Nieuwsgierig

"Jij bent er gewoon op vrijdag?" vroeg vanmorgen een collega. De reden waarom zij dat vroeg zal ik jullie besparen. (Voor de mensen die van dit soort weglatingen juist op een perverse manier enorm nieuwsgierig worden, een leermomentje: Het ging om iets in verband met de voortgang van compliancy-criteria van Lotus Notes-applicaties voor de afdeling Messaging and Groupware. Vertrouw mij nou maar gewoon, als er iets belangrijks te melden valt, zal ik dat heus wel vertellen.)
"Nee", zei ik, "dan ben ik er niet. Dan neem ik een vrije dag."

Prompt keken al mijn kantooreilandgenoten op van hun PC’s en staarden me vragend aan.
‘Een vrije dag?’ hoorde ik ze denken, ‘waarom moet die jongen aanstaande vrijdag een vrije dag? Vertel, vertel, vertel! Spannond!’
"Vrijdag moet ik optreden", verklaarde ik zuchtend.
"Optreden?", vroeg mijn leidinggevende, "’s middags al?"
"Nee", zei ik, "maar het wordt die avond gegarandeerd gigantisch laat, dus dan wil ik de ochtend vantevoren een beetje kunnen uitslapen."
"Waar moet je optreden?" vroeg een andere kantooreilandgenoot.
"In Delft", zei ik.
"Met je gitaar?", vroeg mijn leidinggevende.
"Nee, met mijn stem", zei ik, "als dichter".
"Dichter?" vroeg mijn leidinggevende.
"Ja!", verklaarde iemand anders, "wist je dat niet!? Sven is ook een dichter! Een poetryslammer!"
"Wat is in godsnaam een pootries.., hoe noemde je dat nou?"
"Een slammer", zei ik, "een wedstrijddichter, een podiumpoeet, of zoals aanstaande vrijdag: iemand die als een gekke Henkie op de bar moet springen in een poging argeloos cafepubliek te vermaken met zijn schrijfsels."
"Dat lijkt me niks voor jou", zei mijn leidinggevende, "je bent hier altijd zo… rustig."
"Hij is anders wel mooi Nederlands kampioen!" riep mijn buurman, de Benjamin van ons kantooreiland, "en hij is op TV geweest en hij staat ook op internet!"

‘Fuck’, dacht ik, ‘rustig aan makker, je mag hier gerust de helft van mijn slammers CV reciteren, maar please, please, houd je bek over internet. Voor je het weet zit hier de halve afdeling Marketing Plukdenacht te lezen en dan heb ik een deftig probleem.’
Maar het was al te laat. Onze Benjamin googlede er enthousiast op los om bewijsstukken te kunnen overleggen.

Godzijdank googled de jeugd in eerste instantie NIET op tekst (waarbij plukdenacht de nr 1-hit zou zijn bij het invoeren van mijn naam), maar op foto’s en filmpjes.
Grijnzend draaide onze Benjamin zijn flatscreen naar ons toe waarin ik featurede in een clip die ooit is gemaakt door een documentaire-regisseur waarvan ik onlangs een geboortekaartje ontving (weer een raadsel opgelost voor nieuwsgierige trouwe plukdenachtvolgers).
Wat je zag was mijn ontblootte bovenlichaam dat werd gemasseerd door de roodgelakte nagels van L., terwijl ik ondertussen dronken loensend in de camera mijn alternatieve bewerking van Simon Vinkenoogs gedicht "Adem even in, adem even uit" declameerde.
Niet direct het beeld dat je graag geetaleerd ziet aan een beslisser over je directe toekomst, maar het had erger gekund.

"Is er ook informatie op internet te vinden over dat optreden in Delft?" vroeg mijn leidinggevende.
"Hoezo?" vroeg de Benjamin, "wou je er naartoe gaan?"
"Ik zou er bijna over gaan denken", zei mijn leidinggevende.
"Ik denk niet dat die er is", haastte ik me te zeggen, "het stelt allemaal niet zoveel voor. Het is een beetje een amateuristisch gebeuren, waar over het algemeen geen hond op afkomt. Geloof me, je zou je doodvervelen."

