Aankondiging

Zaterdag (vandaag) gaan jullie natuurlijk allemaal naar de Nacht van de Poezie in Vredenburg, Utrecht. Net als L. en ik.
Maar! Zoals ze/we in Tiel plegen te zeggen: "’s avonds een man, ‘s ochtends een man!"
Dus wij staan de volgende dag weer vrolijk klaar om jullie allen te ontvangen in cafe Helmers, alwaar een misschien nog wel legendarischer poeziegebeuren zal plaats vinden.

Vrees niet, zo bruut als in Tiel willen we het in de grote stad niet stellen, de ochtend mag je voor jezelf houden. Ik bedoel, onze aanvangstijd is buitengewoon Christelijk:

Zondag 1 April ( – geen grap)

vanaf 14.00

Dichters in Helmers.

(Constantijn Huygensstraat 59, Amsterdam)

GRATIS TOEGANG

Waarom het legendarisch gaat worden? Ten eerste vanwege het programma uiteraard:

Ik noem namen als een Jan Kal, een Gerry vd Linden. Ik noem NK-poetryslam 2006-deelnemers als een Jerome Gommers, een Bernard Wesseling en een Sander Meij. Ik noem het aanstormende slamtalent voor de Toekomst, een Martijn den Bakker. Ik noem de huisdichter Meneer Aachenende, ik noem de verrassende Florian Kullberg die wij gisteren de show zagen stelen tijdens de bundelpresentatie van Anne Budgen bij de Arbeiderspers. Ik noem stamgaste Loes Smeltessen. En ik noem de beste slampoezieperformer van Nederland: Peter M vd Linden.   

Maar waarom deze Palmzondag, want jawel, dat is het zondag, eveneens een middag gaat worden om in de annalen van de geschiedenis op te nemen:

Jezus_redt

(photoshop van onze webmeesteres Suster Bertken)

is omdat het misschien de  a l l e r l a a t s t e  editie van "Dichters in Helmers" ever zal zijn.
De subsidie vanuit stadsdeel Oud-West is per aanvang 2007 gestopt. We krabbelen nog even voort tot het einde van ons poezieseizoen (op zondag 1 april dus – be there!) en teren daarbij op de centjes die we nog over hebben van vorig jaar, maar als er niks gebeurt, dan is het einde oefening.
Niet omdat we het slecht deden, integendeel, het gros van de spraakmakende dichters uit de nieuwe poeziegeneratie, heeft nog voor ze officieel debuteerden, bij ons op de planken gestaan.
Op de gerenommeerde Nacht van de Poezie, toch Nedelands grootste poeziefestival, wordt het contingent ‘nieuwkomers’ voornamelijk gevormd door poeten die wij al jaren geleden selecteerden: Els Moors, Alexis de Roode en uiteraard Eus.
Erik-Jan Harmens, die dit jaar, na 2005, voor de tweede keer op ‘de Nacht’ staat, trad al bij ons op in 1999.
En daar ligt het dan ook niet aan. Het stadsdeel heeft op dit moment andere prioriteiten. Zo moeten bijvoorbeeld, eveneens per 1 april, alle coffeeshops alcoholvrij worden gemaakt. Gaat een stukje handhaving inzitten. Is een kostenplaatje aan verbonden. Je kent het wel.
Is goed voor de samenleving enzo. "Samen werken, samen leven." Het motto van het nieuwe kabinet.

Advertentie in het Parool van vandaag:

Advertentie

Met excusses voor de spelfouten van onze lotgenoten.

Enfin. Met Helmers stopt een kweekvijver. En een mogelijkheid tot samenzijn voor dichters. Een kans op netwerken. De unieke formule, waarbij gearriveerde, publicerende dichters samen optraden met zorgvuldig gescoute, aanstormende talenten.

Ik ben van mening dat er een voedingskabel voor het circuit wordt lamgelegd. En ik ben niet de enige. Mijn mede-organisatoren van "Dichters in Helmers" denken er net zo over.
We zullen dan ook vechten als leeuwen katten (filmpje! – om toch nog wat te lachen te hebben) om te zoeken naar mogelijkheden om  het podium voort te zetten.

Alle tips zijn welkom. Elke hulp concrete tijd en energie nog meer.

Advertisements

Working man

Ik liep met een pils door de straten. "Fuck man", schreeuwde ik, "Het is te veel! Ik kan het allemaal niet meer aan!"
Er was geen sprake van ontwikkeling.

