Theole

Dit is geen stukje, maar even een korte mededeling tussendoor, gelijk mijn 2 voorgaande berichtjes. Dit is zo’n tekstje dat je ervan komt als je voortdurend wordt geleefd en geen halt durft te roepen.
Over dat laatste gesproken; je komt in een raar soort roes terecht als je geen nacht achter elkaar in hetzelfde bed slaapt (alles in het nette hoor, maak je geen zorgen), een weekendlang direct na het tanden poetsen de eerste pils voor je giechel krijgt geserveerd, en van 10.00 tot 2.00 am alleen nog maar bezig bent met de vraag of je uberhaupt het einde van de dag zal halen.
Nee, ik heb het niet over Lowlands, maar gewoon over een weekendje Tiel.

Het leek allemaal zo handig en verstandig. Mijn moeder was jarig, tegelijkertijd moest ik een van mijn beste vrienden helpen verhuizen, werd er een tentoonstelling geopend in het streekmuseum, waarbij een foto van mijn persoontje deel uitmaakte van de collectie en was daar als klap op de vuurpijl de vrijwilligersbriefing van Appelpop in popcentrum Twentietoe, waar mijn aanwezigheid zeer op prijs zou worden gesteld.

Zeg niet dat er in Tiel niets gebeurt.

Om een lang verhaal kort te maken: ik taaide af naar de Tinstad, naar de Parel van de Betuwe, naar het onvolprezen Theole (ik bedoel natuurlijk gewoon ‘Tiel’, maar Theole, zoals de Romeinen ons dorpje ooit hebben gedoopt, klinkt een stuk interessanter, geef toe) en gaf me over aan mijn plichten.

Afgelopen nacht, na een loodzware zaterdag, zat ik met mijn allerbeste vriend I. rond een kampvuur dat gestookt werd in een halfvergane kruiwagen. De exacte plaats van handeling was de achtertuin van mijn versverhuisde vriend A.
"Weet je", zei een van de andere vrienden van A., "het draait in het leven maar om 1 ding."
"Vertel", zeiden I. en ik.
"Geld", zei de beste jongen.
I. en ik gaapten. Het was al laat. We accepteerden dat er door A. een nieuwe pils in onze knuisten werd gepropt en draaiden er als Pavlovhonden een shagje bij, maar voor de rest stonden onze ogen op standje afvoeren en rustig verder laten snurken.
"Nee, serieus", zei de jongen, "daar gaat het om!"
"Wat ook alweer?" vroeg I. met zijn laatste krachten.
"Geld!" zei de jongen.
"O ja", zei I. Zzzzzz.
"Vinden jullie het gesprek soms niet interessant?" vroeg de jongen.
"O, jawel hoor!", zeiden I. en ik. Zzzzzz.

"Het draait allemaal om de dollar en de kut!", riep de jongen toen.
Kijk aan. Dat vonden we een goeie.
"Haha!" riep I., "de dollar en de kut! Die moet ik onthouden!" Zzzzzz.

Toen we weggingen zei I. tegen de jongen dat ie altijd was geinteresseerd in de diepere laag. "Is er eigenlijk een diepere laag?" vroeg I. vervolgens.
"Diepere laag?"
"Ja, aan die dollar en die kut enzo?"
"Niet dat ik weet, maar het zou kunnen."
"Dat klinkt goed."

Vervolgens strompelden I. en ik naar de achterbank van de Peugeot 3honderdzoveel van de vriendin van de ex-buurman van A., of iets in die categorie.
Ik grabbelde naar een handvat.
Ik grabbelde mis en flikkerde de auto weer uit.
"Wat is er allemaal aan de hand?" vroeg de vriendin van de ex-buurman van A. vanuit de bestuurdersstoel.
"Er klopt iets niet met het handvat", mompelde ik, terwijl ik de achterbank opnieuw probeerde te bestijgen.

