Voetbal

Het was zondagmiddag. "Wou je nog iets leuks gaan doen?" vroeg L.
Ik reageerde aarzelend.
"Het is mooi weer", zei L.
"Ik weet het", zei ik.
"Naar het park ofzo?" vroeg L.
Ik keek op de klok. Het was bijna 14.30.
"Of op het dakterras zitten", suggereerde L.
Ik zweeg.
"Wat is er liefje?" vroeg L.
"Eugrrl", stamelde ik, een ietwat onhandig.
"Wat zeg je?" vroeg L, "ik kan je niet zo goed verstaan."
Drentelend wendde ik mijn gezicht af en debiteerde: "Er is euh.. er is…voegrrl."
"Wat? vroeg L., nu met enigszins stijgende paniek, "wat wil je me precies vertellen schatje, is het iets belangrijks?"
"Er is voetbal", zei ik.

Zie daar. Het hoge woord was er uit.
"Voetbal?" vroeg L. Ze klonk opgelucht.
"Ja", zei ik, "de ontknoping van de Nederlandse competitie. Het is net begonnen en het gaat ontzettend spannend worden."
"Zeg dat dan gewoon liefje! Wou je het graag zien?"
"Het is niet op TV", zei ik, "alleen op de betaalzender."
"Die ze bij het cafe op de hoek hebben?" vroeg L.
"Ja", zei ik.
"Wou je daar graag naartoe?"

Ik heb zo’n lieve vrouw.

"Neuh", zei ik, "ik volg het wel via teletekst."
"Zeker weten?"
"Misschien", zei ik.

Want laat ik eerlijk wezen. De kans dat Ajax alsnog de titel zou winnen vandaag was ontzettend klein. En ik had verdomde weinig zin om deze zonnige middag in april door te brengen tussen de bedompte muren van cafe de Linke Loet op de Wilhelminastraat, waar het vaste groepje hardcorefans waarmee ik Ajax al zo vaak het schip in had zien gaan, zich hoogstwaarschijnlijk anderhalf uur lang de ballen uit de broek zou kankeren.

Aan de andere kant: je wist natuurlijk nooit.

Het was 14.45 en ik checkte teletekst voor de tussenstanden: Excelsior-AZ 0-0, PSV-Vitesse 2-1, Willem II-Ajax 0-0.
Jezus, dacht ik, met deze stand zouden nota bene die stomme boeren uit Eindhoven kampioen zijn.
Ik was blij dat ik thuis zat.
Ik rukte een pils uit de koelkast en probeerde op het balkon rustig de Volkskrant te lezen.
AZ wint toch wel, relativeerde ik, en dan is sowieso alles gedaan. Dan grijpen die kaassjouwers uit Alkmaar de titel. Een keertje scoren tegen het reeds tot de na-competitie veroordeelde Excelsior, hoe moeilijk kan dat zijn. Ergo Ajax is kansloos. Laat ik me er niet te druk om maken en gewoon proberen te genieten van de werkelijk belangrijke dingen in het leven.

Zoals de immer interessante politieke column van…
Op dat moment klonk er een enorm gejuich op vanuit de Amsterdamse straten, en cafe Linke Loet in het bijzonder.
"Godverdomme!" juichte ik in blijde verwachting en rende richting mijn PC om pagina 818 van teletekst te verversen.

Er was, zo bleek, een hoop gebeurd in de afgelopen twee minuten. Ajax had gescoord, en de doelman van AZ had een rooie kaart gekregen en bovendien een penalty tegen. Die er dus zojuist in was gevlogen. Excelsior-AZ 1-0, Willem II-Ajax 0-1 en PSV-Vitesse nog altijd 2-1. Oftewel Ajwax virtueel aan kop! Bij de huidige stand van zaken LANDSKAMPIOEN! Zowel PSV als AZ zouden er minimaal 2 moeten maken om mijn club te achterhalen.
"Het kan verkeren losers!" schreeuwde ik, een oude dichter citerend, richting het zuid-oosten. Een opmerking bedoeld als een lob waar die beroemde van Cocu nog een puntje aan kan zuigen: ver over de ArenA heen, met als slotbestemming Eindhoven.

Daarna liep ik de trap op naar mijn stellingkasten en begon te spitten in wat oude verhuisdozen op zoek naar een ouwe transistorradio die ik ooit, op 9/11, van de AEX had gekregen.
Want hier werd wereldgeschiedenis geschreven.
Noem ‘t bijgeloof, noem het dwangneurose, maar ik wist: als ik het vervolg van de wedstrijden over die AEX-radio zou luisteren dan ging Ajax ‘t ‘m flikken! Dan ging die Ten Cate zowaar gelijk krijgen, met z’n prachtige arrogante Amsterdamse bluf! Die knakker van de KNVB had met z’n kampioensschaal gewoon in Tilburg moeten zijn, waar Ajax de wedstrijd simpel zou uittikken tegen het nergens meer om spelende Willem II.

