Overdrachtsgesprek

Per 1 december krijg ik een nieuwe unitmanager. Samen met mijn oude unitmanager van het detacheringsbedrijf waar ik voor werk, kwam hij vanmorgen speciaal langs bij de ABNAMRO om zich aan mij voor te stellen. Heel netjes. Hij zou, zo mailde ie vantevoren, ‘uiteen zetten wat zijn visie was op de ICT in het algemeen en de Oracle-unit in het bijzonder’. Daarnaast, schreef hij, was ie natuurlijk ‘benieuwd naar het lijk in de kast het ICT-talent dat hij met mijn persoontje in zijn kersverse eenheid mocht verwelkomen.’
Ik had het gevoel dat het niet al te veel goeds voorspelde.

"Goeiemorgen", zei ik toen ik hem vanmorgen om 9.00 de hand schudde, "goeie reis gehad? Hoe was het op de weg?"
"Een drama", zei mijn nieuwe unitmanager.
"Een en al file", zei de oude, die met hem was meegereden.
"Welkom in de Randstad", zei ik grijzend tegen de respectievelijk Arnhemmer en Nijmegenaar. Het was bedoeld als een positieve opmerking. Totaal niet denigrerend ofzo. Integendeel. Maar hun daaropvolgende stoicijnse gezichten en hun dodelijke stilte tijdens de gang door de burelen van het hoofdkantoor van de ABNAMRO, maakten dat ik me alleen nog maar ongemakkelijker voelde.

Eindelijk aanbeland in toren B3C, sectie 5, de kantoortuin waar ik mijn centjes voor ze verdien, tapten we een kopje koffie uit de plaatselijke automaat.
Nog altijd die stilte.
"We gaan naar kamer 80", doorbrak ik ‘m, nadat we waren uitgetapt; "die heb ik gereserveerd."

In kamer 80 zette mijn nieuwe unitmanager zijn visie uiteen.
Ik luisterde.
Mij werd verder niets gevraagd.
Op zich een goeie zaak. De oude wet luidt immers: hoe minder de mensen van je weten, hoe beter.

Maar toch. Dit was wel de man die bepaalt hoeveel salaris ik straks ga krijgen. Dit was wel de man die beslist wat mijn volgende opdracht gaat wezen. En het allerbelangrijkst: dit was de man die mij de komende jaren mag opleggen hoeveel ik van mijn vrije tijd moet gaan steken in het verplicht volgen van vaktechnische, extreem tijdrovende avondcursussen.

Impliciet de man die bepaalt welke steentjes er binnenkort zouden kunnen worden weggetikt in het rijtje van mijn organisatie-, optreed- en schrijf-activiteiten. En dan heb ik het nog niet eens over de tijd voor mijn lieve vriendinnetje en sociale contacten (maar die waren de laatste maanden/jaren sowieso al de lul, geloof ik).
Anyway. Het leek me dus belangrijk om een goeie eerste indruk te maken, al was het slechts om al even impliciet te pleiten voor enige clementie.
Maar die eerste indruk, zoveel was me bij de koffie-automaat duidelijk geworden, had ik tot nu toe aardig weten te verknallen.

Na een uurtje sloten we het gesprek af, verlieten kamer 80, en ik zette koers om het tweetal terug te begeleiden naar de welkomstbalie.
"Wat doe je eigenlijk verder?" vroeg mijn aanstondse unitmanager toch nog maar even op de valreep tijdens de wederkeer door de burelen, "heb je nog hobbies naast je werk?"