Toen ik me goed en wel had geinstalleerd zag ik de vriendin van de ex-buurman van A. in haar binnenspiegel kijken en hoorde ik haar declameren: "volgens mij missen we nog een van de venten."
Ik staarde naar I. die steun probeerde te zoeken bij grassprieten.
"Maak je geen zorgen", zei ik tegen de vriendin van de ex-buurman van A., "hij komt eraan."

En zo geschiedde het dat wij venten netjes tot aan de drempel werden afgeleverd in respectievelijk Drumpt en Kerk-Avezaath.

Kom daar nog maar eens om, in Amsterdam.

Advertisements

als ik meer tijd had gehad, had ik korter geschreven

Lieve lezers,

Ik besef: zo koud terug van vakantie lijkt het net alsof ik nog altijd last heb van de Franse slag. Ik snap dat jullie op het eerste gezicht denken dat ik er qua stukjes schrijven avec la pet naar loop te jeten.
Maar zulks is geenszins het geval. Jullie trouwe tienvinger werkt zich het apenzuur in de rondte, om maar eens een mislukte contaminatie te bezigen, en tracht zich als vanouds met de wenkbrauwen op zijn enkels door de ondraaglijke zwaarheid van het bestaan te slepen.

Wat ik zil zeggen: Niet getreurd: de draad van de regelmaat is er een waar ik me altijd weer als vanzelf door laat strikken. Nu is het de arbeid, binnenkort zal zich daar het weblogschrijven bij aansluiten.
Concreet bewijs hiervan, vraag je? Sorry. Qua garanties moet ik passen. Het enige concrete wat ik op dit moment kan overleggen is een aankondiging:

Binnenkort in dit theater: mijn antwoorden op een drietal vragen van de Chileense dichter en Nobelprijswinnaar Pablo Neruda.

Voor de rest van het weekend zit ik in Tiel. Hou je wah!

Sonnettine (2)

Kijk, ik ben computer-expert. Althans, ik verdien mijn brood als ICT-specialist. Nou weet ik best dat ‘specialist’ in mijn geval niet meer is dan een etiket dat de een of andere idioot op mijn voorhoofd heeft geplakt nadat ik een aantal programmeermodules op de universiteit had gevolgd en wat certificaten had behaald op Oracle-gebied, maar toch. Ik ben geen complete leek als het om PC’s gaat. Desalniettemin komt het sinds ik een nieuwe computer heb, geregeld voor dat er in huize Plukdenacht de volgende oneliner te horen is:

AAAAAARRRGGGGHHHHHHH, DAT VIEZE VUILE G*DVERD*MDE K*TDING!!!

"Wat is er liefje?" vraagt L. dan altijd. Angst in haar ogen; "we zijn toch niet alles kwijt?"
"WEET IK VEEL!!", pleeg ik vervolgens te brullen, "MISSCHIEN WEL. WANT HIJ PAKT DIT SNOERTJE NIET!"
"Welk snoertje?"
"VAN DE CAMERA"
"De camera? Heb je geprobeerd om.."
"JAHAA! IK HEB GVD ALLES GEPROBEERD! ALTIJD HETZELFDE GES*DEMIETER MET DAT #@%*#!!!"
"Maar hij deed het voorheen toch gewoon goed met de camera?"
"JA, DAT BEDOEL IK NOU JUIST, GV-de-GV-de-GV, HET KOMT WAARSCHIJNLIJK WEER DOOR HET VERLOPEN VAN EEN PROEFPERIODE VAN ZO’N AUTOMATISCH MEEGELEVERD COMMERCIEEL K*TPROGRAMMA DAT JE INSTELLINGEN VERNACHELT, WAARDOOR JE NA EEN PAAR MAANDEN GEDWONGEN WORDT HUN PRODUCT ALSNOG AAN TE SCHAFFEN TEGEN WOEKERPRIJZEN, WIL JE JE PC IN DE TOEKOMST NOG NORMAAL KUNNEN GEBRUIKEN.
"Overdrijf je niet een beetje, liefje?"
"NEEHEE! IK OVERDRIJF NIET! HET IS ALLEMAAL 1 GROOT KAPATALISTISCH COMPLOT!"
"Ahem, liefje?"
"WAT!?"
"Een complot?"
"JA! Euh.. Nou ja. Misschien… Euh.."