Als ik nou maar die radio zou vinden.
Als ik GVD nou maar die radio zou vinden.
Ik sleepte de oude verhuisdozen het dakterras op.
Een ambtieuze oplage aan gekopieerde versies van mijn afstudeerscriptie, talloze multomappen van ICT-management-cursussen, en oude effectenpedalen voor mijn gitaar bevolkten binnen notime de planken.
"Wat ben je allemaal aan het doen?" vroeg mijn zonnende buurvrouw in haar blote tieten.
Ze boog zich bestuderend over mijn dakterrasomheining.
"Een bepaalde radio zoeken", zei ik.

Uiteindelijk vond ik ‘m niet.

Waarschijnlijk weggegooid. Toch. Ooit. Ik weet het niet meer.
Het doet er niet toe. Het was gewoon slecht nieuws.

Gelaten luisterde ik over een walkmanradio, waarmee L. vervolgens op de proppen was gekomen, de rest van het verloop van de diverse wedstrijden aan.
Ik hoorde hoe AZ terug kwam, ik hoorde hoe PSV de 3-1 scoorde.
Even was er weer hoop toen Huntelaar de 2-0 scoorde. Even was Ajax weer virtueel in het geel. Even was er weer gejuich vanuit de Amsterdamse straten en cafe Linke Loet in het bijzonder. Even rende ik met vreugdetranen in mijn ogen naar binnen en schaafde ik op mijn knieen over het parket richting L.: HUNTELAAR!!!
Maar al snel werd het in Eindhoven 4-1 voor PSV en niet veel later 5-1 dankzij Philip (what’s in a name) Cocu.

Evert ten Napel, terecht gestationneerd in Eindhoven, want by far de oubolligste verslaggever van ‘Langs de Lijn’, kakelde diverse malen over een "krankjoreme ontknoping van deze competitie".

Bij het slotsignaal was mijn dag definitief naar de kloten.
1 doelpunt tekort.
"Het is allemaal een complot!" riep ik. Niet eens richting het zuiden, maar gewoon in het wildeweg. Dronken als ik was van de vele pilsen die ik in de afgelopen drie kwartier achterover had gekanteld.
‘Het is een complot, net als 9/11!’, dacht ik, ‘want waarom mocht ik die radio niet vinden!? Nou dan!’
‘En die goal van Kluivert in maart, tegen Ajax!?’ redeneerde ik verder, ‘wat moeten we daar wel niet van denken!? Hij leek toen zo onbelangrijk, dat doelpunt van de ex-Ajaxied in PSV-dienst bij een 0-4 tussenstand. Iedereen gunde het hem, ook ik. Zelfs de meegereisde F-side applaudiseerde destijds voor die tegengoal van onze held uit het verleden. Maar als Kluivert toen niet had gescoord, was Ajax nu met vlag en wimpel kampioen geworden.’

Het was 16.30.
Ik schakelde de radiowalkman uit, stopte de minibatterijen die ik daarvoor had misbuikt weer terug in mijn fietslampje en nam plaats naast L.
"En?" vroeg ze.
"Geen kampioen", zei ik.

We dronken een kopje thee op het balkon.
Daarna schilde ze de asperges, bakte ik rundervinken en keken we naar ‘Peking Express’ en ‘Hartstocht’.
En toen gingen we in bad.
"Morgen is het Koninginnedag", zei L.
"Cool!", zei ik.
Gemeend.

Eigenlijk. Eigenlijk ging het best goed.

Advertisements

Clematis

Het klimaat is van slag. Het is veel te mooi weer om te schrijven. Dus ik schrijf niks.

Maar het is wel mooi weer om te lezen. Dus ik geef jullie wat te lezen. Zo ben ik. Verantwoordelijk, plichtsgetrouw en om met van Kooten en de Bie/De Positivo’s te spreken: misschien ook nog wel homosexueel.

Zoals ik vroeger, als kind, soms teleurgesteld werd in de Libelle van mijn moeder met de tekst: "Jan Kruis is op vakantie" en ik gevoeglijk werd geconfronteerd met een zogenaamde gouwe ouwe van ‘Jan, Jans en de kinderen’, die, je zou het altijd zien, steevast bestond uit een mijmering van de dikke rooie jeweetwel kater (9 plaatjes lang dezelfde tekening, begeleid door teksten waar je als kind niks mee aan kon vangen), zo doe ik vandaag een oud stukje van mezelf in de ramsj.

