De Kring

Afgelopen zondag in de Sugarfactory waar de nieuwe bundel van Tsead Bruinja werd gepresenteerd, aansluitend een editie van “Wordscape” plaatsvond en daarna de DJ vrij spel kreeg, struikelde ik met mijn zatte kop half over de poot van een barkruk. Vervolgens moet ik in een poging mijn evenwicht te bewaren een korte, maar choreograsich gezien verdomd interessante vrije kuur richting dansvloer ten beste hebben gegeven.
“Wow”, zei Anne van Amstel, die zich daar heupwiegend bevond : “jij kan het goed!” Enthousiast verwilderde ze haar bewegingen. Het zag er niet slecht uit. Haar lange blonde haren breakdance-den in het stroboscopische licht, maar mijn eigen voeten hadden inmiddels het oude vertrouwde contact met Moeder Aarde hervonden en waren opgelucht tot stilstand gekomen.
“Sorry”, mompelde ik en strompelde terug naar de bar. Aldaar kwam ik Diana Ozon tegen. “Kom je dinsdag kijken bij poezie in de Kring?” vroeg ze.
“Dat is toch alleen voor leden?” vroeg ik.
“Maak je geen zorgen”, zei Diana, die de poezieavonden aldaar presenteert, “dat komt wel goed. Tom Zinger komt trouwens optreden. Vind je toch leuk?”
“Ja”, zei, “vind ik wel leuk.”

Met diezelfde Tom stonden L. en ik na afloop van het Sugarfactorygebeuren buiten nog even te praten. Tom had zijn flikkerende fietslampjes aan het kruis van zijn spijkerbroek gehangen, als waren het twee uit de kluiten gewassen kloten. Kerstballen. “Komen jullie nog, dinsdag?” vroeg ie.

Ik plukte mijn eigen fietslampjes uit mijn jaszak. Waarom weet ik niet, maar enfin. Als je dronken bent vind je veel dingen een briljant idee.

Zoals bijvoorbeeld op dinsdagavond daadwerkelijk naar de Kring gaan. Ik was laat uit mijn werk. Als troost had ik in de trein terug een stevige serie Bavaria’s naar binnen gegoten. Ik belde L. “Zullen we toch gaan?”, vroeg ik.
“Waar naartoe?” vroeg L.
“Naar de Kring”, zei ik.
“Lieverdje, is dat wel verstandig?”
“Nee. Maar zullen we toch gaan?”
In de Balie, tegenover de Kring, schoven L. en ik snel wat vegetarische loempiaatjes naar binnen bij wijze van diner. Beneden op de WC keek ik in de spiegel. Jezus, dacht ik, morgen niet vergeten te noteren in mijn agenda : uitvaartverzekering afsluiten.

Om half 10 klauterden we trap op naar de Kring. “Goedenavond”, zei de portier.
“Gnavend”, lispelde ik, “we zdaan op de gazdenlijzd.”
“Wat is uw naam?”
“Zwem”, zei ik.
“Staat er niet op.”
“We komen via Diana”, verduidelijkte L.
“En wie mag u dan wezen?”
“L.”, zei L.
“Staat er ook niet op.”
“O.”
Toen keken we heel zielig. En mochten we toch naarbinnen.

En daar was ie dan. De Kring. De aristocratische societeit met artistieke allure, de plek waar Harry Mulisch menig pijpje heeft uitgeklopt en waar je pakweg 600 euro per jaar moet neertellen om daar ten alle tijden bij te mogen zijn.

Gisteravond liet Harry zich niet zien. En daar kon ik me wel iets bij voorstellen. Op de grote lederen fauteuils en banken had zich weliswaar een aantal gedistingeerde oude heren met sigaar en goed glas wijn genesteld en aan de tafeltjes zaten wat duurgeklede dames die je met enige fantasie voor freule kon laten doorgaan, maar ze werden nummeriek overtroffen door de optredende artiesten, die voor het grootste gedeelte afkomstig waren uit de, hoe zal ik het zeggen, alternatievere regionen van het literaire milieu. Er werden een (ex-)kraker, een Ruigoordbewoner en twee lokale punklegenden aangekondigd door Diana en co-presentator Paul Schaaps. Niet dat daar iets mis mee is, integendeel. Het was voorwaar een spannende combinatie van optredenden en publiek. Aan het niet op elkaar afstemmen daarvan kan een interessante anarchistische gedachte ten grondslag liggen. En ik was best benieuwd naar een nadere uiteenzetting van die gedachte.

