Koe

Vanavond kreeg ik een mailtje van mijn broertje. Wat er in dat mailtje stond doet er verder niet zoveel toe. De inhoud betrof suggesties voor een aantal recepten die hij tijdens ons jaarlijkse oktoberfamilieweekje in Zwitserland van plan was tot daadwerkelijke maaltijden te gaan omzetten. Niets om wakker van te liggen dus.
Ik bedoel, hij was niet van zinnens om voor de verandering pakweg eens stierenballen te gaan frituren op een bedje van al dente gekookte sprinkhanen, ofzo. Tenminste, dat begreep ik uit zijn boodschap: "ik heb al twee recepten voor Zwitserland. Eentje is met groeten en rijst, de andere met groenten en aardappelen. En misschien een stukje vlees. Meer zeg ik er niet over, want dat is een suplise!"

Ik krabde me even achter mijn oren. Waarom stuurt die jongen, los van de gezelligheid, in godsnaam dit mailtje met non-informatie?
Ik las het mailtje nog eens goed en pas toen viel mijn oog op de ondertekening:
"Doei doei doei, van Sander, Ilse en Anna34 (zie attachement)."

Ah! besefte ik opeens. De koe!
Anderhalve week geleden was mijn schoonzusje, Ilse, jarig. Van mijn moeder had ik begrepen dat mijn broertje haar als cadeau een koe had gegeven. Of nou ja, de adoptiepapieren voor een koe. Voor een jaar lang zouden ze betaalverantwoordelijk zijn voor het voer en de leefomgeving van de een of andere vrolijke graaster op een ruimbehuisd grasveld.

Het attachement betrof een foto van de vrolijke graaster, ontdekte ik nadat ik haar had downgeload. De Anna 34.
"Wil je de koe van mijn broertje zien?" riep ik richting L.
"Waarom niet", zei L. en ze kwam achter me staan.
"Kijk, dit is ‘r", zei ik, "De Anna34":

Anna34

"Wow!", riep L., "ze is wel mager!"
"Dat dacht ik dus ook", zei ik, "ze hadden haar beter de ‘pro-anna34’ genoemd, ha, ha!"

Ik vond het zelf wel een goeie grap. Dat heb je weleens. Dat je iets een goeie grap vindt van jezelf.
Altijd gevaarlijk.
Vooral als je prompt daarna een reply-venster opent en aan je broertje en schoonzus op hun gezamelijke emailadres antwoordt:
"Ik hoop dat jullie niet van plan waren dat stukje vlees van die ProAnna34 te betrekken. Want dan mogen jullie haar eerst wel eens vetmesten."
Ik klikte op <send>

En had direct spijt.
Ik bedoel, mijn schoonzusje is een fanatiek vegetarier. Mijn broertje had ze in eerste instantie ook bekeerd, maar nadat ie lid was geworden van de vrijwillige brandweer en bijna elke nacht, na weer eens onterecht te zijn uitgerukt, werd geconfronteerd met de troostbitterballen en de pitty-frikandellen uit de frituurpan van de kazerne, was ie teruggevallen en geen fulltime belijder meer van het geloof.
Zij accepteerde dat. Hij deed immers goed werk. Redde menig kat het vege lijf. Pas nog had hij samen met zijn brandweermaten tijdens een vijf kwartier durende operatie een merel, die terecht was gekomen tussen de dubbele beglazing van een hoge kerktoren, hernieuwde vrijheid bezorgd.
En hoe lief was het wel niet, dat hij, mijn broertje, haar voor haar verjaardag op een adoptiekoe had getrakteerd.
Wereldgoser, topjongen, superheld. Maar vooral: lief.

Hier, aan de andere kant van de glasvezelkabel, zat ik: de brute broer.
Z’n toch al schaarse haren uit z’n kop te trekken.

Advertisements

Vooruitgang

En dan nu: een saai verhaal. Maar echt (copyright Nynke de Jong).
Want: ik ga een van mijn grijze stokpaardjes uit z’n vervallen stal trekken. Ik ga een loei van een oude koei uit de brakke sloot optakelen. Ik ga kortom weer eens dwepen met het onder het stof geraakte citaat van dooie dichter en aartsconservatief JC Bloem, die ooit meende te moeten stellen: "Elke verandering is een verslechtering, zelfs een verbetering."