Trouwe plukdenachtvolgers weten beter. Lees mijn eerdere verslagen (2005 , 2006). Het is het mooiste poeziefestival van Nederland.
En dit jaar is het professioneler opgezet dan ooit. Dit jaar hebben ze niet alleen een internetsite, maar zelfs een heuse trailer die draait in de plaatselijke bioscopen.
Die moet je in ieder geval al zien (Geluid aanzetten! Essentieel! En als dat op je werk niet kan dan download je ‘m thuis nog maar een keer):

TRAILER DICHTER BIJ DE BAR

Ik zeg niets meer. Alleen dit: Be there, or without hair.
Serieus, je trekt je volgende week de haren uit je kop als je er niet bij bent geweest.

Disclaimer: ABNAMRO-medewerkers dienen dit stukje als fictie te beschouwen. (Wow, gaaf man, disclaimers! En hoe je er in voorkomende gevallen mee uit de voeten kan enzo.)

Advertisements

Zwitserland 2007

Mijn zusje en ik lagen in twee ligstoelen aan de beroemde thermische baden van Ovronnaz. Het was de laatste dag van ons jaarlijkse familieweekje in Zwitserland en mijn ouders vonden dat we inmiddels wel genoeg hadden gewandeld en geklauterd in de bergen, dus hadden ze besloten dat we ons als beloning met z’n allen voor een paar uurtjes mochten vervoegen in dit luxe kuhr-ort.

Dat klinkt misschien aangenaam, maar heel erg relaĆ­ was het verblijf in dit comfortabele complex totnutoe niet geweest. Mijn vader was een verkeerde parkeergarage ingereden (die van de bijbehorende appartementen, ipv die van de bezoekers van de baden), en toen we na een ingewikkeld doolhof van doodlopende gangen, kapotte liften/onbereikbare verdiepingen, blinde muren en afgesloten deuren eindelijk de toegangspoortjes naar het magische water hadden gevonden, bleken we i.t.t. wat het foldertje had beloofd, met ons entreebewijs niet in aanmerking te komen voor gratis badjassen en handdoeken. Tenzij we alsnog 100 CHF pp zouden overleggen voor een ‘behandeling’, waarbij de keuze bestond uit o.a. : ‘jezelf in de armen van een oude knakker met een baard een kwartiertje laten wiegen in een calciumbad’ of *nieuw!*: ‘jezelf tussen 3 tegelmuurtjes 10 minuten lang omver laten blazen laten masseren door een brandslang die gevuld was met praktisch kokend heet water van meer dan 40 graden Celcius’ (een unieke ervaring, vertelde het baliemeisje, en dat wilde ik best geloven).
"Jezus", had mijn vader gevloekt.
"Dan maar geen badjassen en handdoeken", had mijn moeder besloten.

Naakt, op onze zwembroeken en badpakken na, hadden we met onze boekjes en tijdschriften kwartier gemaakt op 2-hoog, de enige plek waar nog vrije ligstoelen stonden. Ons uitzicht bestond uit een reling en daarachter wederom een blinde muur. Een blinde muur met blootliggende elektriciteitsleidingen dit keer. Uit de diepe ruimte tussen de reling en de blinde muur steeg een continu gegil op vanuit het zwembad. Ik vermoed van ravottende kinderen en niet van geelektrocuteerde badgasten, but what’s the difference. 

"Wat ben je aan het lezen?" vroeg ik aan mijn zusje.
"De Quest", zei ze.
"Die van Wim T. Schippers?", vroeg ik.
"Inderdaad, die doet de reclame", zei mijn zusje, "het is best een leuk blad. Vooral de rubriek ‘Vraag en Antwoord’ Wil je ook een Quest? Ik heb er zat bij me."
"Straks misschien", zei ik, "ik ga eerst ergens een sigaret roken."
"Kansloos", zei mijn zusje, "dat is hier verboden in all areas."

