Afgestompt

Kerst. Mijn moeder zegt dat het goed voor me is omdat ik dan de familie weer eens zie.
Stom he? Ik vind het gewoon gezellig!
Nee, serieus, ik ben een enorme kerstliefhebber. En dan bedoel ik niet: vanaf 10 uur ‘s ochtends opgedirkt plaatsnemen achter kopjes koffie en nadat de belangrijkste persoonlijke nieuwtjes zijn doorgenomen vanaf het middaguur een beetje opgemakkelijk zitten te zwijgen. Dat je om de stilte te doorbreken af en toe dingen gaat zeggen als "goh, mooie boom heben jullie eigenlijk, dit jaar!"
Want dat vind ik dus minder gezellig. Mij gaat het om de tijd daarna. Zeg maar vanaf dat de 5 in de klok zit.

Ik heb het over kerst vanaf een Christelijke tijd. ‘s Ochtends gewoon lekker uitslapen en dan ‘s middags in de trein naar Tiel stevig inpilsen en daarna schijnheilig met een paar snelle kauwgompjes achter de kiezen, aanbellen bij het ouderlijk huis.
"Sorry dat ik wat later ben" stamelen. "Vertraging" mompelen.
"Ach ja, die vervelende NS ook altijd", zegt mijn moeder dan, "enfin, je bent in ieder geval nog op tijd voor het borreluurtje."

Je vader staat ondertussen met zijn chefkok-schort om de nek en twintig kookboeken voor zijn neus, te zweten op het aanstondse zevengangendiner dat zal bestaan uit de alleringewikkeldste gerechten van de wereldkeuken. Dusdanig ingewikkeld dat de zes pitten op het recent aangeschafde fornuis ontoereikend zijn. Op zolder heeft ie daarom uit de kampeerspullen nog een driepitscampinggasstel opgeduikeld, plus een oud gasbrandertje dat je herkent omdat je het vroeger altijd leende voor je interrailvakanties.
"Wow! Heb je die allemaal nodig?" vraag je naar de bekende weg.
"Jazekers!" zegt je vader, glimmend van trots.
Hij legt je uit wat ie allemaal gaat maken, onderwijl probeer je je gretige blik niet al te zeer te laten afdwalen naar de 6 flessen exquise wijn die op de belende bar staan te ademen.

Je voegt je vervolgens in de huiskamer waar op dat moment met de eerste drankjes ook de tongen loskomen en iedereen op slag verdomde grappig wordt. Vind ik dan tenminste. Ik heb in de trein al anderhalve liter weggestouwd, dus helemaal eerlijk kan ik het niet beoordelen, maar toch. Zo vanaf een uurtje of 5 kan ik er erg van genieten: kerst.
En vind ik het aan het eind van de avond altijd jammer dat ik er weer vandoor moet om de laatste trein naar Amsterdam te halen. Eenmaal op gang kan Jezus’ verjaardag me niet lang genoeg duren.

Vanmorgen moest ik weer werken. Totaal geen zin in, maar het leven van een gedetacheerde is hard, en van een uitzgezonden IT-er al helemaal. In de periode tussen Kerst en Oud en Nieuw is er doorgaans geen hond aanwezig op kantoor, en dat is gevoeglijk de enige  mogelijkheid om allerlei onderhoudswerkzaamheden te plegen, zonder dat er iemand last van heeft. Dus, tsja. De lul kortom.

Toch waren er vanmorgen verdacht veel mensen aanwezig op de ABNAMRO. Vaste medewerkers, die eigenlijk verplicht met ADV waren gestuurd.
"Wat doe jij hier?" vroeg ik verbaasd aan Snorremans, de collega die tegenover me zat, "jij hebt toch verplicht vrij deze week?"
"Dat klopt", zei ie.
"?"
"Het is me toch gelukt om binnen te komen."
"?.. Maar.. Maar.. moest je nog iets afmaken dan? Wat kom je precies doen?"
"Weetikveel… Een beetje patiencen ofzo. Ik bedoel, ik heb tenslotte vrij vandaag."
"Ja, maar waarom zit je dan niet thuis?"
Hij nam een slok van zijn dubbele espresso en slikte: "Weet je Sven", zei ie, "Kerst valt zo ongelukkig dit jaar! Ik zit nu al vier hele dagen tegen die familiekoppen aan te kijken, ik word er knettergek van! En de kinderen dreigen met dat ze naar de Efteling willen, maar op het journaal hoorde ik dat het daar een doffe ellende is qua drukte nu, en Marjolein wil dat ik meega naar de Meubelboulevard, en dat het plafond weer eens wordt gewit, dus ik dacht: dikke lul. Ik zeg gewoon dat ik moet werken. Is wel zo rustig."

"Weet je wat jij zou moeten doen?", wilde ik zeggen.
Maar ik hield me in. Ik bedoel, je kan collega’s moeilijk gaan adviseren om een drankprobleem te kweken. Dat zou niet erg handig voor mijn carriere zijn.
Dus ik knikte. "Je hebt groot gelijk", zei ik.

Hij leunde tevreden achterover: "Ja he? En weet je wat het extra mooie is van tijdens deze periode naar kantoor gaan?"
"Nou", vroeg ik.
"Er zijn geen files!"
"Ah bon", zei ik.
Hij pakte zijn espresso en maakte een proostgebaar. "Prettige kerst!" zei ie, "en op een gelukkig nieuwjaar!"

Advertisements

Diner

Ja, dan zal ik het maar weer zeggen. Want plukdenacht en L. liggen natuurlijk al vet op apegapen, met elk een half konijn een een flinke dosis Gigondas 2003 achter de kiezen.

De bek vol over onrecht op de wereld, maar ondertussen gooit meneer op kerstavond vrolijk de AH-bonus-boutjes in de pan. Hij heeft ze vantevoren ingesmeerd met Franse mosterd, gooit er daarna een  beetje vleesfond bij, gefruite sjalotjes, anderhalve deciliter Mooie Kaap, een handje champignons, en blust het geheel na 40 minuten af met cranberrysaus. Als bijgerechten serveert hij groene asperges, stoofpeertjes en verse lyches. Mevrouw staat erbij en glimt ernaar, in haar rooie kerstjurk.