Het gaat over de vliegende stadsdakratten die vanavond tot mijn grote vreugde sinds lange tijd weer eens vergaderden bij mij in de buurt. Aan de overkant om precies te zijn. Het hele voorjaar niet gezien, maar plotseling waren ze er weer. Ik heb het over deze knakkers:

Bruine_duiven

Over duiven dus.

Gelezen?
Mooi. Dan mag je nu als beloning de periodekampioen van mijn dakterras zien:

Clematis

De Clematis.
Om met Herman Brusselmans te spreken: Daar hoeft geen tekening bij.

En om de bruine duiven te vertolken: "Doe es meer van dat soort spul zaaien, dan vliegen we morgen nog een keertje over."

Want dat deden ze vanavond. Rondjes cirkelen boven mijn dakterras dat het een aard had, in het bijzonder rond de Clematis.

"Wow", zei ik.
"Het is een gave", zei de Clematis.

Opwindbare pop

Morgen vindt in ‘Perdu’ aan de Kloveniersvoorburgwal de presentatie plaats van de bloemlezing "Stegen van Stilte"; ‘een keuze uit 100 jaar moderne Perzische poezie.’

Ik ben gevraagd. Gevraagd om die presentatie luister bij te zetten in mijn hoedanigheid van ‘podiumdichter’.
"Ahem", mailde ik terug naar de vertaalster/samenstelster van de bundel en organisatrice van de avond, oftewel de door mij hoogstgewaardeerde Nafiss Nia, "wat is precies de bedoeling?"
"Dat je twee of drie gedichten uit de bloemlezing voordraagt, en ook een stuk of twee van jezelf", mailde Nafiss terug.
"Hoelang?" vroeg ik.
"10 minuten", zei Nafiss, "en kan je me even je huisadres doormailen, dan zend ik je de bundel toe."

Niks aan de hand, dacht ik. Gewoon een gemoedelijk optredentje voor de Perzen. Ben ik niet de beroerdste in, doe ik graag. Gezellig. Ik ben dol op Perzen. Vooral op de exemplaren die naar Nederland zijn gekomen. Want die lusten over het algemeen wel een borreltje.
"Pas des problemes", mailde ik gevoeglijk, "count me in."

Wie schetste mijn schrik toen vandaag bleek dat het programma naast wat Perzen, bestond uit, wel, toch in zekere zin naammakende Nederlandse dichters als Thomas Mohlmann, Lucas Hirsch, Robin Block en Pim te Bokkel?
En Adriaan Jaeggi. Die komt ook morgen. Optreden.

Wat zal ik zeggen, behalve dat ik af en toe dingen plotseling eng vind? Ik bedoel, ik ken die mensen. En ze zijn heel aardig. Maar juist daarom. Daarom is het eng. Het liefst treed ik op in de volstrekte anonimiteit.

Eigenlijk valt er niets te zeggen. Behalve dat ik me, weetikveel, soms een Pers voel. Ik bedoel, ik heb geen gevoel voor humor. Althans niet zo direct. En zelfs niet indirect. In gedichten ben ik van de bombastische. Van de zelfrelativering op meta-niveau. Het tegenovergestelde van een woordspeling. Geef mij bloemrijke overdaad, megalomane klaagzang, eendimensionale duiding. Want pas dan ontsnapt aan mij de glimlach.

Wat morgen te doen? zat ik vanavond te denken. En ik kom er maar niet uit.

Enfin, ik heb zojuist de knoop doorgehakt. En besloten mijn voordracht morgen te eindigen met het gedicht "Opwindbare pop" van de beroemde Iraanse dichteres Forough Farrokhzad (1943-1967).
Bij deze mijn favoriete fragment daaruit, (dat, om misverstanden te voorkomen, over mezelf gaat)

jaren kun je knielen
met gebogen hoofd, voor een koud mausoleum
in een onbekend graf kun je God zien
met een klein muntje kun je het geloof vinden
in de kamers van een moskee kun je
als een oude gebedszanger verrotten
als een nul in een som kun je voortdurend
dezelfde uitkomst hebben
je kunt je ogen in hun kwade oogkas als de
kleurloze knopen van een versleten schoen zien
je kunt opdrogen als water in een kuil
de schoonheid van een moment kun je beschaamd
als een snel gemaakte clownekse foto op de
bodem van een kist verbergen
in het geraamte van een leeg gebleven dag

kun je een veroordeelde, een verslagene
of een gekruisigde hangen
met de maskers kun je de barsten in de muur bedekken
of kun je met een nog onbenulliger beeld 1 worden

9/11 (slot)

Dit stukje is het vervolg van eergisteren

Vorige week lag het netwerk van de ABNAMRO bijna 48 uur lang helemaal plat, omdat een stelletje bouwvakkers dat de laatste hand probeerde te leggen aan het metrostation Bijlmer, de een of andere glasfiberkabel had geraakt.
*Pats* een paar duizend kantoorklerken in het aanpalende gebouw (het onze), compleet onthand. Het wachten was op de PTT om het euvel te verhelpen.
En dat duurde even.