Ik dacht terug aan de vuilniszak die ik een kwartier daarvoor naar beneden had gebracht voor mijn liefje, dat aan de grachten resideert.
Ik was erbij neergestort. Een toevallig dramatisch gebaar.
Het werd niet op waarde geschat.
Toeristen liepen met hun neus omhoog voorbij. Sommigen legden een euro in mijn schoot, anderen namen foto’s, of typten in op hun palmtop: "This is Amsterdam" en verzonden hun bevinding naar Amerika.

Ik zag de tafareeltjes aan door coma-ogen.
Hoe het verderop thuis in Oud-West mijn kat verging, wist niemand.

Amsterdam

Ik weet niet of het nou de lente was die ik mijn kop had, of dat ik gewoon gek werd van de kantoortuin op de ABNAMRO, maar op de een of andere manier kreeg ik vanmiddag zin om een vakantiehuisje te kopen.
De zonne straalde mateloos vandaag en ik zat maar uurtjes factuurtjes te draaien voor het detacheringsbedrijf waar ik voor werk, terwijl er in feite geen fuck was te doen.

Ik opende een browser en typte www.funda.nl in. Surfde naar de afdeling ‘huizen te koop’ en deponeerde een zoekopdracht. Uit het menu koos ik: ‘Binnen een straal van 15 kilometer van Amsterdam + minder dan 100.000 euro’.

Eerlijk gezegd verwachtte ik dat me enkel parkeerplaatsen zouden worden aangeboden. En ik moet zeggen, ze kwamen inderdaad in grote getale voorbij: de 6 vierkante meters asfalt met krijtstrepen eromheen plus een paal met mijn bloedeigen nummerbord voor slechts 75.000 euro. Op zich altijd handig natuurlijk, daar niet van, maar niet bepaald de ideale plek om kwartier te maken voor een romantisch weekendje samenzijn.
Toch gloorde er licht aan het einde van de tunnel: bij 3 van de 148 hits betrof het geen asfalt of grootstedelijke garagebox, maar een heuse woonark aan de wateren rond Aalsmeer.

Wow, dacht ik, ongelooflijk! En klikte vrolijk door op de veelbelovende plaatjes. Uiteraard zaten er diverse aaltjes onder het water, zoals onbetaalbaar liggeld en havenbelastingen, en stelde het uitzicht na nader onderzoek via google earth, niet al te veel voor tenzij je verzot bent op grootindustrie. Maar ergens verschafte het toch hoop.

Ik besloot mijn blik te verruimen en ging, doe eens gek, op zoek naar een huisje op de Veluwe.
‘Arnhem’, typte ik in, ‘binnen een straal van 15 kilometer’. Plus ‘minder dan 50.000 euro’.
Inderdaad. De helft van 100.000. Want ja, hallo. De provincie. Daar is sowieso alles twee keer zo goedkoop. En ik zat niet te wachten op tienduizend hits aan flatappartementen in bejaardenwijken of achteraf-ghetto’s.
Ik klikte op ‘zoeken’.
‘Kut’, bedacht ik terwijl ik mijn vinger nog op de muis had, ‘waarschijnlijk word ik nu overladen met een aanbod van voormalige peeskamertjes in het Spijkerkwartier.’

Niets bleek minder waar. 0 hits.
Ik verhoogde mijn maximumprijs naar 75.000. 
En ja hoor, daar waren ze: de kubieke meters beton uit de probleembuurten, gevestigd in de stadse punten van de driehoek die de Veluwe omsluit: Apeldoorn, Arnhem, Ede.

Maarrrrr!!!! Zo heel lullig weggemoffeld in het midden van de results trof ik het volgende pand:

Hoenderloo

Een zeer mooi chalet met een royaal verhoogd terras, mooi aangelegde tuin, een eigen parkeerplaats en een blijvend vrij uitzicht op de bossen.

I was flabbergasted. Toen ik thuiskwam van mijn werk liet ik het eten voor wat het was en lulde L. de oren van haar kop.
Dit moeten we doen!
Een unieke kans!
Een huisje, anderhalf keer zo groot als mijn eigen etage in Amsterdam, middenop de Veluwe!
Voor slechts 64.500 euro!
"Heb jij 64.500 euro dan?" vroeg L. enigszins verbaasd.
"Nee", zei ik, "maar daarvoor hebben ze lenen.nl uitgevonden. Het is een investering! En een verdomd goeie ook, als je het mij vraagt."

L. keek eens naar het plaatje. "We moeten er het een en ander aan doen om het te verouderen, maar het heeft misschien potentie", gaf ze toe, "zo met die veranda en dergelijke."
"Ja toch!" glunderde ik.