Vooraf hebben ze een kreeftensoepje genuttigd waarin de halve nog levende bevolking van de ocaan rondzwom.

Smekkel! Maar dat enorm terzijde! Want daar wilde ik het dus juist over hebben! Over hypocrisie! Want wat krijg ik? Ik krijg een schaaltje brokjes! En dan niet eens meer dan normaal, he! Ik kreeg gewoon een doodordinaire portie uit de zak "beauty & fit"  voorgezet! No way dat ik mocht delen in de weelde! Zou je ze niet?

Wilson_kerst

Hier zie je mij op een foto. Voor de kerstboom. Zoals je kunt constateren hebben plukdenacht en L. de kerstkransjes precies zo hoog gehangen dat ik er net niet bij kan. De flikkers.

Ja, nee, ik zie jullie al denken. Die Wilson probeert hier een beetje stemmen te winnen voor de Partij van de Dieren. Maar dat is niet zo. Ik bedoel, De PvdD is een one-issue-partij en dergelijke. Dat snap ik ook wel, ik ben geen debiel. Er zijn belangrijkere dingen in de wereld. Zoals bijvoorbeeld het recht dat je duiven bij hun lurven mag grijpen als ze je favoriete plekje op de groene rieten stoel op het dakterras zitten onder te schijten! Laten de hoge heren in Den Haag daar eens wat aan doen!

Ik heb een wetsvoorstel klaar liggen, maar daar heb ik het geeneens over.

Ik…

Ik dacht: jullie hebben vast wel behoefte aan een plaatje met een mooie kerstboom. En dan bijvoorbeeld met een kat erbij. Want dat doet  het altijd goed.

Kerstgedachte

Vanavond was er bij het RTL-4 journaal een bijdrage te zien van Erik Mouthaan (de jongen die Max Westerman heeft vervangen als Amerika-correspondent) over kerstinkopen in de Verenigde Staten. Surrealistische beelden.

We zagen enorme mensenmassa’s in de bitterkoude nacht tussen lange rijen dranghekken voor de winkels kamperen. Of nou ja, kamperen; ze probeerden zittend of liggend op het asfalt een paar uurtjes slaap te pikken.
Op zich geen uitzonderlijk camerashot. Ik bedoel, soortgelijke tafarelen zijn ook te filmen 24 voor aanvang van een populaire rock-act. Alleen betreft het in dat laatste geval doorgaans een onschuldig leger van pubermeisjes. Slachtoffers van hormonen die tot een dergelijke lijdensweg bereid zijn, omdat ze in de veronderstelling verkeren dat de liefde van hun leven op het spel staat.

‘Als ik nou zorg dat ik morgen vooraan sta, dan kan de zanger (/gitarist/bassist/drummer) mij zien en wie weet verdrinkt ie dan vanzelf in mijn ogen, *opgewonden zucht*, zou dat niet mooi wezen?
‘En misschien, heel mischien word ik dan na afloop wel backstage gevraagd! Het kan maar zo! Waarom niet? Roxanne is het toch ook ooit gelukt! Zegt ze tenminste… Maar ik ga ik ‘m natuurlijk niet meteen pijpen, want daar knapt ie juist op af, volgens mij. Hij is namelijk niet zoals andere mannen! Dat was de fout van Roxanne… Roxanne vind ie natuurlijk veel te ordinair…. En een bitch! Terecht! Ik ben veel liever! Mijn vind ie waarschijnlijk pas echt bijzonder, als ie me meemaakt! Want ik snap zijn teksten tenminste! En dan echt he, bedoel ik! Niet alleen wat ie zingt met woorden en zo, maar ook qua gevoel! En dan kunnen de anderen wel zeggen dat ze ook zijn gevoel begrijpen, maar dat kan helemaal niet, want zij zijn helemaal niet zo, want die liedjes gaan precies over mij en zij zijn heel anders! Het gaat hem juist om de innerlijke schoonheid! Dat zingt ie toch zelf! Dus… Duh!
Het mooiste vind ik als ie zingt dat ‘de ogen de spiegel zijn van de ziel’. Dat vind ik zo knap gezegd! Maar mijn vriendinnen horen dat niet eens, die kijken toch alleen maar naar het uiterlijk.
Weet je, zij zeggen dat ik dik ben, kansloos, en dat ik maar moet proberen te gaan met Semmie uit 4b, want die is dus pas echt een vetklomp. En ik vind die ook best aardig en zo, maar ik ben niet verliefd op ‘m, snap je? Dus dan vind ik het ook niet eerlijk tegenover hem, gewoon. En trouwens, Semmie is ook op uiterlijk bij meisjes. Iedereen is gewoon op uiterlijk bij meisjes…
Erg he, ha, ha! Nee, maar serieus. Bij mij op school is gewoon niemand op de spiegel van de ziel, ha, ha!
O wacht, ik zou zereneus zijn *proest*….
Okay.. Nou, serieus dan: plukdenacht, doe ‘s ff lekker niet net alsof je me begrijpt, want dat doe je toch niet!’

Dat is waar, naar de belevingswereld van pubermeisjes is het voor mij al mijn hele leven grotendeels gissen geweest.
Maar pas echt verwonderlijk vond ik het schouwspel dat Erik Mouthaan me vanavond voorschotelde: nadat de winkels hun deuren hadden geopend stormden de mensen en masse de panden binnen en begonnen te rukken en trekken aan de uitgestalde goederen. Ze sloegen elkaar bijkans de hersens in om een jurk. Op zich al absurd. Maar soms gingen ze ook daadwerkelijk op de vuist. Vooral als het een Playstation of een ‘Wii’ betrof, spelcomputers for Christsake.

327 miljard (je leest het goed: miljard) dollar geven de burgers uit de Verenigde Staten, gidsland van de Westerse wereld, dit jaar uit aan kerstcadeautjes, vertelde het RTL-nieuws.