Omdat ik desondanks geacht werd 8 uur per werkdag door te brengen achter mijn bureau, besloot ik eindelijk het boek eens te gaan lezen dat ik ooit had gedownload van de website van uitgeverij Lemniscaat en dat ik had opgeslagen op mijn locale schijf. Die ouwe trouwe C-schijf die verder geen ruk te schaften had met de beschikbaarheid van het netwerk.
"9/11" heettte het boek; "een onderzoek naar de feiten" en het was geschreven door de Amerikaanse hoogleraar David Griffin.

Het boek was, mild gezegd, fascinerend. Het gaat, kort samengevat, over de officiele verklaring die de Amerikaanse regering heeft afgelegd omtrent de gebeurtenissen op 9/11/2001, en over hoe die volgens Griffin van geen kanten deugt.

Ah, dacht ik in eerste instantie, daar gaan we weer. Another conspiracy-adept die toevallig een keertje Loose Change heeft gezien en die na enig vluchtig onderzoek met wat extra feitjes op de proppen komt; zo’n handige jongen die nog een duit in het zakje wil doen om de snelgelovende gemeenschap een veelvoud van diezelfde duiten uit de zak te kloppen middels de verkoop van zijn boek.

Want hij is natuurlijk vreselijk populair, die theorie dat Bush zelve achter de aanslagen op het WTC zou zitten. Sexy as hell die gedachte.
Het briljantste idee voor een thriller, de geniaalste vondst voor een filmscript, ze zouden er allemaal bij verbleken. 

En ik moet toegeven, vroeger behoorde ik ook tot het kamp van de ‘believers’ – de mensen die de officiele verklaring verwierpen en geloofden in (een) opzet van de Amerikaanse autoriteiten. Want het kwam ze allemaal wel verdomde handig uit, die k*tkapitalisten, die oorlogszuchtige imperialisten op zoek naar olie en macht over de globe. 9/11 was precies het Pearl Harbour dat ze nodig hadden voor zowel buiten- als binnen-landse steun, om zonder verder pardon Irak binnen te vallen.
Bush was destijds op slag af van zijn popularieteitsprobleem en de op olie en wapenindustrie gebaseerde Amerikaanse economie trok weer stevig aan.
‘Zie je wel’, dacht ik, ‘we hebben een motief, we hebben een alibi van gatenkaas in de vorm van een aantoonbaar niet-kloppende officiele verklaring, kortom: we hebben een dader.’

Maar toen las ik een column op de volgende website (met een nogal pretentieuze naam): The best page in the Universe

Ik geef toe, die column is enigszins populistisch geschreven, maar hij is wel grappig. Vooral over hoe ie in gaat op dat debiele 20-dollarbiljet-argument.

Maar sowieso geeft ie in twee plaatjes weer hoe onwerkelijk al die complottheorien zijn:

Conspiracy_tot1

Conspiracy_tot2

En voor serieuzere debunking van conspiracy-theories verwijst ie terecht naar de mensen die er energie in hebben gestoken om dat werk van die gekken te weerleggen

Ik was gerustgesteld. Bush was dan wel een eikel, maar gelukkig gewoon een domme eikel. In ieder geval geen berekenende machtswellusteling die in staat werd gesteld om zich te ontpoppen tot een kannibalistische massamoordenaar.

Maar vorige week las ik dus dat boek van David Griffin. Het is hier te downloaden: Relatief onbetekenende Nederlandse uitgeverij die een gokje waagt

Poe. Dat is toch best wel wetenschappelijk. Het eerste deel is in ieder geval kraakhelder. Dat doet ie goed. Gewoon focussen op de grootste missers in de officiele verklaring. En duidelijk maken dat er een behoefte bestaat, zo niet een noodzaak, tot nader onderzoek.

Want er is iets goed mis, dat weet Griffin wel duidelijk te maken. Het is echter jammer dat ie zich in de tweede helft van het boek toch laat verleiden om er allerlei argumenten ipv feiten bij te slepen. Speculaties. Op zich waanzinnig interessant, ik bedoel, ze laten zich lezen als een politieke thriller waar John Grisham nog een puntje aan kan zuigen, maar het doet de algehele geloofwaardigheid geen goed. En dat is zonde, omdat ie nou juist zo’n sterk punt had.