(Ah! Toch nog een kans!)
Ik kon nu een hoop dingen zeggen. Ik zou ‘m kunnen vertellen over het organiseren van Festina, de Kring, Helmers, of over mijn actieve bestaan als poetryslammer, Nederlands Kampioen weetjewel enzo, maar er was weinig tijd. Ik bedoel, het ABNAMRO-gebouw is groot, maar niet groot genoeg om al mijn buitenschoolse activiteiten uiteen te gaan zetten. Effectiviteit was geboden. One hit. I just needed one hit, om deze man voor me te winnen. Ik nam een gok.
"Appelpop…", stamelde ik.
"Appelpop?" zei mijn nieuwe unitmanager.
"Ja", zei ik, "in Tiel. Daar kom ik oorspronkelijk vandaan."
"Ah!", zei mijn nieuwe unitmanager, "Tiel! Dat ken ik! Appelpop, zei je? Speelde Rowwen Heze daar niet afgelopen najaar!?"
"Precies!", zei ik, "Op 9 september, op zaterdagmiddag. Was niet eens de headliner, maar we hadden 100.000 bezoekers!"
"Wow", zei mijn nieuwe unitmanager, "nu je het zegt… Ik las inderdaad zoiets in de Gelderlander."
"En ik zit in de organisatie!", riep ik, op het randje van overmoed.
"Jij?"
"Jazekers", zei ik, "maar er gaat wel een hoop tijd in zitten!"
"Dat kan ik me voorstellen", zei mijn aanstondse unitmanager.
"Hou je van Rowwen Heze?" vroeg ik.
"Ik ben gek op Rowwen Heze!"

Nadat ik mijn oude en nieuwe unitmanager had uitgelaten nam ik weer plaats achter mijn bureau en ging aan de dagelijkse arbeid.
Om te zeggen dat ik me de komende tijd gebeiteld wist gaat te ver, maar ik voelde me toch enigszins gerustgesteld.

Enfin. Ik hoef voorlopig waarschijnlijk nog niet op zoek naar een nieuwe baan (filmpje!)

Advertisements

Actualiteit

Stel je voor:

*HIER*

een gefotofucked plaatje van Rita Verdonk met een Geert Wilders-kapsel.

En dan als onderschrift: COUPE VERDONK MISLUKT

Gorilla van de Volkskrant zou zijn hart uit kunnen eten.

Update!!! Suster Bertken heeft inmiddels een dergelijk plaatje in elkaar geknutseld, dus bij deze alsnog:

Coupe_verdonk

Teamspeler

Ik hoor het haar nog zeggen, na haar gevoelige nederlaag tijdens het VVD-congres: "Natuurlijk vind ik het niet erg, ik ben juist blij voor Mark! Het gaat niet om mij, het gaat om de VVD! En natuurlijk ga ik Mark steunen in de campagne, want ik, ik ben een echte teamplayer!"
Hold that thought.

Vandaag werd bekend dat Rita Verdonk tijdens de afgelopen verkiezingen meer voorkeursstemmen heeft gehaald dan Mark Rutte. Het was nog nooit eerder vertoond in de geschiedenis van de Nederlandse politiek: een nr 2, waarvoor het vakje vaker werd rood gekleurd dan voor de lijsttrekker.
Reden genoeg voor de media om er massaal op te duiken. Met tientallen microfoons tegelijk rukten ze aan om de Nederlandse variant van de iron bitch enig commentaar te ontfutselen.

Ik wist al precies wat ze zou gaan zeggen als zelfverklaard teamspeler. Ik bedoel, zo moeilijk kon dat niet zijn. Zelfs de gemiddelde profvoetballer, een begrip waarbij je toch niet direct denkt aan een synoniem voor de intelligentia, voelt op zijn klompen aan dat je na een verloren wedstrijd niet moet gaan roepen: "mwah, we zijn dan misschien ingemaakt, maar ikzelf heb tenminste gescoord!"
Een voetballer denkt het misschien wel, maar hij zegt het niet. Daarvoor heeft ie nog net voldoende politiek besef.
Dus ik dacht het gemakkelijk te kunnen voorspellen: deze beroepspolitica zou de media uiteraard ingetogen te woord staan en zinnen debiteren, die heel subtiel zouden verwijzen naar de onhandige uitkomst van de nek-aan-nek-race om het lijsttrekkerschap, maar die tegelijkertijd haar gevoel voor teamgeest alleen maar benadrukten. Dus iets a la: "Okay, de VVD heeft verloren, maar ik heb met Mark schouder aan schouder keihard geknokt en ik ben blij dat er daardoor toch nog zoveel mensen vertrouwen hebben geschonken aan de VVD. Daarvoor wil ik ze bij deze nogmaals hartelijk bedanken."

Ik bleek me te vergissen.
Rita reageerde als een uitgelaten kind op de forse verkiezingsnederlaag van de VVD, waarbij zij net iets meer stemmen had gekregen dan haar kopman: "Dit is toch fantastisch!"
De lastige vervolgvragen wimpelde ze af met: "laat me nou gewoon even genieten!"
"Maar…", zeiden de reporters.
"Ik wil gewoon even genieten!", zei Rita, "dat begrijpt u toch wel?"