Nadat ik ondanks mijn enthousiasme toch wat spruitjes door mijn keel had weten te frotten, en met een kopje koffie enigszins tot bedaren was gekomen, onderwierp ik mijn droomobject middels google aan een nadere inspectie.
Via vage sites bemachtigde ik foto’s die closer-up waren, en zag mijn fantasie sneven.

Dat ik te schaften bleek te hebben met een bungalow op een familie-camping was nog niet eens het ergste. Dodelijk was dat geheel was opgetrokken uit witte strakgevoegde bakstenen ipv het onbeholpen stucwerk dat ik me nav de eerste foto’s had voorgesteld. En dat het binnen bovendien wemelde van de goudkleurige plafondverlichting en dito kranen hielp ook niet mee. De enige persoon aan wie ik mijn investering ooit van de hand zou kunnen doen was Frans Bauer.

Fuck.

En dat zei ik dan ook tegen L., die in alle rust een aflevering van desparate housewives zat te kijken, : "Kut!"
"Wat is er liefje?" vroeg ze.
"Het is niet zo mooi als we dachten."
"O", zei ze, "gelukkig maar."

De Woutertapes

Vanavond en vorige week maandag werd in twee delen de documentaire "de Woutertapes" uitgezonden. PvdA-leider Bos had twee documentaire-makers van de VPRO toestemming verleend om hem anderhalf jaar lang letterlijk op de voet te volgen. Bij elk achterkamertjes-overleg, bij elke campagne-strategie-brainstormsessie mochten de filmers aanwezig zijn.
Wat zal ik zeggen? Ik vind het achteraf… dapper.

Iedereen weet hoe de afgelopen anderhalf jaar voor de PvdA verlopen zijn. Na een mega-succesvolle verkiezingsuitslag begin 2006 bij de Gemeenteraadsverkiezingen en een verdere groei in de polls naar maar liefst zestig(!) virtuele Tweede Kamerzetels, leek na de val van Balkende III Wouter Bos de gedoodverfde kandidaat om de nieuwe premier van Nederland te worden.
Toch ging het grandioos mis.
‘De Woutertapes’ levert de beelden. En het geluid. Een fascinerend gegeven.

Dus sprak ik tegen L. een veto uit toen ze vanavond meldde dat er een interessante film kwam om 20.30.
"Niks daarvan", zei ik, en griste de afstandsbediening uit haar handen: "vanavond kijken wij politiek."
"Weer Wouter Bos?" vroeg ze.
Ik knikte.
"Homo", smilede ze.
Ze bedoelde mij. Maar dat kon me niks schelen. Ik wilde het gewoon zien. Zeker na vorige week.

Ik moet toegeven, voordat ik het eerste deel van de Woutertapes had gezien vond ik Bos altijd een gladde glibber. Een phoney faker. Een adder die zich verschool onder weetikveel, gras ofzo. Een voormalige Shell-lul die veinsde dat ie Joop de Uyl altijd een gave kerel had gevonden om op die manier stiekem over de ruggen van de arbeiders de machtigste man van het land te worden. Waarna hij uiteraard zijn ware gezicht zou laten zien en marktwerking zou invoeren over de totale breedte van de publieke sector. Tot prestatie-contracten voor rechters aan toe.
Zo iemand die subsidies zou staken aan poeten die zich er in hun gedichten vanaf maakten met te weinig woorden.
Een wolf in schaapskleren te zijn kortom, daar verdacht ik ‘m van.

En toen zag ik dus vorige week het eerste deel van ‘de Woutertapes’.
Wouter leek helemaal geen gladde glibber.
Wouter leek het tegenovergestelde: vreselijk naief.
En die naieviteit was of: ontzettend goed gespeeld, of: enorm oprecht.

Ik neig naar het laatste.
Hij bekent verlegen glimlachend tegenover zijn spindoctors totaal geen baanbrekende visie te hebben, maar gewoon te hopen dat onder zijn bewind "de mensen het een beetje beter krijgen."
"Heb je geen droom dan?" lispelen zijn spindoctors verbaasd, "heb je niks grootsers en meeslependers? Heb je geen motto waar we iets mee kunnen?
"Nee, dromen doe ik nooit over politiek", zegt Wouter Bos, "en mensen het een ietsje beter later krijgen is al moeilijk genoeg. Dat is gewoon ploeteren. Wat meer kan je doen?"

Zo ontwapenend.
‘Argghhh’, zag je de spindoctors denken. En ze waagden een laatste poging in de hoop de factor ijdelheid aan te spreken: "Maar hoe zou je dan later herinnerd willen worden als Minister-President?"
Wouter Bos haalde achteloos zijn schouders op: "Kweenie."