Een bedrag waarvoor je alle mensen op aarde die in 2006 zijn gestorven van de honger, meer dan 3 jaar lang had kunnen voeden.
Dat laatste zei Erik Mouthaan er overigens niet bij, maar heb ik zelf berekend. En ik ben daarbij aan de veilige kant gaan zitten. Als je het een beetje handig aanpakt, zou je er ook 20 jaar van kunnen maken, of misschien nog wel meer.

Erik Mouthaan gooide het qua effectbejag over een iets andere boeg en sloot af met een ultiem voorbeeld van de kerstgedachte in de VS anno 2006: er was een kind, een jongetje dat stiekem alvast zijn kerstcadeautje onder de boom vandaan had geplukt en het open had gemaakt.
Het huis was daarop te klein geworden: zijn moeder belde de politie, die vervolgens haar zoontje heeft gearresteerd.

Binnenkort komt de zaak voor en staat het arme zwarte schaapje tegenover de rechter.

Om het toch een beetje gezellig te houden geef ik nu graag het laatste woord aan John Lennon: War is over (if you want it) (clip!)

Voor de wat zwartere hardcore clip van hetzelfde nummer, inclusief de prachtige slotconclusie van Ghandi: de moderne vertaling van Jezus’ oneliner "de andere wang toekeren": An eye for an eye will make us all blind  (waarschuwing: nsfp (not suitable for pleasure)).

En hey, het blijft de verjaardag van Jezus, toch? Dus laten we de beste man een lol doen! Kruistochten! Nuken die handell! Fuck de moslims! Love and peace! En een prettige kerst!

Gotcha

Met bevroren handen kwam ik de thuis. Ik was zojuist langs geweest bij een beeldend kunstenaar die graag wilde optreden in het dichtersprogramma van de Kring. Hij had wilde plannen en het leek me handig om die vantevoren face to face met ‘m door te lopen. Voor de zekerheid.
"Hoe was het?" vroeg L.
"Gezellig", zei ik, terwijl ik met mijn handen de verwarming omklemde.
Dat was waar. We hadden een stevige pils gedronken en ik had me door aardig wat kunstonderwerpen weten heen te bluffen. Het was een gevoelige man geweest, het type man dat je niet het vuur aan de schenen legt qua weetjes, maar een open en eerlijk gesprek aangaat, zenuwachtig als ie was. Eenmaal gerust gesteld ging ie helemaal los. Prachtig. Genoten. Het was een bevlogen lieverd. "Wat ben je aan het kijken?" vroeg ik aan L.
"Oh niks", zei ze.

Ik kwam naast haar in bed zitten.
"Ah! Pretty Woman!", zei ik, "kende je die nog niet?"
"Jawel", zei L., "maar ik zit ‘m niet echt te kijken, hoor. Ik ben tegelijk post aan het doornemen. Als je wilt zet ik ‘m uit."
"Ben je gek", zei ik.
Ik was danig toe aan bekend terrein na anderhalf uur te hebben gediscussieerd over ‘abstracte kunst en hoe die precies in relatie stond met het woord in het algemeen en de poezie in het bijzonder’.

Samen keken we naar de slotscene. De rijke zakenman Richard Gere werd in een witte limousine naar een louche hotel gereden alwaar hoertje Julia Roberts logeerde. Vlak voor aankomst ging Gere met een bos rode rozen in zijn vuist geklemd op de achterbank staan en verrees met zijn torso door het geopende schuifdak van de bolide. Het werd er kortom lekker dik bovenop gelegd: de symboliek van de aanstormende prins op het witte paard.
Alsof dat nog niet genoeg was herhaalde een stralend toekijkende Julia Roberts vanuit het raam van de bovenste verdieping letterlijk de synopsis van haar favoriete sprookje, het verhaaltje waar ze al haar hele leven op wachtte.
En ja hoor, Richard Gere kwam zijn prinses uit de toren bevrijden door zijn eerder in de film duidelijk bekendgemaakte hoogtevrees te overwinnen en de brandtrappen op te klauteren.
Enfin. Neigende gezichten, en zij kusten.
Einde film.

"Vond je het echt niet erg om te kijken?" vroeg L.
"Integendeel", zei ik terwijl ik in de VPRO-gids bladerde, "als we willen kunnen we nu ook nog even kijken naar het staartje van Grease!"

Ik was helemaal in de Hollywoodmood. Ik moest de zaken in balans brengen. Na anderhalf uur abstracte pentekeningen te hebben bekeken, waarachter volgens de maker in kwestie zowel invallen van aliens, meteorietinslagen als ‘een steen aan een touwtje in een vijver werpen en daar dan naartoe zwemmen’, schuil konden gaan, ‘kortom een enorme associatieve rijkdom’ was het wat mij betreft even voorspelbaarheid voor alles! Happy endings! Laten we blij zijn met elkaar!
"Welke zender?" vroeg L.
"Veronica", zei ik.

We zapten naar kanaal 9.
"Die ziet er niet echt uit als John Travolta", zei ik.
"Nee", zei L., "volgens mij is dat Henny Huisman.

Het was inderdaad Henny Huisman. Er lag een bom in zijn tuin.
"Hier CP", zei een man in militair uniform, "zeg het maar ontmantelingsgroep Alpha."
"De kwiksensoren slaan heftig uit, ik vrees dat we de bom ter plekke tot ontploffing moeten brengen."
"Wat betekent CP?" vroeg L.
"Sst", zei ik, "dit is spannend, even wachten…"
Toen er vooralsnog even niks gebeurde zei ik: "Commandopost."
"Oh", zei L.
Henny Huisman had het ondertussen niet meer. Het zweet parelde van zijn voorhoofd.

"Ja, hier CP?"
"Ja, hier ontmantelingsgroep Echo, er zit nog een kat in het huis!"
"Zit er nog een kat in uw huis?" vroeg de man in militair uniform aan Henny Huisman.
"Verrek", piepte Henny, "Swiebeltje! Die zit waarschijnlijk nog in de slaapkamer!"