Fuck.

Ik had het koud, zin in een pils, zin in een sigaret, zin om ‘m stantepede weder te peren uit dit belachelijke vertroetelingsoord.

"Geef me dan maar een Quest", zei ik.
Toeval of niet, maar op de eerste de beste pagina die ik opensloeg stond een foto van een grote koepel in een zandwoestijn. Het artikel ging over moderne vakanties. In de koepel bleek een luxe resort te zijn gebouwd waarin een zwembad was aangelegd dat een zee illusioneerde. Op de wanden van de koepel was een blauwe lucht geprojecteerd met een stralende zonne.
Het aangelegde strand aan de gefakete zee was hutjemutje volgestouwd met strandstoelen. En geloof het of niet, maar al die strandstoelen werden bezet door toeristen. Sommigen hadden een flesje zonnebrand naast hun strandstoel staan.
Een pagina verder stond een foto van een nagebouwd stukje Venetie. Het bleek te liggen in Las Vegas, binnen de muren van een casino. Mensen lieten zich vrolijk rondvaren in nepgondels, door gondeliers met een zender gegespt aan hun gestreepte klederdracht en een duidelijk zichtbaar communicatie-oortje onder hun pet.
Daarna kwam ik nog foto’s tegen van skiparadijzen in Dubai en een naar het schijnt onder toeristen erg populaire Kremlinreplica aan de Turkse Westkust.

Hell. Nu had ik pas echt een sigaret nodig. En een pils niet te vergeten.
Ik dacht aan een van de boeken die ik de afgelopen week gelezen had. De selected letters van Charles Bukowski, volume 1: 1958-1965.
"A man does not get old because he nears death; a man gets old because he can no longer see the false from the good."

Ik liet de foto’s aan mijn zusje zien. "Dit is toch erg!" zei ik.
"Ja, dat is vreselijk", zei mijn zusje, "zie je wel dat het een leuk blad is!"
Daar had ze op zich gelijk in.

Toch was ik niet veel later als eerste de detectiepoortjes van het zwembad uit. In het bijbehorende restaurant waarin ik vervolgens terecht kwam, zaten complete kuddes badjassen taartjes te vreten terwijl op de achtergrond een jolige Zwitser met keurig gestreken witte blouse en zwart gilet op zijn synthesizer met twee vingers de noten van ‘Brasil’ speelde, ondersteund door de voorgeprogrammeerde rythmbox uit zijn Roland. Hij veinsde heel professioneel of hij er lol in had. Om de vijf noten mixde hij er met zijn duim breed glimlachend een geluidseffectje doorheen. Piewtjes a la Spargo.
Misschien had hij er zelfs echt lol in, je mag het niet uitsluiten.

Ik rende door, weg, pleite, naar buiten, en zette de hens in mijn verfrommelde Marlboro. De sigaret die ik ten alle tijden ‘op de man’ heb voor noodgevallen. Eigenlijk bedoeld voor als er een kernoorlog uitbreekt en ik nog maar 7 minuten te leven heb, maar dit leek me ook wel een geldige situatie.

Dit alles neemt niet weg dat ik een goeie vakantie heb gehad. Zes mooie bergtochten gemaakt. En ‘s nachts als iedereen te bedde was, een paar hele mooie brieven gelezen.
In dat kader nog een citaatje:

(april 1960, Bukowski naar Jory Sherman:)
Saw your poem in S&S (Scimitar ans Song, een Amerikaans tijdschrift -pdn). She messed up my poem – eve instead of eye, but it was a rotter anyway. She’s a very old woman and prints the same kind of poesy. Wrote me a letter about how the birds were chirping outside her window, all was peace, men like me who liked to drink and gamble, oh talented but lost. I saw a bird when I was driving home from the track the other day. It was in the mouth of a cat crouched down in the asphalt street, the clouds overhead, the sunset, love and God overhead, and it saw my car and rose, cat-rose insane, stiff back like mad love depravity, and it walked toward the curbing, and I saw the bird, a large grey, flip broken winged, wings large and out, dipped, feathers spread, still alive, cat-fanged; nobody saying anything, signals changing, my motor running, and the wings the wings in my mind and the teeth, grey bird, a large grey. Scimitar an Song, yes indeed. Shit.