Ik stelde me even een beeld voor waarin Johan Neeskens, na de met 2-1 verloren WK-finale tegen Duitsland, een shaggie rollend voor de camera verschijnt en zou zeggen: "Ach ja. Verloren. Maar ik heb er tenminste wel eentje in gelegd. Laat me nou gewoon even genieten! Dat begrijpt u toch wel?"

Johan Neeskens was hard. Bikkelhard zelfs. Net als Rita Verdonk. Maar een dergelijke conclusie, als die van Verdonk vandaag, zou Johan dus nooit trekken. Johan Neeskens was wel een teamspeler. Hij was de eerste om toe te geven dat zijn benutte penalty in de WK-finale (waarbij hij voornamelijk het krijt van de stip liet stuiven, in plaats van de bal die vervolgens met veel geluk alsnog dwars door het midden het net inzeilde), een toevalstreffer was geweest.
Maar belangrijker: Neeskens speelde als het moest met een arm uit de kom, een kaakfractuur en 2 gebroken benen tegelijk, zolang ‘m tenminste werd verzekerd dat ie een meerwaarde vormde voor het elftal.
Dat was nog eens iemand met kloten. De ouwe trouwe Nees. Zelfopoffering voor het grotere geheel was zijn middlename.

Het is geen 1974 meer. Het is 2006. Wat er precies veranderd is? Dat valt moeilijk in 1 zin te vatten. Wat ik wel in 1 zin kan zeggen is dat ik weet dat we nu al jaren zitten met een machtswellustige minister, van integratie nota bene, die de ballen verstand heeft van de maatschappij, laat staan van de zo gepredikte normen en waarden.

Ik vond en vind het, eerlijk gezegd, al een tijdje best eng.

De Babyfluisteraar

Tegenwoordig kijken L. en ik op zondagavond naar de Babyfluisteraar. Voor wie het programma niet kent: het gaat over moeders (soms ook vaders) die te schaften hebben met een onverklaarbaar lastige baby. Met de handen in het haar wordt de hulp ingeroepen van een Schotse dertiger met peentjeshaar, die claimt de gedachtenwereld van babies te kunnen lezen. Erg handig natuurlijk, zo’n knakker. Want babies kunnen niet praten, maar met zo’n tolk erbij kan het guppie alsnog aangeven waar de schoen wringt, en middels een weloverwogen stappenplan uiteen zetten hoe de problemen op te lossen.

Zo suggereerde het babietje in de aflevering van vorige week de aanschaf van een trampoline en een elfjenjurkje voor haarzelf, plus psychotherapie voor haar moeder. Het bleek een schot in de roos. In de eindbeelden zagen we een volmaakt gelukkig eenoudergezinnetje; de moeder beschouwde zichzelf en haar dochtertje als herboren, en tijdens de aftiteling werd ons verzekerd dat het ook daarna alleen nog maar beter was gegaan.

Dus ook vanavond verheugden L. en ik ons er weer op, ik bedoel wij zien de mensen graag gelukkig. Met een kopje koffie en een stukje banketletter aan onze zijde en de kat op schoot, keken we verlekkerd naar een hulpeloze tienermoeder uit Chatham die voor de camera bont en blauw werd geslagen door haar 21 maanden oude dochtertje. De baby krijste het uit, en de moeder, Gemma, ze liet zich slaan en keek de persoon achter de camera aan met een blik van: help!
"Lijkt het je nu nog steeds leuk om kinderen te krijgen?" grijnsde L. mijn kant op.
"Geen nood!", grijnsde ik terug, "want daar komt de Babyfluisteraar!"

En inderdaad, daar was ie al in beeld. Een paar mooie natuurshots van de Schotse hooglanden en onze held die in een witte trui en een sjofel ribcolbertje indrukwekkend mijmerend door de velden liep.
De voice-over legde ondertussen uit dat zijn paranormale gaven nooit wetenschappelijk bewezen waren, maar dat deze meneer dus absoluut geen voorinformatie had gekregen en dat ie zodadelijk op ‘een neutrale plek’ in contact zou worden gebracht met Gemma en dochter Lily, zodat hij ook geen dingen zou kunnen afleiden uit ‘de huiselijke omgeving van het gezin.’