Zo schattig.

Wat zal ik er nog meer over zeggen? Ik heb er natuurlijk verder totaal geen verstand van, ik bedoel, ik ben geen insider, maar voor mij is Bos na het zien van die tweedelige documentaire helemaal de man. Volgens mij wil hij het echt. Wil hij werkelijk dat de armen het wat beter krijgen ten koste van de hogere inkomens.
Na het zien van de documentaire kwam Femke Halsema, op wiens partij ik al stem sinds de oprichting, op mij over als een kouwe bitch. Jan Marijnissen als een warme worstjesdraaier, een slijter van vet.
Ik was gegrepen.
"Zal ik een portret van Wouter maken?" grinnikte L. toen ze mijn gebiologeerde hoofdje zag, "dan kan je dat boven je bed hangen."

Kranten en tijdschriften zijn er overheen gevallen though, deze documentaire. Citaatje van Kay van der Linde, de spindoctor van Rita Verdonk, in de Vk van vandaag: "Wat blijft hangen is de twijfelende man die hardop zegt dat hij geen idee heeft waarmee hij bezig is. Dodelijk voor iemand die nu minister van financien is."

Misschien is dat waar.

Maar los daarvan, wat ik vooral mooi vond was dat Wouter Bos de hele tijd zo ongelooflijk moe was. Hele dagen op zeepkisten moeten staan om dan na afloop van het allesbepalende lijsttrekkersdebat te constateren: "Het ging klote. Ik was telkens net een fractie te laat. Alles wat ik had willen zeggen, was al gezegd door Femke en Jan."

De Wonderboy gesloopt.
Door enerzijds zijn eigen naieviteit en anderzijds dom geplande, en nog beroerder getimede dadendrang van zijn campagneteam.
Prachtig.
Een net-niet geval. Ben ik dol op. Als, als, als. En dan vermoeidheid als hoofdoorzaak. Zo knullig. Cool gewoon.

Hij zou er allemaal nog mee weg zijn gekomen, als ie in de zomer niet was begonnen over die AOW. Want dat heeft m.i. de vrije val ingezet. Een relatief kleine maatregel, maar daar gingen ze in de peilingen. Van 60 naar 50 naar 40, etc. Te verklaren doordat een geselecteerd panel van een onderzoeksbureau nou eenmaal graag wil laten zien dat het de trend in de smiezen heeft. Met een sneeuwbaleffect tot gevolg, want uiteindelijk stemmen kiezers ook niet graag op verliezers. Wat dat betreft zijn het net beleggers. Ze willen op verjaardagsfeestjes kunnen zeggen dat ze het goed hebben voorzien. Maar daar gaat het verder in de documentaire niet over. Hoeft ook niet.

Het is veel mooier om in een film te zien hoe een paar knappe koppen er de vinger op proberen te leggen: "wat deden we nou precies verkeerd?"
En hoe ze er maar niet uitkomen.

Zondagnacht in Nashville, afslag 172

Het is nu zondagnacht. Pakweg tien jaar geleden was het ook zondagnacht. Give or take a few months. Tien jaar geleden presenteerde mijn toenmalige vrouw haar plan voor haar promotie-onderzoek op een congres in Cincinnatti en maakte ik, haar reisgenoot, van de gelegenheid gebruik om er ter plekke een weekendje tussenuit te piepen. Het idee was: Vrijheid! In het land van de onbegrensde mogelijkheden! Ik tekende er, zoals ik bij alles deed in die tijd, dagboek van op:

Nou, dat schiet dus vooralsnog niet op, het weekendje Amerika op mijn uppie. Vandaag bijna 12 uur aan 1 stuk door gereden en eigenlijk nog niks gezien.
Ja, regen.

En nu sta ik op een doodstille camping en moet ik het doen met een cabin, waarin zowel een 2-persoons- als een stapelbed staan. Allebei met plastic matrassen. En met zonder dekens.
Kortom niet bepaald berekend op een 1-persoons huishouden dat totaal onvoorbereid in een auto is gestapt en z’n voet stevig op het gaspedaal heeft gedrukt.
Het enige dat ik bij me heb is een koelbox vol met Budweisers en een slof Marlboro’s.

Over Marlboro’s gesproken: in de cabin hangt een bordje: N I E T  R O K E N.
In het Engels dan natuurlijk, dus ik kan altijd doen alsof ik het niet heb begrepen, maar toch, het is al met al tamelijk K U T.
Fl 50,- naar de kloten. 24 dollar + tax.