Natuurlijk is het geen complot. Natuurlijk is het gewoon de Moderne Maatschappij. Een Kennismaatschappij waarin kennis al verouderd is op het moment dat je ‘m opdoet. Eigenlijk is het een Leermaatschappij, waarin je moet leren leren dat je moet blijven leren, en vooral moet leren hoe zo efficient mogelijk te leren, wil je het leertempo kunnen blijven volgen.
Onze generatie zal in wezen levenslang op school zitten en kan het zich niet meer permiteren te doubleren, daar eenmaal opgedane achterstand niet meer zal vallen in te halen.
Waar bejaarden van nu al aan hun kinderen zijn overgeleverd waar het zoiets als het programmeren van hun videorecorder betreft (een watte? Voor de jeugdige lezers: een oude voorloper van de DVD), daar zal de afhankelijk van mijn eigen generatie nog veel totaler zijn, zodra ze niet meer mee kunnen in het proces.

Dit laatste even ter overpeinzing van een verder rustige zondag.
L. en ik waren naar de Hortus geweest om inspiratie op te doen voor de GPK (de watte? de Grote Poetische Krachtproef): het schrijven van het distichon (het watte? De laatste twee regels:) van de sonnettine-wedstrijd die Jan Boerstoel nu al voor het tweede jaar organiseert in de PS van het Parool.

Het is de bedoeling om het volgende gedicht af te sluiten met twee klinkende rijmende zinnen, met de klemtoon op de even van de 12 (of 13) lettergrepen:

De Hortus vraagt erom dat je hem mooi typeert
dus noem ik hem weleens ‘een lusthof om te zoenen’,
een stilteparadijs voor minnaars van het groene
dat je met bloemetjes en bijtjes confronteert.

Hier bloeit de liefde in de hete palmenkas
en vult de lucht met zinneprikkelende geuren
bij al die tropenweelde kan het zo gebeuren
dat Amor toeslaat onder het beslagen glas

…………………………………….
…………………………………….

Het was prachtig in de Hortus. En ik heb dan ook een hoop foto’s gemaakt.
"Is handig", zei ik tegen L., dan hoef ik vanavond tenminste niet zo’n lang stukje te schrijven. Ik plemp er gewoon een plaatje op van een goeie boom of vlinder, onderschriftje erbij en klaar is Kees. Hebben we alle tijd om Zomergasten te kijken en kunnen we daarna nog brainstormen over het distichon van de GPK.

Jullie begrijpen: van het laatste is het niet gekomen. Met dank aan Dell, het een of andere gratis meegeleverde fotoprogramma en de Moderne Maatschappij.

Maar aan diezelfde Moderne Maatschappij dank ik de mogelijkheid om een weblog te schrijven, dat bovendien gelezen wordt door een stevig aantal dichters, dus ik zou zeggen: Help ons op weg! Vereeuwig uw suggesties/aanzetten/kantenklare penne(n)vruchten in de reactiebox. Dan gaan wij ermee aan de slag/voort/sturen het in met bronvermelding.
Ik ga ondertussen, met jullie welnemen, in de weer met snoertjes en het de- en herinstalleren van de nodige configuraties, opdat ik jullie binnenkort kan trakteren op een snapshot van een vuistdikke vlinder met de spanwijdte van een bescheiden zilvermeeuw.

Groot denken (2)

Vorig jaar, op 2 september 2005, heb ik een stukje geschreven op plukdenacht met de ambitieuze titel ‘groot denken’. Ik repte in dat logje over de kwelling die het werkende bestaan in de ICT-wereld voor mij betekende, oftewel ik stortte een hoop geklaag over jullie uit, van het soort dat jullie van mij gewend zijn.
Maar! Aan het eind van het stukje kantelde de zaak. Er was een lichtpuntje. Er gloorde hoop, want, zo schreef ik: "ik heb een idee aangereikt gekregen."