Ik geloof dat het allemaal neerkomt op de vraag: welke van de volgende twee plaatjes die ik de afgelopen week heb geschoten vind je het mooist?

1. Een idyllisch bergmeertje met op de achtergrond de Mont Blanc

Mont_blanc 

2. Zonder titel:

Heaven_and_hell

Steal my heart.

The American Dream

Iemand die heel mooi kan vertellen over hoe het leven tegen kan zitten is Hans Dorrestijn. Niet in de laatste plaats omdat hij een ruime ervaringsdeskundige is. Sterker nog, Dorrestijn heeft de grote mazzel dat bij hem het leven altijd tegen zit. Werkelijk alles wat hij onderneemt gaat verkeerd. Zelfs, of misschien moet ik zeggen: vooral, als de vooruitzichten aanvankelijk gunstig leken.
Zo vertelde hij recent bij Pauw en Witteman over een meisje dat na afloop van zijn voorstelling op hem was afgekomen. Ze vond hem waanzinnig goed en had ‘m om z’n telefoonnummer gevraagd. Hans kreeg bij alleen al de aanblik van het meisje een paal van hier tot Pluto, dus verzaakte niet en overlegde gezwind de gegevens van zijn mobiel.
Op oudejaarsavond, terwijl hij eenzaam naar de TV zat te kijken, werd hij gebeld.
Het was het meisje.
"Wat ben je aan het doen?" vroeg ze.
"Weinig", zei Hans, "hoezo?"
"Heb je zin om Oud en Nieuw met mij te vieren?"
Ze had de zin nog niet uitgesproken of Hans zat al in de trein.

Toen hij aanbelde bij het door het meisje opgegeven adres werd er opengedaan door een man. Haar vader, zo bleek kort daarna.
Het in de huiskamer gezeten meisje toonde zich erg verheugd dat Hans gekomen was en stelde ‘m voor aan de rest van haar ouders vriendenkring.

Drie belegen oliebollen en vier verkookte kopjes koffie later was het eindelijk 12 uur.
Champagne.
Hans hoopte dat het meisje nu zou vragen of hij haar kamer wilde zien.
Dat deed ze niet. Ze vroeg: "Ik ga zo naar een feest in de discotheek. Zin om mee te gaan?"
Hans ging mee. En betaalde netjes 2 maal 27 euro aan toegangskaartjes.
Eenmaal binnen was het meisje na een halve minuut onvindbaar opgelost in de feestende massa.

Cash om zich dan maar te bezatten aan de bar had Hans dankzij het onvoorzien gespendeerde entreegeld niet meer.
Teleurgesteld aanvaardde hij de voettocht naar het station. Ilussies dat er nachttreinen zouden rijden vanuit deze provinciestad had ie nooit gehad, evenmin dat het 25 graden in de schaduw zou wezen, maar dat er op 1 januari voor tien uur ‘s ochtends zelfs geen enkel boemeltje zou rijden, was een regelrechte tegenvaller. Eentje waar zelfs hij geen rekening mee had gehouden.
En dat het die nacht vroor zoals het in geen jaren had gekraakt, ach, ook dat was bij nader inzien natuurlijk volkomen logisch. 

Ik hou van dat soort mensen. Ik hou van mensen bij wie alles verkeerd gaat. Die onheus behandeld worden door het universum.
Vooral omdat ik er zelf een van ben, uiteraard.