Er zit een verwarming in de cabin, dat wel. Dus mocht het koud worden, dan kan ik deze bijelkaar gespijkerde plankjes tot sauna stoken. Spelen of ik een luxe-arrangementje heb gewonnen.
Maar voorlopig is het al warm zat. Zo warm dat ik het het liefst in T-shirt en boxershort zou zitten.
Maar dat zit ik niet. Ik zit buiten. In mijn spijkerbroek en mijn dikste trui. Omdat ik binnen godverdomme niet mag roken.
En begrijp me niet verkeerd, ook buiten is het snikheet. Maar hier buiten wemelt het dus van de muggen.
(en van andere insecten waarschijnlijk, maar daar durf ik pas over na te denken als ik de koelbox voor minstens de helft heb leeggezopen.
Ik probeer mezelf wijs te maken dat dat geen vogelspin was, dat geleedpotige gevaarte dat daarnet besloot een voorschot te nemen op de stookgewoontes van mijn mede-campinggenoten en in harige badjas met familie en al naar mijn tropische kachel op trok.)

Ik heb geen horloge. Geen idee hoe laat het is. Daarvoor zou ik op het dashboard van de Ford Contour moeten kijken. Maar daar heb ik geen zin in. Na ruim 700 miles raak je er enigszins op uitgekeken, dat dashboard.

De krekels hebben pakweg 2 uur geleden een eentonig deuntje ingezet en lijken vooralsnog geen plannen te beramen om op zoek te gaan naar een nieuwe dirigent of partituur.

Vandaag geconsumeerd in de auto: zo’n 5 koffies, een juinito-sandwich roastbeef van de Subways, een halve liter verse aarbeienmelk, 2 pizza-punten die over waren van gisteren, twee pakjes Marlboro en twee Budweisers.
Er valt kortom niet echt te spreken van een overdosis aan voedsel. Gelukkig maar. Proberen een beetje normaal te blijven tussen al die waggelende caloriedepots die ‘Amerikaan’ op hun paspoort hebben staan.

Vandaag dus veel gereden. Plan was om naar het Cherokee-domein te gaan. Leek me mooi. En nog cultureel en sociologisch verantwoord op de koop toe. Maar ‘t regende dat het een aard had, en nadat ik een stop had gemaakt bij een tankstation op Highway 75, besloot ik na het doorlezen van het plaatselijke aanbod aan foldertjes, mijn koers te verleggen richting Memphis, Tenessee.
Naar Graceland om precies te zijn. Naar het graf en voormalig woondomein van Elvis. The Pelvis. Ik bedoel, dat moest gewoon. Als man in je uppie in het hart van de Verenigde Staten mag je dat niet negeren. Toch? Wie me ongelijk geeft sla ik op zijn muil.

Ik ben inmiddels helemaal lek gestoken door die k*tmuggen. Dus ben ik naar binnen gevlucht en heb de airco aangezet. En nou maar hopen dat dat ding de lucht circuleert, zoals ze beloven.
Want ik heb een sigaret opgestoken. Ja, dikke lul.
Voorlopig staat de rookmelder die boven mijn kop hangt nog op groen, dus het lijkt me wel in orde.

Maar hoe ga ik in godsnaam in slaap komen zonder dekens?
En, belangrijker, zonder vrouw?
De koelbox is leeg en ik ben nog zo wakker als de pokken.

Freecell

Zoals sommigen van jullie wel weten: ik ben een schaker. Of liever gezegd: ik was een schaker. Een wonderkind van 6 jaar oud dat op een zomerse middag in de tuin een potje gadesloeg tussen zijn vader en een goede vriend van zijn vader, en dat vroeg: "Hoe heet dat spel dat jullie aan het doen zijn?"
"Schaken", zeiden de beide mannen in koor.
"Het ziet er geinig uit", zei ik, "mag ik ook eens?"
"Dat is niks voor kinderen", zei mijn vader.
"Je kent de regels niet", zei de goede vriend van mijn vader, "die zijn erg ingewikkeld."
"Ik sta hier al een half uur te kijken", zei ik, "en volgens mij snap ik die regels wel."
"Ha, ha", lachten mijn vader en zijn goede vriend.

Onverstoorbaar verklaarde ik mijn zojuist verworven inzichten nader: "Die 2 poppetjes met die scheve bekken mogen zo ver lopen als ze willen, maar dan alleen schuin, die joker met dat kruis op z’n kop mag recht en schuin, maar dan hooguit 1 vakje, in tegenstelling tot die maat van ‘m met dat omgekeerde bonbonhoesje op z’n hoofd, want die mag recht en schuin zo ver als ie wil."
"What da fuck!", riep de goede vriend van mijn vader ongelovig.
Of nou ja, hij zei het waarschijnlijk anders, we leefden toen in de jaren 70 van de vorige eeuw moet je rekenen, maar het kwam ongeveer op hetzelfde neer.

