Moment

“Ben je niet te ziek om auto te rijden?” vroeg L.
“Ben je gek”, zei ik, “het gaat prima.”
“Laat eens voelen.”
Ze legde haar hand op mijn voorhoofd.
“Hmm”, zei ze, “zeker weten?”
“Maak je geen zorgen”, zei ik.
“Belgie is heel eind, en ik heb geen zin in een ongeluk”, zei L., “volgens mij heb je nog koorts.”
Ik tapte op mijn pols, op een denkbeeldig horloge : “Het is al laat, we moeten gaan.”

We reden de stad uit.
“Heb je het koffiezet-apparaat wel uitgezet?” vroeg L.
“Uiteraard.”
“Volgens mij ben ik vergeten de deur op slot te doen”, zei L.
“Dat denk je altijd.”
“Maar nu denk ik het echt!”
“Dat denk je ook altijd, maar nooit is het zo.”
“Een keertje wel!”
“Sorry, geen tijd”, zei ik en trapte The Red Horse flink op z’n staart, zuidwaarts, richting de A2.
“Is dat optreden nou echt zo belangrijk?” vroeg L.
“Dat niet. Maar ik heb het die jongen die het organiseert nou eenmaal beloofd.”

Het leven van de vrouw van een fulltime ICT-er gaat al niet over rozen. Maar als die goser
er bovendien tijdrovende hobbies op na houdt als dichten, dan moet je over een verdomd sterk emotioneel gestel beschikken, wil je het met ‘m volhouden.
Doordeweek is manlief bij thuiskomst afgepeigerd. Na zijn prakkie te hebben gegeten zinkt ie weg in een uren durende afterdinner dip. Vervolgens verdwijnt die klootviool naar boven om tot diep in de nacht te gaan zitten schrijven. Als ie eindelijk weer beneden komt blijkt ie dronken en ligt ie binnen een minuut te snurken.
Dan moet je het hebben van de weekends, zou je denken. Gezellig uitslapen, ontbijtje op bed, krantje erbij. Beetje praten met elkaar misschien zelfs.
Maar niks hoor. Want in het weekend moet die lul optreden. In Belgie, dan ook nog eens.

Mijn vriendin/mijn lief/mijn allermooiste.

Om 4 uur reden we de binnenring van Hasselt op. Ergens aan deze binnenring moest ons hotel liggen. En al na vijf rondjes ring hadden we het gevonden, met dank aan een ontbrekende gevelreclame.
Maar vanaf toen ging alles goed. We vonden de laatste parkeerplaats in de regio, die pal voor de deur bleek te liggen.
We checkten in. We stalden onze bagage op de niet al te lelijke kamer. L. zette een kopje thee m.b.v. de aanwezige waterkoker, ik trok een van mijn meegetorste blikken pils open en oefende een aantal gedichten uit mijn repertoire. Ze zaten nog goed in mijn kop. Ik hoefde me geen zorgen te maken.
“We gaan de stad in”, zei ik.

We liepen de hoek om. “Konijn met pruimen” las ik in de etalage van het eerste de beste restaurant. Het was een lief restaurantje. Eentje met houten tafeltjes en niet te veel volk. Ik maakte me nog minder zorgen dan ik al deed.

We liepen door, het was nog vroeg. “Ah!” riep L., “een tijdschriftenwinkel!”
Ze scoorde een aantal wereldtijdschriften waarvan, als ik vrouwen mag geloven, de Vlaamse editie altijd een stuk interessanter is dan de Nederlandse. Waarom dat zo is moet ik nog eens uitvogelen, maar mijn ex-vrouw liep ook altijd met tijdschriftjutters-ogen rond, als we in Belgie waren.

We liepen over kinderkopjes naar Hasselt-centrum, naar de Grote Markt, waar volgens de jongen van het hotel veel restaurantjes zaten.
“Mooie kerk”, zei L.
“Dat wel”, zei ik.
De restaurantjes waren niet veel soeps. Een aaneenschakeling van prefab-serres die werden gekroond door neonletters. Overal zat het stampvol. Vrachtladingen glazige gezinnen zaten vanboven hun steak met frites te staren naar de trots van de stad.
Het motregende. We keken naar de menu-kaarten op de standaards voor de serres. Het was niet opwekkend.
“Zullen we teruggaan?” vroeg ik, “naar dat restaurentje van de konijn met pruimen?

We liepen terug over de kinderkopjes. We aten konijn met pruimen. En dronken er een fles rode huiswijn bij, die waanzinnig goed bleek te zijn.
“Wow”, zei L., “dat moet je die Belgen wel nageven, ze weten hoe ze om moeten gaan met een wijntje en een konijntje.”
“Wat je zegt”, zei ik.
Af en toe keken we uit het raam. We hadden uitzicht op een ander, kleiner kerkje. Op de muur naast de ingang was een portret van een monnik getekend. Daaronder stond een tekstje : “Een gesloten hart is erger dan een gesloten deur.”