We zagen hoe Henny een vest kreeg aangehesen, onder begeleiding het huis inging en met hoge stem "Swiebeltje! Swiebeltje!" riep.
In het volgende shot leverde hij Swiebeltje over aan een met reflectoren beplakte man en zoog hij even op zijn bebloedde vingers.
"Die kat heeft ‘m flink te grazen gehad", grinnikte ik.
"Sst", zei L.

Henny was weer terug in de CP.
"Maakt u zich niet al te veel zorgen", zei de commandant, "wilt u een glaasje water?"
Dat wilde Henny wel.
"Hoe gaat het op uw werk?" vroeg de commandant, "aan uw huis te zien heeft u goed geboerd!"
"Ja", zei Henny, "ik heb niet meer zoveel werk als vroeger, maar dat huis is een goeie investering geweest. De koop daarvan is de beste beslissing die ik ooit genomen heb!"
"Staan er veel waardevolle spullen in?" vroeg de commandant, "of dingen van emotionele waarde?"
"Ja", zei Henny, "heel veel."
"Misschien moet u even uw vrouw bellen om te overleggen wat u nog wilt redden", zei de commandant.
"Wa-wa-wa-watte? Hoezo?"
"Nou ja, je weet het nooit met zo’n bom uit de tweede wereldoorlog. Kijk, een paar muurtjes heb je zo weer opgebouwd, maar…"
"Een paar muurtjes?"
"Ach dat is maar materiaal."
"Materiaal? Het is mijn droomhuis waar ik mijn hele leven voor heb gewer.."
"Misschien moet u even uw vrouw bellen."

In paniek belde Henny zijn vrouw.
"Schilderij van onze dochters? Ja, natuurlijk schat! Ja, nee, zorg ik voor! Ja, sorry, het is.. het is…"
Henny was bijkans in tranen.
"Ik moet echt dat schilderij van mijn dochters redden", zei Henny tegen de commandant, "anders krijg ik dat voor de rest van mijn leven van mijn vrouw te horen!"
"Maakt u zich geen zorgen, ik stuur er direct een mannetje op af."

We zagen een mannetje met een schilderij naar buiten komen. Hij struikelde.
Henny zag het ook op de monitor in de CP.
"Wat…. Wat gebeurt er??" stamelde Henny, "is ie nou gevallen?"
"Rustig meneer, ik ga contact opnemen", zei de commandant, "Hier CP voor Bravo-groep, wat is de status van het schilderij van de heer Huisman? Is er sprake van schade?"
"Hier Bravo voor de CP, de status van het schilderij is dat de lijst beschadigd."
"U hoort het", zei de commandant, "de lijst."
"Ah, die is te vervangen", zei Henny opgelucht.
"Correctie: er zit ook een scheur in", meldde de Bravo-groep.
"Een scheur?" zei Henny angstig
"Ja, er is iemand per ongeluk met zijn voet doorheen gegaan. Over?"
"U hoort het", zei de commandant.
"Met zijn voet? Een scheur? Maar dat is… dat is…" Henny barstte uit in een licht gesnik.

"Hier ontmantelingsgroep alpha voor CP"
"Hier CP"
"De kwiksensoren vertonen stabiel gedrag. Het ziet er naar uit dat we de bom toch kunnen afvoeren. Over"
"Hier CP. Gereedmaken voor veiligstellen. Uit."
"U hoort het", zei de commandant, "het lijkt er op dat alles goed komt, de kans is groot dat uw huis toch niet de lucht in gaat vliegen."
Henny zat nog altijd met een wit gezicht aan de commando-tafel, maar knapte enigszins op van dit blijde nieuws.

Op dat moment klonk er een enorme explosie.

Wij kijkers zagen dat het gewoon een melkbus met buskruit betrof die gecontroleerd tot ontploffing werd gebracht, maar Henny werd in zijn hoofd helemaal gek. Dacht oprecht dat alles wat ie de afgelopen decennia zo zorgvuldig had opgebouwd in een klap was weggeblazen.

Ik had me in de minuten daarvoor tranen gelachen, wa
nt ik wist dat het allemaal in scene was gezet, maar deze laatste actie vond ik toch net een stapje te ver.

Ik keek naar Henny. Een op slag gebroken man veerde op uit zijn stoel. Volslagen overstuur rende hij met gevaar voor eigen leven naar buiten.
Daar trof hij een anoniem BN-ers-gezichtje in de vorm van een jonge blonde meid met krullen.
"Gotcha!" riep het meiske.
En Henny zou Henny niet zijn als hij zich niet vaag kon herinneren dat er op de een of andere andere commerciele zender tegenwoordig een Bananasplitachtig programma schijnt te worden gemaakt, dus hij fakede een sportieve glimlach in de camera en stortte zich met enige tegenzin in de wijdopengesperde verzoeningsarmen van de presentatrice.
Je moet toch wat als corryfee. Ik bedoel, de eerste commerciele TV-wet is dat je altijd het spelletje mee moet spelen, anders word je sowieso afgeschreven door je immer smilende beeldbuisvrienden.

Het was wat mij betreft geen happy end.
Je zag een neiging tot wurgen in de doorgaans zo sentimentele ogen van Henny.
En ik gaf ‘m groot gelijk.

Zo. En nu ga ik weer even wat lezen in een boekje met abstracte pentekeningen.

Rust

Eindelijk eens een rustig dagje vandaag. Er was genoeg te doen, maak je geen zorgen, maar niets dat per se af moest: geen heden aflopende deadlines, geen dringende afspraken en geen alarmerende emailberichten of dwingende telefoontjes. Geen wekker zelfs.

Verbaasd schrok ik wakker, het was drie uur ‘s middags. Naast me zat L. de Volkskrant te lezen, op de achtergrond pruttelde de koffie.
"Je hebt lang geslapen", zei L.
"Dat kan je wel zeggen", zei ik.
"Koffie?"
"Lekker."