Mijn vader verkeerde nog in shock, maar desondanks trad ie instinctief corrigerend op. Zoals het een goed vader en leraar betaamt: "Die met die bonbonmuts is geen hij, maar een zij. Dat is de koningin!"
Stamelde mijn vader.
"Whatever", zei ik en nam plaats achter het bord.
"Wie durft?" vroeg ik.
En speelde nog diezelfde middag remise tegen de man die vijfde stond in de competitie van Tielse clubschakers.

Het was het begin van een glanzende jeugdcarierre.
Die overigens strandde op mijn dertiende. Na zeven vette jaren in het jeugdcircuit, waar ik puur op inzicht, intuitie en talent had kunnen spelen, en alles won wat er te winnen viel, vond mijn vreugde in het spel zijn Waterloo toen het echte werk voor de deur kwam te staan: het uit mijn kop leren van openingen in alle varianten.

Ik vertikte het. Had er geen zin in. Vond het in strijd met de intentie, voelde het als verraad tegenover het schaken zelve. Want ik bedoel, dat was het toch? Het was toch maar een spelletje?

En natuurlijk legde ik het na mijn dertiende steeds vaker af tegen gosers (en af en toe een zeldzaam meisje), die zich wel de moeite hadden getroost om hele boekwerken in hun kop te stampen.
Eikels vond ik het. Slijmballen. Losers.
Ik keerde kortom het schaken de rug toe en stortte me voortaan na schooltijd volledig op nuttigere zaken. Op dingen waar het in het leven daadwerkelijk om ging: Voetbal!
Jahaa! (met Hans Teeuwen-accent).

Toch ben ik me stiekem altijd voor de aanverwante zaken van schaken blijven interesseren. Sterker nog, ik ontwikkelde er een complete obsessie voor. Voor de toegepaste, maar verder volstrekt nutteloze wiskunde.
Zoals bijvoorbeeld voor het Magisch Vierkant. De bekende 12 bij 12 matrix die Benjamin Franklin ooit, 250 jaar geleden, in woorden had ontworpen, maar die niemand tot nu toe getalsmatig had weten in te vullen. Een uitdaging waar de wetenschap zich al een paar eeuwen op stuk had gebeten.

Deze week was het zover. Breaking News. Drie nota bene Nederlandse scholieren leken de oplossing te hebben gevonden.
"Dat… dat.. Het zal toch niet!", stamelde ik in mezelf toen ik gisteren het RTL-nieuws zag.
Ik  beschouwde het als een persoonlijke nederlaag. Waarom was het mij nooit gelukt? Okay, zij waren met z’n drieen geweest, en hadden workshops gehad van professoren op dit specifieke terrein. Bovendien beschikten zij in deze moderne tijd over computers en konden ze intelligente zoek-algoritmes programmeren, en die het domme werk laten doen, maar dat konden die professoren inmiddels ook, en die was het tot dusverre nog steeds niet gelukt.

Een stelletje middelbare scholieren dat workshops had gevolgd.
Fuck man.
Daar ging weer een optie om ooit persoonlijk in de annalen van de geschiedenis te geraken.

Tot ik vanmorgen de Volkskrant las, en vanmiddag het Parool. Opluchting maakte zich van mij meester.
"Magisch vierkant toch geen sensatie", kopte de VK, en ook het Parool beaamde dat het een ‘net niet’-oplossing betrof. En "Net-niet bestaat niet in de wiskunde", meldde een hoogleraar (waarschijnlijk net zo’n gefrusteerd geval als ik), in diezelfde krant.
Komt ie:

Magischvierkant_2
Aan twee van de vereiste eigenschappen wordt niet voldaan.
Phew.
Hoe leuk ik het ook had gevonden voor die scholieren, ze representeren voor mij ergens ook nog altijd de vijand. Die schakertjes die openingen uit hun kop hebben geleerd. Ik gun de oplossing van het Magisch Vierkant aan een pure auto-didact. Aan een 6-jarige kleuter die nog maar net kan lezen, per ongeluk een boek met de opgave van Franklin uit de kast trekt, en aan de slag gaat. En op 7 jarige leeftijd achteloos met de oplossing op de proppen komt. En dat ie daarna beroemd wordt, aan de drugs gaat, vroegrijdig sterft en een cultstatus verwerft nog een heel gelukkig leven leidt.