Ik kan het niet beter verwoorden dan wat de wetenschapsfilosoof Herman de Regt erover te melden had:
Reflectie

En, voor wie niet op de vorige link heeft geklikt, wat Mark Twain zei: "What gets us into trouble is not what we don’t know; it’s what we know for sure that just ain’t so."

En zo kan ik eindeloos webadressen blijven doorgeven over het hoe en waarom en van misschien zit het zo: De VS zijn gewoon een ploert

Maar daar schieten we geen zak mee op. Om met de grote filosoof Johan Cruijff (zie bijlage Parool van afgelopen zaterdag) te spreken:
"Je moet geen mening hebben, daar waar ie niet is."

Verstand van zaken. That’s what we want. En daarvoor is openheid nodig. Zowel over de gang van zaken voor, tijdens en na 9/11, als over de deelname van Nederland aan de missie in Irak. En Uruzgan. We leven in een democratie, toch?
Zo lang dat het geval is mogen we als volk wat mij betreft best weten waarop we stemmen.

9/11 (I)

Tijdens de middag (Nederlandse tijd) van 11 september 2001, zat ik op mijn werk. Op de AEX-beurs aan het Damrak om precies te zijn.
Ik stond op de gang bij de automaat rustig een kopje koffie te drinken en een sigaretje te roken toen er een of andere staffmedewerker kwam aanrennen, die transistorradio’s begon uit te delen met de woorden: "jongens, het wordt vanmiddag een gekkenhuis: er is 1 minuut geleden een vliegtuig het WTC ingevlogen en de koersen donderen in elkaar!"
De staffmedewerker drukte een radio in mijn poten; "volg het nieuws", riep ie.
"Het WTC in Zuid?" vroeg ik.
"Nee, het WTC in New York, een van de Twin Towers", zei de staffmedewerker.
"Ongeluk?"
"Misschien. In ieder geval donderen de koersen in koersen in elkaar, aan het werk gek!"

Ik doofde mijn sigaret, schakelde lopend richting mijn bureau de transistorradio naar de frequentie van een nieuwszender, en checkte op mijn PC of ons handelssystemen nog in de lucht waren.
Dat waren ze.
Ik keek naar de orders die klaar stonden om verwerkt te worden door de systemen. Dat waren er een hoop. Iedereen wilde verkopen. Afgaande op de buitenproportionele volumes constateerde ik dat het niet lang zou duren of de systemen zouden gaan crashen.
‘Fuck’, dacht ik, ‘Daar gaat onze afdelingstarget om de systemen dit jaar minimaal 99,8% van de tijd operationeel te hebben.’
En vooral: ‘daar gaat mijn avond waarop ik had beloofd om mee te helpen met de opbouw van het grote podium op het Appelpopfestivalterrein, met na afloop een stevige pils drinken en voetbal kijken op het TV-scherm in de backstage-tent.’
Kon ik iets doen? Jazeker! Hopen en bidden dat het een verdwaald sportvliegtuigje betrof dat zich zojuist op Manhattan in de Noordtoren had geboord.

Dat hielp.
Terwijl ik me tot de Almachtige wendde hielden de automatiseringssystemen wonder boven wonder stand.
"Er zijn berichten dat het gaat om een verdwaald sportvliegtuigje", meldde Radio 1.

"Zie je wel", mompelde ik, "altijd die paniek om niks."

De handelsvolumes namen spontaan af. Dat wil zeggen; er wilden ook weer mensen kopen. Er waren genoeg matches te bewerkstelligen, waardoor de systemen, waarvan de bottlenecks zaten in het aantal openstaande transacties, in hoog tempo werden ontlast.
"Goddank", glimlachte ik, en maakte me klaar om weer een sigaretje te gaan roken bij de koffie-automaat. Voor de zekerheid nam ik mijn zojuist verkregen transistorradiootje mee. Ik bedoel, ik ben niet de beroerdste om enige plichtsgetrouwheid te betrachten.

Op het moment dat ik de brand stak in een verdiende Marlboro en een slok wilde nemen van een versgetapte espresso (ja, dames en heren, dat dronk ik nog in die tijd), schalde het over de radio: "ER VLIEGT ZOJUIST NOG EEN VLIEGTUIG HET WTC BINNEN! IN DE ANDERE TOREN! EEN ENORME EXPLOSIE!"
‘Kut’, dacht ik toen, "I’m fucked.’

En inderdaad. Alle handelssystemen gingen plat als dominostenen.
Even was ik in paniek.
Maar die bleek onterecht. Want de handel moest, zo werd me parallel over de telefoon gemeld, sowieso worden stilgelegd op last van de allerhoogste beursautoriteiten. De tent werd voor de rest van de dag gesloten. Morgen zouden we wel weer verder zien, als de kruitdampen waren opgetrokken.