Ik weet niet wat ik hier nou allemaal mee wil zeggen. Het is inmiddels alweer zondagnacht en ik ben opnieuw zo’n klootviool die hierboven zit te schrijven.

Gisteravond opgetreden dus. Poetryslam in Hasselt. Ik moest openen, zoals gewoonlijk. Organisatoren weten me dat de laatste jaren steeds weer te flikken. Geen flauw idee wat de achterliggende oorzaak is. “Openen is klote, laat Sven dat maar doen”, denken ze misschien, “die kan dat wel.”
Omdat ik het in de loop der jaren zo vaak heb moeten doen, kan ik het inderdaad wel, helaas.
Kutzooi.

Gisteravond was mijn opening er eentje “met het handje aan het ijs”. Of nee, een handje aan het ijs klinkt te charmant, ik kan beter refereren aan de ‘mispeer’.
‘Vol er in knallen’, dacht ik a la Ireen Wust, en opende met een mitrailleurversie van “de Waterval”, een gedicht over geboren worden in 90 regels en even zo weinig seconden. Het handelt voornamelijk over de conceptie, maar daar gaat het even niet om. Onderweg in mijn poging om het snelheidsrecord voordragen te verbeteren, verloor ik hier en daar een zinnetje.
En als je in een flow zit is het kut om zinnetjes te verliezen.

Niemand heeft het gemerkt, though, en dat is eigenlijk nog veel erger. Routinematig wist ik de gaten die mijn parate geheugen liet liggen, ter plekke op te vullen met geimproviseerde inferieure versies van die zinnetjes. En zo kwam ik er mee weg.
Bij een schaatser is het zichtbaar. Bij Marianne Timmer zag je vanmiddag hoe tijdens haar gouden 1000 meter-race in de laatste ronde haar linkerarm krampachtig naar een plek op haar rug zocht, maar die niet meer wist te bereiken. Als een golem schaatste ze het rechte stuk voor de laatste bocht. Ze won en het zij haar allemaal vergeven, maar ik vermoed dat ze haar toekomstige kleinkinderen liever haar gouden race van 8 jaar geleden uit Nagano zal voorschotelen.
Ik wou dat ze het gezien hadden. Dat het publiek, waaruit de jury bestond, had gezien dat ik stuntelend bezig was geweest.

Winnen is leuk, maar het gaat om de schoonheid. Als ik het voor het zeggen zou heben tenminste. Van mij mag Ajax degraderen, zolang ze maar wel het mooiste voetbal van het land zouden spelen.

Ik won gisteren in Hasselt. Ik bleef op de been in de eerste ronde, gooide er een aardige tweede overheen, en was weergaloos in de finale. Ik piekte dat het een aard had.
Hoera, een volle zaal vol groene bordjes ten teken dat ze massaal op mij stemden, en mooie prijzen in de vorm van een Moleskine notitieboekje, het merk dat Hemingway en Picasso ook pleegden te gebruiken, en een CD van Gerard Reve.
Stompzinnig grijnzend nam ik de cadeautjes in ontvangst.

Na de poetryslam trad de organiserende jongen op. Hij presenteerde zijn debuut-CD.
L. en ik zaten aan een tafeltje met Simon Vinkenoog en zijn geliefde, Edith.
Simon was gevraagd om op te treden tijdens die presentatie.
“Ze zijn me geloof ik vergeten”, zei Simon, nadat de jongen om 1 uur ‘s nachts zijn laatste toegift had gespeeld en het schelle zaallicht was ingeschakeld.
“Dat zal toch niet?”, zei Edith.

En ze kreeg gelijk. Terwijl de zaal half leegliep, werd Simon het podium op geroepen.
‘Eindigen’, dacht ik, ‘is nog lulliger dan openen.’

Maar hij deed het. 78 jaar. Vlammend. Hij deed een gedicht over de billen van zijn geliefde. De band van de jongen haakte in en Simon deed een gedicht over kunst. Hij zweette zich te pletter. Gaf alles wat ie kon geven. Hij deed een dansje op een gitaarintermezzo.

Wow, dacht ik. Ik moet niet zo zeiken, met mijn gepeins in de marge.

Afgepeigerd kwam Simon het podium af. Hij straalde.
Ik keek naar Edith. Ik keek naar L.
Ze genoten vrolijk van het dienblad vol pils dat Edith had besteld van de laatste consumpti
ebonnen.
Van ons vier, dacht ik, heb ik duidelijk de minste aanleg. Ik ontbeer het talent om te genieten van het moment.

Het moet anders, dacht ik : de deur moet open. En dan vooral de deur van mijn hart.

2 thoughts on “Moment

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s