En natuurlijk zou ik nu dan ter illustratie een ‘hilarisch’ verhaal kunnen tikken over ervaringen met de telefonische bereikbaarheid van grote bedrijven, die door het inschakelen van een indrukwekkend scala aan catch 22’s in hun keuzemenu (‘zit uw vraag er niet bij, keer dan terug naar het hoofdmenu middels het intoetsen van sterretje, hekje, apenstaartje 635. Tip: toetst u voor een extra snelle afhandeling vervolgens alvast nogmaals uw geboortedatum, postcode en de vierkantswortel van uw sofinummer in. Wilt u trouwens meer weten over onze waanzinnig aantrekkelijke leenaanbieding, toets dan gewoon een ‘1’, dan krijgt u direct een van onze medewerkers aan de telefoon.
"Goede… middag, intussen! U belt voor onze waanzinnig aantrekkelijke leenaanbieding?"
"Ah eindelijk! Nou, eigenlijk belde ik meer voor dat ik nu al een paar weken zit te wach.."
"Meneer, daar ga ik niet over. Ik doe enkel de waanzinnig aantrekkelijke leenaanbieding. Moment, ik schakel u even terug naar het hoofdmenu.")

halve naties aanzetten tot zelfmoordoverpeinzingen en/of terroristische aanslagen, maar dan zou ik de inleiding van dit stukje tekort doen.

Want wat ik wil gaan zeggen is niet in de mode, politiek correct, dus bovenal vreselijk saai.

Bon. Dat gezegd hebbende.. Man, ik word werkelijk helemaal gek van die disclaimers die tegenwoordig overal aan toe worden gevoegd. Maar er is blijkbaar behoefte aan, dus vandaar bovenstaande zin, ik bedoel, ik vraag jullie permissie om… Nah, fuck it. Lees ‘t maar, of lees ‘t niet. Djiezus.

Vanmorgen was ik tamelijk van de late met opstaan (don’t ask). Dus vatte ik de auto ipv de fiets, want de spitsfiles zouden nu zolangzamerhand wel zijn opgelost, gokte ik.
Dat klopte.
En het leuke van de auto is dat je de radio aan kan zetten.
Ik stak een Marlboro op en stemde af op Radio 1, waar het programma "De Ochtenden" zojuist op het punt stond een nieuw half uur in te gaan.
‘Ah!’ dacht ik, ‘dat is nog eens mazzel hebben: niet een discussie waar je middenin valt, maar gewoon het hele gesprek van kop tot staart.’
Presentator Thijs van de Brink van de EO (ik betrapte mezelf erop dat ik dacht: ‘gezellig’, ‘knus’, ‘precies zoals het moet wezen als je ‘s ochtends in de auto zit’) startte het verse half uur met een zogeheten ‘audiofoto’.
Wat ik te horen kreeg was een reeks van soundbites uit diverse reportages, waarin ‘gewone mensen’ uiteen zetten hoe ze "echt niet meer zonder een flatscreen" konden – "ik bedoel, zo’n ouderwetse TV is toch gewoon niet te tillen! Hoe zou dat moeten als je wil verhuizen?", en hoe ze de aankoop van hun SUV verantwoordden: "Meneer, u wilt toch ook maximale veiligheid voor uw kinderen als u ze naar school brengt? Ik vind het, laat ik het maar gewoon zeggen, ronduit crimineel als je ze wegbrengt in een Fiat Panda, of nog erger, op de fiets laat gaan! Dat soort mensen moeten ze meteen het ouderschap ontnemen. Het is zooo onverantwoordelijk! Laten ze dat eens in de wet zetten! Het gaat immers om kinderen!"
Etc.

"Ha, ha", lachten Thijs van de Brink en zijn studiogasten na het aanhoren van de ‘audiofoto’.
En daar was ik blij om. Dat ze lachten.
Weldenkende mannen onder elkaar. Dacht ik.
Toen werd er overgeschakeld naar een Belgische wetenschapper, die zich bevond in een studio te Antwerpen.
"U bevindt zich in Antwerpen?" vroeg Thijs v/d Brink nadat ie dat zojuist had vermeld.
"Jazeker", zei de wetenschapper.
"En waarom is dat?"
"Mais allez!", zei de wetenschapper, "vanwege dunnene files in uwenen land natuurlijk, hein!? D’r is genunne doorkomm’n mehr an, daar bai oe, hein!? Natuurlijk was ik liever met oe daar in Hilversum in da studio geweest, want da voel toch warmer, hein!? Met unnene tas koffie bijelkander, mais allez, da’s toch nie mehr te doen, hein!?"
"Ja, we hebben hier veel last van files", beaamde Thijs.
"Da bedoell iek!" zei de Belgische wetenschapper.