Ik pakte mijn rugzakje, en vertrok richting Tiel. In de trein luisterde ik met een sixpack Heineken kettingrokend (dat kon toen nog) naar mijn door de beurs gedoneerde transistor.
En eenmaal op het Appelpopfestivalterrein keek in de backstagetent op het grote scherm naar de zich eindeloos herhalende beelden van de Boeing die zich in de Zuidtoren boorde.
"Verdomd knap gedaan" was de unanieme mening van de Appelpopvrijwilligers. En zo ook die van mijzelve.
We hadden geen flauw idee van het aantal doden ofzo. Daarvoor was het allemaal te onwerkelijk. Het zag er meer uit als een videospelletje dan als iets reeels. Er werd die avond dan ook gewoon gevoetbald op TV. Een kansloze Europacupwedstrijd van Feijenoord of PSV geloof ik, daar wil ik verder vanaf wezen. In ieder geval was het saai genoeg om uiteindelijk te besluiten dat de opbouwwerkzaamheden van het festival prioriteit verdienden, en we tot diep in de nacht aan het podium hebben zitten timmeren.

Die waan van de dag. Die immuniteit. Die vind ik in retrospect uitermate fascinerend.

Vandaag is de eerste militair gesneuveld in Uruzgan. Er zijn er al 5 eerder de pijp uit gegaan, maar die doden waren te wijten aan bedrijfsongelukken en zelfmoord. Vandaag viel de eerste echte Nederlandse oorlogsdode sinds jaren.

De politieke partijen reageerden in de te verwachten bewoordingen: "dit is afschuwelijk", "we zijn geschokt", etc, enz. 
Maar zijn we dat echt?

Aan de ene kant hoop ik van wel, aan de andere kant van niet.
Het hoe en waarom van die spagaatmening zal ik zondagavond nader proberen uit te leggen.

Stivoro

Het is inmiddels algemeen bekend, en door al heel veel onderzoeken aangetoond, dat lang op 1 plek staan ontzettend slecht is voor de gezondheid. Het kan rugklachten veroorzaken, spierverkramping en heeft vernauwing van de bloedvaten met duizeligheid tot gevolg, waarna men in sommige gevallen het bewustzijn verliest.
Op zich moet men natuurlijk zelf weten of men zich wil blootstellen aan het lang stilstaan op 1 plek, maar het is uiteraard niet de bedoeling dat anderen hier last van hebben, of nog erger: daardoor worden gedwongen om ook lang stil te staan op 1 plek; het zogeheten ‘meestaan’.

Gelukkig is ‘lang bij iets stilstaan’ in de meeste openbare gelegenheden al verboden, maar helaas wordt er tot op de dag van vandaag nog een uitzondering gemaakt voor 1 branche: de musea.
Belachelijk!
Dat zult u met ons eens zijn.
Wij van Stivoro (STIchting VOor ROndjesrennen) zijn dan ook erg verheugd dat het nieuwe kabinet in het regeerakoord heeft vastgelegd dat er per uiterlijk 1-1-2011 een algeheel stilstandverbod gaat worden ingevoerd in deze ondernemingstak.

Even de feiten op een rijtje. In de landen om ons heen is zo’n verbod al jaren van kracht, we lopen in Nederland hopeloos achter. Wij zouden dan ook niet willen wachten tot 2011, maar het verbod het liefst ingevoerd zien worden per 1-1-2008 vandaag! Uit onderzoeken blijkt immers dat de meerderheid van de Nederlanders nu nooit in een museum komt, maar daar graag naartoe zou gaan als ze tenminste geen last zouden hebben van die culturele snobs. Die zogenaamde ‘liefhebbers’ die uren naar een schilderij staan te staren en zo het uitzicht van de medemens belemmeren.
Want wat is daarvan het gevolg? Meestaan! Minutenlang wachten, soms wel een kwartier op 1 plek verkeren voordat je eindelijk een fatsoenlijke foto zonder snobkop erop kunt nemen en weer verder kan gaan.

Daar moet een einde aan komen! Stilstaan doe je maar thuis, waar niemand anders er last van heeft. Stilstaan kost de economie jaarlijks vele miljarden, maar daar sluit de museumbranche uiteraard de ogen voor. Die komt met halfzachte maatregelen op de proppen. Zoals het aanbieden van ansichtkaarten in de museumshop, zoadat je zelf geen foto’s meer hoeft te maken.
Ja, dank je de koekoek! Nou wordt ie mooi! Dat is het omkeren van het probleem! Dat is het nodeloos belasten van de slachtoffers. Moet onze gezondheid soms lijden onder die van mensen die zich bewust van de risico’s, hele studies lopen te maken van het een of andere doekje met verfspatten? Dacht het niet.

