Harde werker

Er zijn nogal wat dichters die er een dubbelleven op na houden. En dan heb ik het niet over jezelf uit het zicht van moeders de vrouw de tyfus zuipen, je neusschot kapotsnuiven en vies doen met jonge meisjes (hoewel veel poeten daar verrekte goed in zijn), nee, ik bedoel vanuit beroepsmatig oogpunt.
Zo zijn sommige dichters tevens psychiater, verdienen anderen stiekem hun geld als computerprogrammeur, maar veruit de meest voorkomende nevenfunctie is die van beeldend kunstenaar.
100% hard maken kan ik die laatste bewering overigens niet, althans niet wetenschappelijk, maar ik kom er in ieder geval verdomde veel tegen die naast hun schrijverschap tevens graag een professioneel potje mogen kleien of schilderen.

Ik vind het op zich een logische combinatie van beroepen, laat daarover geen misverstanden bestaan, het is allebei creatief enzo, maar toch neigt iets in mij gevoelsmatig naar wantrouwen als iemand zichzelf als multi-talent affichieert.
Waarschijnlijk denkt dat iets in mij dan onbewust aan de aquarellen van acteur Jeroen Krabbe, of aan boeken van topmodel Daphne Deckers. Of aan stervoetballer Marco van Basten als bondscoach.

Ik begrijp het helemaal, het is verleidelijk om de grenzen tussen de verschillende (kunst)disciplines te verkennen, maar excellente resultaten uit het verleden in de ene bieden absoluut geen garantie voor positieve rendementen voor de toekomst in de andere.

Enfin, dat waren mijn gedachten toen ik afgelopen vrijdagavond Arti et Amicitiae binnenliep, een kunstenaarssocieteit aan het Rokin.
En toch: waarom dat mijn gedachten waren snap ik nog steeds niet. Laat me dat uitleggen:

Reden van mijn bezoek was een uitnodiging van dichter/beeldend kunstenaar P., 55 jaar, die in 2006 lid was geworden van Arti, en dientengevolge een expositie mocht verzorgen in de befaamde galeriezaal van het societeitsgebouw.
En als er iemand is die het lukt om de scheidslijn tussen poezie en beeldende kunst te doen vervagen dan is het P. wel. Ik ken ‘m voornamelijk van de maandelijkse poetryslam in Festina Lente, die hij diverse malen won. Zijn gedichten gaan enkel over kleuren. Kleuren zijn z’n voornaamste vrienden en hij personificeert ze in zijn poezie. Mocht je ‘m ooit tegenkomen: zijn poetica brengt ie tot uitdrukking in "King Colour", maar zijn mooiste gedicht heet "Geel" en zijn spannendste gedicht is getiteld "Groen".
In dat laatste gedicht zit ook een onspannende (zonder ‘t’) zin: "Groen, het is een onvoorstelbare harde werker", dacht geel."

Werken, dat is een belangrijk thema in zowel de poezie als de beeldende kunst van P.
Het verbaasde me dan ook niet dat tijdens de expositie in "de optocht van bouwvakkers, evenwichtkunstenaars, brancardiers en vaandeldragers", zoals het begeleidende blaadje van Arti meldde, een mannetje meeliep dat bij wijze van spandoek de gebeeldhouwde letters ‘Groen’ droeg, in P.’s "kleine leger dat klaar staat om een nieuwe wereld te bouwen."

Peter_groen

Het blaadje van Arti vertelde nog veel meer. Er was een halve pagina uitleg over de naamstelling van P.’s tentoonstelling, die ‘Pygmodys’ was getiteld; een samenvoeging van de ‘koning/beeldhouwer Pygmalion en Odysseus, ‘de listige leugenaar die de wereld naar zijn hand zet’, las ik, maar ook "de optimistische pool die plannen verzint om de mentale balans te herstellen. De figuratie is hierbij tot sprookjesmateriaal verkleind, zodat deze ook in het groter geheel van de architectuur kan functioneren. De iconografische draad van Pygmodys loopt van de klassieken, via de Middeleeuwse minnecultuur en heraldiek…"
En zo nog een A4tje door.