Het ging om een idee dat mijn leven zou veranderen. Wat dat idee concreet inhield heb ik destijds niet verteld. Het enige wat ik vertelde was dat ik ‘groot’ dacht.

‘Wat een vago’, zullen jullie toen misschien hebben gedacht, of: ‘die zal wel weer dronken wezen.’ In ieder geval heeft nooit iemand me gevraagd wat dat idee dan precies inhield. Stelletje onverschillige autisten Misschien was dat maar goed ook. Want mijn concrete antwoord op die vraag zou een erg saai verhaal hebben opgeleverd. Namelijk precies het verhaal dat ik hieronder ga vertellen.

Ooit, lieve lezers, was jullie trouwe tienvinger een schattig kindje met blonde krullende maantjes waar vochtige goudbruine kijkertjes onder vandaan tuurden. Ze koekeloerden ongecensureerd de wereld in en signaleerden daar een trend die ze in eerste instantie niet konden verklaren. Namelijk de trend dat steeds meer mensen bereid leken te zijn om waardevolle goederen als krentenbollen, chocolademelk en roosvicee te ruilen tegen verfrommelde papiertjes en doffe ijzerschijfjes uit mama’s geheimzinnige buideltje.
"Waarom doen de mensen dat, mama?" vroeg ik, "zijn ze zo dom, of ben jij stiekem toch de koningin?"
"Wat bedoel je precies, schatje?"
"Waarom geven die mensen jou allemaal lekkere dingen?"
"Die geven ze niet, schatje, daar betaal ik ze voor."
"Mama, mama, wat is betalen?"
"Betalen is dat je de mensen geld geeft voor hun spullen."
"Mama, mama, wat i.."
"Geld is dat spul dat ik in mijn portemonnaie heb. Briefjes en muntjes. Zoals bijvoorbeeld deze. Dit is een stuiver. Wil je hem hebben?"
"Graag! Hij is best groot! Wat kan ik daar allemaal voor betalen?"
"Wat je daarmee kan betalen? Euh. Nou, een kauwgombal bijvoorbeeld."
"Wow! En kan ik er ook een posj voor betalen?"
"Nee, een Porsche kan je er niet mee betalen."
"Mama, mama, waar kan ik dan wel een posj voor betalen?"
"Voor een Porsche heb je briefjes nodig. Zoals deze."
"Mag ik die ook hebben?"
"Nee, die mag je niet hebben. Deze heeft mama nog nodig voor de Albert Heijn."
"Mama, mama, maar je kan toch gewoon nieuwe briefjes ophalen? Zoals net? Bij dat gebouw met de groene letters?"
"Nee, dat kan niet zomaar."
"Waarom niet?"
"Dat mag niet van papa."
"Dan doen we het toch stiekem? Papa is voorlopig nog aan het werken, die merkt daar niks van."
"Zo simpel ligt het niet, schatje, als je briefjes bij de bank ophaalt dan gaat het bedrag van je creditsaldo af en dan…"

Enfin, vanaf daar raakte ik de draad een beetje kwijt, snapte ik er niet zoveel meer van, maar 1 ding heb ik toen wel geleerd: geld is ontzettend handig en in principe kan je het dus gratis ophalen bij de bank, zolang je maar zorgt dat niemand het merkt.

Back to the future. Begrijp me niet verkeerd. Mijn idee bestaat niet uit illegaal hackwerk zoals het langzaam leegplunderen van zogenaamde stille rekeningen bij de ABNAMRO, of het overmaken van het complete marketingbudget van onze Business Unit Nederland naar een geheime rekening in Zwitserland om vervolgens het eerste de beste vliegtuig naar Montevideo te vatten. Los van dat dit allemaal al eerder en daardoor makkelijker is gedaan, geloof ik niet in illegaliteit. Ik ben altijd bang dat je zodra je de pijp uit bent, tegen alle logica in, toch aan zo’n hemelpoort moet verschijnen en dergelijke. Het geeft mij in het sterfelijke leven een prettig gevoel om in voorkomend geval met een acceptabel verhaal op de proppen te kunnen komen. Zo eentje waarvan Petrus zegt: "nou voor deze een keer dan, kom maar binnen."