Volgens de Belgische wetenschapper kwam het allemaal door de vooruitgang.
‘Ja, allicht!’ riep ik.
Volgens de Belgische wetenschapper had de toename in welvaart in de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw nog gezorgd voor een navenante toename in welzijn. "Denk aan de collectieve mogelijkheid tot het aanschaffen van een auto, een wasmachine, een TV."
"Hmm hmm", knikte ik.
"En het gaat om het welzijn", benadrukte de Belgische wetenschapper.
"Hmm hmm", knikte ik opnieuw, terwijl ik binnensmonds vloekte op een treuzelende Nissan die niet kon beslissen tussen de A2 en de A9.
"Maar vanaf de jaren 80, toen iedereen in de Westerse Wereld eigenlijk alles al had, zijn we terecht gekomen in een ratrace", vertelde de Belgische wetenschapper, "de kenmerken daarvan zijn bijvoorbeeld: de welvaart neemt toe, maar het welzijn blijft gelijk, of wordt zelfs minder. Tegenwoordig wil bijvoorbeeld iedereen twee auto’s, twee wasmachines, en 3 TV’s. Een voor in de huiskamer, een voor in de keu.."
"Ja, ja", onderbrak Thijs v/d Brink en vroeg aan zijn fysiek aanwezige studiogasten, "hoe denken jullie daarover? Hoe zit het met jullie luxe-artikelen?"
En toen vertelde een van de studiogasten, ook een wetenschapper, dat hij 4 zeilboten bezat.
"4!" zei Thijs v/d Brink, "maar die heb je toch niet allemaal echt nodig?"
"Het is hoe je het bekijkt. Zeilen is mijn hobby, maar mijn hobby is een van de belangrijkste dingen in mijn leven. En ik moet gewoon 1 goeie boot hebben, en een goeie reserveboot. Die andere twee zijn wat ouder, maar daarvan gebruik ik dan ook alleen de onderdelen om die andere twee in topvorm te houden."
"Zou je het met een bootje minder kunnen doen?"
"No way. Dat zou het plezier in mijn hobby echt schaden."
"Want je doet aan wedstrijden mee enzo", vroeg Thijs, "en dan moet je op het scherpst van de snede.."
"Dat niet", zei de wetenschapper met de zeilbotenfetisj, "maar het is gewoon.. Nou ja. Je kent het wel."

Ik weet niet meer precies hoe het ging, maar ook de andere studiogast, een Duitser die al enige tijd in Nederland woonde en er een laptopobessie op na bleek te houden, probeerde korte metten te maken met de argumenten van de Belgische wetenschapper en verwierp elk voorstel tot upgrading en recycling van oude computers. Nieuw moest het zijn. Spiksplinternieuw. En dat was "total kein problehm", want dat was juist "gut voor die Ekonomiese groei, diese Kaufdrift".

"Het wordt echt tijd", wierp de Belgische wetenschapper tegen, "dat we voor het meten van de vooruitgang weer welzijn als maatstaf gaan nemen, en niet de economische groei."
"Onzin", zei de Duitser, "Quatsch! In Beiern (daar kwam ie vandaan) verdient de gemiddelde persoon twee keer zoveel als in Berlijn! Dah staht U van zu kaiken, nichtwahr!?"
"Ja, maar zijn ze ook gelukkiger, daar in Munchen?" vroeg de Belg.
"Die menschen in Munchen kaiken in ieder geval tamlich glucklig aus hun augen, uber das algemein", zei de Duitser, "so das sagt genoeg, nichtwahr?"
"Maar heeft Berlijn bijvoorbeeld niet een veel groter cultureel aanbod?" vroeg de Belg.
"Ein wass?" vroeg de Duitser.

Prachtige
radio.