"Wat vind je ervan?" vroeg P. toen ik ‘m te spreken kreeg tijdens de opening van de tentoonstelling.
"Ja, best cool", zei ik.
"Weet je dat ik wel 15 uur ben bezig geweest om ze precies goed neer te zetten?" vroeg P, "zodat ze het beste uitkomen?"
"Dat kan ik me voorstellen", mompelde ik op de gok, "nog best snel eigenlijk."
"Heb je de film al gezien?" vroeg P.
"Film? Welke film?"
"’P. werkt’", zei P., "heeft mijn broer gemaakt. Hij is eigenlijk fotograaf, maar dit is z’n eerste filmproject. Hij draait in het zaaltje verderop. Hij duurt maar 17 minuten. We hebben al het slechte eruit geschrapt. Want ‘snoeien is groeien’. Een bekend citaat van…"
"Snoeien is groeien!", onderbrak ik ‘m, "ik ga ‘m zodadelijk meteen zien! Maar nu moet ik echt even een sig.. "
"Moet je doen!", zei P., "Kijken! Ik ben benieuwd wat je er van vindt!"

Dus L. en ik na een snelle sigaret richting het geimproviseerde filmzaaltje in Arti.

En we zagen een prachtige film. Man, wat vergt het verdomde veel arbeid om zo’n beeldje in elkaar te frutselen.
Wel mooi werk, trouwens. Echt, ik kreeg er helemaal zin in. Krantenknipsels afscheuren, die in een emmer frotten, cementachtig spul erbij mikken, een beetje erop inhakselen met een schop, en terwijl dat mengsel staat te drogen met fijne hand en een kniptang een hekwerk van kippengaas tot een lichaamsvorm omtoveren, en dan maar boetseren totdat het net een echt mensje is.
(Even voor de pornoverslaafde jongere lezers:) Vervolgens dat mengsel eromheen boetseren, wat me best geil voorkwam, vooral met die tieten en die billen maken enzo. En dan met druiperige verf overheen schilderen. Waarbij ik me zou kunnen voorstellen dat, well, ik bedoel met een beetje kunstzinnige fantasie is een facial er peanuts bij.
Ik bedoel, hij ging er waanzinnig in op, echt op het obsessieve af.
Prachtig.

Maar een hoop werk is het wel.

"En?" vroeg P.
"Goeie film", zei ik.
"Snap je nu de tentoonstelling iets beter?" vroeg P.
"De pygmeeen?" wilde ik eruit flappen. Want het het waren verdomde kleine beeldjes. En de titel van de tentoonstelling hielp in dat specifieke opzicht ook al niet mee.

Gelukkig deed ik het niet. Ik deelde mede te hebben genoten van de film. En van de kunst nog meer. Wat absoluut de waarheid was. Hier nog maar eens een plaatje:

Peter_optocht_1

Maar een dag later verblijf ik ondertussen nog steeds met die rare vraag in mijn hoofd: als iets je niet direct bij de lurven vat, is het dan wel? Goeie? K?

Misschien doet het er niet toe. Die hele vraag niet. En zou ik beter die cynische toon ook eens achterwege laten in dit geval. Waarom zou je iets niet mogen uitleggen? Ik weet dat het vreselijk uit de mode is, toelichting, maar zou het niet juist geinig zijn om dat taboe daarop nu weer eens te doorbreken? Ik bedoel in deze tijd waarin van historisch besef sowieso steeds minder sprake is, weinig meer wordt gelezen, en over het onderwijs al decennia wordt geroepen dat het naar de kloten gaat?

Ik bedoel, als ouders er geen tijd meer voor hebben, om over leraren nog maar te zwijgen, zou het dan niet een slim idee zijn om.. En zou het niet over een paar jaar een veel leukere maatschappij…

1 thought on “Harde werker

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s