"Draai er niet omheen!" zou Eus (de dichter) nu zeggen.
Sorry, ik weet het. Ik voel jullie denken: ‘komt er nog wat van? Ga je nu eindelijk eens uiteenzetten wat dat briljante idee van je is?’

Nou vooruit dan. Maar stel je er niet te veel van voor. Het is eigenlijk nog dommer dan het klinkt: Daytraden. Een beroep voor financiele cowboys, dat je thuis kan uitoefenen met de eerste de beste lening van Becam of lenen.nl. Steek jezelf voor een kleine 30 mille in de schulden en vergaar daarmee het recht om voor meer dan een ton aan handelskapitaal een onzichtbaar, maar rendabel spelertje te zijn op de Nasdaq. Analyseer de markt, bepaal je strategie en kies je aandeel. Ga long en binnen een paar minuten weer short of vice versa, maar sluit hoedanook binnen notime weer je positie. Maak trades met grote aantallen. Pak je winsten snel, accepteer je verliezen nog sneller.
Dat is het in een notendop. Werkdagen zijn van 15.30 tot 17.30 (Nederlandse tijd), gewoon thuis vanachter je PC, of op het strand van Bloemendaal/Franse camping vanachter je laptop. Nettowinst bij de eerder genoemde investering: ca 400 euro per handelsdag. En last but not least: ‘s nachts slaap je goed, want je hebt je positie totaal gesloten, dus loopt geen enkel overnight-risico.
Dit alles geldt uiteraard alleen als je het vak beheerst, wat inhoudt (voorop gesteld dat je enig handelsgevoel hebt en gek bent op geld): wars zijn van emoties. Regel 1: hou je aan je strategie. Regel 2: hou je aan je strategie. Regel 3: hou je altijd aan regel 1 en als je denkt echt niet anders te kunnen, hou je dan in ieder geval aan regel 2.

95% van de daytraders houdt zich vroeg of laat niet aan zijn strategie. 95% van de dayrtraders gaat failliet. Bankroet. Ellende. En slijt de rest van zijn leven als loonslaaf in een stoffige functies bij een financiele instelling en/of schiet een kogel door zijn kop.

Aan de andere kant: 5% redt het wel.

Psychologen maken al sinds hun wetenschap bestaat ruzie: zijn dingen aangeleerd, of zijn ze genetisch bepaald?
Voor mij maakt het in dit geval geen fuck uit. Toen ik me er vorig jaar, na 10 zware werkjaren bij Robeco, de AEX en de ABNAMRO, in begon te verdiepen wist ik het direct: Ik ben zowel opgevoed, getraind en geboren om daytrader te zijn. Het is geknipt voor mij: 2 uurtjes per dag op de toppen van je brein goochelen met geld. En dat je het dan allemaal zelf mag houden. En dat je daardoor dan bijvoorbeeld tijd overhield om een roman te schrijven, een normaal aantal uren te slapen, minder kribbig te zijn tegenover je vriendin, misschien zelfs weer eens een gedicht te schrijven.
Ja, dat zou mooi zijn.

‘Groot denken’, maar fuck man. Die 95%.