De Babyfluisteraar enterde een kamer van weetikveel, een congrescentrum ofzo, waarin de sceptische Gemma zich ophield met het zorgenkindje.
Hij wist de terugdeinzende Gemma op twee kussen te trakteren en ging vervolgens direct aan de slag. "Ze heeft een probleem met autozitjes", zei de Babyfluisteraar.
"Verrek, dat klopt", zei Gemma.
"En met slapen!"
"Ook correct", zei Gemma verbaasd.
"En ze wil niet in de buggy", zei de Babyfluisteraar.
"Nou ja!"
Gemma was flabbergasted. Net als wij, kijkers, die zojuist in de voorafgaande beelden, opgenomen in en rond Gemma’s huis in Chatham, hadden gezien dat deze drie punten inderdaad de voornaamste praktische problemen vertegenwoordigden.

Daarna begon de Babyfluisteraar plotseling te huilen. Tranen met tuiten.
"Wat?" vroeg Gemma, "Wat is er??"
De Babyfluisteraar veegde zijn tranen weg met een zakdoek en herpakte van de ene op de andere seconde zijn strenge toon.
"Ik zie handboeien en mannen", zei hij terwijl hij Gemma dwingend aankeek.
"Wow", zei ik tegen L., "dat wordt spannend!"
"Kinky", beaamde L.

*reclame*

"Ik zie handboeien, mannen en politie", zei de Babyfluisteraar, "weet je waar ik het over heb?"
Gemma knikte.
"Ik zie een man in het bijzonder", zei de Babyfluisteraar.
"Mijn ex-vriend", vertelde Gemma, "inderdaad. Op mijn 15e kreeg ik verkering met ‘m, en na verloop van tijd begon hij me te slaan. Toen we gingen samenwonen was ik binnen een maand zwanger en toen ik 7 maanden ver was, heeft ie me helemaal verrot geslagen en toen heb ik 911 gebeld en is ie opgepakt."
De Babyfluisteraar knikte: "dat is precies wat Lily me vertelt."
Op de achtergrond zagen we het kindje braaf in de weer met speelgoed.
De voice-over meldde voor de zekerheid even dat kinderen zich ook dingen herinneren van voor de geboorte.
"Wow", zei Gemma.

In de volgende sessie, een week later, die wel bij Gemma thuis werd gehouden, ging de Babyfluisteraar nog wat dieper in op het arrestatiegebeuren.
"Ik zie mannen die zomaar in huis komen", vertelde hij, "en ik zie 1 man die aan mama’s ‘private’ probeert te komen tussen haar benen."
"Hij was met een aantal vrienden", bekende Lily, "ik rook al meteen de alcohol toen ze binnen kwamen. Ik zei nog: had je niet even kunnen bellen, want ik was ongerust, en… enfin, toen begonnen ze te schreeuwen enzo, en toen heeft mijn ex-vriend me helemaal in elkaar geslagen."
"Exact", zei de Babyfluisteraar, "en dat is precies waar Lily nu bang voor is, dat er weer zomaar mannen het huis binnen komen, die beginnen te schreeuwen!"
Gemma begon te snikken.
"Je bent een bitch!", riep de Babyfluisteraar opeens, "Je bent gewoon een ongelooflijke bitch!"
"Dat is precies de tekst die hij zei!", snifte Gemma.
"Je bent een bitch!" schreeuwde de Babyfluisteraar nogmaals.
Gemma maakte een sshtt-gebaar en wees naar haar baby die verderop met kleurpotloden het bovenste blad van een felgroen schetsblok van een onschuldige tekening probeerde te voorzien.
"Maak je geen zorgen", zei de Babyfluisteraar, "dit is wat Lily me wil laten zeggen tegen je. En wees gerust, ze weet niet eens wat bitch betekent, ze herhaalt alleen maar letterlijk wat er toen is gezegd."
"O", zei Gemma.
"Maar ze weet wel dat het mama pijn deed", zei de Babyfluisteraar, "en ze wil niet dat mama pijn heeft. Ze wil dat mama gelukkig is. Maar hoe kan mama gelukkig zijn als ze niet eerst haar verleden verwerkt. Want dat heb je nog niet gedaan he? Je durft nog steeds niet goed voor jezelf te zorgen."
"Dat klopt", zei Gemma.