Maar! Dat was tot vandaag! Want!
Vandaag heb ik voor de grap eens geprobeerd te leven volgens ‘The Secret’. ‘The Secret’ is een boek-van-de-maand-dingetje uit de Oprah Winfrey-show.
De inhoud laat zich kort samenvatten: "Positief denken". ‘Focus nooit op wat er mis kan gaan, maar alleen op wat je wil bereiken.’

The American dream.

Volgens de schrijfster van ‘The secret’ bedeelt het universum je namelijk toe waar je gedachten mee bezig zijn. Dus als je piekert: "Wat nou als ze me straks in de steek laat in die discotheek", dan laat ze je ook in de steek.
Terwijl als je zou denken: "dat meisje zegt natuurlijk voor de vorm tegen haar ouders dat ze naar een discotheek wil gaan, maar dat is alleen omdat ze me de bosjes in wil sleuren om het op een flink krikken te zetten", dan wordt het straks een interessante bedoening daar in de berm.

Ik moet toegeven, ik had vooraf mijn twijfels.

Maar het liep vandaag allemaal wonderwel.
Vandaag gingen L. en ik naar de Veluwe. Twee weken geleden waren we ook op de Veluwe. Ik zal de verschillen op een rijtje zetten:

Gelijksoortige gegevens vooraf: er was prachtig weer voorspeld. Er waren geen filemeldingen richting Arnhem, en het was de laatste mooie dag van het jaar misschien.

1. Twee weken geleden: Kut! Er zijn dan wel geen filemeldingen, maar het is vandaag autovrije zondag in Amsterdam! Misschien dat er daardoor op de een of andere manier toch nog files gaan ontstaan.
Vandaag: Geen filemeldingen! Let’s go!

Uitkomst: twee weken geleden: continu langzaamrijdend en stilstaand verkeer, ergo 3 uur vertraging.
Vandaag: zoef.

2. Twee weken geleden: Ja, ja, dat zeggen ze zo vaak bij het KNMI: mooi weer. En als je dan eindelijk op de plaats van bestemming bent is het kut met peren. Zie ik daar niet een wolk?
Vandaag: Er is mooi weer voorspeld! Let’s go!

Uitkomst: twee weken geleden: Tot Utrecht was het nog stralend blauw, maar bij het naderen van de citylimits Arnhem kleurde de lucht ijzig grijs. Eenmaal aanbeland op de Hoge Veluwe geen zon meer gezien. Vage mist, en bedompte modderpaden, waardoor je vieze schoenen kreeg, en verdwaalde natuurlijk, zodat we veel te laat aankwamen bij ons favoriete Pannenkoekenrestaurant.
Vandaag:

Veluwe2007_1 

3. Twee weken geleden: We komen straks veel te laat aan bij het pannenkoekenrestaurant. Dus dan kunnen we een tafeltje wel vergeten. En als we er dan eindelijk eentje hebben, dan zijn we veel te laat klaar met eten, dus dan staan we weer in de zondagavondfile en kunnen we gevoeglijk in Amsterdam geen parkeerplaats meer vinden.
"Hoezo?" vraag je? Moet ik het nou voor de zoveelste keer zeggen?
In Oud-West hebben ze op zondag gratis parkeren voor iedereen, dus ook voor de niet-vergunninghouders, en dan ben ik de lul, want iedereen haalt dan zijn auto op van buiten de ring, en parkeert ‘m dan voor onze deur om ons te pesten, en dan ben ik tot na middernacht rondjes aan het rijden, en dan, en dan, en dan.. gaat alles verkeerd, en dan IS HET EEN RAMP!
Vandaag: we zijn lekker op tijd voor ons pannenkoekenrestaurant. Weet je al welke jij gaat nemen, lieve?