Voorlopig durf ik het nog niet aan en neem ik me weer voor om droog te gaan oefenen. Net als vorig jaar.
Vorig jaar won ik tijdens het droogoefenen. Aan de lopende band. Toch durfde ik destijds de stap niet te maken, doe ik hedentendage nog altijd hetzelfde werk en is de droom is nog altijd de droom.
Ik vrees dat de genetische psychologen in mijn geval aan het langste eind trekken. Ik ben gewoon een schijterd.
Of zijn het toch de behaviouristen? Mijn vader vond een Porsche onzin. Zelfs de door mij op 8-jarige leeftijd voorgestelde Citroen GSA, waarvoor ik de haalbare financiering gegeven ons gezinsinkomen, tot in detail aan hem voorrekende, kwam er niet in. Een Renault 4 volstond voor mijn vader.
Mijn vader klaagde dag en nacht over zijn werk en rookte ondertussen driftig shaggies. Hij heeft ooit eens een toneelstuk voor kinderen geschreven, Pijpereis, dat nog altijd in diverse kindertheaters wordt uitgevoerd
. Nu wordt het bedrag van de royalties, zo’n 50 euro per jaar, waarschijnlijk ongemerkt bijgeschreven op zijn creditsaldo, maar destijds waren ze de aanleiding tot een bescheiden feestje binnen ons gezin. Dan haalde ie Chinees.
Misschien moet je niet meer verwachten van het leven.

Dit wordt uiteraard allemaal vervolgd. Over een jaar ofzo.

Haring

Vanmorgen stond ik naast mijn fiets om voor het eerst weer naar mijn werk te gaan. De lucht was zwanger en grijs. Loodgrijs zouden sommigen zeggen, haringgrijs zouden anderen schrijven, zoals bijvoorbeeld dichteres Tjitske Jansen.

Ik keek naar de lucht en weer naar mijn fiets.
Ik dacht: dikke lul, en viste in mijn broekzak om te checken of ik toevallig mijn autosleutels op zak had. Dat had ik. Ik stapte in de Volvo en terwijl ik mijn ouwe trouwe Red Horse de Overtoom opdraaide brak het noodweer los.
Ik gniffelde in mijn vuistje en riep tegen de hemel in het algemeen en God in het bijzonder,  dat ze toch echt iets vroeger op moesten staan om deze jongen op zijn eerste werkdag al direct te fnuiken.
"Ben je nou echt zo naief dat je dacht dat ik met een dusdanig dreigend wolkendek zou gaan fietsen!", riep ik, "ik heb vakantie gehad, makker! Een jaar lang loonslavernij had me tijdelijk verzwakt, maar thans ben ik compleet uitgerust en weer danig bij de pinken, mij neem je niet meer zo makkelijk te grazen, kameraad! Wen er maar vast aan!"
Prompt belandde ik honderd meter verder, op de Amstelveense weg, in een genadeloos verkeersinfarct, om drie kwartier later waarin ik slechts anderhalve kilometer was opgeschoten, te ontdekken dat de ringweg A10-Zuid totaal was afgesloten wegens ‘groot onderhoud’.

Was ik er toch weer ingetuind, om met Herman Kuiphof te spreken.

Terwijl ik als een ingeblikt sardientje over de geadviseerde omleiding (de A9) pruttelde, keek ik nog eens naar de hemel. Die staarde met koude vissenogen terug.
Haringgrijs it is, mompelde ik.

Over haringen en grijze luchten gesproken. Tijdens de vakantie in Vercheny (F), op de camping, zat ik vanuit mijn luie leunstoel met zo’n schattig 25 centiliterflesje Kronenbourg in de hand, de tent-opzet-vorderingen van twee Franse puberjongetjes te aanschouwen. Het was nog droog, maar vanachter de bergen had God zijn zwartste wolken laten aanrukken, om de jongetjes die zojuist waren gearriveerd in een verotte, aan alle kanten gedeukte Peugeot 205 met A-sticker (in Frankrijk verplicht als je nog maar net je rijbewijs hebt), eens eventjes lekker op te jutten.
"Vortmachen bitte, mit dem Zelt aufbauen, oder sonst sind Sie schwer der Lulle! Dan haben Sie die ganzen Ferien natze Kabinen, Schlafsaecher und Betten, und koennen Sie Maedlen bumsen gefueglich vergessen!"

Dat lieten de jochies zich geen twee keer zeggen en nerveus bogen ze zich over de bouwtekeningen van hun nylon liefdeskasteel.
Ze werden er zo te zien niet echt wijs uit, en twijfelend begonnen ze wat fiberstokken lukraak in de aarde te steken. Je zag ze denken: ‘Help! Help ons dan toch!’