Bon. Tot zover. Je weet natuurlijk al precies hoe het afloopt. Lily krijgt een nieuw autostoeltje en een nieuwe buggy en Gemma gaat in therapie. In het eindshot krijg je een herboren en gelukkig eenoudergezinnetje te zien, en tijdens de aftiteling word je verzekerd dat het ook daarna alleen nog maar beter is gegaan.

Toch blijft uiteraard de hamvraag: is het echt? Kan de Babyfluisteraar daadwerkelijk de gedachten lezen van babies? Kan Char inderdaad contact maken met de geesten van de gestorvenen?

Ikzelf ben geneigd om te denken van wel. Bij Char heb ik eventueel nog mijn twijfels, maar dat komt doordat ik een aangeboren scepsis heb ten opzichte van overdreven met "Thank you’s" strooiende Amerikaanse blondines. Ik wantrouw overigens uberhaupt elk volk dat hypocrisie bepaald niet onderwaardeert als nuttige eigenschap om het ver te schoppen in de wereld, maar dat terzijde.
Die rare Schot met peentjeshaar, die Babyfluisteraar, ik geloof ‘m.
Serieus.

Het zit ‘m o.a. in dat accent. Hij praat zo plat als de pieten. Maar vooral zit ‘t ‘m ook
in die scenes die hij beschrijft, die verder totaal geen nut hebben qua aanloop naar een constructieve verbetering van de situatie, maar die puur dienen om de sceptische persoon in kwestie, in dit geval Gemma, te overtuigen van zijn gave.
In deze aflevering was het de letterlijke beschrijving van een gevalletje met een sleutel die kwijt was geweest, en waar haar ex-vriend kwaad om was geworden.
Het was iets wat Gemma zich in eerste instantie totaal niet herinnerde, en wat ze dus ook onmogelijk tegen de programmamakers kan hebben verteld, maar wat door de Babyfluisteraar via Lily werd opgerakeld.
Het was een omslagpunt. Je zag het aan Gemma’s gezicht. Ze was er zelf bij, hier zat een man die dingen vertelde die hij absoluut niet kon weten.
Pas vanaf toen stelde ze z
ichzelf, al dan niet onderbewust, open voor zijn suggesties. En pas vanaf toen ging alles helemaal goed.

Het programma was afgelopen.
L. en ik zaten met vochtige ogen te staren naar de aftiteling.
En voor even was de wereld weer ontzettend mooi.

Zelftest

Ik kwam uit mijn werk en streek uitgeput neer op de bank.
"Ga je vanavond nog zaalvoetballen?" vroeg L.
"Verrek", zei ik, "je hebt gelijk, dat is vandaag!"

Anderhalve week geleden, na een partijtje veldvoetbal met een team van dichters tegen Engelse veteranen, had NK slamkampioen Sander Koolwijk me gevraagd of ik het leuk zou vinden om af en toe eens mee te doen met een los clubje zaalvoetballers, dat op donderdagavonden een beetje liep te pielen, pingelen en poorten in een afgehuurde gymzaal van de Bakkersschool in Bos en Lommer.
"Uiteraard!", had ik toen gezegd, want als ik ergens van hou dan is het pielen, pingelen en poorten.

Maar dat was toen. Op een zonnige Indian Summer herfstmiddag, waarbij het kwik de 20 graden probeerde te koppen.
Nu was het avond, donker, bitterkoud, kwam ik net uit mijn werk, zat ik eindelijk op de bank naast L. en voelde ik me zowel geestelijk als fysiek compleet naar de kloten.
Ik trok een pils open.
"Ik weet het niet", zei ik.
"Het lijkt me best eng", zei L., "behalve Sander ken je er niemand."
"Brr", zei ik, en nam een grote slok van mijn pils.
"En misschien zijn ze wel heel macho", zei L.
Ik nam een nog grotere slok.
"Moet je kijken hoe je erbij zit!", zei L., "Je bent totaal op! Je ziet er ontzettend moe uit!"
"Echt waar?", vroeg ik.
"Ja", zei ze.
"O", zei ik.
"Inderdaad", zei L., "het lijkt me niet verstandig."

Dat laatste had ze nou net niet moeten zeggen.

