeltenis. Ze riep me. En ze was duur. Naar verhouding erg duur.
Tot mijn opluchting.
Ze had stijl.
Toch twijfelde ik over de prijs.
Edoch, voordat ik klaar was met twijfelen had L. ‘r al gekocht.
Voor mij.
Cadeautje.
Zo lief.
Dit is ze:

Cendrier

Kijk nou toch eens! Man!

Advertisements

The slave formerly known as Sven

Weet je, ik had vanavond een heel stuk geschreven. Het was best goed. En grappig. Bovendien dacht ik: het kan geen kwaad om zo vers terug van vakantie met frisse moed weer eens een ouderwets plukdenacht-stukje te schrijven. Geloof me, ik had er zin in.

Maar toen was ik halverwege. Althans ik hoopte dat het halverwege zou zijn. Want met de losse eindjes die ik nog aan elkaar moest knopen, zou ik minstens nog een paar uurtjes zoet zijn, en met die pilsjes die ik inmiddels achter de kiezen had, zouden dat er eerder vier dan twee wezen.

Natuurlijk, ik had er ook voor kunnen opteren om de losse eindjes de losse eindjes te laten, bijvoorbeeld omdat zulks wel literair overkomt, maar daar slaap ik dan weer slecht van, en dat is ook niet direct de bedoeling met morgen opnieuw een werkdag voor de deur.

Anyway, er is iets anders. Waar het op neer komt:

Het is maf. Ik heb het op dit weblog ‘t hele jaar door weetikniethoevaak over gekookte kikkers en hoezeer wij dienen te waken om niet een soortgelijk lot beschoren te zijn. En dat doe ik dan meestal in het kader van rookverboden, of andere onrechtvaardigheden in deze wrede wrede wereld.

Maar wat ik niet door had is dat ik ‘m zelf al lang ben. Die gekookte kikker bedoel ik. Dat inzicht krijg ik altijd pas tijdens de vakantie.
Het inzicht dat ik tot slaaf ben verworden.

Een slaaf van mijn werktijden
Een slaaf van mijn elektrische tandenborstel
Een slaaf van mijn internettoegang
Een slaaf van mijn parkeervergunning
Een slaaf van journaals, P&W, K&B, zowel Army- als Desperate Housewives, mijn TV tout court
Een slaaf van afschriften van Delta Lloyd
Een slaaf van opgedrongen regelmaat
Een slaaf.

En jawel, ook een slaaf van mijn weblog.

Zo voelt het althans inmiddels. En dat is niet goed.

Poe. Dat is eruit.

Ik moet zeggen: dit lucht enorm op. Nu ga ik ontzettend een camper kopen op Marktplaats voor 3750 euro, mijn baan opzeggen en samen met L. door Europa touren. Want daar heb ik zin in. En het kan! Huis verkopen en van de meerwaarde een paar jaartjes overleven tot we een nieuwe bron van inkomsten hebben aangeboord. Portretten tekenen in Avignon, gitaar spelen in de Parijse metro, you name it, het is allemaal mogelijk.

Nee serieus, ik heb wel wat levensvatbare ideeen.

Tegelijkertijd vermoed ik nu al dat het er niet van gaat komen. Het is elk jaar hetzelfde liedje als ik terugkom van vakantie. Zo vers uit de vrijheid is de overgang naar ons systeem hard. En komt voor eventjes de revolutionaire en avontuurlijke ik naarboven. Maar veel te snel went het weer.
Nederland.

En voor ik het weet denk ik alweer aan mijn pensioen.
Dat ik dat zal halen is overigens maar zeer de vraag.
Maar je blijft hopen.

PS: o ja, sorry dat het niet grappig is.

Salut!

10 jaar geleden stuitte ik tijdens Koninginnedag in het Vondelpark op zo’n tentoonstellingsgrondzeiltje waar een klein gosertje achter stond. Hij had maar 1 ding te koop: een wielrenfiets.
"Mooie wielrenfiets", zei ik.
Ik zei het niet al te eager uiteraard, want tegenwoordig, en ook toen, was het zelfs bij kleine gosertjes al uitkijken geblazen, opgevoed als ze zijn in een hypercommerciele wereld.
"Vindt u?" vroeg het gosertje.
"Zeg maar ‘je’", zei ik, ik was potdomme pas 29.

Het kleine gosertje bleef echter volharden in het vousvoyeren: "Volgens mij is het precies uw maat frame", zei ie, "want zo te zien bent u niet al te lang."
Daar had ie op zich een punt, toch had ik op dat moment best zin om ‘m een hengst voor z’n kop te verkopen. Maar goed. Hij was dus in ieder geval geen gelikte verkoper. Ik bedoel, misschien was ie gehaaid, maar het was tenminste geen slijmbal.
"Wat moet ie kosten?" vroeg ik aan het kleine gosertje.

"Het is een echte Raleigh", zei z’n vader, die achter het jochie stond.
"Dat zal allemaal wel", zei ik, "maar wat moet ie kosten?"
"Vijftig gulden", probeerde het kleine gosertje.
In zijn ogen zag ik reeds een Playmobilboot varen.

Ik gunde hem die Playmobilboot. Ik gunde ‘m die van harte. Een echte Raleigh! Fuckin’ hell!
Okay, een verroeste Raleigh, een Raleigh zonder bergverzet, een Raleigh waarvan het stuurlint al een decennium geleden vanaf moest zijn gerafeld, maar toch. Ik vond het wel romantisch.
En met die Raleigh reed ik de Franse bergen in, deed eens gek, en beklom de Alpe d’Huez.
Dood ging ik, helemaal dood. Mijn lichtste verzet was er eentje waar een normale Nederlander op het vlakke nog niet eens mee tegen de wind in kan fietsen, maar ik redde het.

Later heb ik er o.a. de Mont Ventoux mee bedwongen, en afgelopen jaar nog de verschrikkelijkste der cols: de Galibier.

Gekkenwerk. En als ik voor mijn veertigste had willen sneven in een Alpenravijn dankzij een doorgeroeste remkabel, verrotte voorvork danwel algehele metaalmoeheid, dan moet ik toegeven dat ik mezelf de afgelopen tien jaar geen strobreed in de weg heb gelegd.

Toch was het pas in de recente zomer dat ze in de Franse fietswinkel waar ik traditioneel mijn banden bij laat pompen tot 8 bar, zeiden: "Monsieur, prudence hein? C’est une velo dangereuse."

En als Fransen dat zeggen, dan weet je dat ze het menen. Dus ik heb dit jaar een nieuwe gekocht. Het goedkoopste van het goedkoopste in een filiaal te Amsterdam Zuid-Oost van de winkelketen Decathlon.
Niet bepaald romantisch.

Maar toch ergens wel. Het is het andere uiterste. Ik ga kijken hoe ie zich houdt. HIJ inderdaad. De vorige, de Raleigh, was gevoelsmatig een ‘zij’. Maar deze van Decathlon is duidelijk een mannetje. Een arrogante lul die zich veel beter voordoet dan ie is. Maar daar is ie tegelijkertijd eerlijk in.
Ik geloof wel dat ik met ‘m kan praten.
En dat is belangrijk.
Als je een col hors categorie op fietst.

Als je dan niet met je fiets kan praten kun je het shaken. Serieus.
Dit is ‘m:

Fiets

Wens ons maar succes.
We gaan het maken. Drie weken lang. We gaan het enorm maken.

Liefs, en tot veel te snel.