Beautiful boy

Als mijn moeder alleen thuis was had ze altijd de radio aanstaan.
"Mama, waarom heb jij altijd de radio aanstaan?" vroeg ik als ik ziek thuis zat als kleuter.
"Anders is het zo stil", zei mijn moeder dan, "de radio brengt tenminste wat gezelligheid."
"Vind je mij soms niet gezellig?"
"Jawel, maar jij hebt koorts. Jij moet slapen."
"Mag ik niet ook nog even naar de radio luisteren?"
"Vooruit dan maar."

En daar zaten we dan. Mijn moeder en ik. Zij op een stoel, ik op de bank onder een dikke deken, maar allebei met verse kopjes thee en kaneelbiscuitjes van Verkade. En dan luisterden we naar "50 pop of een envelop" met Tom Mulder, of Adje Roland met z’n Nederlandstalige Toptien. En elk heel uur kwam Jan Pelleboer voorbij, die met z’n jaren 50 stem de weersvoorspelling debiteerde.
Dan moest ik altijd stil zijn, bij Jan Pelleboer, want mijn moeder vond meteo-aangelegenheden zeer belangrijk, en die oude Fries had er kijk op meende ze: "Die hooggeleerden van het KNMI zeggen toch maar de hele dag hetzelfde; bij Pelleboer kan het tenminste nog eens met het uur veranderen. Precies zoals het weer is. Dat is nooit de hele dag gelijk."

Pelleboer was helemaal the man, zoveel werd me al snel duidelijk. Al kletterde voor mijn bleke neus de regen tegen de ramen, al zag de lucht tot aan de einder zo zwart als de kachel, dan nog wist mijn moeder na een statement van Pelleboer dat er "int midd’n van’t land w’licht enkle opklaring’n zou’n kun’n verschain’n", een triomfantelijk vuistje in de lucht niet te onderdrukken.
"Je zal zien", zei ze dan, "dat we vanmiddag nog best even in de tuin kunnen gaan zitten."

Waar de weersomstandigheden zich uiteindelijk nooit voor leenden uiteraard, maar daar ging het niet om. Pelleboer had hoop gegeven.
Valse hoop misschien, maar toch ook troost.
Laat ik er niet te lang over uitwijden: de man verkocht gewoon een goeie wortel om de dag door te komen, temidden van een strijkplank, een stofzuiger en het aanrecht.

Net als de radio in het algemeen. Neem mijn moeders favoriete programma: Arbeidsvitaminen. Vroeger werden de liedjes die gedraaid zouden worden nog vantevoren weergegeven in de TV-gids. Kon mijn moeder helemaal op kicken; "Over 4 nummers komt Herman van Veen", zei ze dan bijvoorbeeld, "ik zet alvast even een gezellig kopje koffie. Wil jij zodadelijk nog een lekkere beker chocolademelk?"

Noem het knus, noem het warm, noem het desnoods sooo totally cozy, ik koester desbetreffende momenten als die van mijn gelukkigsten ooit. En dan was ik nog ziek ook, kun je nagaan.
Maar wat ik bedoel: it’s hard to do better.

Hoogtepunt was toen mijn moeder met een gezellig kopje koffie klaar ging zitten voor een nummer dat ik niet kende.
Ik kreeg een koekje zonder erom te hoeven vragen.
En ik luisterde.
"Wow", zei ik, "wat is dit!? Dit is het allerbeste liedje dat ik ooit heb gehoord! Wat is de titel en wie is de uitvoerende artiest! Op wie moet ik googlen om dit te kunnen downloaden!?"
Of nou ja, dat zei ik niet, we zaten immers nog in de zeventiger jaren, maar het kwam op hetzelfde neer: "heeft Papa de plaat waar dit liedje op staat?"
"Het liedje heet ‘Michelle’", zei mijn moeder, "en het is van the Beatles."
"De bietels", zei ik, "wow, heeft papa die?"
"Natuurlijk heeft papa die", zei mijn moeder, "het is het liedje waar ik en je papa voor het eerst op hebben ge.. danst."

Tranen biggelden over haar wangen.
En dat kon ik me voorstellen. Het was een erg mooi liedje.

Voor mij was ‘Michelle’ het begin van een complete Beatlesverslaving.

En natuurlijk, ‘Michelle’ vind ik allang niet meer het beste Beatlesnummer, ik bedoel, ik ben geen kleuter meer en ook geen puber die drijvend op zijn ballen door roze wolken zweeft. Bovendien is het een nummer van McCartney, terwijl Lennon zoveel genialer is (mijn top 3: I am the Walrus, Strawberry fields, en dan heel lang niets), maar de onvoorwaardelijke liefde voor de band en de diverse bandleden is altijd gebleven.

De liefde gaat zelfs zover dat ik morgen naar Den Haag ga om, bij gebrek aan the real flesh, de jongste zoon van Lennon te zien spelen.
Dit is ‘m:

Sean_lennon1
Geef toe! Hij lijkt erop.
En belangrijker, hij is de jongen waarover John Lennon ooit een van zijn beroemdste songregels schreef: "Life is what happens to you, while you’re busy making other plans."
In ‘Beautiful Boy’.

De mooie jongen is morgen in Den Haag om z’n nieuwste CD te promoten: "Friendly Fire". Het is een autobiografisch muzikaal relaas over de dood van zijn vriend Max, die ‘t waagde om het aan te leggen met Seans bloedeigen vriendinnetje.
De eerste single van de CD heet "Dead Meat". De begeleidende promotieclip voor de CD toont Sean als een opgetuigde looalike van z’n vader, in een kostuumdrama waarbij ie ouderwetse degenduels aangaat.

"You’re dead meat."
Wat zal ik zeggen? Tekstuele subtiliteit is niet bepaald Seans sterkste kant. En z’n stem is iel, z’n composities zijn monotoon en ontberen elk leven.   

Maar toch heb ik er enorm veel zin in. Waarom? Omdat je afentoe toch de genen gewaar wordt. Kijk maar:

*KLIK!!!*

En vooral omdat ik ga met mijn beste twee vrienden. Ken ik al heel lang. Ook Beatlesfans.
Niks mooiers dan dat.

Advertisements

4 thoughts on “Beautiful boy

  1. Hemelbestormend goed geschreven. Kan zó in de Rolling Stone. Het pointe lijkt wat weggespoeld ten gunste van zo veel pathos… maar wie maakt zich daar druk om als er vleugels uit wiens schouders dan ook sproten?

  2. Hey Boris,

    Verrek, dat is een stukje van L.! Is per ongeluk op mijn site terecht gekomen. Zal het er direct even bij zetten.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s