U ziet natuurlijk hoe krom die situatie is. Wij van de STIchting VOor ROndjesrennen verwijzen ‘tegemoet komende’ voorstellen van de museumbranche dan ook altijd direct naar de prullenbak. Voorbeeldje: waar kwamen ze een paar maanden geleden mee over de brug? "We kunnen eventueel her en der stoeltjes neerzetten waarop de bezoekers even kunnen uitrusten, zodat ze niet te lang hoeven te staan. Daarmee wordt ons inziens 99% van de door u genoemde gezondheidsklachten voorkomen."

Wij hopen dat u zelf de drogreden ziet. Zoniet, dan leggen wij hem even voor u uit. Zij veroorzaken het probleem. En het probleem wordt met die zogenaamde stoeltjes natuurlijk niet opgelost. In theorie klinkt het allemaal heel mooi, maar in de praktijk zal je zien dat er niks van terecht komt. Zo gaat dat immers altijd in de museumbranche.
En daar komt bij: hoe moet dat dan met de kinderen? Kinderen kan je niet op een stoeltje zetten. Die willen gewoon rondrennen. Dat weet iedereen. Kinderen zitten nog in de groei nota bene, je kunt wel bedenken wat voor gevolgen dat heeft op hun gewrichten! Als ze daarin worden belemmerd! Moge dat duidelijk zijn!

Jarenlang is door de branche beweerd dat we ‘er samen wel uit zouden kunnen komen’. Daar is zoals wij allen weten niets van terecht gekomen. Als er 1 iemand lang stilstaat kan je al niet meer goed rondjes rennen, dat is gewoon een feit. En hoe zit het met het recht van de werknemers in die branche? Die hebben toch ook recht op een arbeidsplek waar ze rond kunnen rennen? "Dan moet je maar niet als suppoost in een museum gaan werken, want dan weet je waar je aan begint", werpen sommige verstokte stilstaanders dan tegen. Nog zo’n drogreden! Ziet u hoe oorzaak en gevolg van de problematiek opnieuw wordt omgekeerd door deze groep, die het niet kan verkroppen dat de meeste mensen er wel gewoon een gezonde levensstijl op na willen houden? 

Tsja, en dan nu weer dat voorstel van de Nederlandse Museum Bond van vandaag. Eindelijk stemmen ze in met een algeheel stilstandverbod, maar dan willen ze wel een geleidelijke invoer. Een onderscheid tussen drukbezochte en nauwelijks gefrequenteerde musea. Omdat invoering per direct de nekslag zou betekenen voor die laatste categorie.
Concreter: stilstaan in het van Gogh en het Rijks wordt per 2008 verboden, maar de wat experimentelere musea moeten de tijd krijgen tot 2011 om de nodige ‘maatregelen te treffen’.

Wij van Stivoro zeggen: dat schept alleen maar onduidelijkheid. Onderscheid werkt niet, dat hebben we in Belgie al ervaren, waar ze zoiets hebben geprobeerd. En dat heeft alleen maar klachten opgeleverd.
‘Stilstandverbod NU!’ propageren wij derhalve. Opdat iedereen in de openbare ruimtes rondjes kan rennen. Wij maken daarbij geen uitzondering voor de museumbranche, laat staan de experimentele.

‘Stevig doorlopen’, adviseren wij tot die tijd, ‘er valt toch niets te zien.’

Rokersbutton_1

Ja, sorry hoor.

Economie

Ik fietste vanmorgen zonder jas naar mijn werk. De lucht was blauw, de vogeltjes floten, zelfs het voormalige huis van Holleeder aan de Minervalaan lag er vredig bij.
Ik fietste langs de hoogroze prunissen in Oud-Zuid, langs de vroege zonaanbidders in het Beatrixpark en langs de verdwaasde ponies die de slaap uit hun ogen wreven en nog even een hap hooi namen ter voorbereiding van een dag lang rondjes sjokken in de buitenmanege van het Amstelpark.
Ik fietste langs de politieschool in het open veld tussen Oudekerk a/d Amstel en de A2, waar toekomstige brigadiers dolletjes met elkaar liepen te maken op het sportveld en langs volkstuinencomplex ‘de Toekomst’, waar iedereen nog sliep behalve de Magnolia’s, die daar om de een of andere reden langer bloeien dan elders in de stad.
Ik fietste langs het oefenveld van Ajax, waar een terreinknecht de sproeiers het gras van jetje liet geven, en langs de ArenA waar, vaste prik, een bus met schoolreiskinderen werd gelost.
En langs de braakliggende hectare waarop nog niet zo lang geleden de Pepsi-stage was gevestigd en langs de Heineken Music Hall waar alvast dranghekken waren geplaatst voor het concert van vanavond. Een aantal groepjes pubers zat ertussen om onder de schaduw van het beton quasi ongeinteresseerd cool voor zich uit te staren. Ze dronken cola en aten glace’s.