Zelf ben ik als auto-didact nooit verder gekomen dan een sluitend tegenbewijs voor de stelling die de firma van de rijkste man op aarde ooit heeft opgeworpen. Ik heb het over de wiskundige uitdaging die wordt aangegaan in de help-functie van het wereldberoemde spelletje Freecell (al sinds mensenheugenis automatisch meegeleverd met elke versie van Microsoft Windows onder de menu-optie ‘ontspanning’.)
Komt ie:

—————————————————————————————————————————-

FreeCell – overzicht

Bij FreeCell is het de bedoeling dat u alle kaarten naar de basiscellen verplaatst. De vrije cellen kunt u daarbij gebruiken om kaarten tijdelijk weg te leggen.

U hebt het spel gewonnen als de basiscellen vier stapels van elke soort in oplopende volgorde (de aas onderop en de koning bovenop) bevatten.

Opmerking

  • Aangenomen wordt (hoewel dat niet is bewezen) dat elk spelletje te winnen is.

Verwante onderwerpen

———————————————————————————————————————————

‘Never proven’? M’n reet! Ha, ha.

Sorry, ik ga vanaf nu verwarde brabbeltaal uitslaan, maar dat hoort nou eenmaal bij wereldvreemde wiskunde-freaks: In mijn jaren bij de AEX (1998-2003) heb ik een ‘streak’ van 1634 aaneengesloten wins opgebouwd. De printscreen van dit fenomenale aantal is helaas verloren gegaan bij het crashen van mijn toenmalige laptop, die overigens ook meteen het einde van de streak betekende, maar over de printscreen van de 250 wins die ik daarna op mijn nieuwe laptop bij elkaar heb ge-freecelled, beschik ik nog wel:

Freecell

(zie ook vooral het schijnheilige Oracle-Portal-frame waarbinnen ik mijn freecellpotjes pleegde te alt-tabben  teneinde een plotseling opdoemende uitbuiter werkgever middels een simpele tweevingerbeweging zand in de ogen te kunnen strooien omtrent mijn werkzaamheden.)

Niet lang na die streak van 1634 werd ik overigens ontslagen. Had niks te maken met mijn freecell-gedrag, maar meer met de nasleep van de overname van  fusie
met Euronext.

Maar daar wilde ik het niet over hebben. Ik wilde het hebben over Freecell. Man, ik heb er in die jaren de helft van mijn leven aan besteed. Ik heb er zelfs een onhandige novelle over geschreven (ook verloren gegaan tijdens mijn persoonlijke beurscrash), met veel symbolieken erin; ik beschouwde in die tijd freecell als de ultieme ontsnapping aan het grootkapitaal; dat zat ook al in het woord zelve enzo, want ik was tenminste een vrije cel, in opstand tegen blablabla, en, en, enfin.

Maar goed dat die laptop destijds is gecrashed kortom.

O ja. Was ik bijna vergeten. Het sluitende tegenbewijs voor de stelling van Microsoft:

R=Rood (Harten/Ruiten; willekeurig te verdelen)
Z=Zwart (Schoppen/Klaver; willekeurig te verdelen)
A=Aas
K=Koning
V=Vrouw
B=Boer

RA  RA  ZK  ZK  ZA  ZA  RK  RK
Z7  Z7  RV  RV  R7  R7  ZV  ZV
R6  R6  ZB  ZB  Z6  Z6  RB  RB
Z5  Z5  R10 R10 R5  R5  Z10 Z10
R4  R4  Z9  Z9  Z4  Z4  R9  R9
Z3  Z3  R8  R8  R3  R3  Z8  Z8
R2  R2          Z2  Z2

Eat this big brother.

QED

Toen ik deze beginsituatie eenmaal verzonnen had, besefte ik dat ik, hoezeer ik ook een tegenbewijs had geleverd, altijd afhankelijk zou zijn. Voorgoed volwassen. Geen lol meer in het spel. Altijd afhankelijk van het grootkapitaal en wat voor kaarten ze me toe zouden bedelen.

Welk een mooi laatste woord trouwens, in die vorige alinea.

Draadloos

Ruim een jaar geleden werd ik zo gek van de traagheid die mijn ouderwetse ISDN-lijntje er op na pleegde te houden, dat ik besloot een gokje te wagen en eindelijk eens over te stappen op ASDL.
Ik moest wel. Mijn eigen plukdenacht-site was thuis nauwelijks meer oproepbaar en zelfs mijn mail checken lukte alleen nog maar in de absolute daluren van mijn internetprovider.