Ik was aangekomen op mijn bestemming. Parkeerde in een grote gratis parkeergarage naast een hoge Bijlmerflat en liep de resterende tien minuten naar het noodgebouw van de ABNAMRO waar ik (en mijn afdeling) vanaf vandaag tijdelijk gestationeerd ben.
"Welkom", zei Snorremans, mijn leidinggevende en tevens verhuiscoordinator, terwijl ik een van de leegstaande bureaus uitkoos.
"Koedemiddag", repliceerde ik bij wijze van foute kantoorgrap. Oftewel standaardantwoord als je weer eens te laat bent.
"Hier moeten we het mee doen", zei Snorremans, "het is een noodgebouw, ooit neergezet in de jaren 80 en bedoeld om binnen 5 jaar weer te worden afgebroken, maar het staat er nog steeds."
Dat laatste zei ie niet zonder trots. Hij is van de oude stempel.
"Maak je geen zorgen", zei ik, "het gaat hier wel lukken. Is de koffie-automaat trouwens erg ver weg?"

Dat was ie niet.
En ook was er geen algehele, onbeinvloedbare, gebouwomvattende climate-control, zoals in het hoofdpand, waar het in de zomer geen kwaad kon een coltrui mee te nemen en het in de winter verstandig was een zwembroek onder je pantalon aan te trekken.
Hier, in dit noodgebouw, kan je gewoon een raampje open zetten als je het te warm hebt, of de verwarming een tandje hoger in het geval van koude.
Briljant.

Toen ik ‘s avonds thuiskwam was ik net op tijd voor het RTL-nieuws. De uitzending opende met gedoe over stemcomputers. Probleem was: ze waren niet te vertrouwen. Ze konden worden afgeluisterd, en nog veel ergere dingen. Dus terug naar het aloude vertrouwde rode potlood zou je zeggen.
Mais non. Ze hadden een *verslik* geniale tussenweg verzonnen. Het plan is nu om een hele hoop geld te steken in een postmoderne upgrade van die aloude stemcomputers, en ze zodanig uit te rusten dat je een printje kan maken van de stem die je hebt uitgebracht.
Want dat is handig. Kan je dat printje in de stembus deponeren. Zodat ze handmatig kunnen natellen of het klopt wat de computer beweert.

Euh?

Talking Heads parafrasering: "Vooruitgang, qu’est-ce que c’est? Pa papapa, pa….."

Statcounter (2) – Lange vragen

Zoals ik in een eerder stukje al schreef: ik ben een enorme fan van de Recent Keyword Activity-optie van de statcounter die ik een paar maanden geleden op mijn site heb losgelaten.
Inzicht in de pysche van de googlende mens in het algemeen en de per ongelukke plukdenacht-bezoeker in het bijzonder. Wat wil een je nog meer? zou je zeggen.

Nou, zat dus. Deze bevindingen delen bijvoorbeeld. Met jullie, trouwe lezers.
Een bescheiden doel dunkt mij, maar lieve mensen: ik ben dan ook een man van laffe ambities.

Zoniet de knakker die hier op 3 september, klokke 16:41:59 voorbij kwam. Althans niet als ik de zoekopdracht mag geloven waarmee hij/zij via www.search.msn.nl op plukdenacht terecht is gekomen.
Die luidde als volgt: hoe wordt ik miljoener en krijg ik ook mijn vrouw nog geil?

Wow. Toe maar! Als dat niet van dappere ambitie getuigt, dan weet ik het niet meer. Ik bedoel: enige moeite met spelling en grammatica hoeft De Amerikaanse Droom niet per se in de weg te staan, integendeel zelfs. Maar geef toe dat het voor deze jongen niet mee zal vallen, of in ieder geval nog een hoop inspanning zal vergen voordat ie eindelijk, ooit, misschien nog eens gelukkig zal worden.
En bij welslagen zou het van krantenjongen tot president-verhaal toch op z’n minst tot peanuts worden gedegradeerd.