Ik keek naar de kerstboom die ik zaterdag had gekocht. Het oude 10 meterlange lint van lampjes dat ik gisteren met veel moeite uit de knoop had gehaald, hing er glinsterend doorheen. Optimaal gedrappeerd; geen zilversparrentakje te bekennen dat te klagen had over onderbelichting. Geen bal die niet tot zijn recht kwam.

Het leven was goed op deze manier.
"Zo kan het dus ook", zei ik tegen mezelf.
L. gaf me mijn koffie.
"Ik voel me gelukkig!", zei ik.
Ze gaf me een kusje.

Ik viste de eerste krant van de stapel waaraan ik de afgelopen week niet was toegekomen. ‘Robert Long, de schrik van de brave burgerman, overleden’, kopte het eerste artikel recht in mijn gezicht.
Ik moest denken aan het satirische nummer ‘Mien’ van Robert Long, over een doorsnee reactionaire werknemer die zich het schompes klaagt tegenover zijn vrouw over wat er in zijn ogen allemaal mis is met de wereld.

Als ik mijn kijkgeld nou betaal
waarom moet ik dan door ‘t journaal?
Achteraf mijn eetlust steeds laten bederven.
Denk ie dat het fris is Mien
wanneer ze steeds weer laten zien
dat er weer een zooitje zwarten leg te sterven.

En dat het vroeger allemaal zo veel beter was:

En vroeger ging het dan nog wel
met Lou van Burg en met Carell

Maar uiteindelijk kan het de brave burgerman eigenlijk ook niet zo veel schelen, want het nummer eindigt met:

Want morgenochtend weer vroeg op
dan moet de auto in het sop
want dat is alweer een week of twee geleden.
Zo met het weekend voor de deur
eens even lekker uit de sleur
ben ik al met al wel redelijk tevreden.

Ik keek opnieuw naar de kerstboom. Nu al met iets andere ogen.
Het had wel iets engs, zoals ik daar gisteren mee bezig was geweest. Alle ballen in het gelid, dat Ordnung muss sein-beleid van mij met die verdeling van de lampjes.
En die tevreden constatering van zojuist dat het eindelijk eens een zondag betrof waarop ik geen donder hoefde uit te voeren, alvorens ik me maandag weer zou melden aan de poort met de andere loonslaven. Wat moest ik daar nu van denken?
En jezelf gelukkig noemen? In zo een wrede wereld waarin honger, oorlog en andere ellende nog altijd de klok slaan? Hoe egoistisch is dat dan wel niet?
Fuck, dacht ik, ben ik een reactionaire burgerman aan het worden, die het liefst overal zijn ogen voor sluit en een heilige fidusie heeft in het heersende gezag? Word ik rechts?

In paniek deelde ik de voorgaande alinea mede aan mijn bedgenote.
"Ben je nu plotseling niet meer gelukkig?" vroeg ze.
"Euh, ik weet niet", twijfelde ik.
"Door 1 krantenartikeltje?" vroeg L., "over een BN-er?"
Ze nam een slok koffie, verdiepte zich weer in haar krant en restte daarmee haar case. Ze had no further questions.

(…)
Ik grinnikte.
"Toch weer gelukkig?" vroeg L.

Ja, ik was weer gelukkig. Als Robert Long me iets zou willen hebben leren, bedacht ik, dan is het wel om niet hypocriet te zijn.

De man die zowel ontzettend gevoelige liedjes (‘Kalverliefde’, ‘Vanmorgen vloog ze nog’ – zijn eigen favoriet (check zijn site)) wist af te wisselen met vlijmscherpe maatschappij-kritiek (bijvoorbeeld ‘Mien’ of ‘Allemaal angst’- waaruit ik anderhalve week geleden nog per ongeluk citeerde, zonder te weten dat ie op sterven lag).

Veel van zijn liedjes zullen me voor altijd bijblijven. Ik ben er als kind van de jaren 70 mee opgegroeid. Het waren LP’s van ouders die mijn jonge ik en mijn vriendjes stiekem naar boven jatten en draaiden in geheime zolderkamertjes, op verroeste pick-ups.
‘De letter K is van kerk, de letter K is van kroeg, de letter K is van kut en kapitaal.’
"Ha, ha, hij zei ‘kut’!", grijnsden we dan. Maar Robert Long prentte ondertussen ongemerkt in ons hoofd waar het in het leven blijkbaar om ging.

Het allermooist vonden wij jonge ventjes natuurlijk het nummer ‘onbeschaafde tango’.
Voor de jonge lezers: vanavond was de film ‘8 mile’ van Eminem op TV. Inclusief de rapbattles waarbij ze elkaar op rijm heel knap totaal verrot weten te schelden. Maar weet je, ze haperen hier en daar. Ze zijn grof zat, maar qua flow wordt er tamelijk gesmokkeld, of zoals van die dichtsukkels zoals ik zouden zeggen: de jambe-wetten worden met voeten getreden. En ik vind dat domweg gebrek aan skill. Geloof me, niks vloeit beter dan de poetische kannonades die Robert Long in dit nummer uit zijn strot weet te laten golven. Check die refreintjes!:

Verrotte gore ouwe snol,
jij uitgescheten kouwe drol,
je bent een vieze loopse hond,
je kop is net een blote kont,
verlepte sloerie,
lijpe trut,
portiekhoer, slet,
spinazie kut!

Hee, vuile klootzak, parasiet,
krijg toch de pleuris stuk verdriet,
en ook de tyfus kale neet,
hee kankerlijer lik m’n reet,
langharig tuig, stuk onbenul,
syfilislijer,
hondenlul!