Uitkomst: twee weken geleden: na zonsondergang aan een tafeltje op het terras uren vernikkelen om een van buiten aangebrande en van binnen ongare kaneelpannenkoek onaangegeten af te rekenen, om daarna uren in de file te staan en tot na middernacht rondjes te rijden door Oud-West.
Vandaag: de rij wachtenden assertief voorbij gelopen, plaats genomen aan het laatste vrije tafeltje in het rokersgedeelte. De protesterende tafelschikster van het restaurant afgewimpeld, de dienstdoende serveerster voor ons ingenomen en heerlijk gegeten. Geen files op de terugweg. Bij aankomst in Amsterdam Oud-West: dankzij een ingenieuze snijmanoeuvre bij een stoplicht op de Overtoom, die me pole-position opleverde, een paar straten verderop direct een parkeerplaats.

PS: het kindje op de foto is niet van ons. Maar iedereen weet dat kindjes het goed doen op plaatjes. Dus.

Creep

Ik moest vandaag werken helaas. Anders zou ik zeker in Den Haag te vinden zijn geweest waar een demonstratie werd gehouden tegen het aanstondse rookverbod in de horeca.

Wat ik erg jammer vind is dat het in Nederland zo overhaast wordt ingevoerd. Dat er hier nooit serieus is gesproken over alternatieven. Ideaal zou natuurlijk zijn om gewoon de moderne techniek het werk te laten doen, zoals de geavanceerde afzuigkappen die werden ontwikkeld om de rookoverlast voor 99 van de volle 100% weg te nemen. Ze bestaan inmiddels, edoch net iets te laat om een rol te spelen in de beleidsvorming, zo is gebleken.
Maar ook het zogeheten ‘Spaanse model’, waarbij roken in de horeca in principe verboden is, maar er tegelijkertijd legio vergunningen zijn verleend voor ‘rokerscafe’s’ en ‘rokersrestaurants’, is nooit volwassen onderdeel van de uberhaupt onvolgroeide discussie geweest.

Te Spanje schijnt in ongeveer 3 op de tien horecagelegenheden nog gewoon een sigaretje te mogen worden opgestoken. Een percentage dat misschien niet geheel ontoevallig precies overeenkomt met de verhouding rokers/niet-rokers in het land. De bezoekersfrequentie vertoont overigens exact het omgekeerde statistische gedrag, maar er is niemand die klaagt, want iedereen vindt het perfect geregeld.
De rokers verkeren gezellig opgepropt in bedompte ruimtes met een cerveza in de ene en een dampende Ducados in de andere hand, en de gezondere medemens, de mens van deze tijd, drinkt met zijn jengelende kinderen na afloop van het shoppen gewoon een extralarge dietcoke in een rookvrij cafe, waarbij hij/zij kan kiezen uit een overdadig aanbod van gegarandeerd steriele uitspanningen.

Briljant, zou ik zeggen. Want wat een vooruitgang voor alle partijen!

Misschien, en ik zeg dit nota bene als roker en kroegtijger, hebben we in Nederland te lang gewacht met een adequate wetgeving op dit gebied. Het belangrijkste argument dat door voorstanders van het rookverbod in de huidige paniekdiscussie wordt gebruikt is namelijk dat "we in Nederland achterlopen op de rest van West-Europa", en dat "roken in de horeca niet meer van deze tijd is."
Tel daar bij op dat het in ons land momenteel verschrikkelijk in de mode is om (1) "niet meer te polderen", (2) "niet meer te draaien" en (3) "geen halfslachtige maatregelen te nemen", en je voelt aan dat je als rokende kroegtijger vies de lul gaat wezen.
Want bovenstaande opsomming valt te vertalen als: (1) "niet meer te luisteren naar de praktijkdeskundige vertegenwoordigers van alle betrokken groeperingen", (2) "blind te zijn voor de weldaad van voortschrijdend inzicht" en (3) "het kiezersvolk is nu eenmaal toch te dom voor nuances, dus we doen gewoon zero tolerance."

