Bobby Fischer

In 1943 werd ergens op een vierde verdieping in Chicago een jongetje geboren, dat toen ie zes jaar was, een cadeautje kreeg van zijn zusje. Ze had het gekocht in de snoepwinkel op de hoek.
Nou zal zulks vast vaker gebeuren, zusjes die broertjes cadeautjes geven, maar in dit geval betrof het een presentje dat danige invloed zou hebben op het latere verloop van de wereldgeschiedenis: een schaakbord.

We spoelen 8 jaar vooruit. Bobby Fischer, inmiddels 14 jaar oud, had na aanvankelijk een beetje met z’n zusje te hebben geklooid op de 64 velden ("maar ze vond er geen reet aan"), voornamelijk potjes tegen zichzelf lopen schaken ("meestal won ik"), maar vond het nu hoog tijd om zich eens te meten met de rest van de USA. En prompt werd hij nationaal kampioen. Onder de volwassenen that is, ik bedoel dat hele jeugdtournooi-gedoe sloeg ie gewoon over.

Fischer4

Bobby NK-kampioen schaken.

Maar ik had het over de wereldgeschiedenis. En de wereld, die is groter dan de USA alleen. Hoewel ze daarover aan de overkant van de Atlantische oceaan nogal eens anders over plegen te denken, maar dat terzijde. Anyways. Het was 1957. De tijd van de Koude Oorlog. De Amerikanen waren destijds het rijkste, de Russen de slimsten. Dat uitte zich niet alleen in de ruimtevaart (Amerikanen ontwikkelden in een miljarden dollars-verslindend project een pen die zelfs in gewichtsloze toestand functioneerde – dus hier op aarde ook gewoon op z’n kop kon schrijven – de Russen daarentegen zeiden na de presentatie van al die poeha quasi achteloos: "tsja, och, weet je, wij gebruiken in de ruimte gewoon een potlood!"Tadaah! Nastrovja! en 1-0 voor de Sovjets), maar ook op het terrein van de denksport, met schaken als koningsnummer, waren de Russen in die dagen veruit superieur.
Dus dat gosertje uit Chigaco, die wonderboy, kwam voor de Amerikaanse regering als een geschenk uit de hemel.

Een jaar later, in 1958 werd Fischer als jongste schaker allertijden ‘grootmeester’ en weer een jaar later plaatste hij zich voor het ‘kandidatentournooi’; de prestigieuze wedstrijd van de wereldschaakbond, waaruit de uitdager van de regerend wereldkampioen voortvloeit.
Hij redde het niet, die jonge Fischer. Keer op keer kwam ie in die kandidatentournooien te staan tegenover een blok van Russen, die volgens Bobby stiekem vooraf onderlinge remises hadden afgsproken, opdat ze meer energie overhielden om hem, het Amerikaanse gevaar Fischer, in de kiem te smoren.

Stapelgek en horendol werd ie ervan. En niet alleen daarvan: hij kon ook vreselijk slecht tegen afleidend geluid. Als rechtgeaard autist wenste hij zich volledig te kunnen concentreren, dus eiste hij absolute stilte in de speelzaal. Vrouwen met naaldhakken kwamen er niet in wat hem betreft, laat staan kinderen ("behalve als ze kunnen schaken").
Maar veel gehoor vond ie toen nog niet bij de tournooi-organisatoren, dus trapte ie stennis, heel veel ruzie, en verliet stampvoetend tournooien waarbij hij vlak voor het einde nog op kop had gelegen met 8 1/2 punten uit 10 (wat een onmogelijk hoge score is in de schaakwereld).

Wonderboy Bobby Fischers leek een roemloze toekomst ten deel te vallen. Door al z’n weerzin tegen de complotten die hij vermoedde, schopte hij het nimmer tot winnaar van een kandidatentournooi, en zou ie dus nooit mogen strijden voor de titel van Wereldkampioen. Sterker nog: zelfs aan interzone-tournoois, de voorrondes van de kandidatenmatches, mocht ie niet meer meedoen.