Ik had nog 5 minuten om iets van sportkleding op te duikelen uit de onderste krochten van mijn ladenkast, een plek waar de kabinetsformatie al meer dan 3 jaar lang op een dood spoor zat, waar kortom na verloop van tijd complete anarchie was gaan heersen.
Maar het lukte me. Een hand hengelde naar mijn Rucanor squash-schoenen, terwijl de andere onder een stapel met vergeelde T-shirts een door motten aangevroten sportbroekje naar boven wist te grabbelen.
Tot mijn grote vreugde vond ik ook nog iets wat relatief nieuw, en dus schoon was: een T-shirt van Uitgeverij Nieuw Amsterdam dat ik ooit eens had gekregen tijdens de presentatie van het met de Gouden Doerian (prijs voor het slechtste boek van het jaar) bekroonde boek "Roes" van Carla Bogaards.

Ik was er klaar voor. Met een nieuwe Marlboro tussen mijn tanden en een verse pils in mijn hand stapte ik op mijn fiets en koerste richting Bos en Lommer, waar overigens amper een boom valt te bekennen. Desondanks is het letterlijk en figuurlijk het bijna donkerste stadsdeel van Amsterdam.

Op de Admiraal de Ruijterweg verdwaalde ik en sprak een Turkse meneer aan bij een stoplicht. "Weet u misschien de Bakkersschool?", vroeg ik ‘m.
Hij glimlachte heel lief. Maar daar bleef het bij.
Ik vroeg het aan een hoogblonde 50-jarige mevrouw.
"Appeltje eitje", zei ze, "je gaat daar bij de stoplichten gewoon effe terug en dan eerste weg links. Dan sie je het so legge!"

Nadat ik een kwartier door Bos en Lommer was gedwaald en eindelijk bij de Bakkersschool was aanbeland, besefte ik in retrospect dat ik te schaften had gehad met precies die ene vrouw die ze altijd raadplegen in die stigmatiserende onderzoekjes waarin het andere geslacht links en rechts door elkaar zou halen.
En dan dus ook nog net die ene Turk die geen Nederlands spreekt. Ik had echt pech.

Anyway. Ik was 15 minuten te laat, maar hield goede moed. Ik moest en zou zo’n verdomde kutbal in een netje trappen, al was het maar om aan te tonen dat ik wel degelijk verstandig ben.

Ik parkeerde mijn fiets bij de school en liep naar de bijbehorende gymzaal. Die zag er verdraaide donker uit. In het portiek voor de dichte deur zat een junk. Hij rookte een joint en was mobiel aan het bellen in gebrekkig Engels met een Duits accent.

Fuck, dacht ik. Ook dat nog. Helemaal voor niets gekomen. Ik vloekte.
De junk keek op van zijn telefoongesprek.
"Are you here for the football?" vroeg ie.
"Ehrr…, yes?" zei ik voorzichtig.
"Great! I am Alex!", stelde hij zich voor.
Ik schudde enigszins verbaasd zijn hand.

Verderop hoorde ik klikjes van zich vergrendelende fietssloten.
Binnen een mum van tijd schudde ik de handen van nog 5 andere mensen, waaronder Sander.
Ene Boudewijn had een stel sleutels en opende de deur. Het ging snel: Omkleden, doeltjes bouwen van turnapparaten, en vervolgens 2 uur lang pielen, pingelen en poorten.

Het was waanzinnig! Gaaf! Dit had ik 20 jaar lang gemist!
Als een dolle ging ik van start. Ik sprintte me te pletter om vrij te lopen, kreeg de bal, ging mijn man voorbij, kapte ook de volgende uit, en schoot vervolgens vanuit een onmogelijke hoek de 1-0 binnen.
Ook de 2-0 nam ik voor mijn rekening, dankzij een perfect uitgevoerd een-tweetje met Alex, de junk, en een subliem afrondend buitenkantvoetje. Een buitenkantvoetje mijnerzijds welteverstaan, achter het standbeen langs, en met links nota bene.
Ik voelde me helemaal de Huntelaar van een half jaar geleden. We hadden nog maar 1 minuut gespeeld, maar ik voelde me nu al de held.