En hoewel uit ‘zero tolerance’-beleid normaliter ontzettend grappige passages vallen te quoten, gewoon omdat ze in hun blinde rechtlijnigheid per definitie stupide zijn, word ik van onze huidige minister van gezondheidszorg, Ab Klink, toch echt een beetje bang.

Natuurlijk, hij was er weer, zo’n stupide rigide passage. Ik las ‘m in de NRC; Klink had in zijn plannen geschreven "dat ook voor zelfstandigen die thuis werken, zonder personeel, een rookverbod geldt."
Om de werknemer te beschermen.
‘Hahaha’, lachte ik, ‘wat dom! Wat een blunder!’
De VVD had geprotesteerd, las ik vervolgens; "Dit is van een staatsbemoeienis waar ze in het oude Sovjetrijk van kunnen leren."
‘Hahaha’, lachte ik nog steeds.
Tot ik verder las:
"Klink kwam de Kamer uiteindelijk deels tegemoet. Hij wil de verkoop van tabak toestaan in de hele kunst- en cultuursector, aanvankelijk wilde hij dat alleen bij popconcerten. Het rookverbod in werkruimten van thuiswerkende zelfstandigen wil hij heroverwegen."

Na het lezen van die alinea begon ik ‘m serieus te knijpen. Ik vrees dat deze minister echt heel dom is. Ik bedoel, dat je na een obvious blunder naar goed Haags gebruik debiteert dat je je beleidsnota wil ‘heroverwegen’, dat snap ik nog.
Vertaald betekent dat namelijk gewoonlijk: "Sorry, foutje, bedankt".
Maar als je de kamer op andere punten uit diezelfde beleidsnota alvast tegemoet komt, alvast consessies doet, maar tegelijkertijd aangeeft juist die ene passage wel degelijk te willen heroverwegen, dan meen je die passage waarschijnlijk serieus.

Creep.

Speciaal voor de minister van VWS een stripje van Sigmund. Hij is van pakweg een half jaar geleden. Toen ik nog de illusie had dat erover te praten viel.

Sigmund

Romance will find a way

Het is laat.
Ik maak meer meters in het tijdsgewricht dan gezond, laat staan goed is voor een mens.
Ik help mezelf compleet naar de kloten, met al dat weinige geslaap en dat gezuip van mij. En waarvoor?

Neem nu.
Ik vind mezelf hier na dagen van driftig geleef terug achter een 10 jaar oude laptop, omdat ik zonodig, weet ik veel..  een stukje wil schrijven ofzo. Niet omdat ik iets te zeggen heb, maar meer omdat ik net als iedereen de stelling wil bewijzen dat er vele manieren zijn om te vertellen dat er eigenlijk niets te melden valt.

Het is het lot onzer generatie en daar moeten we verder ook niet al te moeilijk over doen, dunkt mij.
Maar los daarvan: iemand die daar heel mooi over kan zingen is zondagskind optima forma: Lucky Fonz de derde.

Ik spotte ‘m voor het eerst in het Betty Asfalt-complex bij de bundulpresentatie van Pom Wolff. Prompt programmeerde ik ‘m voor de dichtersdinsdag in de Kring. Een week later won ie de grote Prijs van Nederland in de categorie singer/wongwriter.

Vanavond was de presentatie van zijn debuut-CD "life is short" in Paradiso.
Hij sloot af met het nummer "Romance".

Dat nummer says it all.
Je moet er naar luisteren om te begrijpen wat ik bedoel. Vandaar bij wijze van hoge uitzondering een linkje naar een Youtubefilmpje.
Het is helaas geen mp3tje van vanavond. Maar een telefoonopname van zijn optreden tijdens Noorderslag. Ergo slechte beeld- en geluidskwaliteit.

Maar doe toch maar even: Lucky Fonz III met extragratis Leonard Cohen-intro, oftewel:

"15 miljard keer gedownload, dus iedereen heeft het al 4 keer op z’n iPod"

Snap je wat ik bedoel?

Niet? Geen probleem. We can work it out. Romance will find a way.