Maar goed. Uberhaupt verbaas ik me keer op keer over die letterlijke vragen die in google worden gesteld. Zoals op 22 juli, 14:41:14 (mooi tijdstip!):
www.google.com fotos niet van die schunnige maar van vrouwen die hun lange haar kort knipten

What was he (maybe ‘she’ – probably ‘she’) thinking!? Dat de computer zou denken van:  "Goeie vraag! Ga ik even voor je opzoeken, moment! … Nou, ik heb voor je gezocht, en ik moet zeggen, er zijn best een aantal hits hoor. Het is misschien niet helemaal wat je bedoelt, maar dan moet je dat gewoon aan me vertellen meid. Ik ben er voor jou tenslotte, en geen enkele vraag is dom moet je maar denken, dus ik ga nu communiceren wat ik als eerste gevonden heb. Let op, komt ie: www.plukdenacht.web-log.nl"? (pdn-redactienote: nou begrijp ik waarom die Spanjaarden het vraagteken op z’n kop aan het begin van de zin zetten)
En dat die vrouw (of toch een man – je weet het niet) op deze site klikte en dacht: Kut! Dat was niet wat ik bedoelde. En als nieuwe vraag om 14.43.38 intypte:
Nee ik zoek plaatjes stom ding

Je weet het niet, je weet het niet. En dat is het charmante. Geen idee wie er achter die searches zit. Het enige dat ik tot mijn beschikking krijg is de zoekterm, de landingsplek en een IP-nummer.

Bon.
Het is al laat. Ik moet gaan slapen. Maar ik geef jullie er nog eentje mee. Om het af te leren. Althans voor vandaag. Want de mooisten heb ik nog altijd in voorraad en ben van plan ook die ooit, bij gelegenheid met jullie te delen.

Misschien zitten jullie daar totaal niet op te wachten. Ik zou het me kunnen voorstellen. Maar dat is dan vette pech voor jullie. En dat terzijde.

In de categorie ‘lange vragen’, inclusief screenshot (voor de disbelievers):

Zwanger

(Klik op afbeelding voor groter)

Op 5 september 15.10.38, vanuit google Belgie:
ik ben zwanger en ik slaap heel slecht en ben enorm nerveus kan ik iets nemen voor het slapen en tegen de nerveusiteit

Daarvan raak ik zo ontroerd, dat ik… dat ik…

Misschien zegt het ook iets over mezelf, die statcounter. Je weet het niet.

Dat is internet: Je weet het niet.

Stoer man

Er valt zoveel te schrijven over de afgelopen week, maar juist nu er het een het ander te melden is, geeft mijn gestel niet thuis.
Een doorzichtige smoes mooie manier om te zeggen dat ik compleet naar de vaantjes ben en dit derhalve een kort stukje gaat worden.

Natuurlijk, ik zou, heel stoer, mezelf op de borst kunnen kloppen en roepen: "deze jongen heeft binnen een tijdsbestek van 100 uur maar liefst 2 poetryslams, 2 literaire jubileumfeesten en ook nog eens een boekpresentatie bijgewoond, en tussendoor gewoon fulltime gewerkt bij de ABNAMRO."

Of ik zou, misschien nog wel stoerder, kunnen vertellen over mijn optreden op het hoofdpodium van Paradiso, voor 1200 man, tijdens een van die jubileumfeesten.

En nog een trapje stoerder zou dan natuurlijk zijn, om vervolgens uitgebreid te gaan vertellen over dat ik samen met Diana Ozon een eigen kleedkamer had, met douche, lederen bankstel, vers fruit, en ontzettend veel blikjes Heineken in de koelkast.
En/of dat ik dan zou uitwijden over hoe mooi en liefdevol ik het backstage-gebeuren daar allemaal in elkaar vond steken, want daar was echt over nagedacht. Helemaal gefinetuned op stomdronken en/of knetterstonede artiesten. Je moet weten: backstage betekent bij Paradiso een ondergronds gangenstelsel. Een ondoordringbaar doolhof van koelruimtes en opslagplaatsen. En zonder plattegrond zou het normaal gesproken onmogelijk zijn om je kleedkamer te vinden, laat staan de trap via welke je op het hoofdpodium moet komen.
Natuurlijk hadden ze, zoals iedereen, kunnen werken met bewegwijzering. Bordjes op ooghoogte, met pijltjes en letters. Maar iedereen weet dat zulks risico’s met zich meebrengt. Want zelfs als je nuchter bent is het in de metro van pakweg Parijs, voor sommigen al vrij ingewikkeld om op een overstapstation als Chatelet, waar een stuk of 5 lijnen samen komen, in de hectiek keer op keer de juiste afslag te nemen. Ik bedoel: als je 1 bordje mist ben je vies de lul want drie kwartier de weg kwijt.
In Paradiso is godzijdank de een of andere snuggere geest met een groot inlevingsvermogen in de door drank of drugs verwarde artistieke medemens, op het briljante idee gekomen om het h-e-e-l  s-i-m-p-e-l te maken. Vanaf de artiestenreceptie hebben ze een dikke rooie lijn over de vloer in het gangenstelsel geschilderd. Als je die lijn volgt kom je vanzelf bij de kleedkamers. Om het helemaal af te maken, hebben ze bovendien om te voorkomen dat je je dronken harses stoot tegen de een of andere dwarsbalk terwijl je al wankelend naar de grond loopt te turen, op ieder mogelijk obstakel een groot signaalrood kussen gemonteerd.
Ik zeg: geniaal.
Ja jongen, die backstage-inrichting in Paradiso, vertel me niks, ik weet precies hoe dat zit.