In de 2e minuut begonnen mijn longen te protesteren. "Ehhrr…", zeiden ze voorzichtig, toen ik wederom als een Ferrari optrok om een vrijgelaten gat in te duiken, "is dit wel verstandig?"
"Bek dicht!", zei ik tegen mijn longen, "wat weten jullie nu van voetbal?" en rende als een gek terug naar onze verdediging omdat je dat nu eenmaal hoort te doen als je teamgenoot onverwacht balverlies lijdt.

In de 3e minuut reikten mijn handen als zielige schepseltjes naar de muur van de gymzaal. Bijna kotsend stond ik uit te hijgen.
"Gaat het?" vroeg Sander.
Maar het was al te laat, ik kon geen woord meer uitbrengen.
En ik moest nog 117 minuten.

Hoe ik ze heb overleefd, het is me een raadsel. Echt, ik was even vergeten hoe slopend zaalvoetbal kan zijn.
Alex, de junk, die helemaal geen junk bleek te zijn, maar een van de beste voetballers van ons allemaal, hij vulde de gaten die ik noodgedwongen liet vallen, hij compenseerde in zijn eentje mijn bijna totale afwezigheid in 120 minuten 3 tegen 3 voetbal. Af en toe tikte ik er nog eentje binnen, en af en toe zette ik nog een aardige combinatie op, maar het leeuwendeel van de tijd fungeerde ik als halve keeper en liep ik tijdens de schaarse dode spelmomenten met de handen op mijn knieen uit te hijgen, strompelend over het linoleum.

Lijkbleek, ziek van oververmoeidheid kwam ik thuis.
L. schrok. "Gaat het liefje?" vroeg ze, "hoe was het?"
"Ongelooflijk gaaf!" zei ik, terwijl ik probeerde iets minder mank te lopen.
"Ah! Daar ben ik blij om."
"Maar ik heb wel pijn in mijn tenen", zei ik. Het is nog waar ook, bedacht ik, waar komt dat nou in een keer vandaan?
"In je tenen?"
"Ja, nu ik zeg", zei ik. Ik zette een dramatisch gezicht op: "volgens mij bloeden ze.."
"Bloed!?"

Ik trok mijn schoenen en sokken uit en inspecteerde mijn voeten. Het viel een beetje tegen. Er was weinig bloed te zien. Maar ze deden wel pijn!
"Hier!", zei ik tegen L., "Zie je dat! Kijk! Bij de nagelriemen, bloed! Zie je dat!"
"Euhh, waar precies?" zei L. met haar ogen 10 centimeter boven mijn tenen.
"Daar!" zei ik, en wees naar mijn rechter grote teen, waar voor het betere microscopische oog inderdaad een miniscuul bloeduitstortinkje viel waar te nemen.
"Dat?" vroeg L.
Ik besefte dat het daadwerkelijke visuele beeld niet al te heftig overkwam, dus ik probeerde het woordelijk een beetje te pimpen: "Het komt doordat ik te lange teennagels heb", begon ik te v
erklaren, "langer dan mijn tenen zelf, dus elke keer als die bal mijn voet ramde, boorde hij mijn nagels als gore mesjes mijn voetvlees in, ter hoogte van de nagelriemen!"
"Getsie", zei L., "Au!"
"Precies!", zei ik.

Daarna kreunde en steunde ik nog wat. "Zielig ben ik he?" vroeg ik.
L. grinnikte.

Ik word oud. Tests bewijzen het.

PlukdeNacht Exitpoll

SPECTACULAIRE UITSLAGEN VERWACHT VOLGENS PLUKDENACHT EXITPOLL!!!

SP wint verkiezingen!

Als er af mag worden gegaan op het stemgedrag van de PlukdeNacht-lezers staat ons zodadelijk een spectaculaire uitslag te wachten. Van de regeringspartijen doet D’66 het nog het beste, met maar liefst 10 zetels. Het CDA blijft steken op 5. De VVD verdwijnt zelfs helemaal uit de kamer, net als overigens de LVF en SGP. De Ook nieuwkomer PVV haalde de kiesdrempel niet, en bleef staan op 0 stemmen.

Ondanks een dramatisch verlies van 18 zetels in vergelijking met de verkiezingen in 2003, zal de PvdA (24 zetels) toch gniffelen omdat ze bijna 5 keer zo groot is geworden als het CDA. Het CDA dat lijdzaam moet toezien dat het kleine broertje, de ChristenUnie net zo groot is geworden als zijzelf (eveneens 5). Ook Groen Links, voorheen het kleine nichtje van de PvdA, heeft even volwassen vormen aangenomen als haar oude tante  (24 zetels).