Tot we vijftien, zestien, zeventien of zelfs achttien of negentien werden. Toen vonden we toch stiekem het volgende nummer mooier:

Ja, kalverliefde was het wel
Misschien zelfs min of meer een spel
Dat werd gespeeld
En met je hobbies werd gedeeld
Soms zat je samen in een klas
Of liep je door het hoge gras
Buiten de stad
Onhandig mompelde je wat
Onhandig fluisterde je "schat"

Ook ging je met haar mee naar huis
En deed je huiswerk bij haar thuis
Dan zei ze "mam
Mag hij straks ook een boterham"
Ze zeiden dat je met haar ging
Want om je pink droeg jij haar ring
Met rode steen
Die gaf ze eerder aan geen een
Zo’n mooie ring had jij alleen

Dan komt de tijd waarop je ziet
Met meisjes lopen is toch niet
Zoals je dacht
Wat had je eigenlijk verwacht
Je kleurde diep tot in je nek
Als vriendjes riepen "meidengek"
Omdat je wist
Met vissen had men jou gemist
En liever had jij ook gevist

En ‘s avonds zeg je na een feest
Waar jij met haar bent heen geweest
"Hier is je ring
Wat moet ik met dat klereding"
En ‘t leek haar ‘s avonds nog zo echt
En nu opeens heb jij gezegd
"Ik wil niet meer"
De eerste keer doet zoiets zeer

Dan lig je huilend in je bed
Je voelt een redeloos verzet
En ook de pijn
Je denkt "zo zal het nooit meer zijn
Zo zal het zeker nooit meer zijn"
Je weet zo zal het nooit meer zijn

Maar dat zeiden we niet tegen elkaar. Natuurlijk niet. We waren jongens. Aardige jongens, maar jongens.

Robert jongen, het ga je goed. Heel veel Liefs!

Plukdenacht!

Appèl

Afgelopen vrijdag moest ik ‘s avonds naar een feestje in Arnhem. De vrouw van mijn oude studievriend B. vierde dat ze dinsdag was afgestudeerd als sexuologe. Bovendien was ze in november 40 geworden, dus dat kon dan mooi in een moeite door dienen als grondslag voor een knalfuif, zo mailde ze in haar uitnodiging.
"Ik zet het in mijn agenda", mailde ik terug.

Ik twijfelde of ik zou gaan. Ik ben nou niet bepaald het type van de knalfuiven. Geef mij maar gewoon een beetje ouwehoeren met een pils en een sigaret erbij, maar verder geen gedans aan mijn kop. Of andere fratsen zoals geinig bedoelde kledingthema’s. Feestelijke dresscodes a la ‘pimp & hooker’, ‘tropical fantasy’ of ‘eighties’. Sorry, die zijn aan mij niet besteed, daar ben ik heel ouderwets in.
Aan de andere kant: het was in Arnhem. De laatste trein terug naar Amsterdam ging al om half 12, en dat leek me een verdomd goeie smoes om er vroegtijds tussenuit te piepen. Had ik in ieder geval mijn gezicht laten zien en kon ik gevoeglijk de vriendschap op een gemoedelijk vuurtje laten doorsudderen.

Ik besloot te gaan.

En was er al om half 9. Ik had zo lang mogelijk doorgwerkt bij de ABNAMRO, maar vanaf station Bijlmer is de trein sneller dan je lief is aanbeland op Arnhem Centraal, dus voor ik het wist stond ik onverantwoord vroeg bij mijn oude studievriend aan zijn deurbel te klingelen.
C., de vrouw van B., kortom het feestvarken, stormde hoogstpersoonlijk het trappenhuis af en deed open.
"Sorry dat ik zo vroeg ben", zei ik.
"Ben je gek", zei C., "Leuk dat je bent gekomen!"
Ik volgde haar naar de tweede etage, waar ze het kinderhekje bij het trapgat openklapte en na mijn doorkomst weer afsloot.
"Je bent de eerste", zei C., "B. zit nog even met de kinderen bij de computer Karaoke te zingen, want we hebben ze met Sinterklaas net een nieuwe module gegeven, maar hij brengt ze zodadelijk naar bed. Wil je wat drinken?"

Ik liep de huiskamer binnen en zetelde me aan de grote tafel, waarop diverse schaaltjes met chips, knoflookworst en gevulde olijven waren geplaatst. Aan het hoofdeinde van de tafel stond een flink aantal voorgeopende flessen rode wijn strak in het gelid, met aan hun zijde een tigtal wijnglazen. Keurig op appel voor hun toekomstige gebruikers.
"Mag ik een pils", zei ik, "als je hebt?"
"Natuurlijk", zei C. en liep naar de koelkast.

"Wil je ook Karaoke zingen?" vroeg de oudste dochter, 9 jaar.
Op de achtergrond probeerde mijn goeie vriend B. de highscore bij ‘Girl’ van Anouk te beaten.
"Later op de avond misschien", zei ik.
"Maar dan ben ik al naar bed!", zei ze.
"Eerst een pils", zei ik, "en een sigaret."
"Je mag hier niet roken!", zei ze, "roken is slecht!"
"Maar wel lekker", zei ik, "bovendien, zonder sigaretten kan ik niet zingen."
"Wat is dat nou weer voor een gelul!"

"M.!" riep C. vanuit de keuken, "ik heb liever niet dat je zulke woorden gebruikt!"
"Maar hij wil roken! Dat mag toch niet!? Dat is niet goed voor kinderen!", riep M.
"Schatje, er is 1 avond in het jaar dat de mensen hier mogen roken en dat is vanavond. Dat weet je toch? En jij gaat zodadelijk toch naar bed."

C. bracht me mijn pils. "Wil jij ‘m openmaken?" vroeg ze aan haar dochter, "met die leuke opener?"
"Jaaah!" jubelde M. Ze plukte het pijpje uit haar moeders handen en graaide de opener van tafel.
Bij het bewegen van de opener weerklonk het stemgeluid van Meg Ryan door de kamer. Of nou ja, stemgeluid. Ik heb het over haar bekende klankgedicht uit de film ‘When Harry met Sally’.
M. lag dubbel. C. ook.
"Lachen he?", zei C.
Ik probeerde iets van een grinnik te forceren. Toen dat niet lukte stak ik een sigaret op. Die had ik nodig. Me was confused.

"Wil je er een pepermuntje bij", hikte C. na.
Ze opende een blikken doosje waarin twee centimeterlang wit snoepgoed rondzwom, in de vorm van fallusjes met ballen. 
"Euh", zei ik ietwat ongemakkelijk.
Moeder en dochter kwamen niet meer bij.
Op de achtergrond zetten B. en de andere, jongste dochter, R. (7 jaar), een lied in van ‘de Kreuners’, sinds de jaren 80 al B.’s favoriete Belgische band.