Maar verreweg het allerstoerst zou het zijn, om er gewoon helemaal niets over te zeggen. Als oud geld, zeg maar. Dat je (op het hoofdpodium!, het hoofdpodium!!!) hebt opgetreden in Paradiso (voor 1200 man! Twaalfhonderd!!!), en dat je daar niet mee te koop loopt. Dat zou wel zo chique wezen.

West

Het was, en is nog steeds, een drukke week. Weinig tijd om te schrijven kortom.
Maandag naar de film om een laatste AH-voucher in een gratis tweede bioscoopticket te converteren.
L. en ik kozen voor ‘The diving bell and the butterfly’. Een waargebeurd verhaal over een hyperactieve hoofdredacteur van het tijdschrift Elle die op 43-jarige leeftijd een herseninfarct krijgt en vervolgens na een paar dagen coma, alleen nog maar met de buitenwereld kan communiceren door ‘Ja’ (1 keer), danwel ‘Nee’ (tweemaal) te knipperen met zijn linkeroog. Voor de rest is ie compleet verlamd.
Dat is natuurlijk mooi kut voor die hoofdredacteur. Zou je zeggen.

Dat vindt die hoofdredacteur dus ook. Hij wil dood.
Hoewel deze synopsis mijnerzijds wellicht weinig enthousiasmerend werkt, wil ik je desalniettemin op het hart drukken dat ik bedoel te zeggen dat deze film wat mij betreft een absolute aanrader is.

Ik was dan ook nog niet uitverteld. Want:
Opeens is daar dan zo’n lieve geile verpleegster (off-topic: google/statcounter, doe je ding!) die hem overhaalt om via een systeem waarbij het opsommen van het alfabet en een hele hoop geduld een grote rol spelen, met datzelfde linkeroog nog een boek bijelkaar te knipperen.
"Nou", zou Rita Verdonk zeggen (haar stopwoordje, let er maar eens op), "en dat deed ie dus."
Hij dicteert de geile verpleegster een boek waarin ie boete doet voor zijn voormalige egocentrische levenswandel.

Pas las ik op een weblog, ik weet niet meer welke, daarvoor lees ik er teveel, een prachtige vergelijking. Hij ging ongeveer zo: "Het huwelijk van mijn ouders was als een Franse film uit de jaren 60. Niet goed, niet slecht, maar onbegrijpelijk en vooral ontzettend lang."
Zo is deze film niet. ‘The diving bell and the butterfly’ is de Franse film op zijn best. Niet te vaag, niet te lang, maar wel gewoon een hoop sigaretten, mooie vrouwen, foute mannen en diepzinnige gedachten.
Misschien schrijf ik er nog eens een apart stukje over. Anyway: de film is een Must see.

Bon. Dat was maandag

Dinsdag was het Festina Lente-avond (sind dit jubileumseizoen verplaatst van de eerste naar de derde dinsdag van de maand). Het was een fantastische editie, met geweldige nieuwe dichters. Maar tegelijkertijd slopend as ever. In ieder geval voor iemand als ik die, vers van z’n werk, uithijgend boven de askegel van z’n Marlboro, ter plekke snel een portie Melanzane (aubergine met kaas en tomaat) naar binnen probeert te lepelen, en daarna een dozijn dichters mag aanhoren, om er vervolgens als voorzitter van de jury iets zinnigs over te moeten zeggen.
En dat je dan tussendoor wordt uitgenodigd voor nog een romanpresentatie, morgen (vandaag dus), en tijdens de afterparty in cafe de Doffer een verloren vriend tegenkomt, 2 jaar niet gezien, die nadat ie heeft gevraagd wat je wil drinken (een vaasje), tot een paar maal toe onverbiddelijk een Westmaller Tripple voor je giechel plant.
Dodelijk.