Verrassende nieuwkomer is de Partij van de Dieren, die met maar liefst 14 zetels in het parlement komt te zitten. Maar de allerspectaculairste uitslag is dat nog niet. Die komt op naam van een andere partij. Want dankzij een stijging van maar liefst 59 zetels in vergelijking met 2003, wordt straks bijna de helft van de kamer gevuld met  vertegenwoordigers van de verkiezingswinnaar, de enige echte SP! 68 zetels!!! 

Volledige einduitslag *)

SP                                 68
Groen Links                24
Partij van de Arbeid  24
Partij van de Dieren   14
D’66                              10
Christen Unie               5
CDA                              5

*) 6,1 procent van de kiezers stemde bewust voor "NIET"

Eten met poeten

Maar eerst iets anders.

Later, overdag, zal ik voor diegenen die nog niet gestemd hebben de resultaten openbaren van de plukdenacht-poll. Vooruitlopend op de resultaten wil ik alvast zeggen dat ik eerder deze avond, tijdens het laatste lijsttrekkersdebat, echt ontzettend warme gevoelens kreeg bij de gedachte aan een kabinet Groen Links-SP-PvdA-ChristenUnie. Vanavond trokken ze in ieder geval verdomde eensgezind ten strijde tegen de man die tijdens de campagne zoveel mogelijk zijn sociale gezicht opzette, maar waarvan je weet dat ie de komende 4 jaar weer gewoon het beleid van zijn huidige coalitie-partner, de VVD, zal voortzetten. Oftewel de minderbedeelden en allochtonen met veel vijven en zessen uiteindelijk in hun hemd zal laten staan.

In de peilingen staat het CDA stevig bovenaan. Freek de Jonge zei : "CDA-stemmers zijn net rokers: ze weten dat het slecht voor ze is, maar toch blijven ze het doen."
Matthijs van Nieuwkerk promoveerde deze stelling, aan tafel bij Pauw en Witteman, tot de beste grap uit Freeks verkiezingsconference.
En zoals wij weten zit in elke grap een kern van waarheid. De truc die Freek uithaalt, de draai waardoor het een grap wordt, zit ‘m in het zinsdeel ‘voor ze’. Voor de meeste CDA-kiezers is het helemaal niet slecht "voor ze" om CDA te stemmen. Ze hebben er individueel belang bij. Ze verdienen goed, hebben een hypotheek, etc. Maar tegelijkertijd beseffen ze donders goed dat het CDA op maatschappelijk vlak, sociaal gezien, wel degelijk een slechte optie is. Toch stemmen ze er op.

Het wordt ook wel het ‘gordijntjes’-effect genoemd. Met hun hart en een knagend geweten stemmen mensen in opiniepeilingen over het algemeen voor een sociaal wenselijkere optie dan de partij waarvoor ze uiteindelijk met hun individuele koopkrachtplaatje in het achterhoofd, in het stemhokje kiezen.
Achter het gordijntje, waar niemand meekijkt, prevaleert veelal het persoonlijke belang boven de solidatiteit met de zwakkeren in de samenleving.

Mijn voorspelling is niet wereldschokkend, maar ik vrees dus dat het CDA de verkiezingen ruimschoots gaat winnen.
Toch hou ik los daarvan hoop. Hoop dat er na de verkiezingen in de kamer een meerderheid zal blijken te bestaan die socialer is dan het CDA. Flik dan hetzelfde kunstje zou ik zeggen, waarmee het CDA tijdens de vorige formatie de voornaamste verkiezingswinnaar, de PvdA, frustreerde.
Van mij mag het er komen: een kabinet Groen-Links, SP, PvdA, ChristenUnie, aangevuld met de Partij van de Dieren. Doe desnoods D’66 er maar bij. Het zou niet de eerste keer zijn dat met de luttele zeteltjes van die partij een kabinet staat of valt.

Maar goed, genoeg over saaie politiek. Dit weblog kan zoveel beter! Laten we blij zijn met elkaar!

Ik heb gisteren een erg gezellige avond gehad met Irene Langefeld. Zij heeft er een stukje over geschreven in haar reeks ‘eten met poeten’. En het is hier te lezen.