Zo ‘s ochtends, zo op deze manier, dacht ik, valt er weinig op onze samenleving aan te merken.

Ik fietste onder station Bijlmer door, daar waar de gekke bekken trekkende Surinamer me zoals gebruikelijk de Spits! aanreikte in mijn uitgestoken hand.
"Hey man!", zegt de Surinamer dan altijd, " Niet te hard oe-werken straks he jongah!"
"Maak je geen zorgen", zeg ik dan steevast terug.
"Oewant je oeweet het he?"
"Ja, ik weet het. Wij blanken hebben de klokken uitgevonden, maar jullie zwarten hebben de tijd!"
"So is het jongah! En daar gaat ‘t tenslotte om, nietoewaar!?"

Hij heeft gelijk.

Het was vandaag het gesprek van de dag op mijn werk: de overname-perikelen rond onze bank, de ABNAMRO.
Er werden grappen gemaakt over wie er allemaal uit zouden vliegen. Wrange grappen. Zenuwachtige grappen. Iedereen had nog de vorige bezuinigingsronde in z’n hoofd, van nog geen half jaar geleden, toen medewerkers huilend over de afdeling rondliepen omdat ze te horen hadden gekregen dat ze hier nog maximaal 2 maanden mochten blijven werken.

Tegelijkertijd werden vandaag, vervroegd, de kwartaalcijfers gepresenteerd. Er was 30% meer winst gedraaid dan in het jaar daarvoor. Dat hadden we goed gedaan! We hadden ons dan ook allemaal de tyfus gearbeid om het gebrek aan mankracht te compenseren.

Vol spanning volgden we de koers van het aandeel, die inderdaad tot recordhoogte steeg. Maar nadere economische analyse leerde ons dat dit niet kwam omdat wij zo hard hadden gewerkt. De stijging was voornamelijk, of zeg maar gerust: enkel, te danken aan de overname-geruchten. De toekomst van Nederlands grootste bank werd compleet geregeerd door de aandeelhouders.
Als de combinatie van Fortis, de Bank of Scotland en de grootste bank van Spanje ons zou overnemen en het bedrijf in delen zou opsplitsen, dan konden er nog eens 1200 man worden ontslagen! Kassa! zo beredeneerden de speculanten. Want dan gaat die suffe ABNAMRO per saldo dankzij die daling van personeelskosten misschien daarbovenop nog eens 30% meer winst draaien!

Wat zal ik zeggen?

Ik zeg maar niks. Ik mag eigenlijk ook niets zeggen. Staat in mijn contract. 

Veel schiet onze eigen samenleving er in elk geval niet mee op. Want het enige wat ik objectief kan vaststellen is dat het qua inkomsten van het rijk meer dan 2 miljard per jaar aan vennootschapsbelasting gaat schelen. Even los uit de pols is dat volgens mij zo’n 400 euro per Nederlands huishouden.
Aan de andere kant krijgen de Belgen, Spanjaarden en Schotten dat er weer naar rato bij, dus waar praten we over. Is een stukje globaliserende herverdeling, niks mis mee.
Dat die 30% winststijging, die 1,3 miljard netto over een kwartaal, uiteraard door iemand is betaald, namelijk door ons argeloze klanten, ach.
Wat is er mis met een geringe sneaky verhoging van het bedrag dat je moet betalen voor je bankpas danwel creditcard? Merk je toch niet. En dat er minder personeel is in de bankshops waardoor je drie kwartier in de rij staat ipv binnen 5 minuten geholpen te worden? Best overkomelijk toch? Ik bedoel, je gaat er niet dood aan. Dus als je daarmee de koers weer met een euro kan laten stijgen, dan is de keuze snel gemaakt, of niet dan!

Fokkesukke_1

Wat ik wil zeggen: het geeft allemaal niet. Dat is kapitalisme. Daar hebben we nou eenmaal voor gekozen. You win some, you loose some. En de een wint wat meer dan de ander. Dat is het spel. En dat het voornamelijk de rijkeren zijn die rijker worden, well, dat hebben ze dan goed gedaan. Slim gespeeld. Niet over mauwen Ironieklein

Het enige wat je kan doen is langer stil blijven staan bij die gekke Surinamer. Niet te hard meer werken. En simpel genieten van de blauwe lucht, de vogeltjes die zingen, langbloeiende Magnolia’s. En in noodgevallen ga je voor je brood in de Bijlmer gratis kranten uitdelen.
Best cool. Ende relaĆ­.