Wachten

Ik trapte vanmiddag met stevige tegenwind als een gek door om de trein van 14.51 naar Leiden te halen. Om 14.50 mijn fiets vergrendeld op Lelylaan, doorgesprint naar de kaartjesautomaat, perfect 5 vingerig zo snel mogelijk de juiste vakjes op het touchscreen aangeraakt, met de andere 5 m’n bankpas het apparaat ingefrot en m’n pincode ingetoetst, ‘nee’ geantwoord op transactiebon, geaccepteerde pas weer uitgenomen, het ticket uit de machine-lade geplukt, binnen 6 seconden de roltrap richting spoor 1 geslecht en nog net tussen de sluitende sneltreindeuren door naar binnen kunnen springen.

Zulke dingen geven me een goed gevoel.

Stress_is_mijn_muze

Ik ben een man die geboren is voor deadlines. Voor wedstrijdjes met de tijd. En geef toe, er is in dat kader geen idealer battlefield te kiezen dan de wereld van het openbaar vervoer.
Het OV is eerlijk, laat nergens misverstanden over bestaan. Heel simpel: Je hebt een spoorboekje timetable, met zwart op wit overeengekomen afspraken, en vanaf daar is het gewoon man tegen man. Tijd tegen Sven. Alle slappe excuses (‘er stond een rij bij de automaat’, ‘er was geen parkeerplaats voor mijn fiets’, ‘er stond een paard in de gang’) zijn zinloos: de trein vertrekt gewoon, en you lose. 

Als ik ‘m had gemist zou ik me een sukkel hebben gevoeld. Moet je een half uur wachten op de volgende. Op een koud en winderig perron, zonder dat er ook maar iets commercieels in de buurt is, zodat je een troostrijk kopje koffie gevoeglijk op je buik kunt noteren.
Op dat soort momenten zou de tijd je bij de kladden hebben gegrepen.Zich genadeloos laten gelden. Had je kennis gemaakt met gedachten over de eindigheid van het leven. En raar genoeg tegelijkertijd, als je echt lang moet wachten, over de nutteloosheid van het bestaan.

Een beroerd concept kortom: Wachten. Hadden ze nooit moeten uitvinden. Slecht voor de economie bovendien. Werkt recessies in de hand, al dat uitgestelde consumentengedrag, en voor je het weet is iedereen dakloos, zwerver en junk.

In die trein van 14.51, die ik zojuist had gehaald en waar ik dus een goed gevoel over had, trok ik een halve liter Hollandia-pils van de Edah open. En begon te graven in mijn rugzakje op zoek naar iets om te lezen. Ik vond een dagboek uit 1991.
Het ging over mijn interrailvakantie van dat jaar. Mijn toenmalige vriendinnetje had minder dan geen duiten, en werkte zich die zomer te pletter als koffiedame op het hoofdkantoor van Heineken om haar rekening courant situatie enigszins op orde te brengen.
Ik daarentegen had iets meer duiten, ik had namelijk maar liefst 800 gulden gespaard. Dus ik kocht een all-area-treinkaart voor 500 ballen en trok op mijn eentje een maand Europa in, met als opdracht te leven van een tientje (4,50 euro that is) per dag.
Wat ik me nog herinner is dat ik het heel lief vond van mijn vriendin dat ze me dat gunde.

Ik weet niet wie van jullie ‘Honger’ heeft gelezen van Knut Hamsun, (fantastisch boek! Wereldliteratuur! Aanrader!) maar goed, zo ongeveer verliep mijn vakantie.
Terwijl ik de schaarse drachmes/kronen/shillingen/Turkse danwel Italisaanse lires, die ik had gewisseld voornamelijk gebruikte om te bellen naar het thuisfront om aan te horen dat mijn vriendin het ‘geweldig leuk’ had met mijn Tielse vrienden tijdens BBQ-parties tot diep in de zwoele Nederlandse zomernacht, liep ik met mijn 25 kilo’s wegende rugzak door de droge steppen van de Griekse Peleponesos, en leefde toe naar het hoogtepunt van de dag: het afgezonderd eten van een drie dagen oud, verschrompeld hompje brood met een blikje sardientjes in pikante saus.
‘Luxe!’ schreef ik er in dat dagboek achteraan. Want normaal at ik geen pikante sardientjes op mijn enige maaltijd, maar Nutella-kuipjes die ik had gestolen tijdens een van mijn louche pensionstropingen. Sneaky raids, waarbij ik net deed alsof ik betalende gast was, en uit het ontbijtbuffet het een en ander in mijn zakken liet glijden, onderwijl zoveel mogelijk koffie en nep-jus d’organge in mijn keel gietend.

Ik was 21 jaar oud, droeg een hoed, een gitaar, een rugzak van 25 kilo met tent, matje en slaapzak plus ontzettend veel meer aan onzin. Alsmede een plastic tas met Turkse theeglazen, die ik had gekocht in Istanbul als cadeautje voor mijn toenmalige vriendin. Ik kon de hele wereld aan.
Ik had de tijd van mijn leven.

Ik was eindelijk mezelf.

En met het concept wachten had ik totaal geen problemen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s