Toch zag ik er danig tegenop, dat ASDL. Ik bedoel, het was de tijd waarin de diverse aanbieders op de markt elkaar danig beconcureerden met reclame’s die niet erg hoopvol stemden. Voorbeeldje: Het is mooi weer. Een bejaardenechtpaar zit rustig in hun achtertuintje te genieten van een kopje koffie. Dan waagt een van de bejaarden het om een suikerklontje in z’n kopje koffie te gooien en even te roeren.
*Klingel klingel*
Prompt daarop verschijnt uit het zolderraam van de buren een gefrustreerd mannenhoofd. Roodaangelopen. En die buurman schreewt: "GODVERDEGODVERDEGODVER! KAN HET NIET WAT STILLER DAAR BENEDEN!!!"
Wat blijkt: de buurman is ASDL aan het installeren. ASDL van de concurrent uiteraard, en bij de provider waar de commercial voor bedoeld is, gaat het natuurlijk allemaal veeeeel makkelijker. Bij hun is het installeren een piece of cake, appeltje eitje, en kan een kind de was doen.
Maar toch. It makes you think. Ik bedoel, als ze dat allemaal zeggen.
Op mij kwam het in ieder geval over alsof het anyhow 1 doffe ellende zou worden, dat installeren van ASDL. Ongeacht de provider.

Dus wie schetst mijn vreugde toen ik na een halve dag kabeltjes aansluiten, installatie-CD-roms draaien en instructies van 44 handleidingen doornemen voor de vervolgstappen, uiteindelijk verbinding wist te leggen met het wereldwijdeweb.
"Hij doet het!" riep ik tegen L., die zich gedurende de dag in steeds veiligere hoekjes was gaan terugtrekken, uit angst voor nog heftigere scheldkannonades mijnerwege.
"Wat knap van je liefje", piepte ze opgelucht en nauwelijks meer tot vrolijkheid in staat.
"Appeltje eitje", zei ik.

En ik moet zeggen: hij ging weer als de brandweer, dat internet. Enige nadeel was, besefte ik toen ik achterom keek en het slagveld overzag: er waren nogal wat draadjes aan te pas gekomen om het systeem werkende te krijgen.
Via de meterkast, de trap, de keuken, en dwars over de vloer van de huiskamer, liepen diverse kabels naar ons slaapvertrek alwaar de computer stond.
"Je had toch draadloos internet besteld?" vroeg L.
"Dat klopt", zei ik.
"Dus?"
"Dat ga ik nog een keertje uitzoeken. Voorlopig durf ik er niet meer aan te zitten."

En weet je wat het is: kabels gaan wennen. Net zoals plinten die je nooit hebt gelegd. Op een gegeven moment zie cq mis je ze niet meer en leef je je leven alsof je in een functioneel huishouden rondloopt.
Niks mis mee. Tot er een goeie vriend langs komt die er wat van zegt.
"Heb jij geen draadloos dan?"
"Jawel."
"Maar er loopt een kabel, dwars door je huis. Ik brak er zojuist zowat mijn nek over!"
"Als je eenmaal weet waar ie ligt, stap je er automatisch overheen", zeg je.
Later die nacht, na terugkomst uit het cafe, gaat die goeie vriend die heeft besloten te blijven logeren, vet op zijn bek.
Oorzaak: die kabel.
"Jezus!", roept ie, terwijl ie aan zijn tanden voelt.
"Ach", verklaar je, "het is net als met hondendrollen. Als je een tijdje in Amsterdam woont, ontwikkel je daar vanzelf een antenne voor."

Enfin. Goed nieuws voor mijn vrienden en andere toekomstige bezoekers van mijn residentie. Vandaag heb ik mijn vrije dag opgeofferd om mijn ASDL-verbinding draadloos te krijgen. En dat is gelukt.

Het had nogal wat voeten in de aarde, en daar had ik eigenlijk nu een stukje over willen schrijven. Want ik vermoedde dat zulks heel lollig zou worden; zo’n verslag van een hoop mislukte pogingen tot het achterhalen van de juiste DNS-codes, en WEP-sleutels, en MAC-filter-adressen, maar dat is het natuurlijk niet.

Het is veel grappiger als ik de paniek zou beschrijven die zich meester maakte van L. en mijzelve toen ik in een optimistische bui via een niet gesupporte hackersmethode de oorspronkelijke configuratie van onze computer probeerde te manipuleren, en dat die computer vervolgens begon te dreigen al onze bestanden te wissen.
"Dat durft ie toch niet, ha, ha", hinnikte ik zenuwachtig, "de loser."
En drukte op enter.

Ach, het is gewoon een kwestie van weten waar je mee bezig bent.  filmpje!