Soms verbaast het me dat ik nog geen herseninfarct heb gehad.
Mais allez. Ik ben nog geen 43. Ik ben 38, dus heb nog 5 jaar te gaan. Dacht ik vanmiddag, toen ik toch maar naar die romanpresentatie ging, waar ik gisteren in Festina voor was uitgenodigd.

Dat ik ging had drie redenen:
1. Sander Meij
2. Martijn den Bakker
3. Walter van den Berg

De eerste is de presentator van de poezie-avonden in Festina. De tweede is de recentste jaarwinnaar van de poezie-avonden in Festina. Ze zouden beiden optreden.
De derde was de romanschrijver in kwestie, en een jongen wiens hand ik gisterenavond in Festina voor het eerst mocht schudden. Een jongen bovendien, wiens weblog ik al sinds jaar en dag minitieus volg. Sterker nog, die laatste, Walter van den Berg, is de jongen waardoor ik uberhaupt een (dit) weblog ben begonnen (zie het honderste stukje op plukdenacht – nee, geen link, zoek maar. Het is waar).

En vanmiddag was ik er dus. In de Schrijertoren tegenover Amsterdam CS.
Het was druk. Het was er zo druk, dat ik even twijfelde of ik toch niet terug zou gaan. Naar huis. Om dingen te doen die er niet toe deden. PSV kijken ofzo.
Maar ik ging toch naar binnen, en schudde Walter opnieuw de hand. De linker ditmaal. Op zijn rechterarm zat zijn neefje.
"Dit is mijn neefje", zei Walter.
Ik keek naar het commando-jacket van het neefje. Het was de blauwgespikkelde editie.
"Goedemiddag", zei ik.
Daarna liep ik snel door naar binnen, naar de bar. En bestelde 2 pils voor mezelf. Ze waren gratis.

Ik dronk ze op, en liep terug naar L. Samen met haar begroette ik de aanstonds optredende collega-Festina-gangers.
"En?" vroeg ik aan Martijn, "heb je het boek al mogen lezen?"
"Jazekers", zei ie.
"En?"
"Het is.. ontzettend West", zei Martijn.
Ik vroeg hetzelfde aan Sander.
"Helemaal West", beaamde Sander.

Tijdens de presentatie werd het eerste exemplaar uitgereikt aan de in West geboren en getogen Henk Spaan. Die zei vervolgens, kort samengevat: "ik ben blij en vereerd. Blij omdat het boek over Amsterdam West gaat, en vereerd omdat het van iemand komt die erin is geslaagd om West in een boek tot leven te wekken. Als je dat kunt, ben je een groot schrijver."
Open doekjes.

Niet lang daarna mocht Martijn de romanpresentatie opluisteren met een gedicht.
"Weet je", begon Martijn tegen het publiek, "ik ben er nooit zo happig op om speciaal een gedicht te schrijven voor een romanpresentatie. Voor je het weet is het gedicht beter dan het boek."
Hij zei het met Amsterdams accent en dito bravoure. Maar, zo mooi, tegelijkertijd trilden de blaadjes waarop zijn gedicht stond, bijkans uit zijn getatoeerde poten van de zenuwen. 
Helemaal West.

En ook hem, na afloop van zijn gedicht: open doekjes die ten deel vielen.

Maar hoe is nu het boek? Is ‘West’, de tweede roman van Walter van den Berg, nou inderdaad een fantastisch boek!?
Ik zou kunnen afgaan op de korte dialoog die ik opving in de wandelgangen:
"Ach, ik weet het niet, hoor. Ik vind het vooral een aaneenrijging van non-events", zei belangrijke meneer 1.
"Dat ben ik niet met je eens", repliceerde belangrijke meneer 2; "er gebeurt juist zoveel, dat je het niet door hebt."