“Het is niet zo druk”, zei ik in de pauze tegen Paul.
“Ach ja”, mompelde Paul.
We dronken een pils.
“Mag ik een tipje van je pakje vloei afscheuren?” vroeg ie, “of moet je morgen werken?”
“Ik moet morgen werken”, zei ik, “maar ga je gang.”
“Ik wil niet op mijn geweten hebben dat ze je daar bij die bank gaan ontslaan omdat er een tipje van je vloei af is”, zei Paul, “daarom vraag ik het.”
“Dat begrijp ik”, zei ik, “maar maak je geen zorgen.”
Paul draaide een joint.
“Ook een trekje?”
“Eigenlijk is het beter van niet.”
“O.”
Ik nam een slok en zei : “Maar doe toch maar wel.”

Terwijl het grootste gedeelte van de Kringleden het pand inmiddels had verlaten hing ik uitgeteld aan de bar. L. was aan het praten met Tom en Tsead, vlak daarnaast waren Bart FM Droog en Hans Plomp in gesprek, Tjitse Hofman draaide nog maar eens een joint, Diana gaf de Poolse vriendin van Hans nog wat consumptiebonnen, de punklegenden stopten hun instrumenten in hoesjes.
Ik werd op mijn schouder getikt. Ik schrok me de tyfus. Maar het was gewoon een DJ. DJ Josito, de jongen die vroeger, in mijn hoogtijdagen, tunetjes zette onder mijn gedichten tijdens poetryslams van de Wintertuin. “Jezus”, zei ik, “wat doe jij hier!”
Hij haalde zijn schouders op, “weetikveel.”
Hij vertelde dat ie tegenwoordig voor de IDFA werkte. En dat ie volgende week voor zijn werk naar Australie ging. Maar dat ie eerst nog een paspoort moest regelen. En dat zulks nog een hele klus ging worden omdat ie illegaal vertoefde op een zolderkamertje, waarvoor ie belachelijk veel geld betaalde, maar waar ie zich van de onderverhuurder niet officieel mocht inschrijven bij de Burgerlijke stand, omdat, vanwege, etc, enzovoort.
Aardige jongen. Maar ik raakte nog uitgetelder dan ik al was.

Met mijn laatste krachten viste ik 1,95 uit mijn broekzak en bestelde een vaasje. Met de bemachtigde buit nam ik plaats op de rand van het biljart. Net toen het groene laken me dermate aanlokkelijk voorkwam, dat ik gestrekt wilde gaan, zei de barman : “Meneer, het is hier verboden om op de biljarttafel zitten.”
“Sorry”, zei ik, en viel op de grond.

Isn’t it good, Norwegian wood.

Ik kroop naar de tafel waaraan de dichters zich inmiddels hadden verzameld en mijn liefje geannimeerd in gesprek was met de Poolse. Diana babbelde met Tjitse. Bart FM en Hans Plomp waren aan het vuistworstelen. Bart won. Hans vond het “mooi om te verliezen.” Altijd van de positieve, Hans.

Pas moi. Ik zat naast een Kringlid, dat zich geraffineerd tussen de dichters had gewurmd. “Ik schrijf ook!”, zei het Kringlid.
Niemand hoorde ‘m.
“IK SCHRIJF OOK!”, riep ie nogmaals.
Bart en Hans vuistworstelden vrolijk verder.
“IK SCHRIJF OOHOOOK!!!”
Ik tikte het Kringlid op z’n schouder. “Ben je eenzaam?” vroeg ik.
“WAT!!??? NATUURLIJK NIET!”
“Nooit?”, vroeg ik.
“NOOIT!!!”
“Ik wel”, zei ik.
“NEE, ALLICHT, JIJ BENT GEEN DICHTER!!”
Ik was even stil.
“LOSER!”, zei de man.

4 thoughts on “De Kring

  1. Regina Paece(s)? Braamberg? De Paasberg? (Let op de vele -bergen in A’hem; co[o]ls!) Deze reactie is een persoonlijke beroepsdeformatie; kom net van m’n psychogeriatriewerk..

  2. Het hoeft geen 600 euro te kosten hoor! De contributie schijnt daar op socialistische wijze te worden berekend…. naar hoogte van het inkomen namelijk. Zo kunnen ook armlastige kunstenaars nog lid worden.

  3. Voor aanvang stonden jullie namen op de gastenlijst. Na over jullie portiersprobleem te hebben vernomen ben ik weer bij hem op de lijst gaan kijken. Ze stonden er nog steeds op vermeld. Ik zal vragen of men voortaan de vooraf op te geven lijst met grotere letters wil schrijven. Of de portier beter wil honoreren want hij krijgt van dichters natuurlijk nooit genoeg fooi voor een nieuwe bril.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s