Het was een dolle boel.

Ik keek op de klok. Het was 9 uur.

Er kwam niemand.

Ik keek op de klok. Het was 10 uur.

Er kwam niemand.

Ik keek op de klok. Het was 11 uur.

"Ik moet gaan", zei ik opgelucht, "de laatste trein halen."
"Dat begrijp ik", zei C., "wil je nog een pilsje voor onderweg?"
"Nee, ik heb nog genoeg bij me", zei ik, rammelend met mijn rugzak.
"Leuk dat je er was", zei C.
"Komt de rest pas later?" vroeg ik.
"Ik vrees dat de rest niet komt", zei C., "niemand kon. Iedereen zit met kinderen, enzo."
"Klote", zei ik.
"Ach ja", zei C.

Op de valreep, bij het scheiden van de markt, toen ik weer bij het kinderhekje boven het trapgat stond en mijn jas aantrok om de trein te halen, wist mijn oude studievriend B. zich nog even te ontworstelen aan de nieuwe Karaoke-module om me bij te praten over zijn grote passie: Engels voetbal.
"Jij bent toch Spurs-fan?" vroeg ie.
(Dat was waar. Ik ben al vanaf mijn prille jeugd supporter van Tottenham Hotspur. Dankzij Ardiles en vooral Glenn Hoddle, maar dat doet er nu even niet toe).
"Correct", zei ik.
"Jullie hebben geloot tegen Feyenoord!" riep B.
"Ik weet ‘t", zei ik, "legendarisch."
"Ja!", zei B., "want in.."
"Vertel me niks", onderbrak ik ‘m, want ik wist wat ie wilde gaan vertellen. En belangrijker: ik wist dat het een lang verhaal zou gaan worden dat ik al van binnen en buiten kende, en fuck man, over een kwartier ging mijn laatste trein.

Het was een surrealistische ervaring. In de trein terug flitsten diverse beelden door mijn kop. Ik moest denken aan de sketch ‘kinderpartijtje’ van Koot en Bie. Maar dat is flauw. Ook dacht ik aan al die oude studievrienden van me die de provincie zijn ingetrokken. Ik kom nog trouw op hun feestjes maar constateer keer op keer dat het amper iemand lukt om ter plekke nieuwe vrienden te maken.

Ik geloof dat het zoiets was. Ik dacht vooral aan die tafel met het tigtal wijnglazen, klaarstaand op het appel. En hoe leeg ze zijn gebleven.

Kirsten

Ergens aan het eind van de koude winter van 1997, niet zo lang na de laatste elfstedentocht, toog ik met mijn goede vriend M. naar het IJmuiden om een optreden bij te wonen van Skik.
Dat deden wij wel vaker, M. en ik: afreizen naar onmogelijke oorden om bandjes te bekijken. Samen bandjes kijken schept namelijk een band. Het voedt de vriendschap, vooral als het ver van huis is. 

We stapten uit op de eindhalte van buslijn 157. Of in ieder geval zo’n soort getal. Zetten onze mutsen op, trokken onze handschoenen aan, en koersten richting het plaatselijke jeugdcentrum.
Zwierven door verlaten straten. Er was nauwelijks sprake van lantaarnpalen. De gordijnen van de huizen waren dicht. Sommige van die gordijnen flakkerden af en toe op vanwege een actie-scene op de TV, maar dat was ook het enige. Voor de rest was het aardedonker en moesten we het qua straatverlichting doen met de maan en het immer gloeiende puntje van mijn sigaret.

M. struikelde over een loszittende stoeptegel, klapte met zijn bakkes in de sneeuw.
Ik grinnikte.
M. kneedde daarop een witte jeu de boulesbal in elkaar, greep mijn kraag, verpulverde zijn creatie en liet het gevoeglijk ijsregenen op mijn rug. 
Lachen man.
Not.
Ik smeedde er ook eentje, op mijn beurt, en kegelde hem vol in z’n kanis. Z’n bril spatte van z’n kop.
"Dat is niet leuk meer", zei M. en bukte naar de grond om van de vieste, drekkigste, door uitlaatgassen en autobanden verbruinde sneeuwrestanten een samengebalde ijsbom te maken die me nog lang zou moeten gaan heugen.

Als twee verschrikkelijke sneeuwmannen kwamen we aan in jeugdcentrum het ‘Witte Theater’ (what’s in a name).
Het garderobe-meisje nam onze jassen aan met een vies gezicht.
Het deerde ons niet. We liepen naar de bar en bestelden een pils.

In afwachting van Skik tuurden we de zaal rond.
"Allemaal provincialen", zei M.
"Wij zijn de enigen uit de stad", beaamde ik.
"Stelletje boeren", zei M.
"Agrariers", corrigeerde ik.
"heh, heh", grijnste M.

Zag ons staan, M. en ik. Twee sneue econometrie-studenten van de VU, die de IJmuidense uitgaansscene bekritiseerden. M. nog wonend bij zijn mama thuis in bejaardenwijk Buitenveldert, en ik die nog altijd met een been geworteld was in de Betuwse klei.

Het doek ging open.
De presentator kondigde een meisje aan. Een meisje uit Haarlem. Een singer/songwriter. 15 jaar. Kirsten heette ze.
Met haar gitaar liep ze de planken van het podium op.
"Wat krijgen we nu?" riep M., "moeten we eerst nog eens gaan luisteren naar de plaatselijke local boerin van de maand? Jeetje, moet je kijken wat een varkenspoten!"
"Die heeft het vast niet makkelijk op school", beaamde ik.
We hadden nog volop haar op onze kop, maar dat was ook het enige. Voor de rest waren we precies de twee oude mannetjes op het balkon van de Muppets .

Het meisje begon te spelen.
En te zingen.