Totdat! Ene Pál Benko (en of de FBI/CIA daarachter heeft gezeten, niemand zal het ooit weten), ‘vrijwillig’ zijn plaats opgaf in het interzone-tournooi van 1970 in Palma de Mallorca, om die te ‘schenken’ aan Bobby Fischer. Hij won dat tournooi met een onovertroffen overmacht. En ook in de kandidatenmatches, die daarop volgden liet ie tennisuitslagen zien: 6-0, 6-0, tegen respectievelijk Mark Taimanov en Bent Larsen. En tevens voormalig wereldkampioen Tigran Petrosjan degradeerde hij met 6½-2½.

En toen was het eindelijk zover.
In 1972 mocht Fischer in Reykjavik (IJsland) de "Match van de Eeuw" spelen om het wereldkampioenschap tegen de toenmalige wereldkampioen, de Rus Boris Spasski.
Fischer verloor de eerste partij door een ontzettend stomme fout. Hij sloeg een ‘vergiftigde pion’ zoals Hans Bohm vanavond bij Pauw en Witteman nog eens aanhaalde. Waardoor z’n loper werd klemgezet en – kort door de bocht – naar de kloten was.
Een fout die zelfs een willekeurige veertienjarige amateur van, ik noem maar wat, de schaakclub van Tiel, niet zou maken.
Fischer baalde als een stekker. Hij was woedend. Het kwam door de camera’s beweerde ie, "die maakten te veel lawaai". "Zo kon ie niet denken". En hij eiste dat de match zou worden voortgezet in een afgezonderde ruimte, zonder publiek en vooral ook: zonder camera’s.
Toen aan die eis in eerste instantie niet werd voldaan, liet ie de tweede partij, waarin ie bovendien met wit mocht spelen, voor wat ie was.
Hij kwam domweg niet opdagen. De organisatie heeft alles in het werk gesteld om ‘m uit dat hotel waar ie zat, tevoorschijn te toveren. Ze hebben geschakeld met limousine-bedrijven en de politie die ‘alle stoplichten op groen’ voor ‘m zou zetten, maar Bobby Fischer vertikte het om te komen, zolang er ook maar 1 lens aanwezig was om opnames te maken.
Het mocht niet baten. Tik tik deed de klok aan de verlaten witte zijde van het bord, en toen de grote wijzer na een uur door de vlag heen ging was het 2-0 voor Spasski.

Pas toen er daarop aan alle wensen van Bobby werd voldaan, en er bovendien een miljardair over de brug was gekomen met een hele hoop centjes, nam Fischer weer plaats achter de stukken. Om vervolgens Spasski te verpletteren.
In een perfect American Dream-scenario.
Een Held.
De Russen waren verslagen en Bobby Fischer kreeg de lovendste woorden van Kissinger over zich uitgestort en werd eigenaar van de hoogste onderscheiding van de stad New York.

Na afloop van de WK-match was ie trouwens niet alleen wereldkampioen maar had ie daarnaast de hoogste ELO-rating die er ooit door een speler is gehaald: 2785 (voor wie niet weet waar het over gaat: noem dat getal in schaakland, en je bent helemaal de man).

Daarna heeft ie geen officieel schaakstuk meer aangeraakt. Okay, nog even een partijtje, 20 jaar later in 1992 te Joegoslavie, tegen diezelfde Spasski, om opnieuw de wereldtitel, en vooral om ruim 3 miljoen dollar op te strijken, maar die match is door de FIDE nooit gehonoreerd. Fischer zelf vond ‘m rechtmatig though, want hij was volgens zichzelf nog steeds wereldkampioen en geen enkele nieuwe uitdager had ‘m daarna in een officiele wedstrijd verslagen.
Dat klopte. Het jonge supertalent Karpov uit de Sovjetunie was de winnaar geweest van het eerste kandidatentournooi na 1972, en stond in 1974 te popelen om die Amerikaan van de troon te stoten, maar Fischer was met dusdanig absurde eisen gekomen qua omstandigheden in de speelzaal, dat de wereldschaakbond ze terzijde heeft geschoven en Karpov zonder dat er een stuk was verschoven, als nieuwe kampioen heeft gehuldigd.