De eerste dikke droppels daverden naar beneden en sloegen kleine ronde kraters in de grond.
Ik liep nog maar eens naar mijn elektrische koelbox voor een verse Kronenbourg, om er even goed voor te gaan zitten, want dit zijn natuurlijk de momenten. Hiervoor ga je op vakantie. Dit is stiekem de reden om te gaan kamperen: op de eerste rang zitten als het gaat om het live aanschouwen van andermans leed.
Mijn buurman groette me grijnzend en wees met zijn hoofd naar de jochies, waarna hij de was binnenhaalde, terwijl zijn vrouw alvast een grote pot thee zette. Voor zodadelijk, tijdens de voorstelling. In onze hoofden draaide reeds de trailer van de aanstondse film: "Zuidelijke hormonen genekt door onvoldoende voorbereiding wegens jeugdige overmoed."

Er ging een kwartiertje voorbij. Toen kwam L. naast me zitten. "Waar ben je zo om aan het grinniken?" vroeg ze.
Ik wees naar de jochies.
"Jeetje", zei L., terwijl de fiberconstructie voor de zoveelste keer in elkaar stortte, "zijn ze nou nog bezig? Dat is toch zielig!? Kan je ze niet helpen?"
"Ik?" vroeg ik.
"Ja, jij! Nu je het zegt, waarom doet uberhaupt niemand iets?"
"Omdat dit lachen is", zei ik.
"Vind je dit lachen?"
"Best wel", zei ik.
"Hmmm", zei L.

Toen ben ik ze toch maar gaan helpen.
"Ca va?" vroeg ik.
De jochies haalden hun schouders op. "Non", zeiden ze onverschillig, met herpakte cool.
Ik bestudeerde de bouwtekening.
"Hebben jullie haringen?" vroeg ik.
"Haringen?"
"Ja, haringen.."
Ik voelde mezelf even voor lul staan. Hoe kon ik zo stom zijn om te denken dat pinnen die je in de grond steekt in Frankrijk ook ‘haringen’ worden genoemd. Ik bedoel, het is raar. Wie steekt er nou een vissen in de grond teneinde zijn tent vast te nagelen? Haringen, bij nader inzien snapte ik helemaal niets van het woord. Ik kon de twee betekenissen in het Nederlands al totaal niet verbinden. Hoe naief van mij zulks letterlijk naar het Frans te vertalen.
"Excusez moi", zei ik en liep terug naar mijn eigen tent en plukte een haring uit de grond.
"Ca!", riep ik, "comment on s’appelle en francais?"

"Ah!" riepen de Franse jochies in koor, "une sardine!"

I'm back

Wat zal ik zeggen? If you want to know the truth: it sucks. Morgen weer aan de arbeid. Ik was graag nog een paar weekjes langer in Frankrijk gebleven. Maar het zit er niet in. En ik heb zin om daar iemand de schuld van te geven. Zoals bijvoorbeeld het kapitalisme. To be honest. Really. Think about it. Vakanties zijn te kort voor woorden.

Ik heb een hoop boeken kunnen lezen tijdens mijn jaarlijkse verlof van 3 weken, maar na bladzijde 115 van het voorlaatste exemplaar uit mijn koffer, Vernon "God" Little, is het plotseling gedaan met de vreugde. Word ik opeens teruggeworpen in de realiteit. Nederland. Zondagnacht, aan de vooravond van een dag binnen kantoormuren.

Gisteren zat ik nog in Parijs. Zag ik een geschrift op een wand aan de voet van de Sacre Coeur. Er zat een afbeelding bij:

Zidane911_1

Eat this Luther!

Behalve dat ik dit pamflet van de muur heb gerukt zijn mijn souvenirs: 3 doosjes Clairette, een paar goeie flessen Gigondas en Crozes Hermitages, plus een flinke dosis folders van makelaars uit de meest onderschatte provincie ter wereld, nummertje 26 achteraan het kenteken: de Drome.

1 bescheiden uitkerend staatslot en ik ben weg.