Om misverstanden te voorkomen: belangrijke meneer 2 was niet Johan Cruijff.
Ikzelf weet het nog niet. Ik heb het nog niet gelezen. Maar de eerste drie bladzijden die ik totnutoe tot me heb genomen, mogen er wezen.
Dat is een goed teken.

En tekens, daar gaat het om. In West.

Amsterdam_west

Ik bedoel: hoeveel Bos en Lommer  zien we hier? Je ziet het pas als je het doorhebt.

PS: trailer van het boek is te vinden op deze plek

Statcounter

Een van mijn favoriete hobbies is het checken van de optie ‘recent keyword activity’ op de statcounter van dit weblog. Deze feature toont mij, de beheerder van plukdenacht, via welke zoektermen argeloze mensen op mijn site terecht zijn gekomen.

Ter illustratie heb ik, vlak voordat ik dit stukje ging tikken, een snapshot genomen van de recentste twintig stuks. Komt ie (klik ff op plaatje voor vergroting cq leesbaarheid):

Statlog
Geef toe, dat is toch verdomde geinig.

Ik vind het fantastisch om te ontdekken dat er mensen zijn die op google zoekopdrachten intypen als: "hoe ziet een gedraaide joint eruit", of "wat betekent kinky bitch".
Alsof er bij Google een soort team van Lieve Mona’s achter de PC zit, om gevoeligliggende vragen te beantwoorden.   
Zo lief en onschuldig, vind ik dat. Daar krijg ik tranen van in mijn ogen.

Net als de categorie searchcommands van mensen die donders goed weten hoe Google werkt, maar waarvan de vraagstelling de ergste sores doet vermoeden. Zoals in dit voorbeeld: "zelftest ben ik overspannen."

En dan heb je ten slotte natuurlijk nog de categorie van de sex. Altijd weer intrigerend om te mogen lezen wat voor een behoeften er leven onder onze nationale bevolking.
"Eindhoven blote tieten"
"Billen in het gras"
Geen flauw idee hoe Google erbij komt om die mensen naar mijn weblog te sturen, want ik schrijf nooit over sex, maar antropologisch interessant is het wel.

Anyways. Sinds de dag ik de statcounter op mijn weblog heb losgelaten, op 17 juni 2007, heb ik geprobeerd om zoveel mogelijk van de intrigerendste zoekopdrachten te bewaren. 
Als ik verder niks weet te schrijven, zoals bijvoorbeeld vanavond, of als ik domweg geen tijd heb om een fatsoenlijk stukje te fabriceren, zal ik jullie afentoe verblijden met de pareltjes uit mijn collectie.

Bij deze een sneak preview uit de eerste dagen:

In de categorie A (schattig):

18 Jun 16:34:01 www.google.nl hoe vind ik de prullenbak op mijn computer
18 Jun 20:58:47 www.google.nl andere woord voor synoniem voor kantoortuin
20 Jun 09:54:17 www.google.nl een voorbeeld hoe maak ik een to do list voor huishouden

In de categorie B (geheime kleine drama’s/vraagtekens):

17 Jun 18.33.56 www.google.nl wielrenbroek stijve
17 Jun 23.26.17 www.google.nl nieuwe vriend neger
23 Jun 19:48:26 search.msn.nl beelden van ongelukken in het zand

In de categorie C (sex):

17 Jun 21:25:41 www.google.nl verhalen neuken met mama
18 Jun 11.19:12 www.google.nl knappe zus is aan het douche
22 Jun 13:53:08 www.google.nl cafe aftrekken aan de bar

Hemingway heeft ooit eens de uitdaging aangenomen om een verhaal te schrijven van slechts 5 woorden.
Hij kwam op de proppen met: ‘For sale: Babyshoes, never worn.’
En dat mocht er wezen, wat mij betreft. De beste verhalen zijn de verhalen die vragen oproepen.

De recent-keyword-activity-option van mijn statcounter doet het andersom. Die toont zoekopdrachten. Vragen kortom. Maar de mooisten van die vragen genereren verhalen waaruit je een complete roman zou kunnen verzinnen. Of op z’n minst een goeie passage voor die roman. Het is een goudmijn voor iedere schrijver die is opgegroeid in een stabiel gezin en te schaften heeft gehad met een gelukkige jeugd.

Wellicht onnodig om te zeggen maar: Voor de echte parels uit drie maanden full-history: stay tuned.