M. en ik slikten.
"Wow", stamelde ik.
"Ongelooflijk", zwijmelde M. 

Dat er zoveel pijn, zielenleed, passionele haat uit een puberkeeltje tevoorschijn kon komen, a la. Maar dat het zo mooi, zo heftig, zo indringend, zo scherpzinnig vertolkt kon worden door een 15-jarige dat het ook ons, universitair geschoolde vroegoude twintigers, danig bij de kladden wist te vatten, op zulks waren we bepaald niet verdacht geweest.
We gingen al na drie zinnen overstag. Kwamen lyriek tekort om onze per direct ingaande eeuwige en onvoorwaardelijke liefde voor dit wonderkind te uiten. This utterly angry young woman. Stonden verbijsterd. Genageld aan de bar. Schaften na afloop van het concert direct haar demo-bandje aan en luisterden maandenlang niets anders.

Kirsten. Echt doorgebroken is ze nooit. Uiteindelijk heeft ze jaren later een keer op het Appelpopprogramma gestaan, heb ik haar nog eens zien optreden tijdens Noorderslag, net nadat ze haar eerste CD had uitgebracht, maar het niveau van de demo-cassette heeft ze wat mij betreft nooit meer kunnen evenaren.
Ze is in de jaren na haar 15e enorm afgevallen, een mooie meid geworden, heeft zich het uiterlijk aangemeten van een sexbom. Maar met het vlees zijn ook de rafelige randjes van de muziek afgesneden.
Doodzonde.
Maar de liefde bleef. Want die was zoals gezegd van beginafaan onvoorwaardelijk geweest.

Afgelopen dinsdag presenteerde ik het dichtersprogramma in de Kring. De muzikale gast van de avond, singer/songwriter Lotte van Dijck (ooit winnares van de Grote Prijs van Nederland) mailde me vlak voor haar komst dat ze een collega zou meenemen.
"Heb je een naam voor me?" vroeg ik in mijn reply, "dan zet ik hem/haar op de gastenlijst. De Kring is een besloten club, dus zonder aanwezigheid op de gastenlijst komt hij/zij er waarschijnlijk niet in."
Lotte mailde direct terug: "Kirsten".

Kirsten…

Ik hapte even naar lucht, maar wist daarna niet hoe snel ik M. moest mailen: "Je raadt nooit wie…", schreef ik. Etc… "en nu mag ik haar vanavond dus aankondigen en misschien zelfs interviewen!"
"Wow!" mailde M., "Some guys have all the luck! Ik ben nooit verder gekomen dan dat mijn buurmeisjedatnuaandepopschoolvantilburgstudeert met haar bevriend is! You win!"
"Wil je nog iets speciaals van haar weten" wreef ik M. in, "dat vraag ik het Kirsten vanavond ff."
"wil weten…wil weten…. ik wil nix weten! ik wil dat ze van me houdt! (Raymond vh G.woud)", antwoordde M.

En toen was het plotseling avond. Ik liep ruim voor aanvang de Kring binnen. Lotte stond samen met Kirsten te soundchecken.
"Goeienavond", zei ik tegen Lotte en gaf haar een aantal consumptiebonnen.
Daarna liep ik naar Kirsten.
"Hallo", zei ik,
Verstoord keek ze op van haar gitaar.
"Hier", zei ik, "consumptiebonnen. Als het er te weinig zijn moet je het maar zeggen, dan krijg je er later meer."
"O", zei Kirsten die haar blik inmiddels alweer had verlegd naar haar gitaar.
"Ik ben een erg grote fan van je", probeerde ik.
"Watte?" vroeg Kirsten.
"Al heel lang", zei ik, "ik heb je ooit nog zien optreden in IJmuiden. In het voorprogramma van Skik. Misschien herinner je je dat nog wel."
Als ik zenuwachtig ben komen de dingen er soms ietwat ongelukkig uit.
Kirsten rolde richting Lotte met haar ogen. Ogen die zeiden: "Wat moet die goser in hemelsnaam van me? Wat is dit voor een creep?"
Ik werd nog nerveuzer dan ik al was: "je zag er toen heel anders uit", stamelde ik.
Waarop Kirsten besloot me nog een slagje harder te negeren.
Ik speelde mijn laatste troefkaart uit: "we hebben je ooit geboekt voor Appelpop", zei ik. De stilte die me na deze opmerking ten deel viel was de overtreffende trap van dodelijk.
Om de afgang compleet te maken, piepte ik er opnieuw achteraan: "misschien herinner je je dat nog wel".

Het was erg pijnlijk allemaal. Me diep schamend droop ik af naar de bar, bestelde een dubbele pils en goot die in twee teugen achterover. Daarna rookte ik vijf sigaretten in evenzoveel minuten. Ik had het oude demobandje in mijn rugzak zitten, maar no way dat ik haar nu nog zou durven vragen om ‘m te signeren. De algehele missie kon worden bijgezet in de categorie ‘professioneel om zeep gebracht’.

Later die avond, toen ze op het podium stond, vlak voor de pauze (een vroeg optreden want Lotte had vantevoren aangegeven bijtijds weer weg te willen ivm haar overvolle agenda van die week), durfde ik geen seconde naar haar te kijken. En ook buiten het programma om, onderdrukte ik alles wat ook maar enigszins kon lijken op een blik in haar richting.

Het liep inmiddels tegen elven en collega-presentator Thomas Mohlmann en ik zaten middenin een diepte-interview met Nachoem Wijnberg; de
laatste dichter op het programma.
Uit mijn ooghoeken zag ik Lotte aanstalten maken om te vertrekken.
Het was een moment van zwakte, maar ik kon het niet laten: mijn ogen dwaalden voor het eerst sinds het debacle van eerder die avond, af naar de lange blonde krullen van Kirsten. Ze verdween net om de hoek van de zij-uitgang.

Toch moet ze mijn blik hebben gevoeld, want haar hoofd kwam nog heel eventjes terug. Spiedend. In mijn richting. We keken elkaar recht in de ogen. Toen verscheen ook haar hand om de hoek van de deur. Ze zwaaide. Naar mij. Heel lief.

Daarna verdween ze in de zwarte nacht.