Misschien terecht. Fischer was doorgeslagen. A la een Bob Dylan, die destijds het godsdienstpad was ingetuind, zo was Bob Fischer in die dagen de weg kwijt door te ageren tegen alles wat Joods was. Hij was zelf een Jood, of had in ieder geval een Joodse moeder, maar hij voelde zich als voormalig jeugdschaakwonder nogal misbruikt door tussenpersonen die veel geld op hadden gestreken tijdens zijn toenmalige simultaanpartij-schnabbels. En die mensen waren allemaal Joods geweest, dus hij snapte niet dat de wereld trapte in "zo’n verzinsel als de holocaust."

Hmm.

Ook was ie niet heel erg tuk op zoiets als ‘belasting betalen’. Vond ie onzin. Dus dat deed ie niet. Principe-kwestie. Wat ‘m op een veroordeling tot gevangenisstraf kwam te staan en ingewikkelde
dingen met uitleveringsverdragen.
Hij zat toen in Japan, waar de politie niet te beroerd was om aan de verzoeken van de grote economische broer te gaan voldoen, maar vond op het allerlaatst domestie in het schaakgekke Ijsland, waar ie tot op gisteren in de hoofdstad eenzaam op een hotelkamer heeft gewoond.

Fischer1

Bobby Fischer. Wat zal ik erover zeggen? Misschien moet ik het houden bij de wijze woorden van iemand die Bobby Fischer heeft ingehaald, qua jongste grootmeester allertijden; de Hongaarse schaaks(!)ter Judit Polgar: "Hij heeft een tijdje bij ons gewoond [..] Hij was altijd mijn grote held, maar ik dacht op een gegeven ogenblik: ‘ik moet dat loslaten. Er is een groot verschil tussen de mens en de schaker.’

Dat klinkt ontzettend verstandig, en dat is het ook, maar aan de andere kant doe ik dat liever niet. Want daarmee zou ik het gevoel hebben dat ik ‘m onrecht aan doe.
Bobby Fischer was een zonderling, een excentriek figuur. Iemand die bij de herhaling van de beelden van 9-11, waar de vliegtuigen zich in de Twintowers boren, voor de radio uitriep: "Yeah! Damn you, motherfuckers! Nu zijn jullie aan de beurt, stelletje cry-babies! Fuck the US!"

Iemand die op de vraag ‘wat is de essentie van het schaakspel?" antwoordde met "to crush the other guy’s ego."

Maar vooral was het een man met een fenomenaal geheugen. Toen in 1971 een van de Russische giganten (van de vermeende afgesproken remises), Efim Geller, op ‘m afkwam en vroeg aan Fischer of ie zich nog kon herinneren dat ze ooit in 1957 ook een paar vluggertjes tegen elkaar hadden gespeeld, antwoordde Bobby: "Uiteraard", en somde vervolgens van alle tien partijtjes die ze toen buiten contest hadden gedaan, het exacte zettenverloop op.
Een autist kortom, een controversiele weliswaar, maar op zijn vlak een van de intelligentste die we ooit hebben gehad.

Schaker Hans Ree vroeg Fischer ooit hoe hij tegen God zou spelen. Fischer antwoordde: Met zwart zou ik geen schijn van kans tegen Hem maken, maar met wit speel ik gewoon Spaans. Dat is zo’n uitgebalanceerde opening. Dan maakt Hij me niets. Maar misschien speelt Hij wel Siciliaans. Dan speel ik toch de variant met loper c4. Daarmee moet ik remise kunnen maken.

Well, lieve lezers. Dat laatste is happening while we speak.
Want Bobby is dood.

Rest in peace, schaakbroeder.

Fischer3

Robert James Fischer (1943-2008)

Advertisements

5 thoughts on “Bobby Fischer

  1. He, dat 2785 wist ik niet. Is er serieus nog niemand overheen? Ik dacht dat door de ELO inflatie (vroeger was je met 2600 een hele pief, nu kan je met zo’n score beter gaan pokeren) met daar onderhand wel overheen was….

  2. Ha Chris,
    Ondertussen is er 1 schaker die daar overheen is gegaan, namelijk Garri Kasparov (2851 punten). Maar daarbij moet worden opgemerkt dat ook de ELO-rating enige inflatie kent.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s